SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

May 28, 2015

Van Congo naar Brazilië.

Auteur : © Eddy Merveillie

 

Foto boven : KUBITSCHEK Juscelino Kubitschek was president van Brazilië van 1956 tot 1961. De Belgisch-Braziliaanse betrekkingen waren traditioneel gunstig, en werden
Foto boven : KUBITSCHEK Juscelino Kubitschek was president van Brazilië van 1956 tot 1961.
De stichter van de hoofdstad Brasilia was een tegenstander van het militaire regime, dat hem zijn politieke rechten ontnam na de coup van 1964.

 

 

paketboot Charles Tellier

In de nasleep van het débâcle van de Congolese onafhankelijkheid werd aanvang jaren 60 een korte, maar ondertussen door vrijwel iedereen vergeten, bladzijde in de Belgische emigratiegeschiedenis geschreven. Het is bekend dat van alle kolonialen het vooral de "colons" zijn die misschien wel het meest bekaaid uit de hele dipenda affaire zijn gekomen. Velen hadden immers al hun middelen in de exploitatie van een agronomisch bedrijf of een plantage geïnvesteerd en waren na de julidagen van 1960 alles kwijtgeraakt. Het dossier van de schadeloosstellingen is een schandelijk verhaal appart want de Belgische staat kwam maar zeer zuinig over de brug.

 

Diezelfde krenterige Belgische instanties bedachten begin 1961 plots echter een wel heel bijzonder plan. Waarom niet aan een geselecteerde groep ex-colons de mogelijkheid bieden om naar Brazilïe te emigreren.

 

Met hun in Congo opgedane ervaring moesten zij toch best in staat zijn om in het eveneens tropische Zuid-Amerika een nieuw kolonistenbestaan op te bouwen. De Braziliaanse overheid was bovendien vragende partij naar emigranten met ervaring in de sector van de tropische landbouw. Het idee was gerijpt tijdens een in februari 1961 in Brazilë uitgevoerde Belgische handels-en diplomatieke missie. Er zou in Brazilë een landbouwcoöperatieve worden opgericht waarvan de exploitatie zou worden toevertrouwd aan vluchtelingen uit Belgisch Congo.

 

Charles Tellier was niet enkel een uitvinder. Toen in Frankrijk nog in het geheel geen overdaad aan levensmiddelen bestond, zeker niet voor de lagere sociale klassen, liet hij op eigen kosten een klein stoomschip bouwen waarvan het laadruim was uitgerust met zijn bijzondere koelmachine. De ‘Le Frigorifique’ werd geladen met Frans vlees, vertrok in Rouen op 30 september 1876 en bereikte na een lange moeilijke reis, met onvoorzien oponthoud in Lissabon, uiteindelijk Buenos Aires op 23 december 1876. Het vlees was intact en het succes volledig! De mogelijkheid tot export van Frans vlees of de invoer van Argentijns vlees in tijden van schaarste, faalde door tekorten in eigen land en mogelijk de Franse neiging om de eigen markt te beschermen. Meer waarschijnlijk maakte de lange reis het project economisch onrendabel, zeker voor het kleine schip dat Tellier zelf had uitgerust. Alleszins bracht deze onderneming Tellier geen fortuin, en merkwaardig genoeg ging zijn koelingsontwerp de spreekwoordelijke ijskast in voor vele jaren. Dit gebeurde ondanks de nood aan andere bewaarmethodes dan inmaken. In Frankrijk werd in glas ingemaakt, en in Engeland werd bij gebrek aan glas een methode voor blik ontwikkeld, zodat bederfbare voedingswaren ook buiten hun seizoen beschikbaar waren. De methode van Tellier haalde het niet.De Braziliaanse regering was bereid om haar volledige medewerking te verlenen door onder andere een afwijking toe te laten op de voor immigranten ingestelde leeftijdslimiet. Daarnaast kregen de nieuwkomers de mogelijkheid om de Belgische nationaliteit te bewaren en desgewenst voor eigen rekening te werken. De Belgische overheid voorzag in de toekenning van een krediet van 400.000 BEF per gezinshoofd , tegen een lage rente terugbetaalbaar in 25 jaar, terwijl de Braziliaanse staat 4.200 hectare grond (hetzij iets meer dan 30 hectare per familie) met een concessie van 90 jaar beloofde voor de eerste 100 Belgische colons die in het land van de Amazone zouden neerstrijken.

 

De toenmalige Braziliaanse president Quadros had aan de Belgen grond beloofd in het schaars bevolkte gebied van de Mato Grosso. Op het ogenblik dat deze belofte moest worden ingelost was Quadros echter president af zodat dit plan niet kon doorgaan.

 

De toenmalige Braziliaanse president Quadros had aan de Belgen grond beloofd in het schaars bevolkte gebied van de Mato Grosso. Op het ogenblik dat deze belofte moest worden ingelost was Quadros echter president af zodat dit plan niet kon doorgaan.De Belgische landverhuizers kwamen uiteindelijk in Botucatu, in de deelstaat Sao Paulo terecht. Toen op 19/08/1961 de eerste groep "pioniers", 20 Vlamingen en 30 Walen te Antwerpen op de paketboot Charles Tellier richting Brazilïe inscheepten en er op 06/09/1961 voet aan wal zetten, was deze eindbestemming echter nog onbekend. Het terrein in Botucatu was voor rekening van de Belgische staat aangekocht door een Nederlandse tussenpersoon, de heer Hoogenboom, die in de regio van Campinas aan het hoofd stond van een door Nederlanders gestichte landbouwcoöperatieve "Hollambra 1". Het bleek al snel dat de grond in Botucatu geen landbouwgrond van eerste kwaliteit was maar de nieuwelingen gingen toch aan de slag. De grond werd verdeeld, houten huizen werden gebouwd. Zelfs een dispensarium, een winkel en een garage werden uit de grond gestampt.

 

Op deze manier begon een kleine groep uit Belgisch Congo verdreven "colons" een nieuw leven als Brazilianen.

 

De baanbrekers van dit Belgisch-Braziliaans experiment kenden echter geen verdere navolging en de geschiedenis van deze moedige mensen die in Congo alles waren verloren maar de kans grepen om in Zuid-Amerika toch opnieuw van 0 te starten is ondertussen uit het collectieve geheugen gewist. Een van hen, Tristan Dierckx , heeft het allemaal als kind meegemaakt. Hijzelf en zijn nakomelingen leven tot op de dag van vandaag in Brazilïe. Onderhavig artikel is gebaseerd op zijn relaas. Helaas is Tristan ondertussen ook zelf op 27 januari 2013 overleden.

 

Het "Centro Cultural Botucatu" hield in augustus 2011 ter viering van 50 jaren Belgische plaatselijke aanwezigheid een fototentoonstelling waarvan enkele beelden te zien zijn via deze link

 

© Eddy MERVEILLIE

 

Le friogrifique Rouen - Buenos Ayres 1876

Via internet dit gelezen :

* Bron Mo : http://www.mo.be/

Ongeveer een half miljoen Belgen leeft in het buitenland. Het overgrote deel van deze Belgische expats woont en werkt in onze buurlanden of in andere Europese landen. Maar er migreerden ook Belgen naar meer exotische bestemmingen. MO* neemt de Belgische kolonies in Zuid-Afrika, Brazilië, Canada, Israël, Argentinië en Australië onder de loep.

 

In Brazilië staan 3893 Belgen in de consulaire registers geregistreerd.

In verhouding tot de geografische en demografische proporties van het land is de Belgische gemeenschap al bij al erg bescheiden.

Ze groeit met gemiddeld vijf procent per jaar, en die groei is volgens de Belgische ambassade veeleer te wijten aan afstamming dan aan immigratie. Enkel in de jaren 2007-2008-2009 was er een stijging waar te nemen (7% per jaar) die toegeschreven zou kunnen worden aan economische immigratie ingevolge de economische crisis. ‘Er kan van uit gegaan worden dat zich in 2013 een gelijkaardige tendens zal voordoen’, aldus de Belgische ambassade.

 

De trend voor wat België betreft is gelijklopend met die van de meeste Europese landen. Een economische crisis in Europa leidt steeds tot een vlucht naar groeilanden. Gezien de crisis in België meevalt in verhouding tot de Zuid-Europese landen, is de groei van de Belgische gemeenschap ook bescheiden, vooral dan vergeleken bij Portugal en Spanje, waarvan de actuele immigratiestroom proporties aanneemt die enkel voorkwamen tijdens het interbellum.’

De aanwezigheid van Belgen in Brazilië is voor een stuk historisch. In de negentiende eeuw slaagden Belgen erin belangrijke commerciële posities in te nemen in de Braziliaanse metaal- en spoorwegsector. 

 

In het interbellum zouden bedrijven als Belgo-Mineiro belangrijke activiteiten ontplooien. België tekende zo voor de bouw van het bekende viaduct Santa Ifgênia in São Paulo en voor het trapwerk in het Palacio da Liberdade in Belo Horizonte (deelstaat Minas Gerais). Vanaf 1840 ontstonden er “Belgische kolonies” zoals Ilhota in de Braziliaanse deelstaat Santa Catarina, maar ook in Campos. Vele landgenoten vestigden zich echter individueel in reeds bestaande kolonies. In het interbellum zouden bedrijven als Belgo-Mineiro belangrijke activiteiten ontplooien. België tekende zo voor de bouw van het bekende viaduct Santa Ifgênia in São Paulo en voor het trapwerk in het Palacio da Liberdade in Belo Horizonte (deelstaat Minas Gerais).

Vanaf 1840 ontstonden er “Belgische kolonies” zoals Ilhota in de Braziliaanse deelstaat Santa Catarina, maar ook in Campos. Vele landgenoten vestigden zich echter individueel in reeds bestaande kolonies.  

Een aantal emigrende Belgen waren ingenieurs, universitairen en technici.

De Belgische ambassade: "Zo ook Luis Cruls, die als ingenieur en astronoom aangesteld werd door de toenmalige Braziliaanse keizer Dom Pedro II –waarmee hij bevriend was geraakt– om een missie van medici, biologen en astronomen te leiden. Die moest beslissen over de locatie en de coördinaten toekomstige hoofdstad. Het verslag van zijn missie, dat in 1894 gepubliceerd werd vormde de echte blauwdruk voor de verplaatsing van de hoofdstad van Rio de Janeiro naar het nieuw te bouwen Brasilia, ruim een halve eeuw later door president Juscelino Kubitschek. Brasilia werd in 1960 tot nieuwe hoofdstad gekroond."

 

In de recente inauguratie van de nieuwe voetbaltempel in Brasilia door presidente Dilma Rousseff werd openlijk stilgestaan bij de “erfenis” van onze landgenoot, zonder wie er van Brasilia nooit sprak was geweest in huidige vorm. 

 

Vandaag werken landgenoten onder meer in Belgische bedrijven in Brazilië (GDF Suez, Tractebel, Umicore, DEME, De Nul), de onderzoeksector (Fiocruz) of de gastronomie.

Chez Michou is bijvoorbeeld een bekende pannenkoekenketen in Rio de Janeiro.

Een Belgo-Braziliaan is zelfs procureur in Brazilië, andere Belgen werken als professor aan Braziliaanse universiteiten. 

 

‘De meeste Belgen in Brazilië zijn perfect geïntegreerd in de Braziliaanse samenleving’, klinkt het op het Consulaat-Generaal in Sao Paulo. ‘De kennis van onze landstalen en cultuur gaan opmerkelijk snel verloren. Bij Belgen van de tweede generatie is er nog een kleine groep die banden behoudt met het land van de ouders, maar bij de derde generatie is die band zelden nog te merken.’

 

Foto : GRAVURA MOSTRANDO OS IMIGRANTES EUROPEUS CHEGANDO AS COLONIAS EM BALSAS  NAVEGANDO ATRAVÉS O RIO ITAJAÍ-AÇÚ.

Belgisch-Braziliaanse relaties in de jaren Kubitschek (1956-1960) Auteur : PETER DAERDEN Licentiaat Moderne Geschiedenis

De Franse academicus Tibor Mende, die begin jaren vijftig een gezaghebbend boek uitbracht over de Nieuwe Wereld, deed dat niet toevallig onder de titel L'Amérique latine entre en scène. Volgens een wat eenzijdige visie zou de internationale politiek na 1945 volledig door de Oost-Westtegenstelling bepaald zijn. In de historiografie van het Belgische buitenlandse beleid valt nog altijd de geografische beperktheid van het onderzoek op. Van de overzeese gebieden komen, vanzelfsprekend, vooral Afrika en meer bepaald Congo aan bod. Azië leek pas vanaf de jaren tachtig te ontwaken. In de loop van de jaren vijftig echter waren het Latijns-Amerika en met name Brazilië die op de voorgrond traden, en dit met ongekende vormen van optimisme en zelfverzekerdheid. De Franse academicus Tibor Mende, die begin jaren vijftig een gezaghebbend boek uitbracht over de Nieuwe Wereld, deed dat niet toevallig onder de titel L'Amérique latine entre en scène.

In de eerste plaats heerste op het continent een toestand van rust en verdwenen er een aantal populistisch-autoritaire regeringen – Vargas in Brazilië (1954), Perón in Argentinië (1955) of Rojas Pinilla in Colombia (1957). Het was Braziliaans president Juscelino Kubitschek (1956-1960) die deze beweging naar meer democratie en vrijheid inzette. Kubitschek, een nog jeugdig uitziende vijftiger met wel wat Kennedyallures, gaf zijn landgenoten opnieuw een gevoel van hoop. Brazilië maakte een versnelde industrialisering en urbanisatie door, die het land een ander aanschijn gaven. In recordtempo werd de nieuwe hoofdstad Brasília gebouwd, een droom van Kubitschek. Het centrale thema in Brazilië werd het desenvolvimentismo, de economische ontwikkeling. "Vijftig jaar vooruitgang in vijf" was een vertrouwde slogan van die tijd. Ook de internationale politiek was hoofdzakelijk gericht op de economie en meer bepaald op het verkrijgen van buitenlandse investeringen. Van oudsher kenden vooral de Verenigde Staten een dominante invloed in Brazilië, een positie die alleen in de jaren dertig, door de toenadering tussen Brazilië en Duitsland, enigszins verstoord werd.

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was het aandeel van de Duitse handel echter al weer ingezakt en hernamen de VS hun geprivilegieerde banden. Paradoxaal genoeg spon Brazilië zelf hier relatief weinig garen bij. De VS gaven, na de oorlog, voorrang aan een planetair veiligheidsbeleid waarin samenwerking met Europa, het Nabije en Verre Oosten belangrijker geacht werd.

Als pleitbezorgers van de dekolonisatie poogden de VS ook hun positie in Afrika te verstevigen. Latijns-Amerika bleef hierbij enigszins achter. Het uitblijven van een soort Zuid-Amerikaans Marshallplan zou in het hele continent op frustratie onthaald worden (Cervo & Bueno, 1992, 247-248). Men zou kunnen verwachten dat Europese landen deze leemte invulden. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog echter stond de commerciële uitwisseling van Europa met Brazilië op een dieptepunt. De Oude Wereld, gehavend door de oorlog, bevond zich in een economische depressie. Alleen Groot-Brittannië behield nog een zeker aandeel in de handel met Brazilië, maar de bijdrage van de andere landen – inclusief Duitsland, Frankrijk en Italië – was onbetekenend. Vanuit Braziliaans standpunt was Europa, op twee decennia tijd, bijna volledig van zijn voetstuk gevallen. Ter illustratie: in 1929 bevonden de belangrijkste diplomatieke vertegenwoordigingen van Brazilië zich in Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië, met de VS slechts op een vierde plaats. In 1949 daarentegen namen de VS de eerste plaats in, gevolgd door Argentinië en de vertegenwoordiging in de Verenigde Naties. Daarna pas kwamen Portugal, Groot-Brittannië en Italië (Bieber, 1994, 222). Vanaf de jaren vijftig, toen de West-Europese economie zich min of meer hersteld had, trachtte Brazilië zich opnieuw als een betrouwbare partner aan te bieden. Kubitschek maakte op dit vlak zijn intenties meteen duidelijk door, nog voor zijn ambtsaanvaarding, een snelle maar omvangrijke Europareis te maken: Groot-Brittannië, Luxemburg, België, Frankrijk, West-Duitsland, Italië, Spanje en Portugal werden op nauwelijks twee weken tijd bezocht.

De Belgisch-Braziliaanse relaties van vóór de Tweede Wereldoorlog zijn, met name door het werk van Eddy Stols, uitstekend gedocumenteerd (zie bijvoorbeeld Stols, 1975, 57-73; 2001, 140-164). Tussen beide landen blijkt een geschiedenis van langdurige en cordiale banden te bestaan. Zo was Brazilië het eerste Latijns-Amerikaanse land dat met het pas onafhankelijke België diplomatieke betrekkingen aanknoopte.

Toen België in 1914 slachtoffer van de Duitse agressie werd, veroorzaakte dat een spontane en opmerkelijke golf van solidariteit in Brazilië. Het bezoek in 1920 van koning Albert I – het eerste van een buitenlands staatshoofd aan Brazilië – kon wel als een hoogtepunt in de wederzijdse relaties gezien worden. Op economisch vlak vond vanaf de jaren 1880 een groeiende Belgische investeringsgolf plaats. In het begin van de twintigste eeuw was België al de vijfde investeerder in Brazilië.

Met de oprichting in 1922 van de staalfabriek Belgo-Mineira kreeg de Belgische aanwezigheid er nog meer elan. Over de latere betrekkingen met Brazilië 'zwijgt' de Belgische historiografie vooralsnog. Ook van Braziliaanse kant zijn de relaties tussen de kleinere Europese landen en Brazilië nog altijd karig bedeeld in het onderzoek. Sprekend over de naoorlogse betrekkingen met Brazilië brengt historicus Antônio Carlos Lessa België, Nederland, de Scandinavische landen en zelfs Groot-Brittannië en Frankrijk onder in: "le domaine de l'indifférence […] où les relations ne conduisent ni à la dépendance, ni aux gains concrets. Dans ce domaine s'inscrivent les relations entre sociétés ayant peu de liens et les rapports économiques peu dynamiques" (Lessa, 1999, 305). Onder meer over de gegrondheid van die beweringzal deze bijdrage gaan.

1. KUBITSCHEK IN BELGIË

Ook in Latijns-Amerika hebben Belgen getracht om vaste voet aan grond te krijgen. In de 19de eeuw
Foto : Latijns Amerika een populair toevluchtsoord ? Vlamingen dnasen in Paraguay.

Donderdag 12 januari 1956 maakte België kennis met Juscelino Kubitschek.

 

Op de luchthaven van Melsbroek werd hij begroet door eerste minister Achiel van Acker en minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak. Aan het begin van een korte persconferentie verklaarde de president, die vóór zijn vertrek tien maanden lang dag en nacht verkiezingscampagne had gevoerd en meer dan vijfhonderd Braziliaanse steden had bezocht, vrij vermoeid te zijn.

 

Hij herinnerde eraan dat hij te Parijs geneeskunde had gestudeerd en een uitstekende indruk had bewaard van Brussel. Kubitschek bevestigde ook zijn buitenlandse ambities.

 

Naar zijn mening was het nodig contact op te nemen met andere landen alvorens de leiding in een groot land op te nemen. "Je suis un médecin", zei hij, "je dois donc établir un diagnostic international pour bien traiter mon pays". De president gaf uiting aan de grote sympathie die België in Brazilië genoot en verwees naar het bezoek van koning Albert I in 1920. Hij beklemtoonde dat er op bepaalde gebieden reeds een uitstekende samenwerking bestond, onder meer op het domein van de staalnijverheid. Toen op de vraag van de president, of sommige van de aanwezige journalisten zijn land reeds hadden bezocht, ontkennend geantwoord werd, verzocht hij allen dit te doen: "Mon pays vaut d'ailleurs la peine d'être connu. C'est un des plus riches du monde". Daarna vervolgde hij:

 

"J'ai un programme que je veux réaliser pendant mon mandat présidentiel. Je souhaite surtout développer l'industrialisation, les ressources électriques, les transports, bref, la production économique de mon pays.

 

Pour y parvenir, le Brésil, pays calme et sans conflits sociaux, a besoin des capitaux et de la technique de l'étranger". Ook emigratie moedigde hij aan.

 

Maakte Kubitschek door zijn innemende verschijning en vlekkeloze beheersing van het Frans indruk bij de meeste waarnemers, dan waren er toch ook kritische noten. Kubitschek was op het moment van zijn bezoek nog niet officieel als president ingezworen. Bij in 1955 gehouden verkiezingen was hij, als kandidaat voor de Partido Social Democrático, met kleine meerderheid tot president verkozen. Daarop volgde een uiterst verwarrende periode met een poging tot staatsgreep en een tegencoup. Vanuit Rio de Janeiro wees de Belgische ambassadeur erop dat het bezoek van Kubitschek vooral diende om zijn eigen positie te versterken.4 Staatsiefoto's met de Amerikaanse en belangrijkste West-Europese leiders waren van dien aard zijn toch nog enigszins wankele legitimiteit te verstevigen. Spaak, die nochtans een uitstekende indruk op Kubitschek gemaakt had, schreef dat:

 

"des considérations de prestige ont motivé bien plus ces visites que le désir d'intensifier des rapports économiques.

La durée très restreinte des séjours effectués dans les capitales européennes donne le caractère protocolaire des audiences de M. Kubitschek".

 

Met die uitgangshouding, waarachter in feite de gedachte schuilging dat Brazilië nog niet geheel stabiel en betrouwbaar was, en beter even de kat uit de boom kon gekeken worden, plaatste België zich in een achterhoedepositie die het later alleen maar kon betreuren.

 

2. INVESTERINGEN EN COMMERCIËLE UITWISSELING

In de Tweede Wereldoorlog had Brazilië, zij het met enige aarzeling, de kant van de geallieerde mogendheden gekozen. De dictatuur van Getúlio Vargas overleefde de oorlog niet en er werd teruggekeerd naar een presidentieel systeem. In de context van de koude oorlog bleef het land in de Amerikaanse invloedssfeer. Met de verrassende comeback in 1951 van Vargas, deze keer als democratisch verkozen president, kwam een meer nationalistische tendens in de Braziliaanse politiek naar voren. Buitenlandse ondernemingen en internationale financiële organisaties werden beticht het land als bloedzuigers leeg te roven. Na de zelfmoord van Vargas, in 1954, en diens afscheidsbrief waarin uitgehaald werd naar forças ocultas, duistere machten, kwam het antibuitenlandse sentiment tot een hoogtepunt. Zo werd de Britse St. John d'el Rey Mining Company, sedert 1830 in Brazilië gevestigd, door een lange reeks stakingen te gronde gericht (Eakin, 1986, 731-733). Ook Belgische bedrijven kregen te maken met ernstige incidenten onder hun Braziliaanse werknemers.6 St. John had onder andere de fout gemaakt haar bedrijfsleiding niet tijdig te 'brazilianiseren'. Vooruitziende maatschappijen, zoals het Belgische Franki, namen wel sneller Brazilianen in hun hoogste kader op (Stols, 1992, 139-149). De komst van Kubitschek temperde dit nationalistisch sentiment enigszins. Volgens een opiniepeiling uit 1957 van het dagblad Diário de São Paulo bleek één derde van de Brazilianen overtuigd van het nut van de aanvoer van buitenlands kapitaal. "Het hangt voor een groot gedeelte van het buitenlandse kapitaal zelf af, het zo aan boord te leggen dat deze gunstige sfeer aanhoudt", meende de eerste secretaris bij de Belgische ambassade, Paternotte de la Vaillée:

 

"Met dit doel moeten de buitenlandse industriëlen die zich in Brazilië wensen te vestigen, zich beijveren om duurzaam werk te leveren en niet enkel een zaak op te richten die wel een maximum aan rendement geeft, maar waarvan de winst automatisch wordt gerepatrieerd, zoals de Braziliaanse openbare mening wel eens schijnt te denken".

 

Al bij al kon Brazilië toch doorgaan voor een land dat zelden of nooit radicale maatregelen, zoals nationalisaties of onteigeningen, tegen het buitenlandse kapitaal nam. Ondanks een rigide systeem van invoertarieven werd het investeringsklimaat onder Kubitschek opnieuw zeer gunstig. Een groot gedeelte van de Belgische maatschappijen kende toen al een meerderheid van Braziliaanse kapitalen. Enkel de Banco Italo-Belga, deel uitmakend van de Société Générale de Belgique, was een volwaardig Belgische investering zonder Braziliaanse aandeelhouders. Ze bezat ook filialen in Argentinië en Uruguay. De Companhia Siderúrgica Belgo-Mineira, kortweg Belgo-Mineira, was een van oorsprong Luxemburgse onderneming die zich bezighield met de productie van ijzer, staal en afgeleide producten. In de deelstaat Minas Gerais bezat ze twee grote en moderne fabrieken. Andere belangrijke investeringen waren de Indústria Química Eletro-Cloro, een creatie van de groep Solvay, en de Société Cotonnière Belge Brésilienne. Het reeds vermelde Franki construeerde de grondvesten voor alle voorname gebouwen van de nieuwe hoofdstad Brasília.

 

 

Toch hinkten de Belgische investeerders globaal achterop, en moest men onder andere Nederland en Zwitserland laten voorgaan. Zwitserland bijvoorbeeld was in 1960 de derde grootste investeerder in Brazilië, na de Verenigde Staten en West-Duitsland. Deze bescheiden inbreng in een land, dat toch involle ontwikkeling was en schreeuwde om kapitaalinbreng, leek wel op een gebrek aan initiatief en interesse vanwege de Belgische zakenwereld te duiden. Brazilië zelf verruimde zijn blikveld en zocht economische toenadering tot de Sovjet-Unie, Oost-Europa en het Verre Oosten. De Belgische uitvoer naar Brazilië bleef zeer bescheiden en ook nogal eenzijdig. In 1959 was Zweden de zesde leverancier aan Brazilië, Nederland de tiende, Finland de twaalfde, Denemarken de dertiende en Noorwegen de zestiende.8 De Belgisch- Luxemburgse Economische Unie of BLEU kwam pas op een negentiende plaats.

 

Vooral vanaf 1958 ging de Belgische export sterk achteruit. Dat had onder andere te maken met een strenger douanestelsel in Brazilië en de ontoereikendheid van de Belgische kredietinstellingen. Verschillende vreemde mededingers konden zich beter schikken naar de specifieke Braziliaanse eisen. Toch rees er ook verzet vanwege het Internationaal Monetair Fonds en de GATT – verzet dat op zijn beurt slecht viel bij het Braziliaanse nationalisme. Ook minister van Buitenlandse Handel van Offelen toonde zich verbaasd over de weinig conventionele handelspolitiek van Brazilië. Begin 1959 schreef hij aan ambassadeur Colot:

 

"que les exigences de nos partenaires sud-américains sont parfois draconiennes et reposent sur des considérations aussi bien politiques qu'économiques".

 

Toenemende inflatie en buitenlandse schulden lieten de Braziliaanse regering toen al steeds minder manoeuvreerruimte. Op 17 juni 1959 volgde een ophefmakende breuk van Kubitschek met het IMF (Internationaal Monetair Fonds). Hierna kon de president zijn onorthodoxe handels- en financiële politiek alleen voortzetten. De weigering om meer de tering naar de nering te zetten had wel tot gevolg dat internationale financieringsinstellingen en Amerikaanse en Europese banken zich weigerachtig gingen betonen om nog vreemd kapitaal toe te kennen. Ook België was verontrust door de gang van zaken. In een memorandum van 29 september 1960 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel viel te lezen:

 

"[…] de meeste voorzichtigheid dient te worden in acht genomen inzake risico voor levering op krediet aan Brazilië. Dit land heeft zich door het wellicht al te groots opgevatte plan Kubitchek [sic] in een benarde financiële positie gewerkt, van aard om vreemde geldschieters af te schrikken".

 

Een ander probleem van de Belgische export was het uitblijven van een goede aanwezigheidspolitiek, daar waar Brazilianen net een groot belang aan persoonlijke relaties hechtten. België had het nadeel niet over een belangrijke kolonie inwijkelingen te beschikken. De Belgische fabrikant hing af van vreemde tussenpersonen, waardoor hij weinig afwist van de desiderata van zijn cliënt en zich niet kon plooien naar diens noden. Sommige Europese landen kenden hier een grote voorsprong. Vooral de Duitsers waren erin geslaagd zich aan te passen aan de lokale markt en hadden reeds vóór de Tweede Wereldoorlog vertegenwoordigers in het land, die de Portugese taal kenden en bekend waren met het Braziliaanse leven en mentaliteit. Duitse bedrijven waren ook veel verregaander dan hun Amerikaanse of Britse concurrenten in het aanpassen van hun producten aan specifiek Latijnse

Bent U geboeid door deze informatie lees het volledige pdf document via deze link