SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

Boek : TUSSEN VONK EN OMROEP

TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918Draadloze communicatie in België en Kongo

1900-1918

© Bruno Brasseur en Guido Nys

Wenst U m eer info ? Contacteer de auteurs

Over de auteurs:

Foto : Pierre Braillard, zoon van Raymond, en de auteurs te Parijs, tijdens een van hun zoektochten.

Bruno Brasseur en Guido Nys Guido Nys. Via zijn opleiding als burgerlijk ingenieur elektronica en de radiohobby van zijn vader geraakte hij geïnteresseerd in oude radio's, en later in de geschiedenis van de radiotechniek. Eerst schuimde hij de rommelmarkten en het internet af naar oude documenten. Het idee kwam op om over deze geschiedenis een boek te schrijven. Na contact met Bruno Brasseur ontstond het idee om samen te werken. Nu werden vooral gedurende zes jaar Belgische en Franse archieven bezocht en leerden we Pierre Braillard kennen, de zoon van Raymond. Voor hem was deze zoektocht een werkelijk avontuur, dat uitmondde in dit boek.

Bruno Brasseur. Bouwde zijn eerste lampenversterkertje bijna 40 jaar geleden (werkt nog uitstekend). Was werfleider in de sector industriële dakbedekkingen en metalen bekledingen. Hij volgde een elektronica-opleiding met cursussen van Eurelec en Dirksen. Later werd hij zendamateur (ON4CFN) en daarna vele jaren secretaris van het Olens radiomuseum, waar hij in 2005 een eerste bericht las over de radioconcerten van Laken. De trein was vertrokken, zijn boek "Hallo, hallo, hier radio Laken…" verscheen in 2010. De samenwerking met Guido Nys was al enkele jaren gestart. Voor hen beiden was de constante zoektocht zo boeiend omdat de hele geschiedenis nog moest opgebouwd worden. De Belgische radio start vanaf nu niet meer in 1930, noch in 1923, maar in 1914!

Inleiding.

Achtentwintig maart 2014 is een heuglijke datum: we vieren 100 jaar radio!

Radio Laken zond juist geteld 100 jaar geleden een radioconcert uit, dat tot in Parijs, op de installatie van de Eiffeltoren ontvangen werd. En dat zonder radiolampen, de voorlopers van de beter bekende transistors, waarmee voldoende modulatieversterking kon verkregen worden. En met een zender die nog een boogzender was, t.t.z. een soort vonkenzender. Met als gevolg niet al te zuivere golven.

Kwaliteit was het dus niet. Maar het was herkenbare muziek. Dat vertelden toch de Franse kranten.

Een gegeven dat lange tijd onbekend en ook wat stiefmoederlijk behandeld werd. Niet moeilijk, als zelfs historici na de zeventiger jaren nog terecht moesten spreken van "een braak terrein", en dat "het volledige bronnenmateriaal niet onderzocht kon worden omdat het nog eerst moest opgespoord worden" (i). En ook dat je de bestaande publicaties over radiogeschiedenis "op je tien vingers kon tellen" (ii).

Hoe langer men wacht met grondig onderzoek, hoe minder te vinden is. Na 100 jaar wordt het tijd om op stap te gaan. Het boek dat Guido Nys en ikzelf aanbieden is het bewijs dat nog raadpleegbare bronnen aanwezig zijn, hoewel nog hiaten in het verhaal blijven bestaan. Hoofdreden van dit laatste is deels te vinden in de vernietiging van materieel en archieven bij het binnenvallen van de bezetter in 1914.

Het resultaat van een eerste poging was mijn boek "Hallo, hallo, hier radio Laken…", dat ik uitgaf in 2010. Het opzoekingswerk van de paar jaren vóór het verschijnen gebeurde met de hulp van Guido Nys. Daarna zijn we blijven samen zoeken, en dit bracht zoveel nieuw materiaal aan het licht, dat de nood aan een uitbreiding van het boek zich opdrong. Zonder dralen kozen we voor een blijvende samenwerking in een gezamenlijke uitgave (Guido dacht ook al langer aan de uitgave van een boek). Met veel moeite en de nodige stress hebben we dit net klaar gekregen, 100 jaar na de concerten van Laken.

