Achterblijven in Congo

Een drama voor de Congolezen ?

Boeken 2018

Ga naar boeken 2018

Achterblijven in Congo

Een drama voor de congolezen ?

Peter Verlinden : Het verloren Pardijs

Auteur : Peter Verlinden

ISBN nummer :

Uitgeverij : Uitgeverij Davidsfonds.

Prijs :

Biografie

Peter Verlinden (Duffel, 1957) is journalist voor de VRT-Televisie (Het Journaal, Terzake), gespecialiseerd in het Gebied van de Grote Meren in Centraal-Afrika (Congo, Rwanda, Burundi). Bijna tien jaar lang al brengt hij verslag uit vanuit de regio. Voor de VRT-Televisie volgde hij de afgelopen jaren ook ondermeer het geruchtmakende Rwandaproces en de Lumumbacommissie in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Bij Davidsfonds/Leuven verschenen eerder van hem: Kamelen, Emirs en Paleizen (1991), Hutu en Tutsi (1995) en Québec (1999).'

Gemengd bloed


‘Ik ben het levende bewijs dat er wel degelijk seksuele relaties bestonden tussen blanken en zwarten.’
Marie-Antoinette Dembo lacht smakelijk wanneer we naar haar familieverhaal vragen. We ontmoeten haar bij toeval op een populair terras in de binnenstad van Kinshasa. Oudere metisten – wordt in Congo meer gebruikt – vind je niet zo makkelijk hier.

Velen hebben in de woelige maanden rond de onafhankelijkheid gebruikgemaakt van hun ietwat bevoorrechte positie en zijn meestal met hun vader of uiterst zelden met hun moeder mee naar Europa vertrokken. Wie bewust achtergelaten werd, kreeg het even moeilijk als of soms nog moeilijker dan zwarte Congolezen om waardig oud te worden.

Eigenlijk is Marie-Antoinette een quarterone, zoals dat ook vandaag nog in Congo heet, voor een kwart blank. Eén grootvader was een Vlaming, getrouwd met een Congolese, heel uitzonderlijk in die vroege koloniale jaren. Ze heeft dus twee zwarte grootmoeders en is wellicht daarom dichter bij de Congolezen opgegroeid dan bij de blanken. Andere metiskinderen zweefden nog meer tussen blank en zwart en dan hing het van de familiesituatie af in welk milieu ze hun toekomst uitbouwden.

Marie-Antoinette is geboren in 1942. ‘Er waren toen weinig sen. De zwarten leefden apart van de blanken en van de sen. Wij hadden een speciale toestemming om overdag in de cité van de zwarten te leven en ’s avonds in de stad van de blanken te slapen.’

‘De meeste blanke ambtenaren wilden niet met een zwarte vrouw trouwen, omdat ze dan geen hogere graad meer konden krijgen in de overheidsdiensten. De handelaars trokken zich daar niets van aan. Zij leefden wel samen met zwarte vrouwen.’

De latere grote diamantbaas Jonas Mukamba moet niet lang zoeken naar pittige verhalen over intieme relaties tussen blank en zwart.

‘Toen ik bij het hof van beroep werkte, halverwege de jaren vijftig, heb ik het verhaal gehoord over de dochter van een gewestagent in Kikwit. Het meisje studeerde aan de universiteit in Brussel en was hier op vakantie bij haar ouders. Toen bleek ze zwanger te zijn. Iedereen dacht dat het van haar vriend in België was. Maar toen ze beviel, bleek het kind een se. De vader was de boy van de familie. Die vader, de boy dus, de moeder én haar kind werden gearresteerd.’

‘Bij het hof van beroep behandelden we ook veel echtscheidingen. Mijn baas, de griffier, was een echte vrouwenloper. En ook de voorzitter van het hof kon niet van de zwarte vrouwen afblijven. Ik moest hem zelfs helpen om zijn maîtresses te verstoppen voor zijn vrouw. Ik wist dus maar al te goed dat hij met andere vrouwen naar bed ging. En dat waren dan de mannen die ons zogezegd de beschaving kwamen brengen...’
‘Het gebeurde dat de echtgenotes van blanke mannen die vreemdgingen, dan maar een zwarte man namen. Zo zijn na de onafhankelijkheid sommige blanke vrouwen in Congo gebleven, getrouwd met een zwarte man.’

Jacques Bayaa, de chef coutumier uit Wamba, Oostprovincie, maakte als tolk bij het parket een wel heel uitzonderlijke rechtszaak mee. Een zwarte man kreeg een relatie met de vrouw van een Griekse handelaar.Tussen het Griekse koppel ging het heel slecht en de Congolese man en zijn Griekse minnares hebben dan samen de Griekse zakenman vermoord. Het is ook het enige geval dat Jacques gekend heeft, waarbij een zwarte man een relatie had met een blanke vrouw.

‘Een blanke vrouw die met een zwarte zou trouwen, die zou niet langer worden aanvaard door de blanken. Zij had de blanke huid vernederd. Zoiets zou veel commotie veroorzaken bij de blanken, maar ook bij de zwarten. De zwarte vrouwen zouden zich afvragen: “Waarom is hij met een blanke getrouwd?”

“Scheelt er soms iets met ons?” “Zijn wij niet goed genoeg?” Overigens zou ook de taal een obstakel vormen in de relatie. Een zwarte vrouw verstaat de familie van de zwarte man, een blanke vrouw niet, want die spreekt alleen Frans. Daarom ook heeft mijn familie mij altijd aangeraden om niet met een blanke vrouw te trouwen. Dat veroorzaakt alleen maar problemen voor de familie van de zwarte man. Een vrouw bij ons moet de taal van de familie spreken en de gewoontes kennen. Een blanke vrouw kan geen water halen en geen pundu plukken.’
Pundu zijn de blaadjes van de maniokplant. Het vergt een traditionele handigheid om de juiste blaadjes snel te plukken.

Anicette Tanga, de dochter van de oude metselaar en vroegere soldaat Alphonse Mafutu, heeft ons hele lange gesprek zwijgzaam geluisterd. Zo hoort het voor een dochter bij haar vader, en zeker wanneer hij oud en grijs geworden is. Maar wanneer de vragen persoonlijker worden, over de intieme relaties tussen blank en zwart in de koloniale tijd, wil ook zij haar hart luchten. Zij was een jong meisje in de vroege jaren vijftig.
‘Voor een zwarte vrouw was het best mogelijk om een relatie met een blanke man te hebben. Maar de Congolezen zagen ze dan wel als een hoer. Blanke mannen waren net leeuwen. Zomaar iets gaan drinken met hen, dat werd niet gedaan...’

‘Ikzelf? Ik heb me nooit kunnen aanpassen aan hun aanwezigheid. Ik voelde me niet op mijn gemak wanneer er blanke mannen in de buurt waren. De blanken hadden een meerderwaardigheidsgevoel, ze beschouwden de zwarten als minderwaardig. Maar neen, natuurlijk had ik geen blanke vrienden. De blanken waren bazen, geen vrienden. Wij zagen hen als vijanden. Er waren trouwens blanken die het niet aanvaardden dat andere blanken in de cité tussen de zwarten gingen wonen.’

Niet alle jonge meisjes van toen hielden de blanke mannen op een afstand. Marguerite Monzoyi, dochter van de kok van gouverneur-generaal Pétillon in de vroege jaren vijftig, en Madeleine Nzimbu, nu een vriendin in dezelfde cité van de hoofdstad, vertellen honderduit als we polsen naar hun ervaringen met blanke vrienden.Marguerite, dertien in 1955, zat op de lagere huishoudschool, ‘om te leren koken, het huishouden te doen, niet om daarna werk te vinden, wel om thuis te blijven en goed voor je gezin te kunnen zorgen.’
‘Het was toen goed mogelijk om uit te gaan met een mundele. We gingen samen dansen in Hotel Regina, hier in de stad. We amuseerden ons heel goed. Het was ook mogelijk als zwart meisje om een blanke vriend te hebben. Maar we moesten dat wel verstoppen. Een huwelijk, neen, dat kon niet.’

‘Ik ben getrouwd toen ik veertien was, met een zwarte man, en heb meteen mijn eerste kind gehad.’
Madeleine aarzelt om haar verhaal prijs te geven. Het is al donker geworden op het binnenterras in de cité. De eeuwige rumba uit de kapot gespeelde luidsprekers van de verschillende cafés op straat, de ene al luider dan de andere, overstemt haar gefluisterde woorden. Een mooie vrouw is ze, ook nu ze zeventig wordt. Ze moet ongetwijfeld een hele mooie vrouw zijn geweest.

‘Ik heb er een trauma aan overgehouden.’

De bekentenis, opmerkelijk Europees geformuleerd in zeer correct Frans, tegenover een nieuwsgierige blanke, jong genoeg om haar zoon te zijn, dat verrast.

‘Blanke mannen hadden dikwijls relaties met zwarte vrouwen. Ik heb een relatie gehad met een voetballer. Hij was mijn man, mijn blanke man. Hij heette Chérin. Maar voetballers zijn warhoofden, dromers, ze leven met hun hoofd in de wind. Daarom zijn we ook uit elkaar gegaan, nog voor de onafhankelijkheid. Ik hield ongelooflijk veel van mijn man. Maar hij begon te drinken.’

‘Sindsdien leef ik heel christelijk. Ik heb heel veel gebeden. Ik heb nooit meer een andere man gekend.’
René Nyoka, de man van het Hotel Mangrove in Moanda, sluit rustig en bedachtzaam de discussie over de verhouding tussen blank en zwart in de eerste helft van de jaren vijftig af.

‘Er heerste een soort apartheid. Een zwarte mocht bijvoorbeeld het Hotel Mangrove niet binnen. Als hij er samen met zijn blanke baas arriveerde, dan moest zijn baas voor hem binnen een biertje kopen en naar buiten brengen. Zo bleef dat tot halverwege de jaren vijftig. Na het bezoek van koning Boudewijn is die vorm van discriminatie snel verminderd.’

Praktisch
"Achterblijven in Congo. Een drama voor de Congolezen" van VRT-journalist Peter Verlinden verschenen bij Uitgeverij Davidsfonds

Boeken melden voor de lezers van congo 1960Uw boek melden in de rubriek boeken ?

Stuur een tekst van minium 2 pagina's A4 bij voorkeur in een word document.

Stuur ook een afbeelding van je cover en achterflap van je boek via mail naar : congo-1960.

Bericht voor de uitgevers en of auteurs.

 

Boeken congo 1960Heeft U een interessant boek gelezen ?

Stuur ons uw info en of link door via mail of sociale media.

Of stuur ons uw opinie over het boek en beveel deze aan aan onze lezer van de website.

mail : congo-1960

Dat is alles ..


Meer boeken van Peter ? [Link]


SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright |  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine