De bastaards van onze kolonie

Verzwegen verhalen van Belgische metissen

Congo 1960: bulletin periodique

Verzwegen verhalen van Belgische metissen

Congo werd onafhankelijk in 1960, Rwanda en Burundi in 1962. Over het koloniale verleden van België werden studies gemaakt vanuit verschillende perspectieven. Eén perspectief is echter onderbelicht gebleven. Het perspectief van hen die noch zwart noch blank waren, het perspectief van de metissen

Bastaard (m)
– een kind dat niet geboren is uit een wettig huwelijk.– een dier , mens dat niet zuiver van één ras is.

Metis :
De dochter van de eerste vrouw van Zeus. Metis dacht wijzer te zijn dan de goden en de sterfelijke mensen. Ze werd de godin van de wijsheid en de voorzichtigheid, van integriteit. Zeus verzwolg Metis in haar geheel toen ze zwanger was van Athena. Er werd immers voorspeld dat het tweede kind dat ze zou dragen, een zoon, Zeus van de troon zou stoten. Volgens een andere interpretatie wilde Zeus de macht van de rede monopoliseren die hem tot meester over de wereld maakte. Athena, de godin van de oorlog en de rede, werd volledig bewapend uit het voorhoofd van Zeus geboren.
(of metif, metiff) woord ontleent van het Franse . In het Frans verwijst ‘’ naar persoon met een gemengde culturele achtergrond. In de Congolese context verwijst ‘’ naar de kinderen uit gemengde relaties en de daaropvolgende generaties. Congolezen die een blanke ouder of grootouder hebben noemen zichzelf ‘metis’. De term heeft geen negatieve bijklank.

Congo werd onafhankelijk in 1960, Rwanda en Burundi in 1962.


Inleiding boek

Over het koloniale verleden van België werden studies gemaakt vanuit verschillende perspectieven. Eén perspectief is echter onderbelicht gebleven. Het perspectief van hen die noch zwart noch blank waren, het perspectief van de metissen.

De koloniale geschiedenis is ook het verhaal van jonge blanke mannen die vertrokken naar de kolonie. In het begin waren er vrijwel geen Europese vrouwen in de kolonies. Men ging ervan uit dat de vrouwen niet tegen het klimaat konden en dus vertrokken mannen meestal alleen. Sommige kolonialen werden verliefd op plaatselijke Afrikaanse vrouwen en stichtten een gezin. Anderen misbruikten hun machtspositie tegenover de lokale meisjes. Uit die seksuele relaties kwamen kinderen. Het waren kinderen die de racistische koloniale sociale orde verstoorden. De koloniale geschiedenis is ook de geschiedenis van deze kinderen en hun kinderen. Het zijn Belgische metissen die tot nu zo goed als onzichtbaar geleefd hebben.

Belgische mannen in de kolonie hadden huispersoneel, vaak een Afrikaanse ‘ménagère’. Er ontstonden intieme relaties tussen de kolonialen en zwarte huisvrouwen. Het zijn dikwijls verhalen van misbruik, maar ook verhalen van diepe liefde. Als een jonge koloniaal echter wilde trouwen met zijn Afrikaanse ‘ménagère’ lag dat moeilijk. Interraciale relaties werden toen door kerk en staat niet aanvaard. Er werden dan soms traditionele Afrikaanse huwelijken afgesloten. In sommige gevallen erkende de man zijn kinderen buiten een huwelijkskader. De kinderen kregen dan zijn naam, maar soms werd die naam later weer verbasterd.

De hele idee van scheiding van de rassen kwam door deze kinderen op de helling te staan. Juridisch bestonden er toen slechts twee categorieën in Congo, blank en zwart. Er golden andere regels voor individuen die als blank en individuen die als zwart geregistreerd waren. Maar wie waren de metissen ?

Ze werden beschouwd als een ‘gevaar’ voor het welslagen van de kolonisatie. Ze waren een paradox binnen de Belgische koloniale orde.

Terwijl ze door de blanken als zwarten werden beschouwd besefte de koloniale overheid ook dat de lokale bevolking hen als blanken beschouwde. Het aantal kinderen dat uit deze interraciale relaties geboren werd, dwong de koloniale overheid en het Belgische parlement zich uit te spreken over het ‘vraagstuk van de metissen’. Het punt was : zouden deze kinderen behoren tot de rest van de Congolese bevolking, als blanken, of zouden ze beschouwd worden als een tussengroep boven de zwarten en onder de Europeanen ?

