De Teloorgang van een modelkolonie.

Belgisch Congo; 1958-1960.

Ego documenten en koloniale kranten reconstrueren het einde van Belgisch Congo.
Zana Aziza Etambala, zelf geboren in Congo maar gestudeerd in Leuven is een expert te noemen op het vlak van politieke- en religieuze geschiedenis in Congo en Sub- Sahara Afrika in globo.
De auteur leverde al meer werken af over de koloniale en meer recente geschiedenis van Congo.

 

1Als historicus zette hij in eerdere werken alle feiten op een rij en deed een uiteenzetting over de onfortuinlijke gevolgen voor Congo als kolonie tot autonome natie. En hierin was hij overgins niet alleen. Historicus Ludo De Witte bijvoorbeeld, zorgde met de publicatie van “De moord op Lumumba” dat een onderzoekscommissie werd opgericht die de rol van België in de zaak Lumumba moest uitspitten. En daarenbuiten is de exodus van de missionarissen en kolonialen uit Congo nooit uit de hoofden van de Belgen verdwenen. In een poging om de drama’s van toen te plaatsen, verscheen er o.a “Weg uit Congo: het drama van de kolonialen”.

Anno 2008 en met de verontschuldigingen aan Congo van ex-premier Guy Verhofstadt achter de rug, is het een eeuw geleden dat België, Congo annexeerde als kolonie.

Bovendien is het exact 50 jaar geleden dat België met trots uitpakte met haar kolonie op de wereldtentoonstelling in Brussel (Expo ’58).

En toeval of niet, het was ook in dat ‘feestelijke jaar’ 1958 dat de modelkolonie die Congo voor de Belgen was, de eerste zichtbare barsten begon te vertonen.

 

Over de periode van 1958 tot 1960 gingen de barsten over tot breuken. En tenslotte zou het hele boeltje ontploffen. De wil van de Congolezen om autonomie te verkrijgen zat diep geworteld.

Het is naar aanleiding van deze ‘driedubbele verjaardag’ dat Zana Aziza Etambala deze periode van naderbij bekijkt. Deze keer houdt hij het niet bij een feitenbeschrijving. Uit verschillende archieven wist de auteur egodocumenten en krantenartikels op te vissen uit die tijd.

 

En wat blijkt; De eerste barsten in het o zo rimpelloze oppervlak dat Congo voor de Belgen was, was door verschillende waarnemers opgemerkt en vaak ook gecommuniceerd. Het lijkt er echter op dat de Belgische regering zich als een bende struisvogels gedroeg en hardnekkig de kop in het zand stak om uiteindelijk via massale Congolese volksprotesten en uitbarstend geweld het deksel op de neus te krijgen.

 

Zo is er bijvoorbeeld de katholieke volksvertegenwoordiger Raymond Scheyven. Reeds in 1951 merkte hij tijdens een reis door Congo de grote ongelijkheid tussen blank en zwart op. Die bundelde hij in een brochure; “Malaise au Congo”. Hierin merkt hij onder meer op dat duurzame woningen gereserveerd waren voor de blanken. De zwarten verbleven in hutten of onafgewerkte stenen huizen.

 

 Huizen die voor de Congolezen in Stanleystad werden gebouwd hadden scheidingsmuren die niet eens reikten tot aan het plafond. Als Scheyven hierover informeerde bij de lokale overheden krijgt hij te maken met allerlei drogredenen om de behoefte van de Congolees aan een comfortabele woonst weg te wuiven. Het antwoord van de lokale instanties op dit vreemd verschijnsel; dit dient voor een ‘betere luchtcirculatie’. Het was in het vroege 1951 voldoende duidelijk voor Scheyven dat die modelkolonie er eigenlijk geen was.

 

Niet alleen Scheyven heeft dit opgemerkt. Uit Belgische hoek gaan er wel meer stemmen op om het paternalisme in de kolonie te minderen en ook de Congolezen zelf laten van zich horen.

 

Een groep Congolezen bundelen hun kijk op de zaak in ‘Het manifest van Conscience Africaine’ in 1956. Hierin staat oa een wens om betrokken te worden bij een politiek meerjarenplan dat het beleid van Congo over een lange termijn moet organiseren. In hetzelfde manifest wordt ook ongelijkheid op basis van huidskleur verworpen en wensen ze hun eigenheid te verwerken in een politiek beleid. Want; “..zij willen beschaafde Congolezen zijn en geen Europeanen met een zwarte huid..”.

Ondanks het feit dat er uit allerlei hoeken stemmen opgaan om een emancipatorisch beleid te voeren, de feitelijke situatie verandert weinig. In praktijk zijn het de Belgen die een economisch overwicht hebben in verstedelijkte regio’s en zijn het de Congolezen die het onderspit delven.

En dan: Januari 1959. In Leopoldstad ontstaan er massale rellen en worden woningen volop geplunderd. Zowel blank als zwart wordt slachtoffer van een Congolese razernij. Congolezen twijfelen niet om het woord ‘indépendance’ in de mond te nemen.

België reageert geschokt op de rellen en zal vanaf dit moment begrepen hebben dat hun droomkolonie vooral een droom is en geen werkelijkheid.

Daarna gaat het enkel nog achteruit.

De Belgische regering heeft heel wat moeite om een gezamenlijk standpunt te formuleren en ook hun reactie weerspiegelt een onbeholpenheid. Er wordt een nieuwe minister van Buitenlandse zaken aangesteld, er wordt druk onderhandeld tussen Belgische politici onderling en de Congolezen, er wordt een onderzoekscommissie aangesteld, conferenties worden op poten gezet,… De Belgen stellen alles in het werk om de situatie te stabiliseren.

Maar de bal is bij de Congolezen nu eenmaal aan het rollen gegaan. Meer protesten volgen. Politieke groepringen ontstaan onder Congolezen (ze worden oa geïnspireerd door socialistisch gedachtegoed!). En na talloze onderhandelingen waarbij chaos het sleutelwoord is, zullen er uiteindelijk Congolese verkiezingen worden uitgeschreven.

Het dekoloniseringsproces is definitief ingezet, al worden de Congolezen nog volop begeleid bij het organiseren van de kiesstrijd en het samenstellen van een regering. De eerste Congolese regering is dan ook naar model van de Belgische regering. Het zal Patrice Lumumba zijn die als eerste op de premierstoel kruipt in 1960. De Belgische regering is bezorgd om de weinige politieke ervaring van de Congolezen, maar de Congolezen hebben eindelijk wat ze willen. Hun eigen staat.

 

Erg gedocumenteerd werk

 

Dr. Zana schreef met dit lijvige boek een erg gedocumenteerd werk. Hij laat getuigen aan het woord en bouwt zo aan een reconstructie van de gebeurtenissen in Congo tussen 1958 en 1960. De egodocumenten en krantenartikels geven een verhelderend beeld van het koloniaal gegeven in het midden van de vorige eeuw. Voor de leek is het weliswaar vertrouwen op de expertise van Dr. Zana.

De situatie in Congo is erg complex en zonder de gegeven achtergrondgegevens zou het wel erg moeilijk worden om de documenten te plaatsen in een juist kader.

De vele krantenartikels, dagboekartikels of politieke documenten liegen echter niet. Het is duidelijk dat doorheen het (de)koloniserings verloop uiteenlopende bronnen blijk gaven van de wenselijkheid aangaande de emancipatie van Congo’ s eigen volk: de Congolezen. En zo geschiedde. De rest is geschiedenis.

 

De auteur:

Dr. Zana Aziza Etambala is doctor in de geschiedenis en doet wetenschappelijk onderzoekswerk naar politieke en socio- economische en religieuze ontwikkelingen in Sub- Sahara Afrika.

De Teloorgang van een modelkolonie. Belgisch Congo; 1958-1960 is verschenen bij ACCO in 2008. www.uitgeverijacco.be

 

Eerdere publicaties van de auteur zijn:

Bron Ind Media

 

Info

Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur.
Een auteur van een programma kan de namaker van zijn werk strafrechtelijk laten vervolgen, maar dat kan alleen als het namaken kwaadwillig of bedrieglijk is gebeurd. Niet alleen de namaker is strafbaar, ook wie namaakprogramma's voor handelsdoeleinden verkoopt, in voorraad heeft voor verkoop of invoert in België, overtreedt het auteursrecht.
Delcol Martine