Nieuw materiaal werd tot de laatste minuut gevonden.Ik geef een paar voorbeelden: De krant "Le Soir" van 30 maart 1934 gaf bij de eerste herdenking van de Lakense concerten een interview van Robert Goldschmidt (Belgische radiopionier die uitvoerig aan bod komt in dit boek), waarbij deze vertelt over een film uit 1913, "Le Diamant Noir". In eerste instantie niets te maken met de radiotelegrafie, zo denkt men, ware het niet dat bepaalde scènes uit de film opgenomen werden in de fameuze villa Lacoste, waar de Lakense apparatuur zich bevond. Goldschmidt (hoofdstuk III) vertelt dit uitvoerig, en hij vermeldt dus ook dat een aantal marconisten, zowel zwart als blank, in de film acteerprestaties leverden.

Wel, gedurende 100 jaar is bij niemand de gedachte opgekomen onderzoek te doen naar die film.

Guido Nys heeft dat wel gedaan, met succes: het boek bevat een CD waarop enkele scènes te bewonderen zijn van werkende toestellen, opgesteld in de villa Lacoste!

En vlak vóór het boek ter perse ging vond Guido een verloren gewaand dossier van Georges Gourski, voormalig directeur-generaal van de technische diensten van de R.T.B./B.R.T. De heer Gourski interviewde in 1968 pionier De Rycke, sinds 1912 aanwezig bij de gebeurtenissen te Laken. De nota's van het interview, zeer interessant op zich, waren vergezeld van allerhande schetsen, die veel aan het licht brachten.

Het boek beslaat twee delen. Het eerste deel geeft een resumé van de eerste Belgische activiteiten op gebied van radiotelegrafie, direct uitgebreid gevolgd door de verdere activiteiten tot aan de grote oorlog. We hebben het hier vooral over de gebeurtenissen te Laken en in Belgisch-Kongo. We maken kennis met onze grote pioniers: vooral Robert Goldschmidt en Raymond Braillard, maar ook Albert Wibier, Paul De Bremaecker, Marzi, en nog vele anderen. Deze onderwerpen kwamen al ter sprake in mijn eerste boek, maar worden nu veel uitgebreider behandeld door de nieuwe vondsten, en aangevuld met een grote hoeveelheid prachtige, bladvullende foto's, afkomstig van originele glasplaten.

In het tweede deel heeft Guido het over het Belgisch leger, vóór en tijdens de grote oorlog. Hij beschrijft ook het verhaal van het gebruik van radiocommunicatie aan het Belgisch front, in Kongo, in de enclave Baarle-Hertog, en het radiocentrum te Calais. Vóór de oorlog was er een tweestrijd tussen Marconi en Telefunken voor het leveren van materiaal. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, maakte men in het begin gebruik van de 3 zendposten van het leger, aangevuld met toestellen van de school van Laken. Men betrok ook posten uit Frankrijk (S.F.R., Frans leger) en uit Engeland (Marconi). Radiocommunicatie werd toegepast voor persberichten, communicatie tussen en in de legereenheden, tussen de loopgraven en de vliegtuigen, en voor het afluisteren en lokaliseren van de vijand. In 1915 trok men laboratoria en werkplaatsen op in Calais (Frankrijk), waar de buitenlandse posten werden geëvalueerd, en door het Belgisch leger radioposten werden gebouwd. We volgen de koloniale troepen in Kongo in hun optocht naar Tabora, met hun mobiele en vaste communicatie. Daar de technologie van radiocommunicatie in het leger als strategisch en geheim werd behandeld, kan men weinig terugvinden in de civiele literatuur. Daarom moesten we terugvallen op de archieven van het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis te Brussel en het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika te Tervuren. Hier hebben we uitgebreide dossiers gevonden, met prachtige oude foto's van 100 jaar en meer.

Vanwaar nu de keuze van de titel "Tusen vonk en omroep"? Eigenlijk slaat dit op het voornaamste thema uit het boek: de ontwikkeling van point-to-point radiotelegrafie-uitzendingen, met coherer en de vonken op een klos van Ruhmkorff, naar telefonie-omroepuitzendingen, gericht naar "Mr everybody", zoals R. Braillard het zo mooi zegt.

Zelfs al werd het woord "omroep" slechts uitgevonden in 1922 (zie p 203), en zelfs al was er origineel geen omroepintentie, verdienen de Lakense gebeurtenissen toch het "omroeplabel".

Maar zoals u hierboven leest, merkt u dat de "kleine Belg", buiten het thema "omroep", nog veel meer in zijn mars had!

De auteurs, Guido Nys en Bruno Brasseur.

(i) Johan Putseys, Radio en politiek, Verkenning van het medium radio in België (1900-1933), scriptie, Leuven, p x2, 1984.
(ii) Wilfried Bertels, Die dingen behoren allemaal tot het verleden, geschiedenis van de omroep in België, scriptie, p 8, 1972.

Hoofdstuk 1

1. Voorgeschiedenis.

Afb. 1-1, James Clerk Maxwell

TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918 - James Clerk MaxwellDe man die, naast zijn talent voor het experiment, ook nog een commerciële gave bezat, Guglielmo Marconi) (1) , wist de radiotelegrafie een enorme uitbreiding te geven, en zal in ons Belgisch verhaal regelmatig een rol spelen. In 1894 begon hij reeds met zijn proefnemingen. In maart 1899 seinde hij over het kanaal van Dover naar Wimereux en in 1901 geraakten zijn seinen over de Atlantische Oceaan (de drie punten van de letter S) (2) Marconi, van rijke afkomst, kwam op het juiste moment op het wetenschappelijk en industrieel toneel en al snel genoot hij een uitzonderlijke faam. Hij was de perfecte manager, sloot monopolie-contracten af, en nam op alles internationale patenten. We zullen verder zien welke invloed hij had op het ontstaan van de draadloze telegrafie in België.

Wat noemen we draadloze telegrafie?

We bedoelen hiermee het overseinen en ontvangen van morseberichten, met behulp van de elektriciteit, zoals reeds toegepast halverwege de 19de eeuw, maar dan niet over een draad, maar draadloos. Dus door de lucht, of "door de ether" zoals men het nog steeds zegt. Hiervoor waren dus geen draden meer nodig, maar toch wel een drager, namelijk de elektromagnetische golven, zoals bv het licht. Baanbreker hiervoor was James Clerk Maxwell (3) (afb. 1-1). Hij slaagde erin het bestaan van die golven wiskundig te voorspellen en samen te brengen in een allesomvattende elektromagnetische veldtheorie, die hij in 1873 beschreef in zijn werk "Electricity and magnetism". In vier hoofdvergelijkingen en enkele hulpstellingen kon hij de hele elektriciteitsleer afleiden, met inbegrip van de radiogolven. En dank zij Heinrich Rudolf Hertz (4) werden de theorieën van Maxwell in 1887 gedemonstreerd.TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918 - de testopstelling van Hertz. Links de excitator (klos van Ruhmkorff met vonkenbrug), in het midden de resonator. Tekening J.B. Lanadet.

Afb. 1-2, de testopstelling van Hertz. Links de excitator (klos van Ruhmkorff met vonkenbrug), in het midden de resonator. Tekening J.B. Lanadet.

Hij gebruikte hiervoor een “excitator” en een “resonator”. De eerste was de zender, en die bestond uit een klos van Ruhmkorff (5) . Deze klos, een transformator waarbij het primaire circuit, een eerste draadwikkeling met dikke draad en relatief weinig draadwindingen, op een laagspanningsbatterij aangesloten was. Het secundaire circuit, met zeer dunne draad en tienduizenden windingen, was aangesloten op een vonkenbrug. Voor deze brug gebruikte Hertz een paar horizontale staven met op de uiteinden twee kleine en twee grote metalen sferen. De grote sferen dienden als condensators voor  opslag van de ladingen, en bij systematische onderbreking van de primaire spanning traden vonken op tussen de tegenover elkaar geplaatste kleine sferen. Een triller onderbrak met hoge snelheid (bv 20 x per seconde) en met tussenpozen de verbinding tussen batterij en de primaire van de klos. De onderbrekingen  van de primaire veroorzaakten namelijk inductieve spannings-opflakkeringen in de grote secundaire wikkeling. Die spanningen waren dan zo groot dat ze in de vorm van vonken aan het uiteinde van de secundaire bij de kleine bollen oversloegen. Deze vonken veroorzaakten “gedempte” elektromagnetische golven die werden opgevangen door de resonator, de ontvanger (zie afb. 1-2), bestaande uit een koperen staafje, omgebogen in de vorm van een lus, met een zeer kleine opening tussen de uiteinden. De grootte van de opening kon geregeld worden. De lus moest een bepaalde afmeting hebben om “in resonantie” te zijn met de excitator. In dat geval kon men tijdens de werking van de excitator kleine vonken waarnemen tussen de uiteinden van de lus. Het waren natuurlijk zeer zwakke vonkjes, en het moest donker zijn om ze op te merken. Verder deed hij proeven waardoor hij dezelfde kenmerken vaststelde als die van het licht (o.a. snelheid, reflectie). De theorie van Maxwell was hiermee bewezen.

Die resonator van Hertz was echter goed voor een laboratorium, maar voor de ontwikkeling van de draadloze telegrafie was er meer nodig. Daarvoor zorgde Edouard Branly (6) . Deze Franse geleerde ontwikkelde een bruikbaar systeem om vonken aan te tonen en stelde hiervoor in 1890 te Parijs zijn “radioconducteur” voor aan de Franse “Académie des Sciences”. Het betrof een glazen buisje, gevuld met ijzervijlsel. Het werd in serie geschakeld met een batterij en een galvanometer. De weerstand van het vijlsel was aanvankelijk zeer hoog, maar wanneer in de buurt een vonk optrad werd die weerstand blijvend tientallen keren kleiner, zodat de meter een aanwijzing kon geven. Om de hoge weerstand terug te bekomen moest men een tikje geven tegen het glazen buisje. Een praktische “detector” was geboren, die het zou volhouden tot in de 20ste eeuw. De eerste jaren werd dus uitsluitend met de “radioconducteur” als detector geëxperimenteerd. Sir Oliver Lodge (7) noemde het buisje “coherer”, naam die ook algemeen overgenomen werd. Hij bracht een mechanisme aan, door een uurwerk aangedreven, waarmee een hamertje constant tegen het buisje tikte. De Rus Alexander Popoff (8) verbeterde de “decoherer” van Lodge: wanneer de coherer in geleiding gebracht was, werd automatisch een ander circuit ingeschakeld met een elektrische bel, waarvan het klepeltje telkens een tikje gaf tegen het glazen buisje van de coherer (afb. 1-3).

Hoe werden berichten nu uitgezonden en ontvangen?

TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918 - de verbeterde opstelling van Popoff, met hamertje kloppend op de coherer van Branly. Tekening J.B. Lanadet). Afb. 1-3, de verbeterde opstelling van Popoff, met hamertje kloppend op de coherer van Branly. Tekening J.B. Lanadet).

Een seinsleutel werd in serie geplaatst met de primaire van de klos van Ruhmkorff. Bij het indrukken van die sleutel startte een trillersysteem vóór de klos zoals bij een oude voordeurbel. De uitzendingen gebeurden in morse. Kort op de sleutel drukken gaf een klein aantal trillingen en weinig vonken in de vonkenbrug en vertegenwoordigde een  punt (zie afb. 1-4). Langer op de sleutel drukken was dan goed voor een streep. De vonkenbrug stond langs één zijde in verbinding met een antenne en langs de andere zijde met de aarde. De elektromagnetische golven ontsnapten zo langs de antenne de ruimte in. De coherer reageerde zoals gezegd op die golven, en stond in verbinding met een morseschrijver, die op een papieren lint de morsetekens opschreef. 

 
TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918 - De vonken over de klos van Ruhmkorff. Foto A. CoeckelberghsAfb 1-4 : De vonken over de klos van Ruhmkorff. Foto A. Coeckelberghs.

Zo ver stond de wetenschap tegen het einde van de 19de eeuw. Maar het wetenschappelijk onderzoek hierover heeft zich uiteraard niet beperkt tot de experimenten van genoemde vorsers. Wetenschappers als Davy, Arago, Henry, Kirchhoff, Bunsen, Kelvin, Volta, Oersted, Ampère, Faraday, Hugues, Rosenschöld, Calzecchi-Onesti, Bose, Tesla, Righi, Preece, Slaby, en nog vele anderen hebben bijgedragen tot de kennis die geleid heeft naar de ontwikkeling van de dynamische elektriciteit en de draadloze telegrafie. Uitweiding hierover maakt echter geen deel uit van dit boek. Ook niet het feit dat het groot aantal vorsers reden was voor misverstanden, jaloezieën en zelfs processen onderling.

Men kan stellen dat de radiogeschiedenis begint bij Maxwell, die dan ook de wiskundige vader van de radio kan genoemd worden. De Franstalige afkorting “T.S.F.” of “TSF” voor “télégraphie sans fil” (draadloze telegrafie) kwam in voege rond het tweede decennium van de 20ste eeuw. Nog later stond T.S.F. voor “téléphonie sans fil”.

Verdere ontwikkeling in België.

In 1898 was het grote publiek nog weinig op de hoogte van de nieuwe communicatieontwikkeling. Er was zelfs nog geen elektriciteit bij de dorpsgezinnen aanwezig. Dat begon pas enkele jaren na WO I. "Vonken"-literatuur is zo goed als onbestaande.

Maar al snel verschijnen krantenartikels. Onderzoekers, ook in België, tonen interesse. Een  voorbeeld hiervan is A. Della Riccia (9), luitenant van de Italiaanse Genie, die vertelt over zijn opstellingen van het Marconisysteem in het elektrotechnisch instituut Montefiore (10) te Luik, waar hij afstudeerde. In opdracht van professor Eric Gérard, eerste directeur van het instituut, zou hij de verantwoordelijkheid nemen voor de constructie van demonstratietoestellen van de “telegrafie zonder lijnverbindingen”. Bedoeling was ook het verkeer te testen binnen een stad.

Zender en ontvanger waren ca 300 m van elkaar verwijderd. Er werd uitgezonden op 40 m, 8 m en 2 m. (de golflengte werd vroeger in m uitgedrukt (lengte van één golf). Later begon men over de frequentie van de golf te praten. Hoe groter de frequentie, hoe kleiner golflengte. Dit wordt later nog behandeld). Alle ontvangsten waren geslaagd.

Van januari tot maart 1901 experimenteerden Guarini (11), een Italiaanse ingenieur,  en de Belgische luitenant Poncelet (12) met draadloze telegrafie over land. Marconi had over zee reeds een afstand van 50 km bereikt, maar de hindernissen over land veroorzaakten nogal wat problemen. Men had wel al begrepen dat over land de infrastructuur van de radiotelegrafie minder kostelijk zou uitvallen dan die van de klassieke draadtelegrafie Raymond Braillard  zou later in Belgisch-Kongo aantonen dat die kosten bijna zeven maal kleiner waren) (13).

Guarini dacht nu aan een systeem om grote afstanden te overbruggen door het inzetten van een aantal kleine automatische tussenstations (“repetitors”). In 1899 had hij al een brevet aangevraagd voor zijn repetitor. Luitenant Poncelet van zijn kant kon de interesse van het leger opwekken voor Guarini en de testen die deze van plan was uit te voeren.

Guarini plaatste een zender op de Congreskolom te Brussel, een repetitor of relais op de St.-Romboutstoren te Mechelen en een ontvanger op de O.L.V.-kathedraal te Antwerpen. Zender en ontvanger werden nog van plaats verwisseld. Volgens Guarini en Poncelet was het experiment een absoluut succes. Niet alle signalen die vanuit Brussel zonder repetitor uitgezonden waren bereikten Antwerpen, maar al wat langs de repetitor passeerde werd in Antwerpen ontvangen. De repetitor was dus 100% betrouwbaar. Maar ondanks de moed van deze twee pioniers is er van de repetitor niet veel in huis gekomen.

Dit hoofdstuk kan verder gelezen worden in het boek :

"Tussen vonk en omroep" van Bruno Brasseur en Guido Nys.

Voor beter begrip geven we hier een resumé:
Ondertussen was Marconi er in geslaagd een demonstratie van draadloze telegrafie te geven in het paleis van de koning, in aanwezigheid van tientallen notabelen. De interesse van koning Leopold was gewekt. Hij wou onderzoeken of dit systeem een oplossing zou kunnen bieden voor de moeilijke communicatie in "zijn" Kongo-Vrijstaat, maar Marconi kon hem overtuigen van eerst testen te doen over zee (geen hindernissen voor de transmissies). In villa "Les Pavots" te De Panne werd een zender en een ontvanger opgesteld, en eenzelfde inrichting op de mailboot "Princesse Clémentine". Seinen werden in november 1900 succesvol overgebracht van schip naar wal en omgekeerd, tot op een afstand van meer dan 100 km. Toestellen werden geplaatst op alle mailboten. De hoofdzender van De Panne werd verplaatst naar Nieuwpoort, en vanaf 4 maart 1904 mocht het publiek te Nieuwpoort persoonlijke boodschappen versturen, van en naar de schepen. Dat was een primeur voor België! Lt. Paul De Bremaecker, ingenieur en afgevaardigde van het Belgisch Marconi bedrijf tijdens de testen van De Panne, zou dan de experimenten gaan doen in de Kongo-Vrijstaat.

Ga naar hoofdstuk 2

01 Guglielmo Marconi (1874-1937), Italiaans onderzoeker, was de eerste die op wereldschaal succes boekte op het gebied van de draadloze telegrafie.

02 Guglielmo Marconi (1874-1937), Italiaans onderzoeker, was de eerste die op wereldschaal succes boekte op het gebied van de draadloze telegrafie.

03 James Clerk Maxwell (1831-1879), Schots natuurkundige, natuurfilosoof en buitengewoon wiskundige, beroemd om zijn wiskundige wetten van het elektromagnetisme. De eenheid van magnetische flux kreeg in het cgs-stelsel de naam Maxwell (1 Mx). Tegenwoordig werken we met het MKSA-stelsel, waarin 1 Wb (Weber) = 100 miljoen Mx. Het cgs-stelsel mag al lang niet meer officieel gebruikt worden.

04 Heinrich Rudolf Hertz (1857-1894), Duits natuurkundige, bewees de theorie van Maxwell, door elektromagnetische golven voort te brengen, ze te detecteren en te meten. De eenheid van frequentie voor periodieke verschijnselen wordt naar hem genoemd: 1 Hertz (Hz) is gelijk aan 1 trilling per seconde.

05 Heinrich Daniël Ruhmkorff (1803-1877), Duits natuurkundige en werktuigkundige, verbeterde in 1851 de inductieklos door meer draadwindingen en betere isolatie.

06 Edouard Branly (1844-1940), Frans geneesheer en vooral natuurkundige, uitvinder van de coherer (zo genoemd door Lodge). Reeds anderen hadden hierop onderzoek verricht, doch Branly was hier vermoedelijk niet van op de hoogte.

07 Sir Oliver Lodge (1851-1940), Engels natuurkundige, deed veel onderzoek gesteund op de proeven van Hertz. Hij hield hierover een voordracht voor de Royal Institution te Londen. In 1898 nam hij een patent over het resonantieverschijnsel. Het behelsde een regelbare inductieklos waarmee zender en ontvanger op elkaar konden afgestemd worden.

08 Alexander Stepanovitch Popoff (1859-1906), Russische pionier op radiogebied.

09 Angelo Della Riccia, « Les ondes électro-magnétiques et la télégraphie sans fil », Liège, p 119, 1898.

10 Instituut Montefiore: departement van de elektrische techniek en computerwetenschap van de universiteit van Luik. Gesticht in 1883 door de mecenas George Montefiore-Levi, mijningenieur, na de "Exposition Internationale d'Electricité" van 1881 te Parijs. Een der eerste scholen voor elektrische techniek ter wereld, en een van de weinige in België waar men rond de eeuwwisseling de nieuwe wetenschap van de draadloze telegrafie kon bestuderen.

11 E. Guarini-Foresio (afgestudeerd op Montefiore) schreef verschillende artikels over de T.S.F. – o.a. in "La Nature" – en dacht al twee jaar vroeger aan zijn repetitor : « Répétiteurs ou relais pour la télégraphie sans fil à toutes distances », in « Télégraphie électrique sans fil – répétiteurs », 1899.

12 Fernand Poncelet, maakte carrière in de artillerie waar hij in 1901 luitenant was in het fort van Namen. Een uitgever met de naam Poncelet gaf het hiervoor genoemde boek (1899) van Guarini uit. Vermoedelijk kenden zij elkaar dus al langer.

13 Ingenieur Raymond Braillard vertelt uitvoerig over het Kongo-avontuur in het boek "La télégraphie sans fil au Congo Belge, une oeuvre du Roi" dat hij in 1920 uitgaf met Robert B. Goldschmidt. Verder meer hierover.

Vervolg : Ga naar hoofdstuk 2

Wenst u meer informatie en het boek te kopen of contact te nemen met de auteur ?

Bruno Brasseur, rua do Vale 11, Carrascal 2460-605 (Aljubarrota), Portugal.
Tel: 00351/916 587 069.
Nieuw email-adres: bruno.brasseur.pt@outlook.com

Lees ook het artikel verschenen in Cahiers d'histoire de la radiodiffusion.

DE LA T.S.F. AU CONGO BELGE ET DE L'ÉCOLE PRATIQUE DE LAEKEN AUX CONCERTS RADIOPHONIQUES

"Cahier d'Histoire de la Radiodiffusion"

De la T.S.F. au Congo-Belge et de l'école pratique de Laeken aux concerts radiophoniques.

Cahiers n° 118 d’ Histoire de la Radiodiffusion

2013 : Dossier établi par Bruno Brasseur, Pierre Braillard et Jean-Jacques Ledos