SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

Vlamingen en Walen overzee voor 1830

© Uitgegeven door : Historicus Guido Convents (afrika filmfestival) en Prof. Eddy Stols

Update : June 2, 2015

Vlamingen en Walen Overzee Lang voordat België zijn onafhankelijkheid verwerft, zwermen tal van Vlamingen en Walen uit naar andere continenten. Vanaf het ogenblik dat Spanje en Portugal de Europese grenzen doorbreken, raken ook een aantal bewoners van onze contreien verweven met deze intercontinentale expansie.

Enkelen laten zelfs een onuitwisbaar en gewaardeerd spoor achter in de geschiedenis van Afrika, Amerika en Azië.

Vanaf de tweede helft van de XV de eeuw doorbreken Portugese zeelieden de grenzen van het middeleeuwse Europa. Zij verruimen snel de gekende wereld. De eilanden in de Atlantische Oceaan, de Azoren, vallen snel onder Portugese invloedssfeer. Hier zullen vooral Vlamingen een belangrijke rol spelen.

De betrekkingen tussen het hertogdom Bourgondië, op dat ogenblik één van de belangrijkste en dichtst bevolkte gebieden in Europa, en de zeevaartnatie Portugal zijn in de XV de eeuw erg goed. Het huwelijk van Filips de Goede met Isabella van Portugal in 1430 verstevigde en bevestigde deze enge contacten. Honderden Vlaamse kunstenaars en intellectuelen vestigen zich in het Portugese Koninkrijk en hun invloed zal ook in het Portugese overzeese rijk doordringen. In 1449 wordt Jacob van Brugge door de kroonprins van Portugal, Hendrik de Zeevaarder, voor zijn trouwe diensten beloond met het beheer van één van de eilanden van de Azoren (Ilha Terceira). Zijn taak is het dit gebied te bevolken en in cultuur te brengen. Een paar jaren later zullen enkele duizenden Vlamingen de Azoren bevolken, waarschijnlijk is zulks kunnen gebeuren onder invloed van Isabella van Portugal. Deze Vlamingen introduceren op de Azoren de toenmaals moderne landbouwtechnieken. Hetgeen verklaart waarom de Azoren tot rond 1500 de naam «Vlaamse Eilanden - Ilhas Flamengas» dragen.

 

Al snel na de verlegging van de gekende Afrikaanse grenzen door de Portugezen volgen ook de «Belgen». Zo is het beslist meldenswaard dat een zekere Eustache de la Fosse uit Doornik al rond 1479 met en op de Goudkust handel drijft.

Door het huwelijk van Johanna van Castilië met Filips de Schone, vader van de latere keizer Karel, worden onze gewesten in het zich op dat ogenblik uitbreidende Spaanse Rijk opgenomen. Uit alle lagen van de bevolking zijn er die door de « Amerika's » worden aangetrokken. Technisch onderlegden zijn voor de administratie en ontplooiing van het immense Spaanse rijk, waar de « zon nooit ondergaat », onmisbaar. Zonder weerga vinden dan ook uit de Vlaamse en Waalse streken mensen hun weg naar de Spaanse overzeese gebieden. Belgische handelaars, ambachtslui en zeelieden verwerven een zekere faam. Enkele zoals een Jan Curinc, een Maarten Bogaman en een Balthazar Bering proberen al rond 1542 brouwerijen in Mexico op te zetten. De Luikse handelaar Nicolas de Once speelt een niet te miskennen rol in de ontwikkeling van de XVI de eeuwse handel in Cali (vandaag in Columbië).

 

In Spaans - Amerika zijn een aantal « Belgen » in het mijnwezen betrokken.  Verscheidene onder hen, zoals een Giles de Legay, een Diego Jacques en Gaspar Looman proberen tussen 1535 en 1550 in Cuba en Mexico koper- en goudmijnen te ontginnen. Gaspar Looman ontwikkelt te Zultepeque (Mexico) zelfs een nieuw procedé om met salpeterzuur goud te puren uit zilvererts. In de tweede helft van de XVI de eeuw zijn een aantal Vlamingen te Potosi (Bolivië) actief. Vandaag verwijzen nog een aantal toponiemen naar hun activiteiten, zoals bijvoorbeeld de benaming «Veta de los Flamencos» voor een door «Vlamingen» uitgebate mijn. In dit verband dient er op gewezen dat de verwijzing «Vlaming», of in het Spaans «Flamenco», vaak ook slaat op diegenen die uit het Waalse gebied stammen.

 

Op de Kanarische eilanden bouwen een aantal Vlamingen suikerplantages uit die evenwel vanaf de eerste helft van de XVII de eeuw aan belang inboeten.

 

« Belgische » missionarissen, zoals de Franciscanen Pieter van Gent (Pedro de Gante) en Joos de Rijcke (Judocus de Rijcke) verbinden aan hun zendingswerk « ontwikkelingshulp » in Spaans - Amerika. Vergezeld van een aantal landgenoten vertrekt Pieter van Gent in 1522 naar Mexico en Centraal - Amerika. Zij leggen er de basis van de alfabetisatie van de bevolking. Pieter van Gent richt te Mexico scholen, maar ook hospitalen en een drukkerij op. Hij is ook één van de eersten die aandacht heeft voor de taal van de Azteken. Zijn inzet voor de Mexicaanse Indianen bezorgt hem het aureool van « opvoeder - beschermer en vader der Indianen».

 

Enkele jaren na het vertrek van de eerste golf «Belgische» Franciscanen, vertrekt er een tweede, onder wie de Mechelaar Joos de Rijcke. Benevens de geloofsverkondiging heeft hij vooral aandacht voor de verdrukte bevolking en haar cultuur. In Quito (Ecuador) richt hij een school op voor Indiaanse kinderen, die later ook basisonderwijs aan anderen kunnen verder geven. De Rijcke geeft ook de impuls tot de oprichting van een brouwerij en van waterwerken. Van belang is dat hij aan de regeerders te Quito grond voor de Indianen vraagt en hem ook krijgt, waardoor deze technisch - landbouwkundig onafhankelijk worden van de willekeur van de Spaanse conquistadores. Zijn bijzondere aandacht voor de landbouw en de verbeterende invloed die er in Peru zal vanuit gaan, maken hem legendarisch.

 

Over de Waalse en Vlaamse aanwezigheid in het overzeese deel van het Spaanse rijk moet evenwel zeer nuancerend gesproken worden. In feite vormen zij minder dan1%  van de Europese aanwezigheid aldaar ! Hetzelfde geldt zelfs in grotere mate voor hen die via de expansie van de andere zeemogendheden, zoals Portugal, Engeland, de Verenigde Provinciën en Frankrijk, buiten de Europese grenzen zekere activiteiten ontplooien.

 

Van de missionarissen uit onze streken die in Afrika en in de Azië actief zijn, komen Joris van Geel en Ferdinand Verbiest naar voren. Als in 1647 Rome een oproep doet om in Afrika missiewerk te verrichten, melden zich verscheidene kapucijnenpaters uit de Lage Landen voor deze Kongomissie. Onder hen bevindt zich Joris Van Geel. Hij werkt mee aan het tot stand komen van het eerste woordenboek in een Bantoetaal.

 

De Jezuïetenpater Ferdinand Verbiest levert als vertrouweling van de Chinese keizer K'Ang-si een grote inbreng voor de wetenschappelijke ontwikkeling in het XVII de eeuwse China. Op vraag van de keizer bestudeert hij de Mandsjoetaal en schrijft hiervoor een grammatica. Tot op heden staat Verbiest in China bekend als het symbool van de wetenschap. Zijn sterrenkundig Observatorium is te Peking bewaard.

 

De verhalen - en brieven van de «Belgen» die in andere continenten verblijven, verstrekken onmisbare informatie voor de cartografen uit onze streken. Hier dient voornamelijk gedacht aan de kaarten van Gerard en Rumold Mercator, Petrius Plancius, Jodocus Hondius en Abraham Ortelius. Hun kaarten zijn vaak « wegbaners » voor de ontdekkingsreizen in de XVI de, XVII de en XVIII de eeuw. Soms worden de reisverhalen echte standaardwerken voor de tijdgenoten, zoals het met kaarten geïllustreerde reisverslag van de Henegouwernaar Louis Hennepin, die in Franse dienst in de XVII de eeuw Noordelijk Amerika doorkruiste.

 

Onder het Oostenrijks bewind in de XVIII de eeuw wordt de Oostendse Compagnie in de Zuidelijke Nederlanden opgericht. Deze handelsonderneming krijgt voor een periode van dertig jaar het monopolie van de handel op Afrika en Indië, maar ook het recht om koloniën te stichten. De Oostendse Compagnie, geleid door de Antwerpse zakenwereld, neemt in Kanton (China) en te Cabelon (India) een aantal handelsposten over en sticht er nog een aantal. Rond 1725 kan de compagnie zich met moeite in het oostelijk gedeelte van de Ganges in Indië vestigen. Doch twee jaar later zijn hun factorijen aldaar, te Bankesbasar en te Hitsiapur, erg succesvol. Hetgeen voor de andere Europese mogendheden een doorn is. In feite betekent de grote bloei die de Oostendse Compagnie tussen 1724 en 1727 kent, ook haar einde. In 1731 l wordt het octrooi ingetrokken !

 

Kortom, zonder de zekere betekenis van de «Belgen» vóór 1830 te miskennen, mag men deze aanwezigheid toch niet overschatten. Zij zijn slechts kleine onderdelen in de algehele Europese aanwezigheid Overzee die zich van de XV de tot de XVIII de eeuw voordoet. Hun rol is evenwel niet te vergelijken met deze die de Belgen in de XIX de en XX ste eeuw in de Europese expansie verwerven.

 

Foto en bronnen internet hieronder

 
 
 
 
foto : Ferdinand Verbiest studeerde in Leuven en Mechelen; theologie in Rome en Sevilla. Hij trad in bij de Jezuïetenorde in 1641. Als missionaris werd hij naar China uitgezonden (1659 ten tijde van de Qing-dynastie) De Belgische jezuïetenpater Ferdinand Verbiest richt als missionreis in China het observatorium van Peking op en laat meer dan 400 kanonnen maken voor keizer Kang-Hi, wiens secretaris hij is.
 
foto : De Kangxi-Verbiest hemelglobe : Het beeld betreft een exacte replica van de hemelglobe van de Vlaamse jezuïet en astronoom Ferdinand Verbiest. Deze Globe is een geschenk van de Chinese overheid aan de Katholieke Universiteit van Leuven uit dankbaarheid voor de jarenlange goede verstandhouding en samenwerking tussen beide landen. Deze replica werd ingehuldig in 1989 in aanwezigheid van de Chinese ambassadeur Liu Shan. (copie van de hemelglobe is te zien in Leuven)
Peter van Gent, Pedro de Gante in het Spaans, werd rond 1480 geboren als Peeter van der Moere in Idegem en stierf in Mexico-stad op 19 april 1572. Deze franciscaanse monnik uit een klooster in Gent was als missionaris actief in Mexico. In 1523 kwam hij samen met twee andere missionarisen aan in Mexico, dat twee jaar eerder door de Spanjaarden op de Azteken was veroverd. Hij stichtte de school van San José de los Naturales en liet een groot aantal kerken bouwen, waaronder een in Texcoco op een voormalige Azteekse tempel. Om de Indianen effectief te bekeren, liet hij de zonen van inheemse leiders naar zich toebrengen om hen daarna af te zonderen en te onderwijzen over het christendom. Alleen de “goede leerlingen” mochten in contact komen met de buitenwereld. Zelf leerde hij de taal van de Azteken, Nahuatl, om ze in hun eigen taal te kunnen onderwijzen. Hij wierp zich op als beschermer van de Indianen tegen de wreedheid van de Spaanse conquistadores. Volgens sommigen was hij een bastaardzoon van Maximiliaan I van het Heilige Roomse Rijk.
Joos de Rijcke is de oudste zoon van een gezin van dertien kinderen, van wie er amper zeven de volwassen leeftijd bereikten. Zijn vader, Joos de Rijcke, is de nazaat van een geslacht waarvan de naam voor het eerst opduikt in de 13e eeuw, in de abdij van Grimbergen. Zijn moeder, Johanna van Marselaer, stamt van haar kant uit een geslacht van Brabantse notabelen met een eigen wapenschild uit de Middeleeuwen. De familie de Rijcke van Marselaer onderhield zowel door haar sociale als geografische positie banden met de wereldlijke en geestelijke machthebbers van de 16e eeuw. Zo liet de overgrootvader langs moederszijde, Jan van Marselaer, in zijn testament uit 1475 een clausule opnemen krachtens dewelke zijn erfgenamen de studies van Adriaan Boeyens (de latere paus Adrianus VI), toen zestien jaar oud, moesten bekostigen. Een andere telg van de familie, Frederik van Marselaer, baron van Perk bij Vilvoorde (geboren in 1584, dus na de dood van Joos de Rijcke), was verscheidene keren schepen, thesaurier en burgemeester van Brussel. Joos de Rijcke zelf groeit op in zijn geboortestad Mechelen, waar ook de twee jaar jongere Keizer Karel opgroeide.
Van dezelfde auteur :