SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin
Update Document : Monday, September 26, 2016 16:56

© Biografie Jean Schramme door Dhr. Neirynck Karim

Neirynck Karim 2e licentie Geschiedenis academie jaar 1997-1998

Licentiaatsverhandeling 2de licentie geschiedenis 1997-1998 - Universiteit Gent - vakgroep Nieuwste Geshiedenis

Opgegroeid in België ( 1929-1947 )

 

Jean Schramme werd geboren te Brugge op 5 maart 1929 uit het huwelijk van Joseph Schramme en Anna Dassonville, wiens huis gevestigd was in de Hoogstraat nr . 20.

Jean was de jongste uit een gezin van vier kinderen.l Zijn zus Johanne trouwde later met een Franse magistraat, zijn twee broers Raymond en Pierre werden respectieveiijk advocaat en arts

 

" Ik groeide op als een klnd van de hoge Vlaamse burgerij waar het bon ton was om zich in de Franse taal uit te drukken en voor wie het patriottisme gelijkstond aan de persoon van de Koning...ln mijn familie, die vele dienaren van de wet telde, waren woorden zoals recht en justitie meer dan alleen maar woorden. Het waren redenen om voor te leven en te sterven." (zie boek le bataillon léopard , Souvenir d'un Africain Blanc. "

 

Joseph Muylle, na zijn vader en moeder, de persoon naar wie de jonge Jean het meest opkeek, werd geboren op 22 juli 1886 en was de schoonzoon van grootvader Joseph Schramme. Deze laatste was de voorzitter vande MBZ ( de concessie-maatschappij van een Brugse havens ), één van de voormannen in de vooroorlogse Katholieke Partij en tevens secretaris van de Brugse afdeling van het Davidsfonds. In 1914 trok Joseph Muylle naar Katanga in gerechtelijke dienst. In 1914 vroeg hij te mogen terugkeren naar België om in het leger te dienen. Na de stabilisatie van het front keerde hij terug naar Congo waari hij eind 1916 werd bevorderd tot Substituut van de Procureur des Konings te Elisabethsrad. In 1917 keerde hij nogmaals terug naar België om, op eigen verzoek, zijn gesneuvelde broer aan het front te vervangen. Na de oorlog is hij opnieuw in Elisabethstad om zijn tennijn te beëindigen. Bij zijn terugkeer in België in 1920 werd hij lid van de Brugse balie en later was hij Ere-Krijgsauditeur-Generaal bij de koloniale troepen. Hij u'as ook de initiatiefnemer bij de stichting van de Cercle Colonial et Maritime in1 921 en had uitstekende relaties in de koloniale kingen, zoals bijvoorbeeld Lt Laude die rector was van de Koloniale Hogeschool en diensthoofd op het Ministerie van Kolonieën.

Op politiek vlak toonde Joseph Muylle, die net als Joseph Schramme lid was van de " Amitiés Française ", zich een aanhanger van het Fransgezinde en conservatieve Belgische nationalisme, om in de jaren '30 zelfs af te glijden in rechtsautoritaire richting. Het einde van de" Eerste 'Wereldoorlog" zou een nieuw klimaat met zich meebrengen. Tegenover de accelleratie van democratische en Vlaamsgezinde aspiraties ontstond bij bepaalde groepen een conservatie ve en patriottische reactie. Geleidelijk aan werd het een katholieke en reactionaire groepering. Basis van hun streven was nationalisme en katholicisme als voorwaarden voor een geordende, hiërarchische maatschappij, beschermd door een autoritaire staatsstrucfuur en een sterk leger als symbool van discipline en orde. Dit leidde tot heftige laitiek op het parlementaire regime en aanhang van een corporatistische maatschappij en staatsstructuur met een versterking van de uitvoerende macht : de zogenaamde zakenkabinetten. Deze grote lijnen van tegenstelling, namelijk democratisch-Vlaamsgezind tegenover conserva tief-patriottisch, zou men ook in de politieke partijen en dus ook te Brugge terugvinden.

 

De Katholieke Partij verioor door de invoering van het aigemeen enkelvoudig stemrecht haar absolute meerderheid, maar bieef niettemin praktisch gans de periode de sterkste van het land.

 

Op 23 september I92l ging zij over tot een reorganisatie op basis van standen, nam de benaming Belgische Katholieke Unie aan en bestond uit vier groepen : de oude Fédération des Cercles ( vroeger te vereenzelvigen met de partij, nu het conservatieve gedeelte ervan ) , de Boerenbond, de nationale Liga der Christelijke Arbeiders en de Christelijke Federatie der Middenstand. De behoudsgezinde katholieken hadden moeite zich aan te passen aan de snel veranderende maatschappij. Voor de Eerste Wereldoorlog hadden zij geregeerd vanuit een raditionalistische en patenalistischere visie op de maatschappij. Een minderheid onder de conservatieve katholieken wierp zich na de Eerste Wereldoorlog op als verdediger van het oude contra-revolutionaire traditionalisme. Ze ondergingen de invloed van de chauvinistische en reactionaire Action française van Charles Maurras.2 Bimen de Brugse associatie zou deze evolutie voor grote spanringen zorgen.

 

Een eerste spanningsveld deed zich voor bij de verkiezingen van 16 november 1919. Een deel van de katholieken zocht steun bij het Katholiek Vlaams Verbond dat te Brugge het Vlaamse "minimum-programma " verdedigde. Dit K.V.V werd in 1919 te Brugge gesticht als afdeling van het Algemeen Vlaams Verbond. De onderhandelingen leidden tot de zgn." formule van Brugge ", dewelke een genuanceerde versie was van het minimum-programma. Zo moest het leger niet ingedeeld worden in Vlaamse en Waalse eenheden en werd de tweetaligheid van Vlaanderen impliciet erkend. Toch betekende dit dat de Brugse Katholieke associatie naar een gematigde Viaamsgezinde houding evolueerde en dat was teveel voor heftige katholieke nationalisten zoals graaf de Briey, Gustaaf Stock, Jan Van Houtryve, de la Kéthule de Ryhove, Joseph Muylle en Joseph Schramme die zich aansloten bij de " Ligue pour l'Unité belge ". Een tweede spanningsveld ontstond bij de omvorming van de associatie tot standenpartij op 27 december 1920" dus nog voor de hervorming op nationaal niveau, tijdens een vergadering waarop alle groeperingen, ook de nationalistische dissidenten, waren uitgenodigd. ln plaats van de nogal elitaire groepering die de associatie was geweest, kwam er nu een nieuw organisme tot stand dat de vier erkende standsgroepen ( de middenstandsvakbond, het verbond der boerengilden, het christenwerkersverbond en de vereniging der vrije beroepen of de vierde stand ) overkoepelde.

Ook in het dagelijks bestuur werd het principe van de standenvertegenwoorrliging gehudigd. Elke stand mocht vier afgevaardigden aanduiden. Aangezien de franstalige burgerij opgenomen werd in de vierde stand en de Katholieke Vlaamse Landsbond ondertussen een stevige machtspositie had uitgebouwd, konden de dissidente nationalisten geen dominerende rol meer spelen. Vanaf 1922 verengden ze zich daarom en op 19 januari 1922, na enkele weken van voorbereiding ten huize van Joseph Schramme, resulteerde dit in de heroprichting van de Katholieke Burgersgilde. Joseph Muylle was van 1923 tot 1940 (onder)voorzitter. Ondanks verzoeningspogingen bleef de gilde een dissidente groep. Dit leidde in 1929 tot het opstellen van een eigen lijst voor de provincieraadsverkiezingen onder de naam " Vrijheids-en eenheidsgezinde Katholieken ", met onder meer Joseph Schramme, Ludovic Fraeys de Veubeke en H. de la Kethule de Ryhove. In 1932 werden Joseph Muylle en Pieter Verbeke tot gemeenteraadslid verkozen. Na een meeting van Degrelle in 1936 besloot de Gilde zich, op aarraden van Muylle en Val Houtryve, aan te sluiten bij het Rex-programma.

 

Voor de gemeenteraadsverkiezingen van oklober 1938 wist de Katholieke Partij terug tot een eenheid te komen met de Katholieke Burgersgilde na onderhandelingen met ondermeer Joseph Muylle.

 

In 1928 gaf de Katholieke Burgersgilde voor het eerst een eigen weekblad uit : " La Flandre Maritime ". Dit was ovefiuigd katholiek en verdedigde de rechten van de Franstalige minderheid in Vlaanderen, omdat alleen op die manier de eenheid van België. kon bewaard blijven. Brein achter het weekblad was Joseph Schramme, Muylle's schoonvader, hierbij geholpen door Robert Ancot. In het vast redactiecomité zetelde ook Joseph Muylle. Een van de mede-oprichters, Charles Hervy-Cousin, was van 1926 tot 1960 beheerder van de MBZ, in 1928 werd hij beheerder van de Compagnie Belge Maritime du Congo en in 1934 voorzitter van de Ligue Maritirne Belge. Joseph Muylle werd door die LMB, waarvan ook hij later lid van de beheeraad werd, aangetrokken als voordrachtgever over Zeebrugge. In 1928 werd Muylle cornmissaris van de MBZ en secretaris van het actie-comité voor Zeebrugge.

 

Hij narn steeds de koloniale berichtgeving in La Flandre Maritime voor zijn rekening en besteedde daarbij veel aandacht aan de beschavingsopdracht en vooral de bescherming van de Congolese bevolking en arbeidskrachten. Ahoewel de Congolezen meestal negatief werden voorgesteld, waren ze wel degelijk " beschaafbaar door onderwijs en opvoeding. Die sterke nadruk op de beschavingstaak leidde er ook toe dat La Flandre Maritime nogal wat aandacht besteedde aan het ophangen van een beeld van de " ideale kolonisator, die toch moet zorgen in zijn dagelijkse contacten met de inlanders voor een voorbeeld waarnaar deze zich kunnen richten ". Die ideale kolonist had volgens Joseph Muylle drie kenmerken : Fermeté ( nous devons cornrnander : qui tolère l'indiscipline-... trahit la cause de la civilisation. Le noir doit être convaircu que le blanc est le plus fort ), Justice soit être assuré que le blanc est le plus juste. De tous les sentiments qui dorment au coeur de ces enfants, celui de la justice et de ces droits est celui, sur lequel nous pouvons nous appuyer le plus sûrement pour en faire des hommes. Le jour ou le blanc remplacerait la fermeté par la violence, la justice par ll'arbinaire, notre indispensables prestige et aussi bien notre autorité seront perdues ), Bonté ( il faut consuérir le. coeur . L'indigène doit se sentir aimé ) Een goed kolonisator moest dus sffeng, maar rechtvaardig en liefdevol ( het " principe van de goede huisvader " ) zijn en bovenal katholiek.

 

La Flandre Maritime besteedde relatief weinig aandacht aan het economisch aspect en dat is merkwaardig als men weet dat enkele redactieleden belangen hadden in zowel het bedrijfsleven van de Brugse havens als in de koloniale zakenwereld. Wanneer in 1924 de Antwerpse maatschappij Valkenaere Frères zich wil omvormen tot Société Commerciale du Centre Africaine ( SOCCA ) wordt Joseph Muylle aangezocht te zorgen voor een inbreng van een miljoen fiank, in ruil waarvoor de Brugse groep recht zou hebben op een beheerder ( Joseph Muylle ) en een c.ommissaris ( Joseph Schramme ). In 1929 werd hij door de Minister van Kolonieën voorgedragen als beheerder van de American Congo Company, een portefeuillemaatschappij met een filiaal te Brussel. In 1934 werd Joseph Schranme beheerder van de Compagnie des Bois et Plantation du Kasai ( Ciboplanka) en Cominex, in 1939 secretaris van het Crédit Générale du Congo " Nochthans, ", zo besluit Lieven Verstraeten, " mag het belang van dit alles niet overschat worden. Het betreft meestal kleinere rnaatschappijen die de crisis van de jaren '30 niet overleefden, zodat die propaganda voor Congo niet gezien moet worden als een veiligstellen van de eigen belangen, dan wel als ingegeven, vanuit hun nationalistisch denken, door de overtuiing dat Congo voor België tastbare voordelen kon opleveren. Daarmee weze niet gezegd dat in de koloniale topkringen dat eigenbelang geen voorname rol speelde in de koloniale propaganda "

 

U kan deze licentiaatsverhandeling hier volledig vinden in pdf formaat

 

 

Boek Jean Schramme : Le Bataillon Leopard

 

 

«Le Bataillon Léopard, souvenirs d'un Africain blanc» est le colonel Jean Schramme (1929-1988) qui nous raconte sa propre histoire.

Le colonel Jean Schramme n'est pas un militaire de carrière en mal de baroud, mais un planteur, venu au Congo à l'âge de 18 ans, où il dirige une plantation; ses employés y sont bien traités, il apprend le swahili, et forme une milice à ses ordres. Malgré les remous de l'indépendance du 30 juin 1960, il abandonne sa plantation, mais ne quitte pas le pays, il prend part presque malgré-lui, avec sa milice, à la lutte armée contre l'anarchie et la rébellion. De la sécession katangaise aux combats contre les redoutables Simbas, son unité, le commando Kansimba, devenu le fameux Bataillon Léopard, s'est trouvé partout où se jouait le sort du Congo. En 1967 il participe au coup d'état de Moïse Tshombé contre Mobutu avec les mercenaires de Bob Denard. Le putsch échoue, l'auteur fait retraite à Stanleyville puis à la frontière rwandaise vers Bukavu, qu'il occupe le 10 août. Du 29 octobre au 5 novembre 1967, ses troupes affrontent l'armée nationale congolaise très supérieure en nombre. Le colonel Jean Schramme se réfugie au Rwanda et dissous son armée. L'auteur en racontant ici sa propre aventure, écrit du même coup le chapitre le plus étonnant de l'histoire de l'Afrique actuelle. Ce que le livre ne dit pas, c'est que l'auteur et certains de ses adjoints, retournent en Belgique le 28 avril 1968. En 1986 accusé d'avoir tué un homme d'affaires, il échappe à la justice Belge et s'enfuit au Brésil où il y meurt en 1988.

Quelques titres des chapitres : 1) L'indépendance : Le Congo à 18 ans ; Mon domaine de Bafwakwandji ; L'anarchie au pouvoir ; La sécession de Tschombé ; Défense d'Elisabethville ; Création du commando Kansimba ; L'agonie du Katanga libre ; 2) La pacification : Renouveau à Léopoldville ; La libération de Kabambaré ; L'embuscade de Mazomeno ; Vers un nouveau secteur ; La conquête du Nord-Maniéma ; Progression vers le fleuve ; Une situation tendue ; Le drame du régiment Baka ; 3) Le soulèvement : Le printemps des complots ; Promesses de renfort ; Opération sur Stanleyville ; Marche vers Bukavu ; Un ordre : Tenir sur place !; La dernière bataille ; 4) Annexe : Proclamation du colonel Monga.

Edité aux éditions Robert Laffont en 1969. Couverture carton souple glacé à rabats, illustré du portrait du colonel Jean Schramme. Nombreuses illustrations photographiques, cartes et plans. Ouvrage en excellent état. 356 pages, table des matières comprise.