SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

Ook Congolezen zijn kunstenaars

Uitreksel uit het tijdschrift Kongo Album 1908-1958
uitgegeven in 1958 Goede Pers Averbode

 

citaat : Kolonisatie is werk van redding en offer niet van verovering en hebzucht (Emile Banning 1896)

 

Émile Banning was een groot tegenstander van de nog bestaande slavenhandel en was één van de mede-organisators van de conferentie tegen de slavenhandel van 1890 in Brussel waarop hij samen met Lambermont België vertegenwoordigde. Na deze conferentie was Banning een voorstander om Kongo-Vrijstaat, dat persoonlijk bezit van de koning was, door België te laten annexeren en kon hij zich niet meer vinden in de economische politiek die Leopold II voerde in Kongo. Door zijn geschriften die hij publiceerde tussen 1890 en 1892 kwam Banning meermaals in botsing met de koning. Aanvankelijk kon Auguste Lambermont de gemoederen nog sussen maar vanaf 1893 viel Banning volledig uit de gratie van de koning.
(bron)

Kongolese kunst in 1908-1958 (bron de goede pers averbode)

 

Update : June 1, 2015

Kongolese kunst in 1908-1958 (bron de goede pers averbode)Bekijk eens een ogenblikje deze afbeeldingen van maskers, kruiken, beeldhouwwerken en korven vlechtwerkjes ? Nu moet ge onmiddellijk met mij bekennen dat er onder die Congolezen, die zo iets konden vervaardigen, echte kunstenaars zitten, niet ? De zwartjes hebben in het algemeen een voorliefde voor de kunst en als ze maar de gelegenheid krijgen, vieren ze hun aangeboren fantasie bot op alle materiaal, dat ze onder de handen krijgen. Natuurlijk mogen wij die Congolese kunst niet bekijken met ogen van een blanke, die meent dat alleen de mensen met bleke huidskleur kunst kunnen voortbrengen.

In de vorm en de versiering van hun werken vinden we de weerspiegeling van de eigen smaak van de zwarten en de gebruiken van de streek. Juist door die kunst komt de ware ziel van een volk tot uiting. Wij. blanken, spreken van moderne kunst, antiek, stijl Lodewijk XV en zo meer. Onze meningen over de kunst zijn verdeeld en dat wat de mensen vandaag mooi vinden en echte kunst, wordt misschien morgen reeds als ouderwets en verachtend beschouwd. Bij de zwarten. gaat dat niet zo. De regels van verhouding, uitdrukking en metriek zijn er eeuwenoud en blijven onveranderd. In iedere stam worden deze van vader op zoon voortgeleefd en geen zwartje zal eraan denken het nu eens anders te doen dan zijn vader of zijn hoost heilige grootvader.

Hun onderwerpen vinden de Congolezen vooral in de natuur, bij de mens of het dier, wat zeer goed te begrijpen is als we nagaan dot ze helemaal leven in die natuur en hun ganse bestaan er onder de invloed van staat. Ook hun godsdienst spoort hen aan tot het vervaardigen van kunstvoorwerpen. Denk maar aan de fetisjen, grijnzende, schrikwekkende beelden met dreigend opgeheven arm, die de kwade invloeden moeten afweren, of beelden met meer vriendelijke trekken, die het goede moeten bijroepen.

Vooral hout en ivoor zijn de ideale grondstoffen voor hun kunstarbeid. Geen land ter wereld bezit ook zoveel houtsoorten, die zich zo goed lenen voor het snijwerk. Het ivoor, afkomstig van de slagtanden van de olifanten, wordt eveneens veel gebruikt en de Congolezen maken er de meest verbluffende kunststukken van : bloemruiker dragers, bruggen met kleine olifanten, zelfs wandelstokken en damspelen. Vooral de Bakuba en de Mangbetu munten uit door hun kunstzin.

Bekijk maar de prachtige snijwerken, die moeder en kind, voorouders of overleden stamhoofden voorstellen. De Congolezen zijn ook knappe vaatwerkmakers. Eigenlijk zouden we moeten zeggen, de negerinnen, want zij zijn het die meestal instaan voor het vervaardigen van kalebassen en kruiken. De regelmatige vorm is bewonderenswaardig, in aanmerking nemend dat de Congolezen het gebruik van de molen of het pottenbakkerswiel niet kennen. Deze pottenbakkersnijverheid is over gons Kongo verspreid, maar sommige stammen maken er echte juweeltjes van, die kunnen vergeleken worden met het fijnste ceramiekwerk van Europa !

Kongolese kunst in 1908-1958 (bron de goede pers averbode)

Kongolese kunst in 1908-1958 (bron de goede pers averbode)Kongolese kunst in 1908-1958 (bron de goede pers averbode)

Kongolese kunst in 1908-1958 (bron de goede pers averbode) Kongolese kunst in 1908-1958 (bron de goede pers averbode)

Met het riet en de vezels van raffiapalmen

maken de inboorlingen kunstige matten, manden, schotels en allerlei afsluitingen voor hun hutten. Hun oude schilden zijn ware meesterstukken van vlecht- en matwerk, evenals de hoofdtooisels en hoeden van de stamhoofden. Wie eens de decoratieve hutten van de Mangbetu gezien heeft, vergeet ze nooit.

Ook bij andere sierkunsten als smeedwerk, borduren en inlegwerk vinden we bewijzen van hun kunstenaarstalenten, hun onuitputtelijk geduld en hun bewonderenswaardige vakkennis. Dit alles getuigt van een smaak, die voor deze van de volkeren met beschaving niet moet onderdoen.

 

Bijna alle Congolezen houden dolveel van muziek en honderden inlandse liederen werden reeds door de missionarissen opgetekend en bestudeerd. Het voornaamste voor hen is niet de melodie, maar wel het ritme. De uitvoering geschiedt met de meest verscheidene instrumenten, gaande van gongs, tamboerijnen, klokken in hout en ijzer, ivoren trompen, tamtams, lieren, mandolines, xylofonen tot het eenvoudige klappen met de handen.  Zij kennen oorlogszangen, geboorte- , wieg- en dodenliederen. De Congolezen  zingen en improviseren zeer gemakkelijk. Komt de maan op, dan danst gans Kongo, begeleid door de muziek van de meest vreemdsoortige instrumenten. Maar alle gelegenheden worden te baat genomen om te dansen. Zij verwelkomen de maan al dansend, dansen om het bezoek van een groot stamhoofd, dansen bij dood en bij oorlog, bij geboorte en besmettelijke ziekten. Meestol dansen de mannen en de vrouwen afzonderlijk en de mannen dragen dan hun mooiste maskers.

Eigenlijk bestaat er geen letterkunde bij de Congolezen. Toch houden ze van toneelspelen en er zijn dikwijls zwarte redenaars die op zeer prettige manier aan hun stamgenoten sprookjes kunnen vertellen en uitbeelden.

Het zou zeer spijtig zijn indien die mooie inlandse  kunst zou verloren gaan.  Daarom spant het Belgisch bestuur al zijn krachten in om de inlandse kunsten en ambachten te beschermen. Een ogenblik dreigde die primitieve kunstzin van de Congolezen teloor te gaan, bij de komst van de blonken. Hun drang naar “souvenirs”  was de oorzaak, dat al wie als zwarte enigszins handig was, zonder daarom over weinige kunstzin te beschikken, zich ging werpen op een stuk hout of ivoor om er zo vlug mogelijk iets uit te beitelen, dat zwaarder was in gewicht dan in kwaliteit.  Die voorwerpen hadden praktisch geen waarde, alleen de grondstof was echt Congolees.  De enige zorg van die hout- en ivoorsnijders was slechts aan de veelvuldige vraag te kunnen voldoen van al die blanken, die bij hun thuiskomst hun verwanten en vrienden wilden overbluffen met de meest vreemde  kunstwerken uit Congo. Natuurlijk werden die lelijk bij de neus genomen.

Ook de missionarissen hebben begrepen dat de inlandse kunst moest bewaard blijven voor ontaarding. Zo werd o.a. te Leopoldstad een St.-Lucasschool opgericht, waar de zwarten hun eigen kunstzin kunnen ontwikkelen. De schilderkunst is nog nieuw bij de Congolezen. Wel kleurden zij de wanden van hun hutten en brachten zij er muurschilderingen op aan, maar verder ging het dan ook niet. De prachtige schilderijen die door de leerlingen van deze tekenen schilderschool voor zwarten gemaakt werden, laten het beste voor de toekomst verhopen.

 

Kongolese kunst in 1908-1958 (bron de goede pers averbode)