Pieter Cosyn - Van Burst naar Katanga

1911 –  Vlaanderen zendt zijn boeren uit.

1911 –  Vlaanderen zendt zijn boeren uit ; van Burst naar Katanga


In deze tijden van internet, mobiele telefonie en andere communicatieve technologische hoogstandjes kan elke reiziger waar ter wereld hij zich ook bevindt, vrijwel ononderbroken een direct contact met het thuisfront onderhouden.  Ook in Congo  zijn er steeds minder gebieden die buiten het bereik van een mobiele telefoonoperator vallen. Als  er in de vroegere kolonie immers  al iets te vinden is dat functioneert dan zijn het wel de verschillende GSM-netwerken zoals daar zijn Voodacom, Airtel, Orange, Africel,...…

Zo’n 100-120 jaar geleden was dat allemaal wel even anders. De Congotrotter uit de pionierstijd moest zich behelpen met de occasionele brief die ofwel werd verzonden via het al in meer of mindere mate uitgebouwde primitieve postwezen of anders werd toevertrouwd aan iemand die men onderweg  had ontmoet en toevallig op de terugreis was naar België.  Zo’n brief werd ook wel eens als een zending “poche restante” benoemd want of de missive ook daadwerkelijk de geadresseerde bereikte was uiteraard afhankelijk van de goodwill van de gelegenheidskoerier. Een ander gebruik dat al vlug ingang vond was het publiceren in kranten van dergelijke briefwisseling. Personen met enige naam en faam konden hun observaties en bedenkingen vaak kwijt in de landelijke pers bij wijze van wekelijks vervolgverhaal of stelden die na afloop van de reis te boek. Voor de mindere goden was er nog altijd de regionale pers die ook graag af en toe met persoonlijke avonturen uit de kolonie uitpakte. De reisverhalen van vooraanstaande personen zoals bijvoorbeeld Karel Buls, Henri Carton de Wiart en andere notabelen zijn algemeen bekend. Voor de historicus zijn echter de beschouwingen van de  gewone, minder vooraanstaande tijdelijke bezoekers van de kolonie of de belevenissen van een pas voor het eerst naar Congo vertrekkende kolonist vaak boeiender en leerrijker. Het is juist tijdens het uitpluizen van de archieven van het sinds lang ter ziele gegane regionale weekblad “ De Denderbode” dat ik het verhaal van Pieter Cosyn ontdekte.

Op 20 augustus  1911 verscheen in de wekelijkse editie van “De Denderbode” de eerste van een reeks brieven van de hand van Petrus (Pieter) Cosyn, een inwoner van het Oost-Vlaamse boerendorp Burst , gelegen ongeveer halfweg tussen Zottegem en Aalst.  Hierin beschrijft hij hoe hij op 02 maart 1911 vanuit zijn geboortedorp vertrekt, op weg naar Congo. Wij leren dat hij gestudeerd heeft aan de Koloniale Hogeschool van Brussel en vergezeld wordt door zijn studiegenoot Godefroid Wathelet uit Soumagne. De reis naar het zwarte continent verloopt via Oostende, Dover, Londen  en Southampton naar Zuid-Afrika om vervolgens door te reizen naar Katanga.

Twee jaar lang zal Pieter Cosyn de lezers van de Denderbode trouw berichten over zijn belevenissen tijdens zijn verblijf in Katanga. Uit zijn brieven komen wij al vlug te weten dat hij niet zo maar vrijblijvend naar de kolonie gaat. Pieter Cosyn blijkt immers deel uit te maken van de zogeheten “Missie Leplae”. Deze missie was een wetenschappelijke zending die op aansturen van de Minister van Koloniën Renkin gedurende twee jaar door Katanga zou reizen om er een studie te maken over alle  aggrarische mogelijkheden die deze regio eventueel zou kunnen bieden en zodoende deze provincie als een geschikte plaats voor kolonisten op de kaart te zetten. Door de zich snel ontwikkelende mijnbouw en de spoorlijn die vanuit Rhodesië  nu ook Elisabethstad had bereikt, was er op korte tijd immers een zodanige toestroom van mensen op gang gekomen dat de lokale voedselvoorziening stilaan precair begon te worden. Om aan dit probleem het hoofd te kunnen bieden moest er dus zo snel mogelijk  een landbouwsector worden uitgebouwd , sterk genoeg om aan de plaatselijke noden te kunnen voldoen. De eerste bevindingen van de studiereis werden in al in 1912 gepubliceerd in het “Bulletin Agricole du Congo Belge”, uitgegeven door de “Directie-Generaal voor de landbouw” van het Ministerie van Koloniën. Het is ook in de publicaties van het “Bulletin Agricole du Congo Belge” dat wij kunnen terugvinden wie van het aan die Directie-generaal verbonden Afrika-personeel waar in Congo is tewerkgesteld of bij zijn vertrek voor welke post is voorbestemd. Zo komen wij te weten dat Pieter Cosyn en Godefroid Wathelet bestemd zijn om te gaan werken op de reeds bestaande modelhoeve te Lukonzolwa aan de boord van het Lac Moëro. Vanuit Lukonzolwa trekt Pieter Cosyn echter verder noordelijk met de opdracht om te Kitungulu een nieuwe lanbouwpost op te richten. Dat er te Lukonzolwa al enige lanbouwbedrijvigheid was, was een gevolg van een eerdere zendingen. In 1909 werd bijvoorbeeld op initiatief van Leopold II  “La Compagnie Foncière Agricole et Pastorale du Congo” opgericht met als doel de inplanting van Belgische landbouwnederzettingen in Katanga te verwezenlijken. De eerste missie van deze maatschappij kwam in Katanga aan in 1910. Het startkapitaal ten bedrage van 1 miljoen toenmalige BEF was echter al heel snel opgebruikt en bijgevolg nam de Belgische staat in 1912 het beheer over. Ondertussen kreeg in 1911 de “Mission Agricole du Katanga “ (de Missie Leplae), al de opdracht de nodige prospectie te doen om binnen  de kortst mogelijke tijd Belgische landbouwnederzettingen in de Katangese mijnregio te realiseren. Hierbij werd niet alleen gemikt op het voldoen van de plaatselijke voedselnood maar werd in de planning van Leplae ook uitgekeken naar de mogelijkheid voor het aanleggen van grote plantages voor het creeëren van een rendabele exportproduktie.
Een andere bron die ons ditmaal iets meer vertelt over de persoonlijkheid van Pieter Cosyn is de briefwisseling van Victor Dierckx, een oud volksvertegenwoordiger uit Geraardsbergen die toevallig als gast met de expeditie Leplae naar Congo is meegereisd. Na het overlijden van zijn echtgenote doorworstelde Victor Dierickx een moeilijke periode. Ten einde uit het emotionele dal te geraken, besloot hij na veel aandringen toch  in te gaan op het aanbod van zijn vriend  minister Renkin om met de missie Leplae mee te trekken. Dierckx maakt samen met Pieter Cosyn en Godefroid Wathelet de zeereis tot in Zuid-Afrika en vergezeld hen vervolgens nog tot in Sakania in Belgisch Congo waar hij het gezelschap verlaat en aan een eigen traject doorheen de kolonie begint. Net zoals Cosyn onderhoudt hij een correspondentie met de pers uit het denderland maar in plaats van in het blad “De Denderbode” laat hij zijn berichten publiceren in de edities van “De Volksstem”.  In 1913 zal de uitgever van “De Volksstem” trouwens de volledige correspondentie bundelen in een boekje onder de titel “ Dwars door Congoland ; dagboek van eenen Belgischen Congotrotter” en de opbrengsten
ervan schenken aan een door Victor Dierckx uitgekozen goed doel.  Dierckx zal op zijn tour door Katanga Pieter Cosyn trouwens gaan bezoeken in Lukonzolwa en maakte er onderstaande foto.
De  brieven die Cosyn schrijft behandelen naast zijn indrukken over het alledaagse leven in het toenmalige Katanga uiteraard ook over zijn bedrijvigheid binnen het kader van de landbouwmissie. Hij is onder andere aangesteld om met de Congolese werklieden van het landbouwstation van Lukonzolwa met een hele reeks nieuwe aanplantingen te experimenteren.
Pieter Cosyn uit Burst (Oost Vlaanderen) slaat de hand aan de ploeg op de cultuurvelden van het landbouwstation te Lukonzolwa, Katanga, 1911
Pieter Cosyn zal nog net voor het uitbreken van WO I terugkeren naar België. Hoe het hem tijdens de grote wereldbrand is vergaan heb ik niet kunnen achterhalen. De resultaten van de landbouwmissie Leplae waarvan hij deel heeft uitgemaakt hebben echter pas in de jaren 1920 ten volle hun nut kunnen bewijzen. Wat Edmond Leplae, die tot 1933 op het Ministerie van Koloniën aan het hoofd van de Dienst Landbouw is gebleven, wel al reeds in 1917 onmiddellijk, en in het kader van de oorlogsinspanning,  heeft doorgeduwd  is de invoering van de verplichte landbouwculturen. Een maatregel die door de enen werd bejubeld maar ook door velen werd bekritiseerd vanwege zijn grote impact op het traditionele dorpsleven van de Congolezen. De kroon op het werk van Leplae als hoofd van de Dienst Landbouw was echter de oprichting van het NILCO/INEAC in 1933 ( KB van 22/12/1933 – plechtige inhuldiging op 23/03/1934 door Koning Leopold III en Minister van Koloniën Tschoffen.), een instituut dat wereldfaam zou verwerven vanwege haar wetenschappelijke kennis van de tropische landbouwkunde.
Eddy MERVEILLIE

Vlaanderen zendt zijn boeren uit naar Katanga anno 1911
SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright | Agenda  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine