Boek : Tussen vonk en omroep.

Draadloze communicatie in België en Kongo - 1900-1918

© Auteurs Bruno Brasseur en Guido Nys.

Voor meer info Contacteer de auteur

Ga terug naar hoofdpagina

hoofdstuk 1  |  hoofdstuk 2  |   hoofdstuk 3 |  hoofdstuk 4   |

Hoofdstuk 4

 

Draadloze telegrafie in Belgisch-Kongo.

Afb. 4-1a De posten van Boma en Banana zijn opgericht. Le Soir, 3 août 1911.

Vooraf.


Afb. 4-1b Het telegrafisch netwerk in Kongo in 1911 en even later. De spoorweglijn over Elisabethstad naar Bukama werd in 1918 doorgetrokken. B. Goldschmidt et R. Braillard, La Télégraphie sans fil au Congo Belge, p 4, 1920.

Op 15 november 1908 stemde het Belgische Parlement voor de aanhechting van de Kongo-Vrijstaat, en werd zijn administratie overgenomen. De nieuwe kolonie heette nu Belgisch-Kongo.
Koning Leopold werd door zijn neef Prins Albert opgevolgd op 23 december 1909. De Prins maakte in dat jaar nog eerst een studiereis doorheen Belgisch-Kongo. Hij kwam Afrika binnen langs de Kaap de Goede Hoop op 20 april 1909. Vandaar ging de reis per trein naar het noorden, tot aan Broken Hill (105), en verder te paard, te voet en per fiets tot aan l'Etoile du Congo (106), waar in de buurt een jaar later Elisabethstad zou opgericht worden, en de spoorweg doorgetrokken (tot Bukama pas in mei 1918). De prins had dus al snel kunnen ondervinden dat transport en communicatie te wensen overlieten. Hij trok hierop de aandacht in zijn toespraak van 30 april 1910 voor de opening van het koloni-aal museum te Tervuren. Nochtans had hij het in zijn rede niet specifiek over draadloze telegrafie, maar wees hij hoofdzakelijk op het belang van het spoorwegnet (107).
In zijn nieuwjaarsrede van 1911 sprak hij overtuigender: " […] Je me suis préoccupé - et vous comprendrez, Messieurs, ce soucis - de l'établissement de lignes de télégraphie sans fil. Il est nécessaire, je dirai qu'il est indispensable, au point de vue politique et administratif, comme au point de vue économique que des moyens de correspondance rapides et sûrs soient créés entre les diverses parties du territoire. D'autres colonies sont déjà arrivées dans ce domaine à des résultats pratiques: pourquoi ne pas nous attacher à être partout où nous le pouvons les premiers du progrès?" […] (108). In verband met draadloze communicatie had men nog steeds de "mislukking" van 1902-1904 voor ogen: T.S.F. voldeed niet in de tropen omwille van de atmosferische storingen. Stel daarbij een wan-trouwen in het systeem, een gebrek aan kennis van de vooruitgang die geboekt werd de laatste jaren, een trage administratie, en men vindt een antwoord op de vraag waarom op dat vlak niets meer gebeurde in de kolonie. G. Moulaert, toen vicegouverneur voor de Equateur-provincie, omschreef de heersende visie als volgt: […] "communiceren en vervoeren, dat is koloniseren". Inderdaad, de landen worden geklasseerd naar de graad van vervolmaking van hun communicatie- en transportmiddelen: wilde landen, waar die middelen onbestaand zijn; nieuwe landen, waar ze onontwikkeld en weinig talrijk zijn; ontwikkelde landen, waar transport- en communicatiemiddelen hun hoogste graad van volmaaktheid bereikt hebben en waar hun dichtheid aanzienlijk is. Iedere km gespannen telegrafische draad, ieder aangebracht spoor, iedere te water gelaten stoom-boot zijn definitieve overwinningen van de beschaving […](109). Communicatie tussen alle delen van het land was een absolute noodzaak, economische ontwikkeling was anders niet mogelijk. Wat was er aanwezig in de kolonie? We beperken ons tot de telegraaf- en telefoonlijnen (110). De kaart (afb. 4-1) geeft de toestand vóór en even na 1911. Paul De Bremaecker geeft in 1910 een beschrijving van de stand van zaken, tijdens een congres op de wereldten-toonstelling van Brussel (111): - de lijn Boma-Matadi-Leo-poldstad-Coquilhatstad, ongeveer 1179 km lang, klaar in 1899. Tussen Matadi en Leopoldstad een tweede maal uitgevoerd door de spoorwegmaatschappij voor haar exploitatie. - de lijn Boma-Lukula, ongeveer 80 km (lokaal). - de telefoonlijn Kasongo-Kabambare-Baraka-Uvira, lengte 425 km (lokaal). - de telefoonlijn Stanleystad-Ponthierstad, 125 km. - de telefoonlijn Kindu-Kongolo, 350 km, slechts vanaf eind 1910. - twee kabels, op de bodem van de Kongostroom, verbonden Leo met het Franse Brazzaville sinds 10 augustus 1905. Ze waren echter beiden buiten gebruik in 1908, door slijtage van de isolatie (112). Er was dus niets tussen Coquilhatstad en Stanleystad, tussen Ponthierstad en Kindu en tussen Kon-golo en Elisabethstad.

Een vervolg van de lijntelegraafwerken was voorzien op het budget van 1910, maar de geplande bestemmingen zouden slechts kunnen bereikt worden na drie tot vier jaar. Men was ook op de hoogte van de zwakte van die lijnen: traag door het groot aantal relais, gevoelig voor stormen, branden, overstromingen, regelmatige onderbrekingen, dieren - vooral olifanten, zoals Paul De Bremaecker het zo grappig aanhaalt: (113)"…à la merci des fantaisies des éléphants pour lesquels, comme l'a signalé M. Mahieu, la destruction de grandes portions de lignes télégraphiques semble une amusante distraction…"

Afb. 4-2 Paal verwrongen door olifanten. Laurent Wulfers, R.P., Voyage d'Anvers à Stanley-Falls, p 106, 1902.

De rijkste gedeelten van het land (Katanga) bleven dus geïsoleerd van de hoofdstad, en de gedachten richtten zich weer noodgedwongen naar de draadloze telegrafie. In augustus 1910 sprak Goldschmidt op hetzelfde congres dat plaats vond tijdens de wereldtentoonstelling (114). Hij verwees naar de oplossingen die inmiddels gevonden waren voor de gekende problemen van draadloze telegrafie in de tropen. Hierbij gaf hij een uiteenzetting over de toestellen die door hem, Philippson en Ruhmer een paar jaar voordien ontworpen werden (zie vorig hoofdstuk). De coherer was uit den boze in de tropen en men werkte met andere detectors en een koptelefoon. Dankzij deze nieuwe detectors konden de verschillende signalen naar hun sterkte onderscheiden worden. Met de coherer was het "signaal of geen signaal". Een tussenmogelijkheid bestond niet of was niet gekend (115). En dankzij de "muzikale tonen" kon men ze nog eens ziften uit de atmosferische storingen. Goldschmidt drukte ook op het voordelig verschil in kosten bij installatie en uitbating van draadloze telegrafie. Moulaert stelde een gezamenlijk gebruik voor van lijntelegrafie en draadloze telegrafie: draadloze verbindingen tussen de grote, belangrijke steden, en lijntelegrafie voor de plaatselijke communicaties.

Volgens Victor Boin gaf de koning generaal Jungbluth (hoofd van het Huis van de Koning) opdracht onderzoek te doen naar de testen die uitgevoerd werden in Frans West-Afrika (116). Het Franse S.F.R. (Société Française Radio-Electrique) was in 1910 opgericht en moest haar sporen nog verdienen. Gouverneur Martial Merlin wou nog een poging doen om de hoofdstad Brazzaville draadloos te verbinden met de kuststad Loango. S.F.R. ontving van de administratie der koloniën een bestelling van een post van 10 kW met muzikale tonen om de verbinding te verzekeren

Afb. 4-3 De post van 10 kW van S.F.R. Oscillatiecircuit met vonkenbrug plaat-buis, met centrifugale ventilator. Een gelijkaardig systeem werd later ook in Laken gebruikt. S.F.R., Vingt-cinq années de T.S.F., p 38, 1935.

De testen waren aanvankelijk niet hoopgevend, maar men begon stilaan de meerwaarde in te zien van het gebruik van nog langere golven, die succesrijker bleken over het dichte oerwoud en de oost-west richting (Braillard zou hier iets later ook mee af te rekenen krijgen). Ingenieur Henri Pincemin verzorgde de installatie en slaagde erin een regelmatige verbinding te krijgen van verschillende uren per dag. Deze eerste zege zorgde voor sensatie in de pers en de technische wereld, zodat het verdere succes van S.F.R. verzekerd was. Het rapport van generaal Jungbluth was zo positief dat een groot T.S.F.-bedrijf werd aangesproken voor de bouw van twee stations, 500 km van elkaar verwijderd. In Europa voldeed voor die afstand een zender van 5 kW. De firma stelde echter zenders voor van 30 kW. Bij nader inzicht bleek dit onuitvoerbaar: te duur in aankoop en installatie, en onbetaalbaar voor de exploitatie (117). De naam van het bedrijf werd niet bekendgemaakt, vermoe-delijk omdat het de C.T.S.F. betrof die geleid werd door Maurice Travailleur, zelf lid van de Civiele Lijst. Dat lag dus nogal gevoelig.

 

Contract met Goldschmidt.

Buiten de geslaagde verbinding Brazza-Loango waren nog andere resultaten bereikt in tropische streken. In Brazilië had Manaos in 1909 reeds verbinding gehad met Porto Velho (780 km). De alternatoren hadden een vermogen van 70 kW en de antennemasten waren 70 meter lang. De zenders waren door Marconi geplaatst (118).
Frankrijk, dat achter stond op de andere grote mogendheden, had op 1 oktober 1909 toch een degelijke verbinding verwezenlijkt tussen Port-Etienne (nu Nouâdhibou) en Dakar (750 km over zee). Overdag werd een afstand van 900 km bereikt en 's nachts werd dat 2.500 km. Op aanraden van generaal Jungbluth werd dan Robert Goldschmidt aangesproken. Goldschmidt, geen onbekende meer, was van de situatie en de problemen al een tijd op de hoogte en aanvaardde onmiddellijk, hoewel hij wist dat er moed en doorzettingsvermogen zouden nodig zijn, in een land, 80 keer België, waar wegen nog moesten aangelegd worden.

 

Voor hem en zijn ploeg was Kongo tevens een prachtig experimenteergebied. Hij stelde voor te wer-ken met zenders van 5 kW, die zoals we zagen in Europa voldeden voor een bereik van 500 km. Op 20 januari 1911 tekende hij een contract met graaf de Briey, intendant van de Civiele Lijst (119), en op 27 januari ging hij akkoord met enkele bijkomende voorwaarden geformuleerd door de minister van koloniën J. Renkin (120). Deze had reeds tijdens de voorafgaande gesprekken op 31 december 1910 een telegram gestuurd om de werken aan de telegraaflijnen voorlopig stil te leggen. Enkel onderhoud mocht nog gebeuren.
Eerste Minister Schollaert bevestigde op 25 maart 1911 in naam van de regering de afspraken tus-sen de Briey en Goldschmidt. Deze zou, in geval van mislukking, de volledige verantwoordelijkheid moeten dragen. We stellen vast dat de Belgische Staat telkens weer contracten afsloot zonder deel-name in enige verantwoordelijkheid. De draadloze telegrafie was in de tropen nog een onontgonnen terrein. Geen politieker die zijn nek durfde uitsteken.
Uiteindelijk tekende de Broqueville, minister van spoorwegen, post en telegraaf, op 12 mei 1911 nog een contract met Goldschmidt. Hierdoor verwierf deze dan toch het exclusief recht om zowel internationale als transcontinentale posten te installeren en uit te baten, alsook de posten die voorzien waren voor maritieme communicatie.
Op te merken valt dat men hier reeds een inspanning vroeg om zoveel mogelijk Belgisch personeel en materieel in te zetten. Dit zou later (de oorlog van 1914-18) nog zijn nut bewijzen.

De zending Verd'hurt: Boma en Banana.

Een driedelig programma werd besproken:

  • 1)De verbinding Banana-Boma.
  • 2)Bij welslagen hiervan, een lijn creëren van Boma naar Elisabethstad.
  • 3)De draadloze verbinding met België, eventueel met tussenrelais. Het contract met de Briey stipuleerde in 8 punten de verbinding Banana-Boma.

Deze eerste fase werd als volgt voorgeschreven:

  • 1. Banana (zender en ontvanger).
  • 2. Boma (zender en ontvanger)
  • 3. Loanda of Loango (zender en ontvanger)

En bijkomend:

  • 4. twee "vliegende" ontvangers op boten van Europa om het bereik van de zenders van Boma en Banana te bepalen.
  • 5. Twee vliegende ontvangers op boten van de kolonie.
  • 6. Vier draagbare ontvangers om het bereik van de zenders van Boma en Banana op het land te be-palen.
  • 7. Te Boma twee zenders met een bereik van 150 km en een van 300 km. De plaats voor de sterkste zender zou door Goldschmidt bepaald worden.
  • 8. Goldschmidt zou bepalen of de zender van Loanda of Loango een bereik zouden hebben van 50 km of 300 km. Deze zender zou geplaatst worden ofwel aan land ofwel op een boot aan de kaai. Naar aanleiding van dit laatste punt schreef Renkin eind januari 1911 aan de gouverneur-generaal dat de onderhandelingen niet onmiddellijk een post toelieten te Loanda, en dat een boot zou moeten worden voorzien.
 
Afb. 4-4 Stéphane Verd'hurt, hoofd van de eerste zending, met een helper. Victor Boin, La T.S.F. au Congo Belge, avril 1913.

Op de twee andere delen van het programma maakte hij slechts een allusie: "Les postes ci-dessus font partie d'un ensemble destiné à relier la Colonie du Congo, y compris le Katanga, à la Belgique. Ils constituent la première étape de la réalisation de cet ensemble ». Katanga wordt hier nog steeds afzonderlijk vermeld, hoewel de provincie sinds 1908 bij Belgisch-Kongo hoorde (121).
De onzekerheid is groot : de testen Banana-Boma moesten eerst slagen ! De geplande installaties waren bedoeld als experiment, om te onderzoeken of de nieuwe technieken de tropische problemen zouden overwinnen. De juiste inplanting van de posten richting Elisabethstad was ook nog niet voorzien en zou later aan Goldschmidt doorgegeven worden. Het bericht van Renkin aan de gouverneur meldde ook dat Verd'hurt (afb. 4-4), toen bureauchef op het ministerie van koloniën, die eerste testen zou leiden, met de hulp van onderdirecteur Versluys.

Stéphane-Adolphe-Marie Verd'hurt (1871-1940), te Parijs geboren van Belgische ouders, was al in het leger vanaf zijn 16 jaar. In 1894 werd hij naar de Kongo-Vrijstaat gestuurd waar hij zijn sporen verdiende. Terug in België, werd hij bevriend met Goldschmidt en interesseerde hij zich voor de draadloze. Hij werkte sinds 1908 voor de E.I.C. (Etat Indépendant du Congo) als onder-bureauchef. Hij werkte in Kongo voor Goldschmidt tot 26 juni 1913. Hij keerde terug naar de administratie waar hij onderdirecteur werd. Tijdens de oorlog maakte hij zich zeer verdienstig bij het Nationaal Comité voor Hulp en Voedselbedeling.
Albert-Victor-Corneille Versluys (1873-1916) nam, eveneens op 16-jarige leeftijd, dienst in het regiment van de grenadiers. Met de graad van reserve-onderluitenant verlaat hij in 1896 het leger en neemt hij dienst bij het E.I.C. Hij komt op 31december 1896 te Boma aan als onderluitenant van de "Force Publique". Na een dienst van 4 jaar in het N.O. van Kongo keert hij in 1900 naar huis. De volgende 4 jaar in Kongo neemt hij deel aan de expedities tegen gerevolteerden, en wordt hij kapitein benoemd. Tijdens een carrière van afwisselend chef de secteur, chef de zône, onderdirecteur, dis-trictscommissaris en inspecteur, is hij nog gedurende 4 termen in Kongo verbleven. In 1914 vertrekt hij, ziek, terug naar België, waar hij in 1916 door een opgelopen slaapziekte overlijdt.

Luitenant-generaal Jungbluth stuurde op 14 januari 1911 een uitvoerig bericht aan de gouverneur, met een lijst van de verschillende op te sturen colli. Er werd tevens een interessante beschrijving voor de montage van de masten toegevoegd, met bijhorende schets. We beschrijven montagesystemen in bijlage

1. Er is ook een antwoord van 31 januari 1911 van de Franse kolonie aan Goldschmidt, met de volgende mededeling: 1. Goldschmidt kon tijdelijk gebruik maken van de antennemasten van Pointe Noire (Loango) (122), in vogelvlucht ca 170 km van Boma).

2. Hij mocht een eigen zender installeren te Pointe Noire om met Banana te communiceren, tot de officiële post van Pointe Noire in werking trad.

De eerste zending vertrok met de steamer van 4 februari 1911 (123), met aan boord Verd'hurt en zes telegrafisten. Twaalf waren er voorzien, maar Goldschmidt had volgens zijn eigen schrijven voorlopig slechts de helft hiervan nodig. Gedurende de reis hadden zij de gelegenheid de radiotelegrafische posten van Santa Cruz de Ténéri-fe en Dakar (zie hoger) te bezoeken, die beiden van het Frans model waren, afkomstig van de "Société Radiographique de Paris". Met F. Stockmans vermoed ik dat hier de S.F.R. bedoeld wordt. Later nam Marconi die van Tenerife over voor transformaties. De zending kwam in Boma aan op 25 februari 1911 (124).

Afb. 4-5 De steamer Hirondelle. Le Home, 30 avril 1912.

 

Tijdens de installatiewerken te Boma (vanaf 13 maart) en Banana, werd tevens een steamer uitgerust, de "Hirondelle" (afb. 4-5). De toestellen aan boord waren identiek aan die van Boma, en werden op het bovendek in de cabine van de kapitein gemonteerd. De antenne tussen de twee masten bestond uit 4 draden, op een hoogte van 14 m.
Op 30 maart was er al een verbinding tussen de "Hirondelle" en de "Léopoldville", die dezelfde dag vertrokken was. Vanuit Boma werd op 20 april 1911 verbinding bekomen met Banana en met de "Bruxellesville". En enkele dagen later kon Banana Boma antwoorden. Dat lezen we in La Tribune Congolaise van 3 juni 1911.
De eigenlijke werken hadden dus slechts een anderhalve maand in beslag genomen, deels te danken aan het doorzettingsvermogen van Verd'hurt. De verbindingen gebeurden elke dag zonder onderbrekingen, op ieder tijdstip en bij alle weersom-standigheden. Het succes werd ruim gevierd te Banana. Dezelfde krant geeft ons hiervan een volledig relaas. Gezien we niet dikwijls een beschrijving van zulke bijeenkomsten ontdekten, nemen we ze hier letterlijk over:

Brief uit Banana De draadloze telegrafie.

- Een diner bij het Rode Kruis.

(Van onze bijzondere correspondent)

Het succes van de zending voor draadloze telegrafie van de heer Robert Goldschmidt werd te Banana met een schitterend diner gevierd in de grote zaal van het Rode Kruis. De zusters van de instelling hadden de zaal prachtig geschikt, en als delicate attentie hadden zij de tafel met de letters "T.S.F." in bloemenslingers versierd.

Waren aanwezig bij deze inauguratie "avant la lettre":

Dr Etienne, districtscommissaris van Banana, de heer Versluys, directeur van de administratieve dienst, de heer Bertrand, stationshoofd van Boma, Mevrouw Bertrand, de heer Verd'hurt, hoofd van de zending voor draadloze telegrafie, de heren Delattre, Ebbeni, leden van de zending, de heren Jaemaels en Lemoine, telegrafisten, enz.

Op het ogenblik van de toosten sprak de heer Verd'hurt de volgende woorden:
"U heeft me toegestaan, beste Dokter, hier deze avond mijn intelligente medewerkers van Banana bijeen te brengen, om het eerste resultaat van hun inspanningen te vieren. Sinds 2 dagen is Banana uit haar isolement getreden, de draadloze telegrafie heeft haar verbonden met Boma en met de zee." "Dit succes, deze grote vooruitgang, zijn wij in eerste instantie verschuldigd aan onze geliefde Koning Albert, die er alleen de promotor van is, en gezien onze eerste dank natuurlijk naar hem gaat, stel ik voor het glas te heffen op zijn gezondheid en hem van ganser harte toe te juichen. Leve de Koning."

Daarna, zich richtend tot zijn aanwezige medewerkers, heeft de heer Verd'hurt ze zeer vriendelijk bedankt en gefeliciteerd.

"Het bekomen succes, zei hij, hebben we te danken aan uw hardnekkig werk, aan uw intelligente inspanningen, aan uw vertrouwen in het oeuvre van de Koning."

Dokter Etienne heeft de reeks toespraken afgesloten en richtte zich tot het hoofd van de zending die hij op zijn beurt gemeend feliciteerde.

&&&&&&

De krant vertelt ook nog dat de aankomende passagiers van de "Elisabethville" lieten weten dat de post van Banana nog verbinding had met de steamer tot op 800 km in zee, en dat een consequente uitwisseling van telegrammen plaats vond tussen de boot, Banana en Boma. Volgende tekst was te lezen in een telegram op 12 mei aan boord ontvangen te 1u58, door de heer F. Fuchs, vicegouverneur-generaal: "Gouverneur-generaal aan boord van de Elisabethville, Banana. Op het ogenblik dat u de Kolonie gaat verlaten, wens ik u de groeten over te maken van het personeel en u in zijn en mijn naam eerbiedwaardige en hartelijke wensen voor een goede reis te bezorgen.

Get.: Vicegouverneur-generaal Ghislain."

De heer Fuchs antwoordde per draadloze telegrafie dat hij hem hartelijk dankte voor zijn wensen.

Afb. 4-7
A antenne, C tegenwicht, D invoer antenne, L krachtlijnen van het elektrisch veld van de antenne, M mast, S radio-installatie, T aarde (M. Adam, Encyclopédie de la radio, 1928, pp 41 en 70).

Tegenwicht (contre-poids, counterpoise, Gegenge-wicht) Instelling gebruikt om de aarding onder de antenne te vervangen (bv indien de aarde te droog of te slecht geleidend is). Vervaardigd door een aantal horizontale draden, geïsoleerd van de bodem, en op lage hoogte van de aarde opgespannen onder de antenne (gewoonlijk 2 tot 3 m). Met dit tegenwicht kan men meer regelmatige resultaten bekomen dan met een aarding, en zelfs betere omdat het in het circuit anten-ne-aarde een minder grote elektrische weerstand in-brengt. De hoogfrequente stromen, die ontstaan tussen antenne en aarde worden door het metalen tegenwicht met lagere weerstand naar de post geleid.

De installaties.

Afb. 4-6 De post van Banana, 1911.
Roger Gallant, De geschiedenis van de postdienst in Belgisch-Kongo, 1886-1960, deel 1.

De zender van Banana werd op ca dezelfde plaats gemonteerd als in 1902 (De Bremaecker). Het was een voorlopige zender van 1,50 kWatt. Iets later kwam de definitieve zender aan met de "Léopoldville". Deze had een vermogen van 5 kWatt. De zenders waren van het "Franse type", dus van S.F.R.. We krijgen bevestiging van een handgeschreven anonieme nota (125): "… De antenne werd gedragen door twee masten van 35 m, 85 m uit elkaar geplaatst. Ze bestaat uit 3 draden zoals op de boten van de Cie Belge Maritime du Congo.

Een petroleummotor van het merk "Aster" zorgde voor een vermogen van 7 Pk. De motor drijft een industriële alternator aan die een frequentie van 2 kHz afgeeft onder een spanning van 600 V, die dan weer omhoog getransformeerd wordt naar 20.000 V. Een batterij condensatoren wordt opgeladen, die de oscillerende ontladingen teweeg brengen tussen een punt en een plaat ("éclateur" of vonkenbrug). Een golflengte van 450 m wordt verkregen die ook de eigen golflengte van de antenne is. Men verkrijgt een regelbare muzikale toon. Om het lawaai tegen te gaan werden de ontvanger en de zender gescheiden opgesteld in twee verschillende lokalen. De ontvanger is van S.F.R. en is voorzien van 4 koptelefoons. Hij kan afgesteld worden tot een golflengte van 6.000 m. Hij werkt met twee detectoren met onvolmaakt contact (kristallen), en een elektrolytische detector.
Motor, alternator en distributiebord zijn gemonteerd in een huis meegebracht door de zending (maison danoise). Men vindt de twee lokalen vlak naast de mast.

Er wordt momenteel voorzien in een zwaardere zender (5 kW). Men tracht hem te installeren zonder onderbreking van de dienst tussen Boma en Banana. Een motor van hetzelfde systeem zal 11 Pk sterk zijn".

Deze bron werd nog niet bevestigd, maar de gegevens liggen wel in de lijn van de mogelijkheden. Te Boma (afb. 4-8 tot 4-13, afb. 4-8 en 4-11 kunnen niet weergegeven worden) werden de toestellen ook gemonteerd in een "Deens huisje", vlak onder een antennemast van 48 m hoogte. De antenne was in parapluvorm gespannen. De aarding werd vervangen door een systeem van tegenwicht of tegencapaciteit (zie tekening hierboven). Men gebruikte een grotere automotor Deutz van 7 Pk. Bij 330 t/min voerde hij met een riem een dynamo met vonkenbrug aan die 1.500 t/min haalde. Een bereikte spanning van 220 Volt werd naar 600 Volt getransformeerd en joeg 16 Ampère door de antenne. De zender was volgens vicegouverneur Fuchs van het merk Telefunken van Berlijn (126).

inrichting 18 ampèremeter 50 A 43 klos van Ruhmkorff (noodinrichting)

Afb. 4-9
Een gelijkaardige Telefunken zendinstallatie 1,5 TK op een schip. De verklaring van de nummers vindt U onderaan volgende bladzijde. A.K. Damstra en A. Walrave, Technische handleiding voor aspirant radiotelegra-fisten, 5de druk, zonder datum; O. Lund-Johansen, Laerebog 1 Traadløs Telegrafi, 1918.
Verklaring bij de nummers van afb. 4-9

Afb. 4-10 De 1,5 TK van Telefunken : boven de Wiense vonkenbrug, daaronder de Leidse flessen en de koppelingsspiraal. Gesellschaft für drahtlose Telegraphie m.b.h. System "Telefunken", 1904.

De zes marconisten waren als volgt ingedeeld:

Lemoine en Jaemaels te Banana, Chevreuille en Demortier te Boma en Bezerie en Daniau op de Hirondelle. Volgens verslagen van de maand januari 1912 blijkt echter dat ze ook van plaats wisselden. Een verslag van Daniau over de periode van 28 juni tot 31 december 1911 te Boma beschrijft de toestand van S.F.R. - en Telefunken-"materieel". Dat was ook geëist in punt 7 van het contract van Goldschmidt (zie hoger).
Een Duits tijdschrift weet ons tenslotte nog te vertellen dat in 1912 Duitse toestellen aanwezig waren te Boma, Kindu en Lowa (127),. De Duitse toestellen waren vermoedelijk de 1,5 TK van Telefunken, met een antennemast van 45 m hoogte. Alle andere latere stations (zie verder) waren voorzien van S.F.R. apparaten. Maar ze vertellen er niet bij dat in Boma ook een S.F.R.-systeem aanwezig was (zie afb. 4-11). De latere postoversten waren Tartary te Banana en Mathieu te Boma. Wibier (afb. 4-14) schrijft op 2 augustus 1911 aan de Briey dat Banana en Loango draadloos gecommuniceerd hebben op 22 juli. En Goldschmidt laat op 9 oktober aan dezelfde de Briey weten dat de Belgische steamers veel vroeger met Banana in verbinding treden dan met Pointe-Noire (Loango), hoewel het vermogen van diens zender twee maal zo groot is (10 kW). Banana zou een van de beste posten van de Afrikaanse kust zijn volgens de marconisten van Verd'hurt. De post heeft zelfs verbinding gehad met Swakopmund (Namibië), een kuststation 2.000 km verder naar het zuiden.

De Mouvement Géographique van 6 augustus 1911 leert ons dat Banana en Boma overgenomen zijn door de Kolonie, en in hetzelfde tijdschrift, maar van 15 oktober, vernemen we dat beide posten open zijn voor het publiek. Dit wordt bevestigd door een recent gevonden verslag (datum onbekend) over "opening en oprichten" van de TSF-posten (128. Dit verslag vermeldt een "openingsdatum" van 27 juni 1911 voor beide posten.

Afb. 4-12 Het enige ontdekte schema van de 1,5 TK.
O. Lund-Johansen, Laerebog 1 Traadløs Telegrafi, 1918.
 

Het eerste punt van het programma was nu uitgevoerd. De boten die van België kwamen konden dus verschillende dagen vóór het zicht van Banana met Boma communiceren. De verbinding met België liep ook vlotter dankzij de draadloze post te Loango, waar de zeekabel vertrok. Men moest niet meer passeren langs de vaste lijn Boma-Leopoldstad en Brazzaville-Loango, noch langs de lijn naar Loan-da, beide zeer onzekere lijnen. Een bericht bereikte België nu in minder dan 24 uur (129).

Afb. 4-13 Nog een mooi zicht van de post van Boma. Le Home, revue illustrée de la famille, La télégraphie sans fil au Congo, 30 avril 1912.

In laatste instantie vonden we weer een interessante getypte nota met briefhoofd van R. Goldschmidt, die een datum van 27 april 1911 vermeldt, maar geen bestemmeling. Ze werd ook niet ondertekend, maar ze is ogenschijnlijk opgesteld door Goldschmidt zelf. Het is een resumé van zijn plannen, met soms een verklarende kijk op het verhaal. Daarom lijkt het me interessant verscheidene passages over te nemen: " […]

Op 24 april is de post van Banana-kust (2 masten van 40 meter) volledig klaar en communiceert hij met Banana-boot (hij bedoelt dus de "Hirondelle").

Ik reken erop dat binnen acht dagen de post Boma-land even ver zal staan. De post van Boma-boot zal dan naar Loanda gevoerd worden. Binnen een week zal Loanda ook werkensklaar zijn, en zal het net voorzien in het contract uitgevoerd zijn.
Het personeel heeft mijn instructies naar de letter uitgevoerd en gewerkt met een reëel enthousiasme. Om elke onderbreking tijdens de installatie van de posten te vermijden, heb ik ervoor gezorgd dat 5 volledige posten type "Belgisch-Kongo" klaar voor verzending verpakt werden.
Met de steamer van 18 maart heb ik op eigen risico een van die posten naar Kongo verstuurd. Als hare Majesteit de installatie van die post te Leopoldstad toelaat, hoef ik slechts een telegram te zenden, en Leopoldstad zal vóór eind juni draadloos kunnen communiceren met Banana, en als hoofdzender dienen voor het netwek van Boven-Kongo of dat van Kasai. Indien onmiddellijk langs de Kaap posten naar Elisabethstad kunnen verstuurd worden en het net aangebracht wordt vanuit Boven-Kongo, zal Katanga vóór het eind van het jaar kunnen verbonden zijn met Banana, en andersom. Als hare Majesteit beslist heeft dit net op te richten, zal ik me op 10 juni naar Boma begeven [hij is effectief op 11 juni vertrokken] , en van daar over de Kaap naar Elisabethstad. Voor de zekerheid heb ik reeds een cabine gereserveerd op de steamer.
In Kongo klagen mijn mensen over twee zaken:


1) de chaos bij het lossen van de steamer, verloren kisten, enz.
2) de woningnood.

Het eerste punt is eenvoudig op te lossen door een serieuze organisatie te Antwerpen. Ik heb een inscheping meegemaakt: het is niet te geloven!
Het tweede punt kan opgelost worden met het versturen naar Kongo van demonteerbare huisjes. Een maatschappij zou best opgericht worden voor de verhuur van zulke woningen. Deze zouden in België gemaakt worden. Tegenwoordig koopt men zeer duur demonteerbare huizen in Denemarken aan (ik heb daar ook moeten gebruik van maken). Waarom? Men zou ze wel beter hier maken. Men verzekert me zelfs dat het steenkarton bestemd voor de muur voor genoemde huizen in België wordt gemaakt; de profielen voor de opbouw vindt men bij elke ijzerhandelaar van de stad.
De Franse regering heeft heden nood aan een draadloze zender die als internationale post moet fungeren. Hij moet met de hoogste spoed naar Fez verstuurd worden. Ik heb een complete post volledig verpakt ter beschikking kunnen stellen van het Franse Ministerie van Oorlog. De bestelling werd gisteren uitgevoerd, de post zal zaterdag Marseille verlaten. Natuurlijk heb ik gezegd dat dit een grote opoffering betekende voor ons, en de Franse minister van Oorlog, die me reeds mondeling heeft laten bedanken, zal dit schriftelijk laten bevestigen. De internationale post van Fez zal bekleed worden met veelvuldige platen van het "type Belgisch-Kongo [...]".

De data kloppen ongeveer met gegevens uit de hoger vermelde anonieme nota ( we vermoeden dat beide nota's opgesteld werden door Goldschmidt. Hij typte gewoonlijk zijn brieven, maar we bezitten een kleine door hem getekende nota, die ons een vergelijking toeliet met de handgeschreven nota).
Hij vermeldt de posten type "Congo-Belge". We gaan ervan uit dat hierdoor zowel het gebouw als de zender bedoeld wordt. Met de post van Fez heeft hij het dan over het platen-systeem voor de constructie, maar ook de zender, die een S.F.R.-zender van 5 kW was.
En gezien zijn nieuw constructiesysteem zouden de "maisons danoises" dan slechts in het begin gebruikt geweest zijn (hij zal hiervoor bij de start misschien wel een hint gekregen hebben van De Bremaecker die ze ook gebruikte).
De nota weidt nog uit over de grote zender, over draadloze telefonie en over de geografische plaatsbepaling met T.S.F. We komen hier later op terug.

De zending Wibier.

Afb. 4-14 Albert Wibier, directeur-generaal van de dienst van de T.S.F. in Belgisch -Kongo, op een van zijn bootreizen. Léo Lejeune, La T.S.F. au Congo, Electricité, eau, éclairage, chauffage, T.S.F., juillet 1924.

Voor het tweede punt van het programma, de lijn Boma-Elisabethstad, moest men nu de benodigde weg kiezen en de keuze van de tussenposten vaststellen. In plaats van rechtdoor te gaan over één enkele post, Lusambo, werd gekozen voor verschillende kleinere posten langsheen de Kongostroom en de Lualaba, waarvoor toestellen van minder vermogen voldeden (wat ook door Goldschmidt voorgesteld was). Hierdoor konden ook menige belangrijke centra bediend worden. De kleinere posten zouden ook zorgen voor kleinere, draagbare verpakkingen, een niet te onderschatten voordeel.

Eind augustus 1911 gingen de definitieve werken van start. De gekozen lijn omvatte de posten van Coquilhatstad, Lisala (130), Stanleystad, Lowa, Kindu, Kongolo, Kikondja en Elisabethstad (zie afbeeldingen 4-15 tot 4-72 ).
Ondanks de aanvankelijke moeilijkheden en de eerste weinig bemoedigende resultaten, was Coquil-hatstad reeds een jaar later voor het eerst radiotelegrafisch verbonden met Elisabethstad! (maar door de latere moeilijkheden slechts open voor het publiek op 1 oktober 1913!) In een nota van 11 april 1911 van het ministerie van koloniën was een raming gemaakt voor installatie en uitbating van 10 posten (de juiste inplanting werd naderhand gewijzigd):

  • - 1.025.500 Fr voor de zenders,
  • - 210.000 Fr voor de gebouwen,
  • - 100.000 Fr voor vervoer,
  • een totaal van 1.335.500 Fr.

    Voor uitbating en onderhoud rekende men als volgt:

  • - Per station en per jaar twee blanke telegrafisten aan 9.000 Fr x 2 = 18.000 Fr.
  • - Reizen van de Blanken (twee per jaar) aan 1.200 Fr x 2 = 2.400 Fr.
  • - 20 Zwarten aan 18 Fr per maand: 20 x 18 x12 = 4.320 Fr.
  • Totaal 24.720 Fr.

Dus ca 25.000 Fr per station. In de nota waren 10 stations voorzien, voor een totaal van 250.000 Fr. Algemeen totaal 1.585.500 Fr.

"Le Mouvement Géographique" meldt op 24 december 1911 dat het budget voor de installatie een som voorzag van 1.700.000 Fr, en voor de exploitatie en het onderhoud nog eens 405.000 Fr. De schatting van de nota van 11 april zal dan wel aan de lage kant geweest zijn. Maar laat ons terugke-ren naar de start van de missie.

Afb. 4-15 De Segetini. René Dubreucq, A travers le Congo-Belge, p24, 1909.

Goldschmidt vertrok naar Kongo op 11 juni 1911 (hij nam de boot op 13 juni te La Pallice - de haven van La Rochelle, boven Bordeaux(131), vergezeld van kolonel Thys en luitenant Wibier, direc-teur-generaal benoemd van de zendingen voor draadloze telegrafie in Belgisch Kongo. Ze kwamen aan te Boma op 1 juli. Goldschmidt vertrok onmiddellijk naar Leopoldstad, waar de genoemde kleine zender moest geïnstalleerd worden voor communicatie met o.a. Brazzaville. Terug in Boma, is hij op 12 juli naar Loanda getrokken, om zich over Kaapstad naar Elisabethstad te begeven. "Le Mouvement Géographique", die ons dit bericht geeft, meldt ook dat hij niet alleen te Elisabethstad een post zou gaan oprichten, maar ook te Bukama. Hiervan hebben wij echter nog geen bevestiging. Hij bedoelde misschien Kikondja (132). Wibier is over de Kongostroom met de steamer "Segetini" (afb. 4-15) richting Stanleystad gevaren, waar hij het hoofdkwartier voor de operaties zou vestigen. Vermoedelijk was dat in gezelschap van Verd'hurt (we hebben hier nog geen duidelijkheid over). Het materieel voor de posten bevond zich ook aan boord. De boot vertrok met een paar dagen vertraging op 22 juli vanuit Leopoldstad(133) en legde aan te Stanleystad op 20 augustus 1911(134). We lezen ook nog dat Verd'hurt verder doortrok richting Katanga, maar het is ook onduidelijk in welke posten hij zou verblijven: Kongolo, Kikondja of Elisabethstad. Het was voorzien dat hij in december naar België zou terugkekeren.

 

 

Raymond Braillard.

 

Afb. 4-16 Raymond Braillard tijdens zijn legerdienst. Privé archief.

Het boek van Braillard en Goldschmidt, "La télégraphie sans fil au Congo Belge", schetst in 1920 het verhaal van deze gebeurtenissen. Het is echter zeer technisch en verstrekt weinig geschiedkundige informatie. Maar Raymond Braillard was, net als Goldschmidt, onlosmakelijk verbonden met de Belgische en Kongolese radiotelegrafie en –telefonie. We geven daarom ook van hem een korte biografie. Rémond, Joseph, Auguste Braillard (135), door iedereen Raymond genoemd, was eigenlijk een Fransman. Geboren te Les Nans (136) op 11 mei 1888. In hetzelfde jaar vestigden zijn ouders zich te Dole. Zijn vader was werktuigkundige, gespecialiseerd in watermolens. Na schitterende lagere studies te Dole mocht Braillard zich voortijdig inschrijven aan de nationale school voor kunst en wetenschappen te Cluny. In 1906 behaalde hij zijn ingenieursdiploma met een eerste zilveren medaille. Dank zij zijn kennis van wiskunde werd hij toegelaten aan de Parijse hogeschool voor elektriciteit, waar hij in 1907 zijn diploma behaalde.

Tijdens een eerste job in de "Sté d'Eclairage Electrique" te Parijs ontstond zijn interesse voor de draadloze telegrafie, en voor zijn legerdienst werd hij in 1909 ingelijfd bij het 8ste regiment van de genie, gekazerneerd op de Mont-Valérien (westen van Parijs). Als sergeant kwam hij onder de orders van kapitein Ferrié, in de dienst van de T.S.F. van de Eiffeltoren (afb. 4-16). Draadloze telegrafie werd zijn passie, en na twee jaar dienst kende hij de knepen van het vak.
We zagen dat R. Goldschmidt in 1910 de opdracht gekregen had om de T.S.F. te installeren in Bel-gisch Kongo, en dat hij Ferrié ook kende. Vermoedelijk hierdoor zal Braillard, 23 jaar oud, onder de orders van Wibier als hoofdingenieur van de T.S.F.-zending in Belgisch-Kongo aangenomen geweest zijn (137). Hij had zijn legerdienst beëindigd op 11 oktober 1911, en op 6 november 1911 gaf hij reeds zijn residentie in Kongo aan bij het Frans consulair agentschap van Matadi. Hij stond in voor de technische kant van de tweede missie. Buiten Fotos werden geen details van zijn bijdrage gevon-den tijdens zijn eerste aanwezigheid in Kongo (afb. 4-17). Wibier was toen al 4 maand ter plaatse. Op het einde van 1912 keerde hij terug naar de school van Laken, waar we hem nog kunnen volgen als directeur van de telegrafieschool, waar hij instond, zowel voor de studies en de Kongo-realisaties, als voor de grote telegrafiezender en voor de telefoniezender die zorgde voor de concerten van Laken (138). En in 1913 werd hij adjunct-secretaris van de "Commission Internationale de T.S.F. Scientifique" (T.S.F.S.), die vanaf 1919 overging in U.R.S.I. (zie Goldschmidt p 40).
Op 1 augustus 1914 werd het Frans leger gemobiliseerd en Braillard moest zijn kazerne vervoegen. Hij had het geluk ingelijfd te worden bij de mobiele T.S.F.-dienst. Maar op zijn vraag kreeg hij de toestemming dienst te doen bij het Belgisch leger: De Belgische commandant Blancgarin van de compagnie der telegrafen gaf hem opdracht de T.S.F.-verbinding tussen Antwerpen en Namen te onderzoeken. De gebruikte toestellen waren afkomstig van Laken, waar op 19 augustus de meeste toestellen en de grote antennes moesten vernield worden.
Terug in Antwerpen op 27 augustus. Hij mocht de T.S.F.-post die hij op punt gesteld had naar Oost-ende voeren, daarna naar Londen, waar deze op een vrachtwagen gemonteerd werd. Later werd de post gebruikt door het Belgisch hoofdkwartier van Calais.
Braillard zou tijdens de oorlog nog de verbinding verzorgen tussen de technische directie van de Belgische militaire T.S.F. en de "radiotélégraphie militaire française", waarvan Ferrié directeur was. Ook was hij zeer actief in de organisatie van de T.S.F. op vliegtuigen. Tussen september 1917 en februari 1918 vervulde Braillard een opdracht in Belgisch Kongo: hij zou het gebruik van versterkers met trioden bestuderen die door de Franse militaire radiotelegrafie ont-worpen waren. Door zijn handigheid werd de kwaliteit van onze Kongolese dienst sterk verbeterd. Terug in België huwde hij op 6 april 1918 Denise Riche. Ze kregen een dochter Suzanne (° 1919) en een zoon Pierre (° 1921) (139).
Braillard nam na de oorlog dienst bij de S.I.F. (Sté Indépendante de Télégraphie sans Fil). Later ging hij over naar de Belgische tegenhanger S.I.B. (Sté Indépendante Belge de Télégraphie sans Fil), waar hij te Vorst hoofdingenieur werd van het studiebureel, de laboratoria en de werkhuizen. De S.I.B. werd bij de oprichting van de S.B.R. in 1922 een semi-autonoom onderdeel van dit nieuwe bedrijf, en Braillard werd hier nu weer hoofdingenieur, en later technisch directeur. S.B.R. was al vroeg ontvangers beginnen produceren, dus moesten er ook uitzendingen voorzien worden. Op 23 november 1923 startte het bedrijf een kleine omroepzender, "Radio-Bruxelles", op 1 januari 1924 omgedoopt tot "Radio-Belgique", en ondergebracht in een naamloze vennootschap met dezelf-de naam en met nogmaals Braillard als hoofdingenieur (140).
Belangrijk was nog zijn deelname aan de oprichting van het intercontinentaal radiostation van Ruise-lede (opening op 3 oktober 1927).
In zijn verdere leven zou Braillard vooral zoeken naar de technische kwaliteit van de dienst die aan de luisteraars aangeboden werd. Hiervoor had hij twee doelstellingen: het perfectioneren van de techniek van de uit te zenden en te ontvangen signalen, en een rationele verdeling van de beschikbare golflengten door een georganiseerde verstandhouding tussen de instellingen voor radio-omroep (141). In dit verband werd in april 1925 de U.I.R. opgericht ( "Union Internationale de Radiophonie", later "de Radiodiffusion"). Braillard werd president benoemd van de technische commissie, en zonder dralen installeerde hij een geijkte ontvanger in zijn persoonlijke garage te Ukkel om de golflengten van de Europese zenders te meten.
In het "Plan van Genève" (26 maart 1926) werd zijn voorstel voor verdeling van de golflengten goed-gekeurd. In de nacht van 14 op 15 november 1927 controleerde Braillard, vanuit zijn garage, de gol-faanpassingen uitgevoerd volgens zijn richtlijnen. Het was een groot succes. Maar het aantal zenders groeide. Een tweede bijeenkomst te Praag (1929) bracht geen uitkomst (afb.4-18, Braillard in 1931).Hierdoor stelde Braillard in 1932 zijn memorandum aan de Raad van de Unie voor, een nota die de technische problemen aanhaalde van de Europese radio-omroep in uitbreiding. Hierop volgde het plan van Luzern (1933), dat op 15 januari 1934 toepasselijk werd.a de eerste uitzendingen van het N.I.R., gesticht op 1 juli 1930 (142), werd Braillard aangesteld als technisch raadgever. In die hoedanigheid zou hij een gedetailleerd onderzoek uitvoeren van de technische diensten van het N.I.R., en een goede modulatie van de zenders voorzien. Hij speelde een grote rol in het ontwerpen en oprichten van het gebouw op het Flageyplein.
De draaibare akoestische kolommen van studio 1 zijn aan hem te danken. Ook de hoektoren van het gebouw werd op zijn aanraden voor de televisie uitgevoerd.
De oorlog bracht hem ertoe soms moeilijke en moedige beslissingen te nemen, en vanaf 1944 wijdde hij zich uitsluitend aan het U.I.R.
Hij overleed aan longkanker op 27 oktober 1945, omringd door zijn familie.
Later schreef zijn zoon Pierre aan G. Gourski: […] hij was een man van actie, evenwicht tussen de wetenschapper en de artiest. Een fundamentele doelstelling in zijn leven is zeker geweest dat hij iets wou scheppen (143).

(Bruno deze afbeelding heb ik niet op mijn pc)
Afb. 4-17 Raymond Braillard in de machinekamer van de post van Stanleystad, eind 1912. Victor Boin, La T.S.F.au Congo Belge, avril 1913.

De posten voor draadloze verbinding Boma-Elisabethstad worden opgericht.

(info verder af te werken vanaf hier vermoed ik dus vanaf koppeling 144 ontbreekt de tekst !!! dus eigenlijk de tekst hieronder en de afbeeldingen staan er waarschijnlijk wel juist op

 

Afb. 4-18 R. Braillard, met wat hem aan het hart lag: de technische kwaliteit van de dienst aan de luisteraars (1931). Archief Omroepmuseum.

Afb. 4-19 Men wordt "gelost" te Brazza… Archief Ikronos

Afb. 4-20 Wibier te Brazzaville. Merk de Franse toren op die nog schuin opliep en niet door kabels ondersteund werd. Archief Ikronos.

Afb. 4-21 De post van Lowa, later overgeplaatst naar Basankusu. Le Home, art. cit.

Art. 4-22 De post van Kindu, met een mast van 65 m, ondersteund door 20 kabels van 8 mm. Victor Boin, art. cit.

Afb. 4-23 De mast van Kindu met zichtbare kabels (1911). Victor Boin, art. cit.
Afb. 4-25 Kikondja, juli 1912. Victor Boin, art. cit.
Ontbreekt in mijn map .. .Afb. 4-24 Kindu in 1911 tijdens de opbouw. Le home, art. cit.

 

Afb. 4-26 De marconist van Kikondja met zijn installatie. Victor Boin, art. cit.

Voetnoten

105 Broken Hill, nu Kabwe genoemd, is de hoofdstad van de Centrale provincie van Zambia (vroeger Rhodesië), ca 325 km ten zuiden van Elisabethstad (nu Lubumbashi).

106 L'Etoile du Congo, de eerste kopermijn van Katanga, ca 15 km van het toekomstige Elisabethstad (1910), zo genoemd naar koningin Elisabeth.

107 Livre d'Or de l'Exposition Universelle de 1910, inauguration du musée colonial de Tervueren, discours du Roi.

108 La télégraphie sans fils au Congo, La Tribune Congolaise van 13 april 1916. De Koning sprak in het paleis van Brussel, als antwoord aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.

109 G. Moulaert, Voies de communication et de transport au Congo-Belge, La Revue Congolaise, 1910.

110 Id., p 489.

111 Paul De Bremaecker, Notice sur la télégraphie sans fil, Congrès pour le perfectionnement du matériel colonial (expo 1910), 1910.

112 V.D. (naam niet gekend), Pose de deux câbles télégraphiques à travers le fleuve Congo, Belgique Maritime et Coloniale, pp 519-520, 8 octobre 1905. Inspecteur Magne van de Franse posten en telegrafen plaatste deze kabels (zie hoofdstuk De Bre-maecker). Hij had vroeger al de luchtijnen Loango-Brazzaville aangelegd. In 1910 werden testen uitgevoerd met optische tele-grafie (brief dd 13 augustus 1910 van minister Renkin (zie p 65) aan de gouverneur-generaal).

113 Paul De Bremaecker, congrès, art. cit.

114 R. Goldschmidt, Notice sur la télégraphie et la téléphonie sans fil dans leurs applications coloniales, Congrès pour le perfec-tionnement du matériel colonial, 14-18 août 1910.

115 Ducretet en Popoff hadden wel een ontvanger met coherer ontworpen in 1899, die werkte op het gehoor (koptelefoon). Door het verdwijnen van de coherer en de opkomst van andere detectoren is dit nooit verder onderzocht (Cornu A., Académie des sciences, Comptes rendus, Application directe d'un récepteur téléphonique à la télégraphie sans fil, Note de MM. Popoff et Ducretet, Paris, 1900.

116 Victor Boin, La T.S.F. au Congo Belge, Expansion Belge, n° 4, avril 1913 en Emile Girardeau, Souvenirs de longue vie, p 60.

117 Robert B. Goldschmidt et Raymond Braillard, La télégraphie sans fil au Congo Belge, une œuvre du Roi, p 14,1920.

118 Paul De Bremaecker, La télégraphie sans fil dans les colonies anglaises, etc., Congrès du matériel colonial, 22-24 juin 1913, Le Matériel colonial n° 10, p 493, mai 1914.

119 Kosten gedragen door het speciale fonds dat opgericht werd door § 3 van artikel 4 van de acte toegevoegd aan het verdrag van overdracht van Kongo aan de Belgische Staat.

120 J. Renkin was tijdens de regering Schollaert sinds 30 oktober 1908 de eerste minister van Koloniën (de Kongo-Vrijstaat werd bij wet een Belgische kolonie op 18 oktober 1908).

121 De Briey heeft misschien in gedachten dat Katanga het verst verwijderd is van België, en dat het langs een andere weg bereikbaar is dan de rest van de kolonie. Maar er is zeker meer: Katanga was altijd een buitenbeentje. Er was zeer lang geen effectieve aanwezigheid van de Belgen. De grenzen waren onduidelijk (de akte van Berlijn – 1885 – was hierover zeer vaag). Er was geen oerwoud, dus geen rubber. Minder of geen olifanten, dus geen ivoor. Het was een uitgestrekt gebied van koninkrij-ken, met wrede heersers, wiens onderdanigheid moest afgedwongen worden. Er waren de Arabische slavendrijvers die moes-ten bevochten worden. En last but not least, de Engelsman Cecil Rhodes, de machtige imperialist (en stichter van Rhodesië, nu Zambia), die (zoals koning Leopold) een agressieve politiek van verovering en annexatie voerde, en nu het gebied van Katanga opvorderde voor het Brits Imperium. Hij had namelijk ook vernomen dat er koper te vinden was. Het volledige verhaal hiervan valt buiten het bestek van dit boek, maar feit is dat Katanga gedurende een paar decennia een eigen weg gegaan is (later ook nog). Vandaar misschien de opmerking van De Briey.

122 Loango lag enkele km boven Pointe Noire. De twee namen worden een tijd nogal door elkaar gebruikt. Hoewel de naam Pointe Noire de naam Loango slechts in 1922 volledig verdreven heeft, spreekt de Franse gouverneur Martial Merlin op 31 januari 1911 in een brief aan Goldschmidt reeds van "Pointe Noire". Vermoedelijk droeg een wijk van Loango toen al die naam.

123 Verschillende bronnen spreken van 4 februari, het meest voor de hand liggend, gezien ze toekwamen op 25 februari (21 dagen). Volgens een paar andere bronnen zou het 11 februari geweest zijn. Over Versluys wordt niets vermeld. Vermoedelijk was hij op dat ogenblik al een hele tijd in Kongo.

124 Deze gegevens en de volgende over Banana en Boma worden gehaald uit een zeer uitgebreid schrijven van vicegouverneur-generaal Fuchs aan minister van koloniën Renkin.

125 Vrije vertaling van zeer gedetailleerde gegevens gehaald uit een nota voor Gouverneur Fuchs, handgeschreven, niet getekend en zonder datum. We vonden het geklasseerd vóór het contract van 12 mei 1911 met de Broqueville

126 Brief van de vicegouverneur aan minister Renkin dd 4 mei 1911.

127 Die Funkentelegraphie im Belgischen Kongo, Koloniale Zeitschrift, 13. Dezember 1912.

128 Archief ministerie van buitenlandse zaken, dossier 3e DG/PTT: "Ouverture et création des postes de TSF (D)", liasse V.

129 Victor Boin, La T.S.F. au Congo Belge, Expansion Belge n° 4, avril 1913.

130 De post werd oorspronkelijk op het hoger gelegen plateau van Lisala geplaatst. Door de slechte aarding werd hij 22 km verder naar Umangi overgebracht, aan de rand van de stroom. Het oerwoud moest 15 km in het rond uitgedund worden, met in de nabijheid menseneters! In de (latere) briefwisseling worden Lisala en Umangi soms door elkaar gebruikt. Door het verslag vermeld in voetnoot 125 weten we dat de overgang naar Umangi plaats had op 1 maart 1913. Het station werd in 1930 terug naar Lisala overgebracht. Er was al een telefoonverbinding tussen de twee plaatsen.

131 Le Mouvement Géographique, p 315, 18 juin 1911.

132 Le Mouvement Géographique, p 400, 6 août 1911 (overgenomen van Le Soir van 3 augustus 1911).

133 Eerste brief van Wibier aan de Briey, van op de "Segetini" (Wibier schrijft "Seggetin"), 24 juli 1911.

134 La télégraphie sans fil au Congo, Le Home, 30 avril 1912 (schrijver niet gekend).

135 Deze sterk geresumeerde biografie van Braillard haalden we uit G. Gourski, Biographie Rémond Braillard, Nouvelle biographie nationale, Bruxelles, 1987, en uit een niet gepubliceerde uitvoerige versie van dezelfde schrijver (archief familie Braillard, Omroep Museum vzw, Brussel).

136 Les Nans (niet Mans, zoals vermeld in het jaarboek uit 1934 van het N.I.R.), Franse gemeente in het departement Jura. In 2009 waren er 89 inwoners.

137 In 1920 verscheen het boek over zijn verblijf in Kongo: "R. Goldschmidt et R. Braillard, La télégraphie sans fil au Congo Belge. Une oeuvre du Roi".

138 G. Gourski, onuitgegeven biografie van R. Braillard, p 10 (archief familie Braillard, Omroep museum, Brussel).

139 Tussen Pierre Braillard en G. Gourski ontstond een uitgebreide briefwisseling, grotendeels aanwezig in het Omroepmuseum te Brussel. In 2012 hadden wij het geluk Pierre Braillard te ontmoeten. Zeer gewaardeerde contacten vloeiden hieruit voort.

140 Braillard schrijft hierover een boekje: "La radiophonie en Belgique", 1924.

141 G. Gourski, Biographie Rémond Braillard, Nouvelle biographie nationale, p 52.

142 N.I.R., Nationaal Instituut voor Radio-omroep, in het Frans I.N.R., Institut National de Radiodiffusion.

143 G. Gourski, onuitgegeven biografie van R. Braillard (archief Omroep museum, Brussel).

144 Victor Boin, La T.S.F. au Congo Belge, art. cit., 1913.

145 In mijn boek "Hallo, hallo, hier radio Laken…" (p 105) werden deze twee posten per ongeluk verwisseld.

146 La Tribune Congolaise, 21 december 1912.

147 Archief ministerie van buitenlandse zaken, dossier 3e DG/PTT, art. cit.

148 Poste Radio-télégraphique de Banana, Inventaire du Matériel, 5 juillet 1912, Archief Ministerie van Buitelandse Zaken.

149 R. Goldschmidt et R. Braillard, La télégraphie sans fil au Congo Belge, 1920.

150 La Pallice, industriële haven van La Rochelle (boven Bordeaux).

151 Edmond Leplae werd directeur-generaal van Landbouw benoemd in 1908. Het bulletin werd door hem opgericht in 1910. Hij voorzag in Kongo een landbouwkundig programma, waarvan de evolutie door het bulletin toegelicht werd. In 1911 was hij in Katanga, waar hij Goldschmidt ontmoette.

152 Le général Wibier, La Belgique militaire, 1938, pp 776-777. Dit wordt ook vermeld als "begin 1913" in een nota getekend door Wibier, en gevoegd bij zijn schrijven dd 5 juli 1922 aan colonel Conreur van de 3de karabiniers. Lederer (art. cit.) vermeldt 5 november 1913, maar hij bedoelde vermoedelijk 1912. D'Argenteuil tenslotte schrijft op 28 dec 1912 (La Tribune Congolaise) dat Wibier te Antwerpen toekwam op 16 december 1912.

153 A. Lederer, art.cit.

154 A. Lederer, art.cit.

155 Balatá: Manilkara bidenta of Ausubo, of Massaranduba, een natuurrubber getrokken uit de balatáboom, 30-45 m lang, is een goede elektrische isolator, goedkoper dan zijn gekende variant gutta-percha, waarmee vroeger elektrische leidingen bekleed werden (Dr. Dirk Mestach, Nijlen).

156 D'Argenteuil, La T.S.F. au Congo, La Tribune Congolaise, 1er mars 1913; Le Mouvement Géographique, 4 mai 1913.

157 Le Mouvement Géographique, 4 mai 1913.

158 D'Argenteuil, La T.S.F. au Congo, La Tribune Congolaise, 28 déc. 1912.

 



Wenst u meer informatie en het boek te kopen of contact te nemen met de auteur ?

Bruno Brasseur, rua do Vale 11, Carrascal 2460-605 (Aljubarrota), Portugal.
Tel: 00351/916 587 069.
Nieuw email-adres: bruno.brasseur.
SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright | Agenda  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine