SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

Zoals de zee een zandkasteel

door © Jessy Maesen

Mijn geprefereerde boeken van de auteur :
1 - Zoals De Zee Een Zandkasteel
2 - Een boom voel ik mij
3 - De ivoren Toren

Biographie Jessy Maesen:

Ik werd geboren op 22 november 1949, studeerde Romaanse filologie aan de KUL, ben getrouwd met Roger Knaepen met wie ik drie kinderen heb en woon sinds 1999 in Heers. Toen ik vier jaar was, vertrok ik met mijn ouders naar Congo. Daar leerde ik schrijven en lezen… in het Frans. Er ging een wereld voor mij open: lezen en schrijven werden een dagelijkse bezigheid. Ik had er echt nood aan om mijn eigen wereld te 'herscheppen'.

Maar al die schrijfsels van me belandden steevast in een la. Tot mijn echtgenoot en kinderen mij vroegen waarom ik in het Frans bleef schrijven. Daar was ik nog nooit blijven bij stilstaan. En toen ben ik beginnen vertalen wat ik had geschreven kort nadat we in 1960 uit Congo terugkwamen: mijn herinneringen aan mijn kinderjaren (dus geen fictie).

Het resultaat vonden de kinderen zo interessant dat ik daar een roman (wel fictie dus) van heb gemaakt en op hun aandringen heb ik die tekst naar de uitgeverij Zuid & Noord gestuurd.

Zo werd in 1994 mijn eerste boek geboren: 'Zoals de zee een zandkasteel'.

In 1996 volgde, bij dezelfde uitgeverij, 'Incubi', een wat mysterieus verhaal over mensen die energie aftappen bij hun medemensen. In 1999 gaf Zuid & Noord mijn 'Een boom voel ik mij' uit, een incestverhaal geïnspireerd door het dagboek van een van mijn leerlingen.

In Antwerpen, waar we destijds woonden, staat een huis dat me toen fel intrigeerde.

In 1997 'infarcteerde' (zo zeggen dokters dat!) Roger.

Dat accident en dat huis zijn het vertrekpunt geweest voor de roman 'De ivoren toren' die in 2001 verscheen.

In 2004 verscheen 'Marraine', mijn herinneringen aan mijn grootmoeder, een bewerking van een tekst die ik 1983 in het Frans schreef vlak na haar overlijden.

Tussendoor, in 2000, heb ik samen met anderen (waaronder onze zoon Hendrik) een bundel korte verhalen en gedichten uitgegeven: 'Tropengeur en regenbogen'.

In 2007 verscheen bij Free Musketeers 'In de schaduw van de moerbeiboom' een verhaal geïnspireerd door het prachtige Haspengouw, de streek waar ik woon sinds 1999. En in 2009 kwam bij dezelfde uitgever 'Bruce, 17 maanden uit mijn leven' uit, geschreven in samenwerking met mijn zus Bie: het dagboek van haar kater.

Alle boeken van Jessy Maesen
0

Auteur : Jessy Maesen

THUIS

- Ga maar spelen op het gazon, had Oma gezegd. Het gazon, dat was vlak achter het huis, en daar viel niet veel te beleven.

Maar verder, achter de moestuin, daar was ook een grasperk, het bleekveld zoals Oma en mama het noemden. Dat was verboden terrein, Josepha wist het wel, maar aan de andere kant, gazon is gazon' Ze liep langs het paadje, tussen het wassend loof van de wortels en de aardappelen rechts en de tuin van Peter links. Daar was Gaby aan het studeren: ze wandelde het andere paadje op en af en bewoog haar lippen terwijl ze in een boek keek. Josepha bewonderde Gaby die al kon lezen.

Natuurlijk had ze soms zoveel werk dat ze niet met Josepha kon spelen, maar dat vond het kleine meisje heel normaal. Daar kwam Peter, de papa van Gaby, net buiten. Die ging waarschijnlijk zijn duiven verzorgen.

- Dag Peter, riep Josepha

- Waar gaat onze kleine meid naartoe?

-'Wandelen met POP.

' t Beste was om maar niet te zeggen dat ze op weg was naar het bleekveld.

Er viel zoveel te ontdekken in en rond het huis sinds die dag dat ze zich had voelen wegglijden in die afgrond, sinds die dag dat ze had gevoeld dat ze leefde, ja leefde... en had beseft dat er heel wat te beleven zou vallen. Van voor die dag had ze enkel wazige herinneringen.

Sindsdien was alles zo duidelijk: de kamer van oma, haar eigen bedje, de keuken met de bruingele tegels tegen de wand; de kachel waarop Oma soep bereidde waarvan de weeë geur elke dag opnieuw het huis doordrong; de " goede kamer" waar je bijna nooit mocht komen, het washok waar het soms zo koud was dat ze er slechts gekleed als voor een wandeling binnenmocht; de veranda waar de waterpomp uitnodigde tot leuke spelletjes, de tuin en al die aangrenzende tuinen die tot in het oneindige elkaar opvolgden.

Daar was het bleekveld. Zoals de laatste keer dat ze er met mama geweest was, lagen er lakens op het gras. Heel grote, vierkante lakens die wit schitterden in de voorjaarszon.

- Dat is mijn huisje, besloot Josepha en legde pop op een hoek van het middelste doek. ze ging naast haar zittenen bewonderde al dat wit dat zo mooi afstak tegen het groen.

Eens was wit akelig geweest, die dag dat daarna alles zo duidelijk werd.

Een meneer helemaal in het wit was naar oma's kamer gekomen, waar Josepha in haar vertrouwde bedje lag. En die meneer had iets op haar gezicht geduwd, iets waartegen ze wel moest vechten, want ze kreeg er zo'n drukkend gevoel van in de buik. ze had proberen te roepen om mama, maar dat ging niet, en ze zwaaide dus maar met haar armpjes om die meneer weg te jagen. Iemand had haar toen met veel kracht doen stilliggen.

En daarna , terwijl ze nog steeds probeerde dat hoogst onaangenaam gevoel weg te ademen, had ze zich voelen wegglijden in een diepe put.

Toen ze weer wakker werd, zat Gaby bij haar bedje. En Josepha had plots het machtige gevoel gehad Josepha te zijn, Josepha die vanaf nu van alles zou meemaken. ze lag in de kamer van oma. En ze verwonderde zich dat ze die kamer, waar ze nochtans elke nacht sliep, nog nooit heel goed had bekeken.

- Blijf maar rustig liggen, had Gaby gezegd.

Mama komt zo bij je. Nu is je zere keel verzorgd. verzorgd? Nu deed ze pas pijn. Nou, dat was misschien een reden om straks geen soep te eten. op een tafel aan het raam stond een beeld van een meneer met een rare gele hoed op het hoofd. Zijn ene arm was naar voren gestrekt, met de andere wees hij naar een rode vlek op zijn wit, lang kleed onder de rode mantel. Vanuit de rode vlek op zijn borst vertrokken een hele boel gouden stralen. En zijn blonde haar was zolang, echt mooi. Als hij niet die baard had zou je gezegd hebben dat het een mevrouw was.

- Nee, blijf in je bedje, herhaalde Gaby alsmaar.

Waarom moet dat nou ? had Josepha gedacht. Het zijn mijn benen niet die pijn doen, en ik wil die pop van dichterbij bekijken. Maar over die spijlen kon ze moeilijk kruipen en dus was ze maar vanuit haar bedje blijven kijken naar het mooie beeld. - Zo ben je braaf, had Gaby gezegd. En Josepha had pijn in de keel gevoeld, zo'n pijn!

- We zeggen dat jij ook een zere keel had, zei ze tegen haar pop, en legde een tip van het laken over het gelaat van het speelgoed. Nu draaide zij zelf een laken rond zich, zo was ze ook een witte meneer.

Daar was Pop bang voor. Zo, en nu deed ze het laken af en was ze weer de mama van Pop.

Het gelaat van Pop mocht weer vrij komen.

Wat was er toen gebeurd? Ah, ja, het heerlijkste wat ze ooit had meegemaakt. Niemand had gepoogd om haar soep te doen eten, integendeel, voor de eerste keer had ze ijs gekregen.

Eerst had het wat pijn gedaan, maar ze had het vlug leren waarderen, dat koude witte spul dat zo zoet smaakte als je er aan likte met het puntje van je tong.

- Pop krijgt ook ijs. Ze haalde een hoopje zand van het paadje, legde het op het laken.

Maar dat leek meer op een groentebrij dan op ijs.

- Blijf liggen, Pop, ik kom zo

Wat was het warm, zo in de zon ...Zou ze eerst haarjasje uittrekken?

Een heel karwei, maar het lukte haar.

Nog enkele uittreksels uit het boek klik op de linken hieronder

De afwezigen

De Vlucht

Jeugdbeweging