Open Brief - U heeft geschreven.

Brief aan mijn zonen.

Diane Claverau.

Verschenen in Kisuguli n° 49 september 1994
Vrijwillig vertaald door: Josiane Moens en Walter Van Moorleghem
Kisugulu Périodique des anciens du Congo.

Dit werd geschreven vanuit het hart. Geschreven vanuit het hart van al de anciens van Zaïre, van Rwanda of van Burundi. Het herinnert ons eraan dat we deel uitmaken van een grote familie. En terwijl ik deze regels lees, is het alsof iemand me de hand reikt om mijn koffer te helpen dragen.

Gisteren gingen we naar Zaventem. We gingen Philippe verwelkomen die terugkwam uit Burundi. Philippe had een glas te veel op. Hij praatte te veel, en te luid…De spanning van de voorbije weken? Zijn “land” verlaten? Naar elders vertrekken? Hij kon altijd gemakkelijk contacten leggen met zijn flair en enkele goede “informateurs” zegden hem: “VERTREK!” Dat moest verkeerd lopen!” Rwanda ligt vlakbij en de aanwezigheid van Franse soldaten….Dat alles voorspelt weinig goeds. De verhoudingen tussen Tutsi’s en Hutu’ s zijn ongeveer dezelfde in Burundi. Ik geloof niet dat je daar een tekening moet bij maken.

Ik dacht terug aan ons vertrek uit Congo in 1960. Gedurende de nacht speelt dat allemaal door mijn hoofd. Ik slaap slecht bij deze hitte en bovendien, op mijn leeftijd, heeft slaap minder belang. In de nachtelijke stilte, heeft men tijd genoeg om alles te overdenken.

Bij mijn aankomst in Lobito in 1950, leek Afrika me niet zo erg opwindend. De reuk en het stof inspireerden het kleine meisje dat ik toen was totaal niet. De reis met de trein dan? Dat was al beter. De aankomst in het station van Jadotville? Dat was veel beter, want daar bevond zich mijn papa. Maar ondertussen waren het de kleuren, de vormen, de geluiden en de geuren, die me telkens verrasten, en niet waren zoals ik ze me voorstelde in mijn dromen.

De jaren gingen voorbij. Kleine vreugdes en kleine verdrieten regen zich aaneen gedurende tien jaar. Tien jaren met een leven vol vrijheid, intens, rijk, wild, volledig en echt. En het was pas in 1960 dat ik op brutale wijze tot het besef kwam dat ik dat ganse pakket verloor ergens tussen Kipushi en Mufulira…In het stof van de vlucht. Men heeft me dat pakket nooit terugbezorgd! Nochtans was het, verpakt in zijn kleurrijke kitengé, zeer karakteristiek. Mijn naam stond er zelfs op.

Al wat ik kon redden zit in mijn geheugen. Als bij een ander op een diskette. Ik druk op “F5” en hop… daar zijn de beelden….

In 1960 waren we 20 jaar, vol verwachtingen en vol levenslust!

Ik was zwanger van Michel. Mijn eerste zoon. Maar 15 dagen na de onafhankelijkheidsfeesten van Congo – toen nog niet ge-zaïriseerd – stonden we in Brussel, naamloos,verloren… maar niet echt triest; verscheurd, ja. Ontheemd, eveneens. Maar in elk geval geëmigreerd, dat was zeker!

Een jaar later gingen we terug om ginder, in Rwanda televen: het Afrika virus? Zonder twijfel. We zijn met jou terug gekeerd, Michel, en ik leerde je het groene licht onder de bomen kennen, wandelde met jou tussen de duizend zacht glooiende heuvels. Je liep er in een tuin vol rozen, en je mocht er aardbeien plukken, nog warm van de zon; Ik besloot om voor mezelf maximaal te genieten van dit uitstel dat Afrika me bood! Ik sloeg de beelden op in mijn hoofd, bewonderde de zonsondergangen, beluisterde de klanken van Afrika en zoog alles op als vloeipapier! Als ik 10 zintuigen moest gehad hebben, had ik ze allen ten volle gebruikt.

Het vertrouwen in Afrika kwam terug. Toen wilde ik een oude droom waarmaken: een van mijn kinderen zou op dit continent geboren worden! Nochtans, Jean, werd je in België geboren. Weer een onafhankelijkheid, en we vertrokken weer eens naar Europa. “There where you belong, white people”. Het was veiliger. De herinnering aan 1960 lag nog vers in het geheugen.

Einde van het Rwandese tijdperk. We waren in Burundi. Andere groene heuvels. Grandioze landschappen, het Tanganika meer met zijn decor van heuvels, zijn enige zonsondergangen, de Ruzizi vlakte met zijn palmbomen met bladeren als metaal, zijn buitengewone onweren…

Daar werd die droom werkelijkheid: Daar werd jij geboren, Claude. Geen onafhankelijkheid in het verschiet, geen verlof in België. Het was geen geweldig geschenk dat ik je daar gaf, hé bengel, toch niet als je het nu bekijkt. Maar ik denk dat je even fier bent als ik op je geboorteplek! Daarom heb ik ook zo een teder gevoel voor dit land. Niet dat ik er me kan aan hechten, dat is gedaan. Ik heb gezworen dat nooit meer te doen… het is te pijnlijk als je moet vertrekken. Ik hou er niet van om overal een stukje van mijn hart achter te laten. Leve het Afrika voor de Afrikanen.

Gedurende tien jaar sloeg ik een voorraad vreugde en zon op… voor later. Want “op een dag” zouden we weer moeten vertrekken. Afrika zou ons op een dag weer verwerpen, ons, de veemdelingen, de veroveraars. En België? België heeft haar uitwijkelingen nooit begrepen, het heeft ons altijd veroordeeld. België heeft nooit rekening gehouden met onze mening, onze dromen, onze ideeën of onze verwezenlijkingen- Zo zeer bekommerd om het vierkante metertje dat hen omringd. Laat staan vierkante kilometers… dat is veel te groot voor hun kleine hoofdjes!

Ik heb getracht jullie de goedheid van de kinderen van Afrika te schenken, met jullie dat gevoel vreugde, van het licht en de ruimte te delen. Jullie leefden er half naakt ( ah, al die katoenen broekjes gemaakt door oma…) ; Je speelde in het rode stoffige zand, je maakte een kantoor van zand rond ons huis, de meilaan, ploeterde in het water van het meer, Je haalde je eerste onderscheiding van “navigator” op de zeilboot van papa, Michel ; Je herinnert je zeker de picknicks met de vrienden ergens in het binnenland, de plonsbaden in de warmwaterbron, het voetbalveld, de judo, je makkers van de Belgische school; en de eruptie van de Nyaragongo waar we ‘s ochtends vroeg overvlogen… Over dat alles hing dat echte geluk dat je enkel ginder kon vinden.

Maar toen kwam het vertrek in 1973… Je zei , Michel, dat jouw leven eindigde in Zaventem in 1973.

Het mijne was al gestopt in 1960… Maar het begint steeds weer opnieuw, weet je. Maar anders.

Ik wilde dat je je Afrika herinnert. Men weent niet om het verleden. Men denkt er aan terug met een glimlach, met zachtheid en tederheid. Verlies dat beeld niet, bewaar het en koester het. Doorblader je geheugen als een boek. Vergeet niet, dat ondanks het verschil in jullie karakters, en ondanks het verschil in levenswijze dat jullie hier scheidt, dat jullie ginder drie prachtige lieve jongens waren, vrolijk, speels, en onschuldig schattig; dat hoe meer de tijd verdergaat, en hoe verder jullie uit elkaar groeien, hoe meer jullie mama jullie blijft zien alle drie tezamen in de zelfde zonnestraal.

Als ik eens voor die poort van de grote reis zal staan, het enige echte vertrek, dan zal het dit beeld zijn dat ik zal zien of zal meedragen, wat er ook gebeurt, wat jullie ook doen. Dat geschenk van het licht, van de vrijheid en de ruimte dat ik jullie gegeven heb omdat ik jullie liefhad. Of het een goed idee is? Ik weet het niet. Ik heb er nooit met jullie kunnen over spreken, omdat hier het leven ons breekt, ons plooit, ons verplicht in de rij te lopen. Ik heb altijd buiten de kudde geleefd! Ik heb altijd getracht een vrij hoekje te bewaren, zelfs voor jullie drie. Ik heb jullie misschien te veel vrijheid gegeven…, zonder gebruiksaanwijzing, daar waar dit land er zich niet toe leent. Ginder was dat veel eenvoudiger, men was wat men liet zien. Onder de zon kan je niet vals spelen.

Misschien vorm ik een zaadje, misschien ben ik er totaal naast. Ik wilde simpelweg dat jullie beseffen wat echte vrijheid betekent; ik wilde dat jullie je weg konden vinden zonder aan iemand iets verschuldigd te zijn. Ik weet niet of ik daarin geslaagd ben. Maar ik wil dat jullie trots zijn te behoren tot hen die “ginder” geweest zijn. Men draagt die stempel zo gemakkelijk als men een kindertijd in Afrika gehad heeft…En het is veel hartelijker en echter dan een partijkaart.

Ik heb besloten deze brief te laten verschijnen in de KISUGULU. Dat broeit sinds lang in mij. Ik kan jullie er niet over spreken. Jullie hebben je eigen leven, je eigen zorgen. Maar waar het hart van vol is, loopt het hart van over!

Waarom? Omwille van Rwanda? Omwille van Philippe? Vooral omwille van jullie… Omwille van wat jullie nu geworden zijn. Omdat ik dit alles niet mondeling kan verwoorden, kan ik het doen als koning Midas: ik graaf een diep gat en plaats daar mijn geheim in, het verdriet dat me verstikt. Dan, als het gras hoog genoeg gegroeid zal zijn, zal de wind, wanneer hij door het gras blaast, mijn tranen met zich meevoeren, en de ganse wereld zal het weten, maar er zich niet om bekommeren. Het zal me misschien een opgelucht gevoel geven. Ofwel, zal ik sterven met een koffer op het hart, zoals Jacques Brel het zegt…

Dit jaar vieren we onze 35 ste huwelijksverjaardag. Met vrienden vermoedelijk, och word toch wakker. Alleen. Omdat het beeld van de drie jongetjes in de stralen van de zon, niet meer bestaat. Een voor een komen de zonen op bezoek, nooit meer alle drie samen… Als jullie wisten hoeveel plezier jullie bezoekjes ons doen… Jullie waren onze grootste vreugde. Jullie zijn onze laatste grote zorg. Dat is mijn geheim of de koffer die ik meedraag.

Let wel op, mijn jongens, dat het leven niet hetzelfde met jullie doet, het geeft immers honderdvoudig terug wat je haar schenkt. Denk aan jullie echtgenotes en voorkom een dergelijke pijn voor hen.

Met al mijn liefde,

Mama

Met dank aan Walter Van Moorleghem voor de vertaling van het frans naar het nederlands

is aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright |  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine