SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

Boek : TUSSEN VONK EN OMROEP

TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918Draadloze communicatie in België en Kongo

1900-1918

© Bruno Brasseur en Guido Nys

Wenst U m eer info ? Contacteer de auteurs

Hoofdstuk 3

Robert Benedict Goldschmidt.

TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918 - Robert Benedict Goldschmidt. Privé archief.
  Afb. 3-1c Robert Benedict Goldschmidt. Privé archief.

Korte biografie.

Robert-Benedict Goldschmidt, geboren te Brussel op 8 mei 1877 (65) (afb. 3-1c) is een spilfiguur in de Belgische radiotelegrafie en –telefonie tot enkele jaren vóór zijn overlijden te Villeneuve-Loubet (France, Alpes-Maritimes) op 28 mei 1935. Zijn ouders waren Benedict Goldschmidt en Marie Woog. Hij werd Belg bij recht van voorkeur en huwde Gabrielle Philippson bij wie hij vijf kinderen had. Zijn vader was van rijke afkomst en was zelf een van de bazen van de maatschappij "Goldschmidt Frères" die volgens de familie treinsporen verhandelde, en die zelf een bank bezat. Robert deed zijn middelbare studies aan het Koninklijk Atheneum van Brussel. Hij was zeer intelligent, maar nogal wispelturig, en van laatste van de klas werd hij plots eerste. Bij een werktuigkundige te Namen leerde hij met zijn handen werken, en vertoonde hij hierbij een zeldzame vaardigheid. Hij had zijn thuis verlaten en onderdak gevonden bij een zekere generaal Termonia.

Hij schreef zich in 1894 in aan de ULB en werd vier jaar later met grote onderscheiding Doctor in de Natuurwetenschappen (sectie Scheikunde). Op 14 februari 1902 verdedigde hij zijn speciale doctoraatsthesis scheikundige wetenschappen met als titel Over de verhoudingen tussen de ontbinding en thermische geleidbaarheid van de gassen. En op 6 januari 1906 werd hij "benoembaar" gesteld als professor aan de ULB. Niet in België, maar in Duitsland kreeg hij de leiding van een laboratorium van experimentele thermodynamica, met als titel wetenschappelijk raadgever. Zijn aanstelling werd voorgesteld door professor Walther Nernst (66) (afb. 3-2) . Vermoedelijk heeft Goldschmidt zijn thesis in 1902 opgesteld onder de leiding van Nernst.

TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918 - Eerste Solvay-conferentie eind 1911 in het hotel Metropole. Staand, eerste van links is R. Goldschmidt; onder hem, zittend: Walther Nernst. Foto Benjamin Couprie.
Afb. 3-2 : Eerste Solvay-conferentie eind 1911 in het hotel Metropole. Staand, eerste van links is R. Goldschmidt; onder hem, zittend: Walther Nernst. Foto Benjamin Couprie.

Rond die periode begon hij een populair museum voor Elektriciteit samen te stellen, waarover we verder even zullen uitweiden. Vanaf 1903 vinden we van hem een hele lijst uitvindingen, zoals Télégraphie et téléphonie sans fils spéciaux. Dispositifs utilisant pour la transmission des signaux les conducteurs d'un réseau électrique, interrupteur électrique à commande mécanique, anémomètre électrique, seismographe à enregistrement électrique, en nog vele andere. Tussen 1906 en 1908 werkte Goldschmidt met Paul Otlet (67). Samen hebben ze een nieuwe uitvinding, de microfilm voorgesteld. Hierop kon men zeer snel volledige bladzijden van gedrukte publicaties overbrengen en deze op een eenvoudige manier bewaren. Goldschmidt was voorstander van de internationale bibliografische classificatie die door Otlet voorgesteld werd. Het eerste Belgisch luchtschip, de "Belgique", staat ook op naam van Goldschmidt (afb. 3-3). Hij kreeg hiervoor de steun van Ernest Solvay (68). Zijn luchtdoop vond plaats op 28 juni 1909 te Watermaal-Bosvoorde. Deze soepele ballon, volledig geel gekleurd, was gevuld met 2.700 m³ water-stof, was 54,80 m lang en 9,75 m breed. De gondel onder de ballon had op zijn uiteinden twee schroeven die aangedreven werden door twee Vivinus-motoren van 50 Pk.

TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918 - e "Belgique". Expansion belge, p 468, aug. 1909
Afb. 3-3, de "Belgique". Expansion belge, p 468, aug. 1909.

Verschillende geslaagde vluchten werden uitgevoerd. Er volgde nog een "Belgique II" (4.000 m³) en zelfs een "Belgique III". Deze laatste was een verbeterde versie van de voorgaande en werd door Solvay en Goldschmidt op 12 september 1910 aan Koning Albert geschonken, die hem dan weer aan het leger overmaakte. Maar het bleef hier niet bij. Met het akkoord van Charles Liebrechts, secretaris-generaal van de Kon-go-Vrijstaat, leverde Goldschmidt in 1908 vrachtwagens, aangedreven door stoom, gestookt met hout: het onmenselijke dragerswerk van de zwarten zou hierdoor verlicht worden (afb. 3-4, foto niet beschikbaar). We vonden een Frans en Zwitsers patent die beiden reeds dateerden van 1904 (69). De vrachtwagens hadden een gewicht van 1.200 kg en konden 1,5 ton vervoeren. De proefnemingen slaagden, maar gezien het hout te veel plaats innam en het rendement veel te laag bleek, werd het project verlaten. Goldschmidt interesseert zich nu reeds enkele jaren voor de draadloze telegrafie, en zijn verhaal zal verder als een rode draad doorheen het onze lopen. Hij voerde tussen 1906 en 1908 testen uit (70) in samenwerking met de broer van zijn vrouw, Maurice Philippson (71), en Ernst Ruhmer (72) die eveneens verbonden was aan de universiteit van Berlijn. Verder in dit hoofdstuk weiden we hierover uit. Koning Albert maakte in 1909 een reis doorheen Belgisch Kongo (de Kongo-Vrijstaat werd op 18 oktober 1908 officieel door België overgenomen) en hij drukte op de noodzaak van een betere communicatie in de kolonie. Er waren wel telegraafkabels tot Coquilhatstad, maar Katanga, een belangrijke streek voor de economie, was zeer moeilijk te bereiken.

Na de suggesties van Georges Moulaert en de voorspraak van Generaal Jungbluth werd Goldschmidt aangesproken. Deze aanvaardde de opdracht om in de kolonie de draadloze telegrafie te installeren en tekende een contract van tien jaar. In 1912 was de verbinding Boma-Stanleystad-Elisabethstad een feit. Raymond Braillard had de technische leiding van de werken, luitenant Wibier was hoofd van de zending. Er zou nog een grote zender komen voor rechtstreekse verbinding met Kongo.

TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918 - de Netta, door de oorlog bestemd voor de campagne op het Tanganyikameer. Ze kreeg een bewapening die bestond uit een kanon van 37 mm en een mitrailleuse. Forum Belgian Navy (met toelating).
Afb. 3-5 de Netta, door de oorlog bestemd voor de campagne op het Tanganyikameer. Ze kreeg een bewapening die bestond uit een kanon van 37 mm en een mitrailleuse. Forum Belgian Navy (met toelating).     

Robert Goldschmidt heeft ook het gebruik van glijboten onderzocht. Hij bracht half juli 1914 drie "bateaux glisseurs" (glijboten), de "Netta" (afb. 3-5), de "Stéphanie" en de "Dicky" naar Leopoldstad. De "Netta", een 16-tonner, was voorzien om voor overneming getest te worden op de Stanleypool. Zij moest later zorgen voor een versnelde postdienst tussen Leopoldstad en Stanleystad. Zij heeft in de oorlog een belangrijke rol gespeeld tijdens de gevechten van de Tanganyika (73). Hij was ook de uitvinder van amfibieboten, bestemd voor omzeiling van versnellingen op de Kongostroom. De eerste proefnemingen hadden in 1919 plaats op het kanaal van Willebroek, in het bijzijn van koning Albert

(afb. 3-6 en 3-7, foto's niet beschikbaar).

Op het domein van het paleis van Laken, in de villa Lacoste, startte Goldschmidt voor de exploitatie van de Kongolese stations een school voor draadloze telegrafie, met als opdracht de vorming van telegrafisten (ook veel zwarten), het onderhoud en de montage van toestellen, antennes en gebouwen. Er zou een grote zender gebouwd worden voor rechtstreekse verbinding met Kongo.

De school kon voor de kolonie niet snel genoeg telegrafisten voorzien en Goldschmidt gaf Braillard opdracht proefnemingen te doen met draadloze telefonie. De testen, eerst met de stem, later met muziek, werden met grote verwondering door amateurs gehoord. Zij vroegen naar meer en weldra werden regelmatige muziekuitzendingen verzorgd, op 28 maart 1914 ingehuldigd door een radioconcert, speciaal voor de Koninklijke familie. Vermoedelijk werd België hierdoor de eerste omroeper van Europa… Maar deze gebeurtenissen zullen we verder uitvoerig behandelen.

Naast de school werd in 1912 een intercontinentaal station voor draadloze telegrafie opgericht. De signalen uit Laken werden vóór 8 oktober van dat jaar (74) in Boma gehoord, een afstand van 6.300 km! Het station was een der sterksten van de wereld. De oorlog brak uit in augustus 1914 en de Koning moest noodgedwongen toestellen en antennes laten afbreken. Tijdens de oorlog was Goldschmidt reservekapitein van de artillerie en kreeg hij te Parijs de leiding van de dienst der uitvindingen van het Belgisch leger. Volgens sommige bronnen stichtte hij later de "S.A. Société Indépendante de Télégraphie sans fil" (SIF) te Parijs en door dit bedrijf was hij ook aanwezig bij de stichting van de afgeleide "Société Indépendante Belge de Télégraphie sans fil" te Brussel (SIB). Bij de oprichting van de SIB waren Braillard, Wibier en Jamotte betrokken (75). Hij richtte op 13 oktober 1913 de Commission Provisoire Internationale de Télégraphie Sans Fil Scientifique op. Deze commissie groepeerde de beste specialisten ter wereld die instonden voor onderzoek naar de wetten van voortplanting der golven en het uitwerken van de gevestigde wetenschappelijke principes. In een tweede bijeenkomst in april 1914 werd het woord "provisoire" weggelaten en werd de naam afgekort tot T.S.F.S. Hieruit ontstond na de oorlog de Union Radio-Scientifique Internationale (U.R.S.I.).

1a De stand van het laboratorium van R. Goldschmidt, op de expo van 1910, geïnstalleerd in de afdeling hoger onderwijs van de Belgische wetenschappelijke sectie. Fascicules de l'Exposition de Bruxelles 1910, Le laboratoire popu populaire d'Electricité créé à Bruxelles par M. Robert Goldschmidt, p275, 1910 (Mundaneum).Het luchtschip "Belgique I " van R. Goldschmidt in het autosalon, 1909. Goldschmidt Robert, Navigation aérienne, Les aéromobiles, 1911. 

 Afb. 3-1a De stand van het laboratorium van R. Goldschmidt, op de expo van 1910, geïnstalleerd in de afdeling hoger onderwijs van de Belgische wetenschappelijke sectie. Fascicules de l'Exposition de Bruxelles 1910, Le laboratoire popu populaire d'Electricité créé à Bruxelles par M. Robert Goldschmidt,  p275, 1910 (Mundaneum).
 Afb. 3-1b Het luchtschip "Belgique I " van R. Goldschmidt in het autosalon, 1909. Goldschmidt Robert, Navigation aérienne, Les aéromobiles, 1911.       

      Dit hoofdstuk kan verder gelezen worden in het boek

"Tussen vonk en omroep" van Bruno Brasseur en Guido Nys.

Voor beter begrip geven we hier een resumé:

Goldschmidt was aanwezig op de wereldtentoonstelling te Gent in 1913 met toestellen van het drie jaar oude S.F.R. (Société Française Radio-Electrique). Hij werkte ook mee aan de studie voor de oprichting van het radiostation van Ruiselede. De uiteindelijke installatie werd hier door S.B.R. uitgevoerd (Société Belge Radio-Electrique, naar analogie met S.F.R.).
Hij creëerde een eigen radiomerk, SICER, dat bestond tot 1933. Hij Bouwde ook een populair museum voor de elektriciteit. Het wonderbaarlijke hier was dat er borden te lezen waren met de vermelding "gelieve alles aan te raken", in tegenstelling tot het gebruikelijke verbod. Volgens hem kon men pas iets goed leren en verstaan door het persoonlijk experiment, wat hier dan ook ruim aangeboden werd.
Goldschmidt voerde geslaagde testen uit voor radiotelefonie (1906-1908), met zenders in een barak in de buurt van het in aanbouw zijnde koloniaal museum van Tervuren, en vanuit het Brussels justitiepaleis. De ontvangers werden eerst in het kasteel van zijn schoonbroer Philippson te Ukkel geplaatst. Later werd vanuit het justitiepaleis geseind naar Luik, Namen en naar een ballon. In de volgende hoofdstukken zien we dat hij sterk aanwezig was bij de eerste "omroepuitzendingen", de bouw van de grote zender voor een eerste verbinding met Kongo, en de oprichting van een radiotelegrafisch net in Kongo.         

Vervolg : Ga naar hoofdstuk 4

65 De biografie van Goldschmidt werd gehaald uit: François Stockmans, Biographie nationale, XLII, p 300-344, 1981; Georges Moulaert, Biographie Coloniale Belge, 1954; A. M. (naam niet achterhaald), Expansion Belge, Sursum Corda, une série d'initiatives scientifiques belges, p 468-475, 1909; Sylvie Lausberg, Le génie oublié du microfilm et de la photoscopie, Le Soir, 23 juillet 1998; Robert Goldschmidt, Souvenirs d'un vieux Sans-Filiste, La Revue Belge de TSF et Union-Radio-Revue réunies, février 1931; Les trois moustiquaires (sic), M. Robert Goldschmidt, Pourquoi pas?, 16 mars 1911; Dictionnaire des patrons en Belgique, pp 323-324; Jo Gérard, Ces juifs qui firent la Belgique, Télémoustique n° 3328, pp 49-50.

66 Walther H. Nernst (1864-1941), Duitse natuur- en scheikundige, deed vooral onderzoek in de elektrochemie en de thermodynamica. Uit zijn contacten met Ernest Solvay (zie verder) vloeide in 1911 de eerste Solvay-conferentie voort, met 25 vooraanstaande geleerden, waaronder Robert Goldschmidt (afb. 3-2). In 1920 verwierf hij de Nobelprijs voor Scheikunde.

67 Paul Otlet (1868-1944), socioloog en bibliograaf, pionier van de "library science": de documentering van de menselijke kennis. Hij richt in 1895 met La Fontaine de "Répertoire Bibliographique Universel" op (RBU). Hij ontwerpt, met als basis de code van Dewey, de Universele Decimale Classificatie (UDC), nog steeds in gebruik in wetenschappelijke bibliotheken. In het Mundaneum, 76 rue de Nimy te Mons, vindt men de bakjes met fichen van Otlet, die nog steeds in te kijken zijn (laatste bezoek 2009).

68 Ernest Solvay, (1838-1922), scheikundige en grootindustrieel. In 1861 slaagde hij erin natriumcarbonaat op grote schaal te fabriceren. Hiermee werd hij schatrijk. Met zijn broer richtte hij het wereldbedrijf Solvay op. Hij was ook een groot mecenas. In 1912 ontstond het Solvay instituut ( Internationaal instituut voor Fysica en Chemie ).

69 René Dubreucq gaf in 1909 in zijn reisverslag "A travers le Congo Belge", een foto met 4 vrachtwagens te Buta, 200 km boven Stanleystad (zie ook B. Brasseur, Hallo, hallo, hier radio Laken…, p 80).

70 R. Goldschmidt, Sur les expériences de téléphonie et de télégraphie sans fil, Congrès international des applications de l'électricité, Marseille, 1908: hierin vermeldt Goldschmidt dat hij al enkele jaren die testen uitvoert.

71 Maurice Philippson (1877-1938), fysioloog, professor aan de vrije universiteit van Brussel, zakenman, lid van de ARSOM. Hij studeerde zoölogie. Hij ontwierp een laboratorium voor elektrofysiologisch onderzoek, zeer innovatief in die tijd. Zoals zijn schoonbroer Robert Goldschmidt heeft hij zich sterk geïnteresseerd in radio-elektriciteit. Tijdens de oorlog was hij kommandant in de compagnie van de T.S.F., bij het groot hoofdkwartier. Hij nam een familiebank over en zetelde in verschillende grote bedrijven, vooral Kongolese (uit Biographie belge d'Outremer, VI)

72 Ernst Ruhmer (1878-1913), Duits wetenschapper, pionier van de hoogfrequenttechniek. In zijn fysisch laboratorium te Berlijn verbeterde hij de seleniumcellen. Hij voerde experimenten uit met lichttelegrafie en –telefonie, daarna met radio-elektriciteit. Later deed hij onderzoek met Röntgenstralen en radioactiviteit. Robert Goldschmidt heeft enige tijd met hem (en Philippson) samengewerkt en vertelt enkele plezierige anekdoten over deze "fort intéressante figure d'inventeur, chercheur très savant et personnalité peu banale" (La Revue Belge et Union-Radio-Revue réunies, Souvenirs d'un vieux Sans-Filiste, février 1931).

73 G. Moulaert, La Campagne du Tanganika (1916-1917), 1934.

74 Le Soir, Une grosse nouvelle, La Belgique reliée télégraphiquement au Congo, 8 octobre 1913.

75 A. Vasseur, de la T.S.F. à l'Electronique, 1975; F. Stockmans, Biographie de R. Goldschmidt, Biographie Nationale, tome XLII, colonne 327, 1981; Brecht Bostyn, Licentiaatsscriptie: De opkomst, ontwikkeling en bloei van de Belgische radio-industrie en omroep in het interbellum (1919-1939), 2007.


Wenst u meer informatie en het boek te kopen of contact te nemen met de auteur ?

Bruno Brasseur, rua do Vale 11, Carrascal 2460-605 (Aljubarrota), Portugal.
Tel: 00351/916 587 069.
Nieuw email-adres: bruno.brasseur.pt@outlook.com

Lees ook het artikel verschenen in Cahiers d'histoire de la radiodiffusion.

DE LA T.S.F. AU CONGO BELGE ET DE L'ÉCOLE PRATIQUE DE LAEKEN AUX CONCERTS RADIOPHONIQUES

"Cahier d'Histoire de la Radiodiffusion"

De la T.S.F. au Congo-Belge et de l'école pratique de Laeken aux concerts radiophoniques.

Cahiers n° 118 d’ Histoire de la Radiodiffusion

2013 : Dossier établi par Bruno Brasseur, Pierre Braillard et Jean-Jacques Ledos