share this

SiteLock
L'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van Bost
Les chemins du congo
congo 1957-1966 Témoignage
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historique
Kasaï , rencontre avec le roi
Tussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en Congo
Leodine of the belgian Congo
Les éxilés d'Isangi
Guide Congo (Le petit futé)
Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul Daelman

Congolees navorser publiceert studie over Belgisch Congo 1958-1960

De teloorgang van een modelkolonie door Jaak Poot

“Congolezen kregen de gronden van hun voorouders met de opdracht om zo veel mogelijk nazaten op de wereld te zetten die ervan genieten,” zegt Zana Etambala, docent aan de Faculteit Sociale Wetenschappen. “Dat gegeven is belangrijk om te begrijpen wat in de periode 1958-60 gebeurde. Hij schreef er een boek over, De teloorgang van een modelkolonie. Belgisch Congo (1958-1960).

“Die heiligheid van de grond is absoluut. Ik realiseerde me dat pas echt, toen ik analyseerde wat er aan het einde van de negentiende eeuw gebeurd was. Vanaf 1885 had het regime van Leopold II de bevolking van bijna alle gronden beroofd. En dat heeft hen veel dieper gekwetst dan de slachtoffers, en de praktijken op de rubberplantages. Wat was dus de eerste zorg van de Congolezen in 1960? Hun gronden terugpakken. Ze grepen gewoon terug naar de situatie van 75 jaar vroeger.” In zijn vierde grote studie en het vervolg op Congo ‘55-’65, van koning Boudewijn tot president Mobutu focust Etambala vooral op wat zich vijftig jaar geleden afspeelde in de aanloop naar de onafhankelijkheidsverklaring: “Tien jaar geleden was ik de eerste die intensief gebruik maakte van ecclesiastische bronnen. Voor dit boek kreeg ik de toelating om de archieven van de Scheutisten en Jezuïeten in Heverlee en Kinshasa te doorzoeken. Daarbij zitten ook veel brieven van gewone Congolezen, en pamfletten. Daarnaast kreeg ik toegang tot privébrieven van de opperbevelhebber van de Force Publique, Emile Janssens, en van substituut-procureur Roger Sergoynne. En er zijn een aantal onuitgegeven brieven van de vooruitstrevende gewestbeheerder André Ryckmans. Precies het materiaal waar ik graag mee werk: ik laat de lezer graag over mijn schouder meelezen in de correspondentie van ooggetuigen.” Als historicus die doceert aan antropologen gaat Etambala steeds weer op zoek naar de dynamieken die een maatschappij voortstuwen of afremmen, ook in een transitieperiode: “Tijdens de eerste vijftig jaar van de kolonisatie leefde Congo onder een pure ‘schuimspaaneconomie’: de blanken roomden alle inkomsten af, met minimale investeringen. Vóór de kolonisatie was er in een aantal Congolese gebieden een belangrijke handel gegroeid, met routes over Angola. Leopold II legde dat allemaal stil. In ruil kwam een feodale maatschappij met missieposten als moderne variant van de middeleeuwse abdijen. Was er industrie? Dan heerste daar de pioniersmentaliteit van de Far West, met alcoholisme, vechtpartijen, snelle woekerwinsten.” “Vanaf 1950 groeit vanuit België het inzicht dat die koloniale economie achterhaald is, dat er investeringen nodig zijn en dat Congolezen recht hebben op een deel van de opbrengst. Daarna volgt een begin van politieke ontvoogding met lokale verkiezingen als eerste test in 1958. Wat zie je dan? De Congolezen ruiken het einde van het blanke imperium en grijpen terug naar hun roots. Ze nemen niet alleen posities in tegenover de blanken, maar ook tegenover elkaar. Ik neem Kasaï als voorbeeld. De Baluba hadden zich daar geïntegreerd in de blanke dynamiek, ze waren een soort ‘collaborateurs’ van de staats- en handelsagenten geworden. De Bena Lulua hadden in 1891 hun rijk en hun drukke handel in rubber, ivoor en slaven verloren. Sindsdien hielden ze zich afzijdig. Maar nu beginnen ze opnieuw te dromen van hun vroegere Luluarijk.”

Paardenmiddel “De paters van Scheut in Kasaï hadden dat als een van de eersten door. Ze schreven al vroeg: ‘geef ze in godsnaam hun gronden terug’. Maar het gebeurde niet. In de week van 4 januari 1959 brak dan de opstand uit. Iedereen verloor de controle. Alle vertrouwen was zoek. In mei 1955 kon Koning Boudewijn nog wel een triomfreis maken, maar in december 1959 werkte ‘de koning als paardenmiddel’ al niet meer. De blanken bleven achter met één doel voor ogen: de eindstreep van 30 juni 1960 halen.” Welke lessen trekt Zana Etambala als historicus uit de Congolese geschiedenis? “Europese landen nemen allerlei initiatieven die Afrikaanse landen ten goede moeten komen. Maar ze gaan beter eerst ter plaatse kijken om uit te zoeken welke sociale, economische, politieke en religieuze dynamieken er nu leven. Met welke krachten willen de Afrikaanse landen tot verandering komen? Die moet je een kans geven. Helaas bouwde Europa tot nu toe met al zijn goede intenties niet altijd mee aan de uitbouw en versterking van de meest dynamische lokale maatschappijen. De volksdynamiek in Afrika wordt nog niet op een verstandige, aanvaardbare manier gekanaliseerd. En precies dat ligt aan de basis van zoveel frustraties en gewelduitbarstingen in een aantal landen.”

Bron :Mathieu Zana Etambala, ‘De teloorgang van een modelkolonie. Belgisch Congo (1958-1960)’, Acco Leuven, 2008, 480 p., 32,50 euro.

http://www.kuleuven.ac.be/kuleuven/