Wat te doen met deze ‘halve’ Europeanen, de ‘bastaards’ zoals ze genoemd werden ?

Kon men hen overlaten aan de ‘wilde autochtonen’ zonder degelijke opvoeding en onderwijs ? Of moest de koloniale overheid zich ontfermen over hen en hen dus erkennen ?

Er werd, zonder echt wettelijk kader, beslist om deze kinderen weg te halen uit de dorpen, weg van hun Afrikaanse families. Er werden aparte instellingen ingericht voor de metissen, zoals Save in Rwanda-Urundi. Daar kregen de metissen onderwijs en opvoeding. Ook achtergelaten halfbloedwezen kregen daar een Europese opvoeding, doorgaans met de harde hand.

In 1959 werden ze, vlak voor de onafhankelijkheid, naar België overgevlogen, naar adoptiefamilies. Deze kinderen werden voor de tweede keer uit hun leefwereld weggehaald en verspreid over Belgische gezinnen, officieel voor de voltooiing van hun studies. Dit stukje geschiedenis blijft echter omsluierd door heel veel mythes, door heel wat vermoedens of halve waarheden. Moeders verloren hun kinderen, kinderen verloren hun familie, vaders erkenden hun kinderen niet. Het waren kinderen tussen blank en zwart, eerst in een zwarte wereld en dan naar blank Europa, kinderen met een dubbele identiteit. ‘Ieder onder ons speurt verder naar een stukje weten, naar een deel van de puzzel die kan helpen te begrijpen, te verklaren : wat, wie, wanneer, waarom ?’ De metissen werden de eerste gekleurde Belgen en deden er doorgaans alles aan om vooral niet op te vallen, om op te gaan in de Belgische en blanke massa.

Een van deze kinderen, Jacqueline Goegebeur, nam het initiatief om hen allemaal samen te brengen en mobiliseerde vanuit verschillende hoeken mensen om eindelijk een stukje verborgen Belgische geschiedenis in beeld te brengen. Ze wilde in eerste instantie de mensen zoeken die haar ervaringen deelden en een groot feest organiseren. Haar zoektocht bracht evenveel verhalen mee.

Ik leerde Jacqui een aantal jaren geleden kennen en herinner mij goed het eerste contact. Ze stond aan een bar. Een mooie vrouw met een boeiende uitstraling. Een mengeling van sterkte, verstand, uitdaging, maar ook van verdriet en afweer. Van kwetsbaarheid en onaanraakbaarheid. Van vrolijkheid en ernst. Afrikaans ? Nee, Belg ! Om een gesprek te starten stelde ik de ene vraag die iedereen op de lippen ligt, maar die men beter niet stelt : ‘Vanwaar ben je afkomstig ?’

Het antwoord kwam er een beetje bits uit : ‘Ik kom van Blankenberge.’ Later heb ik dat antwoord meer gehoord, op dezelfde toon : ‘Ik kom uit Deurle,’ ‘Ik kom uit Torhout …’ Het is een antwoord dat geen vragen meer toelaat. Een beetje boosheid klinkt erin door. En onderhuids een duidelijke boodschap : ‘We zijn Belg.’ Even zeer Belg als ieder ander, al is het met een eigen verhaal.

Ze werd een vriendin. Ik had nog nooit gehoord van Save maar steunde haar onmiddellijk om een droom te realiseren. Ze vertrouwde me en wilde dat ik interviews zou afnemen van deze groep mensen. Ik heb beroepshalve geleerd om anderen te laten spreken : als antropoloog én als psychoanalytica. Ze stak mij aan met haar enthousiasme. Ik werd nieuwsgierig : Wie zijn ze ? Belgische metissen ? Waar wonen ze ? Hoe leven ze ? Waarom werden ze overgevlogen ? Wat leren ze ons ? Wat betekent het om ‘mixed’ te zijn in België ?

Ze noemt me ‘de beroepsherinneraar’, al zie ik mijzelf liever in een actievere rol van iemand die mensen op verhaal laat komen, een verhaal ‘geboren’ laat worden door te luisteren. Deze discussies en nog veel meer worden voortdurend gevoerd tussen ons.Er werden tussen oktober 2008 en januari 2010 een dertigtal diepte-interviews afgenomen van Belgische metissen van de eerste generatie. De interviews duurden tussen één en vijf uur. Het zijn heel aparte getuigenissen die gaan over ‘sage’, Belg en gekleurd zijn, racisme de Belgische koloniale blik die doorwerkt in de identiteit van al deze mensen, en blijft nawerken in hun nageslacht.

Ik ben een buitenstaander, ik heb geluisterd, soms vertelde men me iets voor de eerste keer. Ik ben door die verhalen zelf veranderd. Ik ben een ander mens geworden, een mens die anders aankijkt tegenover wat het betekent Belg te zijn, gekleurd te zijn, weggerukt te zijn van vader en moeder, een moeder te hebben die als minder waard werd beschouwd en een vader die als superieur werd aangezien. Ook de mensen zelf zijn veranderd. Een verhaal naar buiten brengen in een boek
heeft effect op henzelf en op hun omgeving. Velen hebben zoveel jaren ‘onzichtbaar’ geleefd (al lijkt dit voor een outsider niet echt mogelijk te zijn). Door het verhaal naar buiten te brengen wordt een heel grote stap gezet. Het is bij velen evenwel een stap die met schuldgevoelens beladen is : zullen we niemand kwetsen ? Moeten we niet gewoon dankbaar zijn ? Kunnen we spreken ?

Ik merkte dat alle thema’s die maatschappelijk zo heel gevoelig liggen hier samenkomen : samengebald en uitvergroot krijgen we te maken met vragen als : Wat betekent superioriteit van mannen over vrouwen ? Van blanken over zwarten ? Zijn Belgen meer racistisch ? Hoe keek men toen naar halfzwarte Belgische kindjes, doorgaans verwekt buiten een huwelijk ? Wat doet dat met een mens ? Wat betekent een nationaliteit ? Hoe komt het dat we het zo moeilijk hebben met elke tussencategorie : blank en zwart ; Belg en Rwandees ? Maar vooral hoorde ik verhalen die meer dan de moeite waard zijn om verteld te worden. Verhalen die stuk voor stuk een script zouden kunnen zijn voor een film.

Wie in België kent het verhaal van de kinderen die verwekt zijn tijdens ons koloniaal verleden ? Die weggehaald zijn bij hun moeder om in instellingen ‘beschaving’ bijgebracht te worden, los van een familiale context ? Die al zo lang hier in België onopgemerkt leven ? Jacqui transcribeerde urenlange interviews. Ik trachtte na de interviews uit al die teksten de essentie te halen. Het werd stilaan een enorme opdracht. Sibo Kanobano was de reddende hand. Als zoon van een Rwandese vader uit de Kivustreek en een Belgische moeder was hij heel erg geïnteresseerd in al de verhalen.

Als germanist en cultuurwetenschapper van opleiding hielp hij alle teksten te verwerken en hielp mee aan het schrijven van de achtergrondkaders. Een van de problemen die daarbij rezen is dat er in het Nederlands eigenlijk geen correcte term bestaat om de kinderen te benoemen die uit een mix van zwarte en blanke ouders geboren zijn. ‘Halfbloed’ is zeer pejoratief, ‘metis’ is nog erger, ‘’ verwijst dan weer naar mesties, wat een afstammeling van een blanke vader en een indiaanse moeder is, of omgekeerd. In dit boek gebruiken we systematisch de nieuwe term
metis .

Verwijzend naar de dochter van de eerste vrouw van Zeus, laten we met plezier het accent in het woord vallen …Prof. Dr. Jean Rahier en dr. Lissia Jeurissen dank ik voor de manier waarop ze ons met hun historische achtergrondkennis hebben bijgestaan.Filip Claus maakte de foto’s. Hij trachtte op een unieke manier de ‘mens’ achter de verhalen in beeld te brengen.Door het werk van velen willen we dit stuk geschiedenis een plaats geven. Het werd hoog tijd dat deze mensen als groep uit de coulissen kwamen om hun verhaal te vertellen. Het is ook tijd om duidelijk te maken dat al deze mensen door hun verhaal een richting kunnen geven aan onze toekomst die willens nillens meerkleurig en multicultureel zal zijn. Ik dank hen allen om het vertrouwen dat ze schonken. Eens te meer werd duidelijk dat onrecht en pijn ook een bron van grote rijkdom kunnen zijn.
Kathleen Ghequière

Maart 2010

 (lees verder via https://www.academia.edu/329272/

SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright |  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine