SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

Zonder Belgisch-Congolees uranium had VS

nooit een atoombom op Hiroshima kunnen gooien !

Exact 70 jaar geleden dropte de Amerikaanse piloot Paul Tibbets een atoombom op de Japanse stad Hiroshima waarbij 78.000 onmiddellijke doden vielen. 'Een catastrofe die zonder Belgisch-Congolees uranium nooit had plaatsgevonden.'

 

 

De industrieel Sengier stond aan het hoofd van het mijnbouwbedrijf Union Minière (UM). Zonder dat Belgische uranium had de VS nooit een atoombom op Hiroshima kunnen gooien, schrijven onder meer Jean-Pierre Van Rossem en Luc Barbé in hun boeken. 70 tot 75 procent van het uranium dat de VS nodig had voor het onderzoek naar de ontwikkeling van atoomwapens kwam uit de toenmalige Belgische kolonie Congo.

 

Inleiding

Christophe Derenne, directeur van de Franstalige think thank Etopia, vroeg me in de lente van 2009 een boek te schrijven over de proliferatie of verspreiding van kernwapens en de rol van België daarin. Ik ging met plezier op de vraag in. Ik heb me in de tijd als kabinetschef van gewezen staatssecretaris voor Energie Olivier Deleuze in de export van proliferatiegevoelig materiaal verdiept en sindsdien de problematiek vanop afstand gevolgd.

Bovendien is er de laatste jaren in ons land nauwelijks iets gepubliceerd over de proliferatie van kernwapens tenzij enkele wetenschappelijke studies en artikels.

Een overzicht van Belgische bedrijven die de laatste halve eeuw in kernwapenprogramma’s een rol gespeeld hebben is nog nooit opgesteld. Hoog tijd om dat eindelijk te doen. Ik heb een tiental kernwapenprogramma’s bestudeerd en gecheckt welke Belgische bedrijven er bijbetrokken waren.

Dat was geen gemakkelijke klus, want heel wat officiële gegevens, bv. exportvergunningen, zijn niet openbaar. Het was dus puzzelen op basis van parlementaire vragen, eigen opzoekingswerk in archieven, studies van buitenlandse experts etc.

Als ik nu alles op een rijtje zet, stel ik vast dat ik veel meer gevonden heb dan ik ooit had durven hopen, goed wetende dat mijn ‘inventaris’ niet anders dan onvolledig kan zijn. Het eerste deel van dit boek is het resultaat van een mengsel van wetenschappelijk onderzoek en onderzoeksjournalistiek. Ik zet er zakelijk de feiten op een rij voor Iran, Irak, Libië, Pakistan, Israël, Zuid-Korea en Taiwan en vermeld welke Belgische bedrijven een rol gespeeld hebben in een (mogelijk) kernwapenprogramma.

De hoofdstukken over Pakistan en Iran zijn het meest uitgewerkt. De ontwikkelingen in die twee landen zijn bijzonder belangrijk voor de rest van de wereld en verdienen al onze aandacht.

Voor alle duidelijkheid: de meeste bedrijven in ons land zijn te goeder trouw en willen absoluut geen geld verdienen door mee te werken aan een kernwapenprogramma waar ook ter wereld. Het is absoluut niet mijn bedoeling om onze bedrijven in een slecht daglicht te stellen. Maar we moeten het licht van de zon niet ontkennen. Sinds de jaren ‘40 van de vorige eeuw hebben ook Belgische bedrijven een rol gespeeld in meerdere kernwapenprogramma’s. Als we daar komaf mee willen maken, moeten we eerst goed in detail het verleden analyseren om vervolgens beleid uit te stippelen dat dit vermijdt.

Om de hoofdstukken over de verschillende landen goed te kaderen, snij ik eerst enkele andere thema’s aan. Het eerste hoofdstuk van het boek gaat, hoe kan het anders, over het Congolese uranium voor de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Daarna geef ik een korte geschiedenis van de nucleaire sector in ons land en van het internationale beleid tegen de proliferatie van kernwapens. In het tweede deel van het boek maak ik een ‘systeemanalyse’. Waarom willen landen kernwapens? Welke houdingen en strategieën ontwikkelen ze daarvoor? Hoe komt het dat ons land, dat van bij de oprichting van de Verenigde Naties in 1945, de kaart van de non-proliferatie getrokken heeft, zelf een actieve rol gespeeld heeft in de proliferatie ervan? Waarom gaat de Vlaamse regering zo losjes om met exportdossiers van proliferatiegevoelige technologie? Ik zal die vragen uitvoerig behandelen en een aantal heel concrete beleidsvoorstellen formuleren. Ik wil ook vermelden waarover dit boek niet gaat. Het behandelt niet, tenzij in de marge, de houding die ons land formeel in diplomatieke kringen heeft aangenomen over kernwapens en de verspreiding ervan. Dat is ook boeiend, maar veel voorspelbaarder. Het gaat er mij om wat er achter de schermen gebeurt. Ik behandel ook niet de ’safeguardsproblematiek’ en het beleid van het Internationaal Atoomenergieagentschap. Dat is ook allemaal heel belangrijk maar daarover bestaan al voldoende boeiende publicaties. Een ander aspect is de problematiek van ballistische raketten die sommige landen ontwikkelen om kernkoppen te transporteren. Ons land heeft zich ingeschreven in internationale controleregimes op uitvoer van materialen en technologieën die daarvoor gebruikt kunnen worden. In welke mate ons land die afspraken ook respecteert, levert stof voor een nieuw boek.

Waar heb ik mijn informatie gevonden? Ik kan mijn bronnen in drie categorieën indelen. Eerst en vooral de toegankelijke informatie in de pers en op het internet. Dan heb ik een hele reeks Engelstalige en Franstalige boeken gelezen die bij ons niet of nauwelijks te vinden zijn maar vaak enkele boeiende bladzijden over België bevatten. Noem het maar ‘openbare maar voor de doorsneeburger moeilijk toegankelijke informatie’. Ik ben de laatste twee jaar een heel goede klant van amazon.uk en amazon.fr geworden. Ten slotte had ik toegang tot de archieven van Tractionel, een van de aandeelhouders van Belgonucleaire, een van de belangrijkste bedrijven in de nucleaire sector. Ik vond daarin zaken die nog nooit gepubliceerd werden en een nieuw licht werpen op een van de belangrijkste bedrijven in de nucleaire sector van ons land.

Dit boek is geen alles omvattend wetenschappelijk werk. Daarvoor ontbrak de tijd en de toegang tot belangrijke archieven. “Wie een volmaakt boek wil schrijven, komt nooit rond”, zeggen de Chinezen. Het kan dus dat belangrijke projecten van Belgische bedrijven in een of ander kernwapenprogramma ontbreken. Mijn opzet was niet zozeer het laatste detail van de betrokkenheid van ons land bij de verspreiding van kernwapens te beschrijven. Mijn opzet was om de grootste dossiers in enkele belangrijke landen toe te lichten en – vooral – om de logica erachter op te sporen.

Om een ruimer publiek dan de experts te bereiken, heb ik zoveel mogelijk moeilijke technische termen vermeden. Een aantal termen heb ik niet kunnen vermijden. Aan het einde van het boek vind je ze op een rijtje met een woordje uitleg erbij (trefwoordenlijst). Ik raad mensen die het wereldje van kernwapens en kernenergie niet goed kennen aan om die bijlage eerst eens door te nemen. Wetenschappers en ambtenaren zullen wellicht hier of daar in het boek struikelen over een veralgemening of een paragraaf onvolledig vinden. Meestal is dat een bewuste keuze. Deze problematiek verdient een groot lezerspubliek. De prijs daarvoor is het laten wegvallen van een aantal technisch complexe zaken.

Ik gebruik heel veel citaten. Ik wou zoveel mogelijk spelers in deze dossiers aan het woord laten. Eén goed citaat zegt trouwens vaak veel meer dan een bladzijde beschouwingen. Een van de moeilijkheden bij het schrijven van dit boek was dat het voor een belangrijk stuk slaat op het “pre-Google-tijdperk.” Recente dossiers, zoals bv. de zaak “Epsi-Iran” kan je snel reconstrueren via Google. Maar als je een dossier uit de jaren ’60 wil opgraven, lukt dat niet. Er zijn nog maar weinig documenten uit die tijd gescand en op het internet geplaatst. Bovendien gaat het hier per definitie om confidentiële dossiers. Ik heb gelukkig wat informatie gevonden in de archieven van de Ministerraad en de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat. Maar het uitpluizen van de archieven van de Belgische Staatsveiligheid– als er tenminste toestemming voor zou zijn - zou zeker nog heel wat meer interessante informatie opleveren. De geschiedenis van de spanningen binnen de Belgische overheid en tussen overheid en privésector over export van proliferatiegevoelig materiaal moet bijvoorbeeld nog geschreven worden. Over de tussenkomsten van buitenlandse inlichtingendiensten bij Belgische overheden heb ik het af en toe, maar ook hier ontbreekt toegang tot archieven om een zicht te krijgen op het volledig plaatje. Wie inspiratie wil voor boeiend wetenschappelijk onderzoek of grensverleggende doctoraten, vindt in dit boek meer dan zijn gading.

Er staan in dit boek nogal wat data, namen en feiten. Uiteraard heb ik alles dubbel en zelfs driedubbel gecheckt maar fouten zijn niet uit te sluiten. Een aantal feiten speelt zich trouwens af in de weinig transparante zone van buitenlandse zaken, defensie en inlichtingendiensten en daar zijn feiten en verzinsels af en toe heel moeilijk van elkaar te onderscheiden. Aarzel niet me te mailen als je een fout of onnauwkeurigheid ontdekt (barbe@telenet.be).

Een Vlaamse uitgever was zeer gemotiveerd om dit boek uit te geven. Ik heb toch gekozen voor een e-book. Daarmee bereik ik meer mensen. Wie in de loop van volgende maanden of jaren op internet informatie zoekt over kernwapens en nucleaire proliferatie, kan via Google of een andere zoekmachine vlot op mijn site een pak informatie vinden. Tot slot wil ik nog een aantal personen bedanken: Tom Sauer, docent internationale politiek aan de Universiteit Antwerpen, Eric Remacle, professor politieke wetenschappen aan de ULB, Dirk Holemans, coördinator Oikos, Christophe Derenne, directeur Etopia en Wim Borremans. Inge Jooris hielp me de tekst mooi te polijsten, iets waarvoor ik haar heel erg dankbaar ben.

Luc Barbé

Juni 2012

Lees het "e-boek" online via het pdf document