Congo Belge

Zijn verleden en evolutie

Logo Congo-1960

© Contrasterende herinneringen aan het leven in Belgisch-Congo

website : Faculteit Letteren & Wijsbegeerte- Universiteit van Gent
auteur : Jasper D'Huyvetter
Promotor: prof. Baz Lecocq Commissarissen: Sven Van Melkebeke en Bas De Roo

Masterproef voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte; voor het behalen van de graad van Master in de Geschiedenis : Academiejaar 2013-2014

Herinneringen van ex-koloniale vrouwen aan het alledaagse leven in Belgisch-Congo in contrast met het publieke geheugen aan de Belgische kolonie en de geconstrueerde herinnering van de onderzoeker.

"Waar denk jij aan als ik het thema Belgisch-Congo vermeld?"

Met deze vraag heb ik de afgelopen periode al mijn kennissen, familie en vrienden bestookt. Hun antwoorden hierop waren vaak uiteenlopend, maar het thema Belgisch-Congo riep bijna steeds de gedachte op aan uitbuiting, rubberextractie, de genocide onder Leopold II en racisme. Bij sommigen was het antwoord echter uitgebreider, of meer genuanceerd of er werden ook andere herinneringen getriggerd. Wat ik met deze vraag wou aantonen (voor mezelf) is dat iedereen telkens een beeld heeft over een bepaald (historisch) fenomeen. Er wordt vaak van uitgegaan dat een herinnering enkel objectief en geldig is als er een empirische waarneming aan vooraf ging, maar dat is niet noodzakelijk waar. Bijna niemand van de mensen aan wie ik deze vraag stelde, had Belgisch-Congo zelf meegemaakt, en toch hadden ze er allemaal een bepaald beeld over. (vanaf ongeveer pagina 80 vind u de interviews waarvan ik vermoed dat U het graag zal lezen.

Enkele citaten uit het werk van Jasper

...Volgens de referenties (waarden, normen, ideeën, herinneringen, …) die zijn ontstaan en ingebed werden, kijken we naar het verleden en proberen we vorm te geven aan de toekomst. Er kan volgens mij een verruiming optreden van de horizon van een persoon door interactie maar we kunnen nooit buiten ons eigen referentiekader treden en de dingen 'waarnemen zoals de ander'.

Ook dit is iets wat ik net als Dembour heb ervaren. Dembour stelt dat haar herinnering deels werd bijgesteld door haar onderzoek, maar legt ook uitdrukkelijk de nadruk op het feit dat zij en haar gesprekpartners het op bepaalde vlakken fundamenteel oneens bleven. Haar belangrijkste gesprekpartner stelde zelfs dat ze er niet in geslaagd was om 'hun standpunt' te begrijpen en te verwoorden. ..

Door bovenstaande ervaringen vond ik het noodzakelijk om stil te staan bij het geheugen, het proces van herinneren en de reflectie over herinneringen.

...Jan Bleyen en Leen Van Molle staan in hun praktische handleiding 'Wat is mondelinge geschiedenis?' uitgebreid stil bij deze noties.

Elke vertelling van herinneringen is volgens de auteurs een 'performance'. Hiermee bedoelen ze dat het proces van herinneren een creatieve schepping is van een bron, waarbij zowel verteller als onderzoeker betrokken zijn.

Herinneringen zijn in geen geval objecten, die ergens vast opgeslagen liggen, maar ze vormen een actief proces. Door deze stellingname sluiten ze aan bij de historiografische consensus die er bestaat over de aard van herinneringen waarbij er steevast wordt verwezen naar Portelli: "What is really important is that memory is not a passive depository of facts, but an active process of creation and meaning"31

Herinneringen zijn deels individueel en deels collectief bepaald, het zijn gedeeltelijk dus sociale constructies.32 Historici zijn aanwezig bij de creatie van de bron, ze zoeken betekenissen en interpreteren de vertelling. De bron is een sociale en culturele productie, een manier van communiceren en van betekenis geven aan het verleden vanuit het heden.33....

.... Diana Gittins onderzoekt in 'Silences' het karakter van stiltes. Ze sluit zich aan bij bovenstaande notie dat bij herinneren ook vergeten hoort. Zij voegt daaraan toe dat vergeten vaak lijden indiceert.

"Fear, pain, shame are undoubtedly major forces in the repression of memory and can be seen as integral to the creation and development of an unconscious in the individual."36

Er wordt vergeten omwille van verdringing, zoals hierboven beschreven, maar er zijn ook verschillende andere redenen: het irrelevant vinden van herinneringen (banaliteit), maar ook opzettelijk vergeten of verzwijgen, … Gittins stelt dat stiltes in de breedste zin van het woord strategisch kunnen zijn......

.....Tenslotte wil ik ook een nuancering aanbrengen. Vertellen, herinneren, in gesprek gaan, … zijn vaak ook een heel losse gebeurtenis. Voor het onderzoek denk ik in grote mate na over alle betekenislagen van de gesprekken en de herinneringen, wat absoluut noodzakelijk is als ik hierover iets waardevols wil schrijven. Maar deze analyse van daden, zegswijzen, … gebeurde niet voor of tijdens het gesprek. Het gevaar bestaat dat er later sprake is van een 'over-analysering' van hetgeen gezegd of gedaan werd, waarbij ik dus een betekenis toeken die niet noodzakelijk zo was, of zo bedoeld was. Ik acht het dus belangrijk om goed stil te staan bij het herinneringsproces maar heb ook oog voor het risico van over-analyseren en interpreteren......

"Oral evidence can achieve something more pervasive, and more fundamental to history. While historians study the actors of history from a distance, their characterizations of their lives, views and actions will always risk being misdescriptions, projections of the historian's own experience and imagination: a scholary form of fiction. Oral evidence, by transforming the 'objects' of study into 'subjects', makes for a history which is not just richer, more vivid and heartrending, but truer"37

Een onderzoek naar het alledaagse leven

In eerste instantie is mijn onderzoek gegroeid uit een interesse in het dagelijkse leven in de kolonie.

Na het schrijven van mijn bachelorpaper over het familiale en persoonlijke leven van kolonialen, was een verder onderzoek aan de hand van interviews met ex-kolonialen een logische volgende stap.

Het initiële onderwerp verschoof echter meer en meer naar de achtergrond en vormde zich om tot een middel om de herinneringen van mijn gesprekspartners te vatten.

Het alledaagse, het banale, het familiale of het persoonlijke in de geschiedenis is een heel ruim en vaag begrip. In de bestaande literatuur over Belgen in Belgisch-Congo wordt slechts weinig aandacht besteed aan deze thema's, hoewel ze hier en daar wel aan bod komen. Het grootste vraagstuk bij de voorbereiding van de gesprekken was welke thema's ik kon en moest opnemen en welke niet.

Ik heb er voor mezelf enkele thema's uitgelicht, die voortvloeiden uit de onderwerpen die ik besproken had in mijn bachelorpaper. Ik heb me hierbij ook gebaseerd op een boek dat alledaagsheid in mondelinge geschiedenis centraal stelt.

7.3. Het onderzoek

7.3.1. Evolutie van het onderzoek

Mijn onderzoeksinteresse en –veld zijn geëvolueerd doorheen de afgelopen twee jaren.

Voor de analyse en het schrijven van deze masterscriptie was het noodzakelijk dat ik me het afgelopen pad herinnerde. Omdat het mijn denkkader mee vorm gegeven heeft en dus dit werkstuk en mijn "herinnering" aan Belgisch-Congo.

Het initiële onderzoek dat ik gestart ben, was te categoriseren als een traditionelere manier van geschiedschrijving.

Mijn bedoeling was om een zo goed mogelijke, sluitende, reconstructie te schrijven van het alledaagse leven van kolonialen in België. Dit idee groeide voort uit het literatuuronderzoek dat ik had uitgevoerd voor het schrijven van mijn bachelorproef.

In dat werkstuk had ik het me voorgenomen om een schets te geven van het koloniale familieleven in Belgisch-Congo na de Tweede Wereldoorlog, tot aan de onafhankelijkheid van Congo in 1960. Dit heb ik gedaan aan de hand van literatuur handelend over Belgisch-Congo, specifiek over die laat koloniale periode.

In dat werkstuk was de centrale vraagstelling: 'hoe zag het familiale leven van de kolonialen eruit in de Belgische kolonie na de Tweede Wereldoorlog tot de onafhankelijkheid van Congo', hierbij heb ik me toegelegd op het beschrijven van belangrijke 'breukmomenten' in de laat koloniale periode.

Deze breukmomenten waren volgens mij van belang geweest voor het familieleven van Belgen in de kolonie, gezien ze een verandering op macro- of op microschaal teweegbrachten.

Verder had ik me, enigszins theoretisch, toegelegd op het omschrijven van de groep Belgen in de kolonie en op de koloniale context waarin ze leefden.

Deze 'groep', in hoeverre ze zo kunnen omschreven worden, maakte enkele veranderingen door in de periode die ik beschreef. Het is duidelijk dat ik hier al een nuancering inbreng sinds het schrijven van mijn bachelorpaper. Ik besefte natuurlijk wel dat het onmogelijk was een groep van 90-100.000 mensen77 over dezelfde kam te scheren, maar ik had weinig oog voor de persoonlijke verschillen en keuzes van mensen.

Iets wat ik geleerd heb beter te kaderen na verder onderzoek en door de gesprekken die ik gevoerd heb voor deze masterthesis.

Ik heb ook achteraf ervaren dat mijn beeld over Congo vol met vooronderstellingen zat (en zit).

De koloniale context die ik beschreven heb was slechts een selectie, een bepaalde interpretatie van de werkelijkheid.

Dit laatste is een concept dat een grote rol heeft gespeeld, en speelt, bij 77 Hilde Eynikel, Onze Congo (Leuven: Davidsfonds, 1997). 130. 42 de verwerking en het schrijven van deze thesis. Namelijk dat hetgeen ik schrijf mijn interpretatie is, waarbij ik interpreteer vanuit een denkkader.

De belangrijkste conclusies die ik heb getrokken uit dat literatuuronderzoek waren de volgende:

  • Over het familiale- en gezinsleven van kolonialen of Belgen in Belgisch-Congo is slechts weinig (literair) onderzoek verricht

  • Het familieleven na de Tweede Wereldoorlog in Congo was geen statisch gegeven. De groep Belgen in de kolonie veranderde, waarbij ik een belangrijke rol toeschrijf aan het nieuwe ideaal van ontwikkelingskolonisatie

  • Er ontstond een tendens van afscherming en verwijding van de kloof tussen Belgen en Congolezen. Dit bevestig ik op meerdere plaatsen in de paper

  • De 'groep' Belgen in de kolonie veranderde doorheen de periode die ik de laat koloniale periode noem. Er kwamen meer Belgen als koppel of jong gezin naar de kolonie.

  • In de literatuur is een belangrijke rol weggelegd voor de aanwezigheid van de vrouw. Waarbij worden correlaties bloot gelegd tussen de aanwezigheid van 'blanke' vrouwen en de feitelijke en groeiende apartheid tussen Belgen en Congolezen.

  • In Belgisch-Congo werd er getracht om op een vergelijkbare manier te leven als in België. Met als grootste verschilpunt het contact met Congolezen en het gebruik van huispersoneel.

  • Bij het verwerken en voorbereiden van de bachelorpaper kwam ik uit op interessante literatuur over koloniale vrouwen in Congo. Onder andere, maar vooral van, Nancy Rose Hunt78 en Ann Stoler79. Hierdoor ben ik me gaan buigen over 'vrouwen in de kolonie' in plaats van de volledige 'groep' koloniale Belgen. Het belangrijkste uit de literatuur van beide auteurs is dat ik gekozen heb om de groep die ik onderzoek verder af te lijnen. Ik koos en kies voor ex-koloniale vrouwen als bron voor herinneringen aan het alledaagse leven.

  • Ik ben me bij de voorbereiding van de masterthesis ook gaan toeleggen op een analyse van de methode van de mondeling geschiedenis. Een voor de hand liggende en effectieve keuze voor het beschrijven van het alledaagse zijn gesprekken met mensen die (empirische) ervaringen hebben van het thema dat onderzocht wordt. De mondelinge geschiedenis leent zich hiertoe. Omdat ik me ben gaan toespitsen op herinneringen, heb ik ervaren dat het niet genoeg was zijn een vraag-antwoord interview te voeren. Onder invloed van voornamelijk het boek 'Wat is mondelinge geschiedenis?' van Bleyen en Van Molle heb ik gekozen voor een open gesprekstechniek. Hierbij heb ik ook aandacht voor het gehele leven van mijn gesprekspartners. Ik heb gekozen voor een aanpak die aanleunt bij de levensgeschiedenissen, zoals ze vaak in sociologische onderzoeken worden aangepakt. Vooraleer ik aan de gesprekken met mijn gesprekspartners ben begonnen had ik bepaalde vooronderstellingen, die grotendeels voortkwamen uit het literatuuronderzoek uit de bachelorpaper, maar eveneens uit reeds aangehaalde referenties (familiegeschiedenis, Kenia-ervaring en het collectieve referentiekader met betrekking tot Belgisch-Congo). Kort door de bocht, reflexief en eerder ongenuanceerd kunnen deze vooronderstellingen als volgt omschreven worden:

  • Ex-koloniale Belgen hebben een goeie tijd gehad in Congo. Ze hadden een bepaald welvaartsniveau dat hier in België niet mogelijk was geweest.

  • Ex-koloniale Belgen zijn in de overtuiging dat het werk wat ze daar gedaan hebben moreel goed en constructief was.

  • Intervention in Breast Feeding in the Belgian Congo," The International Journal of African Historical Studies 21, no. 3 (1988).

  • 79 Ann Laura Stoler, Carnal knowledge and imperial power: race and the intimate in colonial rule (University of California Press, 2002); Ann Laura Stoler, "Rethinking Colonial Categories: European Communities and the Boundaries of Rule," Comparative Studies in Society and History 31, no. 1 (1989).; Frederick Cooper en Ann Laura Stoler, Tensions of empire: colonial cultures in a bourgeois world (University of California press, 1997).

  • Ze kijken vrolijk terug naar hun tijd in Congo, zijn gefrustreerd over hun gedwongen vertrek uit Congo en zijn hier verbitterd over. Later werd er amper gesproken over de tijd in Congo omwille van de heftige kritiek van niet-kolonialen.

  • Kolonialen, door heftige media-reactie, zien niet in dat wat ze gedaan hebben onder het mom van kolonialisme moreel slecht was. Met slecht bedoel ik dan vooral: het opleggen van een cultuur, het idee van opvoeden, de ongelijkheid en het racisme.

  • Ik heb in december mijn eerste gesprek gehad met 'Helena'. In de maanden die daarop volgden heb ik meerdere gesprekken met haar gevoerd, alsook gebeld en gemaild. Ook een kennis van mijn moeder en een groottante van een vriendin stemden toe mee te werken. Alle drie de vrouwen hebben mij voorzien van een reeks boeiende verhalen en middagen. Door deze gesprekken en door me te verdiepen in het werken met herinneringen en mondelinge geschiedenis ben ik tot het besef gekomen dat mijn eenzijdige visie en bijhorende vooronderstellingen grondig genuanceerd dienden te worden. Ik ontwikkelde een bepaalde (en soms grote) mate van empathie, medeleven en respect voor al mijn gesprekspartners. Echter, ik bleef wel vasthangen aan bepaalde waarden en normen die tegenstrijdig en contrasterend waren met mijn respect voor hen, omwille van hun herinneringen. Zo bleef ik doorheen de gesprekken heel gefocust op het contact tussen Belgen en Congolezen, omdat ik maar niet kon verstaan dat deze vrouwen op een naar mijn mening disrespectvolle manier omgingen met de Congolese medemensen. Ik wou op een bepaalde manier een erkenning van mijn visie hierop horen, maar kreeg die nooit ten volle. Ik heb tevens beseft dat het gedrag dat ze toen vertoonden cultureel bepaald was, en dat ze nu ook anders zouden reageren. Misschien had ik in die context en in die 'tijdsgeest' gelijkaardig gereageerd.

  • Bij de verwerking van de gesprekken en het opzoeken en analyseren van de literatuur en andere bronnen werd ik erop geattendeerd dat, hoewel grotendeels onbewust, de vrouwen in hun verhalen en herinneringen slechts een bepaalde versie lieten doorschijnen. Ik merkte op dat ik het steeds minder met hen eens was. Het leek me steeds meer opportuun om in te gaan op de manier waarop ze herinneren, eerder dan op de herinneringen an sich.

  • Door de hierboven beschreven dualiteit tussen empathie/begrip en onbegrip heb ik mijn onderwerp aangepast naar een analyse van contrasterende herinneringen. Daarbij analyseer ik verschillende herinneringen aan een historische gebeurtenis en plaats ze tegenover elkaar. Ik onderscheid hierbij de "herinnering" die ikzelf heb opgebouwd over Belgisch-Congo, haar kolonialen en hun alledaagse leven en die van mijn gesprekspartners die in Belgisch-Congo geleefd en gewerkt hebben. Ik denk dat deze analyse een historisch interessanter, theoretisch meer onderbouwd en historisch-ethisch eerlijker en correctere verhandeling is dan het willen streven naar een omsloten en afgelijnde reconstructie van het alledaagse leven in Belgisch-Congo. Gezien het laatste louter een interpretatie zou zijn geweest van hetgeen mijn gesprekspartners zich konden herinneren.

  • 7.3.2. Verschillende "iks"

    Het bovenstaande proces van geleidelijke verandering van het onderwerp, werd in grote mate beïnvloed door het lezen van 'Recalling the Belgian Congo'. Ik ben reeds ingegaan op de inhoud en methode van Dembour. Hier sta ik stil bij het concept van de verschillende "iks" doorheen haar verhaal, gezien dit ook voor mijn onderzoek van toepassing is.

    Ze beschrijft de verschillende "iks" als de bevooroordeelde ik voor het onderzoek, de empathische en begripvolle ik tijdens het onderzoek en de kritische, analytische ik bij de verwerking en analyse. Ze stelt dat de drie "iks" niet noodzakelijk chronologisch opeenvolgen, maar eerder naast elkaar bestaan en overlappen.80

    Ik zie een analogie met de typificatie van Dembour. Ik heb een gelijkaardig verloop gekend. Hierbij vertrok ik vanuit een bevooroordeelde positie. Ik evolueerde naar een meer begripvolle en open onderzoeker die het standpunt van de gesprekspartners plaatsvervangend trachtte in te nemen en ik ben geëindigd bij een kritische, genuanceerde onderzoekshouding. Ik denk dat, hoewel niet altijd rechtlijnig en niet altijd even sterk op ieder moment, ik deze stadia chronologisch heb doorlopen. In het narratief van mijn onderzoek en van mijn herinneringen is het belangrijk deze verschillende ingenomen posities te onderscheiden. Het heeft eveneens belang te erkennen dat er een continue verandering van gedachten was door interactie en toe-eigening van ideeën en door conflicten tussen denkwijzen.

    ...... De economische en militaire onderwerping van Congo wordt duidelijk in beeld gebracht. De auteurs benadrukken de gruweldaden die in functie van de economische ontsluiting van Congo werden gepleegd. Zo wordt een bronfragment getoond over de constructie van de spoorweg tussen Matadi en Leopoldstad, waarbij 900 Congolezen het leven lieten. Er wordt verder ingegaan op de financiën van Leopold II, waarbij de verplichte rubberinzameling met een nadruk op het "zwaar optreden tegen alle zwarten die zich verzetten tegen het koloniaal beleid" in de verf wordt gezet.92 ....

    De koloniale politiek van Leopold II kreeg internationale kritiek, waarbij het verhaal van de strafexpedities en de afgehakte handen als voorbeeld dienen. Onder Britse druk werd een commissie opgericht. Van deze commissie is een verslag van een onderzoekscommissie over de koloniale toestanden in Congo bijgevoegd. Dit, in combinatie met twee Fotos van mishandelde Congolezen, dient als bron voor het verwerpen van de koloniale politiek van Leopold II.

    De auteurs zijn van deze verwerping alleszins heel overtuigd. Wat meermaals wordt aangehaald is het kleine enthousiasme van de Belgische bevolking voor de koloniale zaak. Maar het hoofdstuk eindigt met:

    "Door de oprichting van Belgisch Congo werd België een koloniale mogendheid en kreeg het de soevereiniteit over een enorm uitgestrekt gebied dat een schat aan natuurlijke hulpbronnen bezat."93

    Ten slotte wordt een bron toegevoegd over hoe om te gaan met het verleden, getiteld: Koning Leopold II en Congo anno 2004: Hoe omgaan met het verleden. De auteurs zetten zo aan tot kritisch nadenken over de daden van Leopold II en duiden op de veranderende visie met betrekking tot het vroege koloniale avontuur van België. in boek 6, 'De Nieuwste Tijden: de 20ste en 21ste eeuw', komt Belgisch-Congo aan bod.

    Echter het proces van dekolonisatie is het enige dat beschreven wordt.

    In eerste instantie de dekolonisatie van de wereld in een mondiaal perspectief met een kleine uitweiding over India, Congo en Zuid-Afrika. Op het einde van dat hoofdstuk is er een elf pagina lange focus op de historische evolutie van Congo, getiteld: "Onze Congo: Van Boudewijn tot Kabila".94

    Volgens de auteurs kwam na de Tweede Wereldoorlog een zwarte elite tot stand die van onafhankelijkheid droomde.

    In België werd er hier echter geen gehoor aan gegeven. Toen er dan in 1959 rellen ontstonden, ging de bal aan het rollen en werd ons land gedwongen de onafhankelijkheid toe te kennen.......

    U kan het best het document in zijn geheel lezen (140 blz)

    daarom ook dat ik ze via deze PDF document ter beschikking stel, het is een zeer interessant vraagstuk