Congo 1960

Bijdrage auteur Eddy Merveillie

Auteur Eddy Merveillie

Biographie : Heeft een familiaal Congo-verleden.(ouders leefden en werkten in de Evenaarsprovincie).

Reist zelf nog jaarlijks naar Congo en is passioneel bezig met de studie van het heden en het verleden van Congo .

"Licentiaat in de Bestuurswetenschappen"

"Adjunct van de Directeur bij de Vlaamse Sociale Bescherming"

"Schrijft over Congo vroeger en nu"

Eddy schrijft :

Ik ben van opleiding Licentiaat in de Bestuurswetenschappen, Mijn vader was agent sanitair in het Territoire de Djolu in de Tshuapa (Evenaarsprovincie). Mijn zus is er geboren te Lokoni en gedoopt te Yoseki. Zelf ben ik na de onafhankelijkheid in België geboren.

Jaarlijks ga ik naar Congo waar ik het hele land bereis.

Dit jaar was ik er 4 weken ( eerst in Goma en op Idjwi nadien in de Bas Uele), Hoewel ik qua diploma een politiek administratieve opleiding heb gevolgd blijft de historische studie mijn grote liefde en binnen deze discipline is het bestuderen van de geschiedenis van (Belgisch) Congo mijn grote passie.

Ik hou tijdens al mijn congo-reizen een dagboek bij waarvan ik dan een reisverhaal maak.

Ik heb voor mezelf een mooi boek gemaakt over al mijn Congoreizen en dit verhaal is een passage van een van die reis in oktober 2013..


Vlaanderen zendt zijn boeren uit ; van Burst naar Katanga

[link]

In deze tijden van internet, mobiele telefonie en andere communicatieve technologische hoogstandjes kan elke reiziger waar ter wereld hij zich ook bevindt, vrijwel ononderbroken een direct contact met het thuisfront onderhouden.  Ook in Congo  zijn er steeds minder gebieden die buiten het bereik van een mobiele telefoonoperator vallen. Als  er in de vroegere kolonie immers  al iets te vinden is dat functioneert dan zijn het wel de verschillende GSM-netwerken zoals daar zijn Voodacom, Airtel, Orange, Africel,...…
Zo’n 100-120 jaar geleden was dat allemaal wel even anders. De Congotrotter uit de pionierstijd moest zich behelpen met de occasionele brief die ofwel werd verzonden via het al in meer of mindere mate uitgebouwde primitieve postwezen of anders werd toevertrouwd aan iemand die men onderweg  had ontmoet en toevallig op de terugreis was naar België.  Zo’n brief werd ook wel eens als een zending “poche restante” benoemd want of de missive ook daadwerkelijk de geadresseerde bereikte was uiteraard afhankelijk van de goodwill van de gelegenheidskoerier. Een ander gebruik dat al vlug ingang vond was het publiceren in kranten van dergelijke briefwisseling. Personen met enige naam en faam konden hun observaties en bedenkingen vaak kwijt in de landelijke pers bij wijze van wekelijks vervolgverhaal of stelden die na afloop van de reis te boek. Voor de mindere goden was er nog altijd de regionale pers die ook graag af en toe met persoonlijke avonturen uit de kolonie uitpakte. De reisverhalen van vooraanstaande personen zoals bijvoorbeeld Karel Buls, Henri Carton de Wiart en andere notabelen zijn algemeen bekend. Voor de historicus zijn echter de beschouwingen van de  gewone, minder vooraanstaande tijdelijke bezoekers van de kolonie of de belevenissen van een pas voor het eerst naar Congo vertrekkende kolonist vaak boeiender en leerrijker. Het is juist tijdens het uitpluizen van de archieven van het sinds lang ter ziele gegane regionale weekblad “ De Denderbode” dat ik het verhaal van Pieter Cosyn ontdekte.


 

In elk verlaten dorp staat een Lileko

[link]

Tijdens mijn verblijf in Mbandaka in 2014 bezocht ik er het plaatselijke etnographisch museum. Een bescheiden en naar ik vermoed ook eerder onbekende verzamelplaats van traditionele artefacten en gebruiksvoorwerpen die in de Evenaarsprovincie werden gecollectioneerd. De ontstaansgeschiedenis van het museum te Mbandaka staat beschreven in « de Annales Aequatoria » 11/1990, p 440-442.2 Hierin vertelt de stichter J. Niset hoe hij gedurende de periode 1957 –1960 het initiatief nam om op basis van zijn persoonlijke verzameling het museum op te richten. De heer Niset was immers,volgens dit artikel, Rechtskundig Adviseur te Coqhuilhatstad en had, gebruikmakend van zijn vele dienstreizen doorheen de Evenaarsprovincie, inmiddels al een mooie privé-collectie kunnen aanleggen.

Meer info via deze link


Congo aan de Dender

[link]

Deze merkwaardige, met verscheidene platen versierde publicatie van de hand van Pascalis Dubois behandelde één van de vele op dat ogenblik in de Brusselse salons nogal druk bediscussieerde onderwerpen betreffende de Congo Vrijstaat : de beschaving van de Congolezen.

Vanaf juli 1888 begint Abbé Van Impe, de directeur van het instituut St Louis de Gonzague te Gijzegem, te corresponderen met Edmond Van Eetvelde, « Algemene Bestuurder der Buitenlandse Zaken en der Erediensten van de Congo Vrijstaat ». Langs deze briefwisseling om wil Abbé Van Impe van Léopold II de toestemming krijgen om te starten met zijn project om Congolese kinderen naar België te halen ten einde hen hier in zijn instituut een beschaafde opvoeding te kunnen bezorgen. Let wel, het is niet de bedoeling dat de kinderen na afloop van hun opleiding in België blijven maar wel naar Congo terugkeren.

Meer info via deze link


Op de motorfiets van Luik naar Congo en terug Op de motorfiets door Congo

[link]

Op 12 februari 2015 was het exact 90 jaar geleden dat Edmond Thieffry, bijgestaan door copiloot Leopold Roger en mecanicien Jozef De Bruycker, in Evere opsteeg met zijn Handley Page- dubbeldekker en begon aan de realisatie van de eerste luchtverbinding tussen Brussel en Kinshasa. Op 3 april 1925, om precies 11h in de voormiddag zette Thieffry zijn helse machine te Ndolo aan de grond. Een gebeurtenis dat uiteraard door heel wat kijklustigen werd bijgewoond. Zelfs een plaatselijke inlandse chef was er in groot ornaat voor gaan zitten.

Meer info via deze link


Koning ALBERT I en Belgisch Congo

[link]

Leopold II was tot 1908 soeverein alleenheerser over Congo maar vanaf de regeerperiode van Albert I was de Congo-politiek een zaak van de Belgische regering. Uiteraard heeft Albert een eigen visie over het reilen en zeilen in de kolonie ontwikkeld. Hoe die precies evolueerde en in hoeverre hij daarmee trachtte de Belgische regering ook te beïnvloeden is echter nog grotendeels onontgonnen gebied binnen het historisch onderzoek. Laten wij bij wijze van kleine vingeroefening eens even stilstaan bij de vraag hoe en door wie de koning op de hoogte werd gehouden over de gebeurtenissen in Belgisch Congo. Daarover bestaat er immers toch wel enig interessant bronnenmateriaal waarvan ik er in de hiernavolgende uiteenzetting 2 in het kort zal bespreken.

Meer info via deze link

 

"Les cent mille briques ; La prison et les détenus de Stanleyville",

[link]

Dit boek is uitgegeven door de Université de Lille en van de hand van Berengère Piret, historica en doctoraatstudente aan de Université Saint Louis te Brussel. Geen "easy reading" literatuur maar wel behoorlijk interessant want de auteur blijft bij de harde feiten en doet niet aan anecdotiek. Het boek schetst kort het ontstaan en de verdere ontwikkeling van het penitentiar systeem in Belgisch Congo vanaf het eerste Koninklijke decreet ter zake dd. 28/04/1891 tot tot in 1959. Naast de algemene organisatie en reglementering van de detentie bespreekt de onderzoekster ook het alledaagse leven binnen de gevangenismuren.

Meer info via deze link


 

Van Congo naar Brazilië.

[link]

Congolese onafhankelijkheid werd aanvang jaren 60 een korte, maar ondertussen door vrijwel iedereen vergeten, bladzijde in de Belgische emigratiegeschiedenis geschreven. Het is bekend dat van alle kolonialen het vooral de "colons" zijn die misschien wel het meest bekaaid uit de hele dipenda affaire zijn gekomen. Velen hadden immers al hun middelen in de exploitatie van een agronomisch bedrijf of een plantage geïnvesteerd en waren na de julidagen van 1960 alles kwijtgeraakt. Het dossier van de schadeloosstellingen is een schandelijk verhaal appart want de Belgische staat kwam maar zeer zuinig over de brug.

Meer info via deze link


 

Gijzeling en Moord in het bisdom

[link]

Foto : Broeder Hubert Jacobs uit Heerlen 24 jaar.
Broeder van St.Gabriël.

Tijdens één van mijn snuffeltochten in de boekantiquariaten ontdekte ik een poosje geleden een boek met de titel "Hun laatste getuigenis". Deze bescheiden publicatie van 124 pagina's bevat het relaas van de lotgevallen van de Broeders van Sint Gabriël in de Westelijke Uéle tijdens de Simba-rebellie van 1964-1965. Het boek is van de hand van Gaston Nijs (Broeder Bernardin) en in augustus 1965 uitgegeven door Uitgeverij Altiora N.V te Averbode.

Telkens wanneer de Congo-crisis van 1964 ter sprake komt wordt begrijpelijker wijs bijna automatisch gefocust op de 2 succesvolle militaire tussenkomsten, Operatie Rode Draak (Stanleystad) en Operatie Zwarte Draak (Paulis) waarbij in het totaal zo'n 2.300 mensen werden bevrijd.

Meer info via deze link


 

Scandinaven in Belgisch Congo

[link]

In het laatste kwart van de 19e eeuw was zowat heel Europa in de ban van de "scramble for Africa". Daarbij waren het vooral de traditionele koloniale grootmachten Frankrijk en Groot – Brittannië die aanvankelijk de toon aangaven en probeerden hun respectievelijke reeds bestaande invloedsferen uit te breiden. De Fransen opereerden daarbij vooral vanuit hun bezittingen in Noord- Afrika en aan de Afrikaanse westkust waarbij zij de blik zo ver mogelijk oostwaarts richtten. Groot-Brittannië van zijn kant droomde er van om een noord –zuid verbinding te realiseren wat hen een gebied kon opleveren dat strekte van Caïro tot aan de Kaap. Na de eenmaking van het Duitse rijk en de Frans – Duitse oorlog van 1870 was er echter een 3e belangrijke speler op het veld gekomen. Ook het economisch en militair steeds sterker wordende Duitsland begon koloniale ambities te koesteren. Ondertussen had de Belgische koning Leopold II, dankbaar gebruikmakend van de diensten van de Brits-Amerikaans ontdekkingsreiziger H.M Stanley, een begerig oog laten vallen op het gebied rondom het Congobekken en was hij er in geslaagd om via de creatie van de Association Internationale du Congo stelselmatig zijn greep op het centraal Afrikaanse grondgebied te verstevigen. Deze koloniale wedloop kende haar beslissend moment in 1885 tijdens de conferentie van Berlijn onder de leiding van Kanselier Bismarck. Veertien landen waren vertegenwoordigd toen de conferentie op 15 november 1884 van start ging : Oostenrijk - Hongarije, België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Nederland, Portugal, Rusland, Spanje, Zweden, Noorwegen, Turkije en de Verenigde Staten. Van deze landen waren Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en Portugal de belangrijkste aangezien zij toen al het meeste gebied bezetten en het zijn dan ook de politieke standpunten van deze landen die steeds ter sprake komen wanneer men het heeft over het ontstaan van de Congo Vrijstaat, de diplomatieke krachttoer van Leopold II.

Meer info via deze link


 

KongoloDe Martelaren van Kongolo

[link]

Op 26 mei 2012 vond te Gentinnes de herdenking plaats van de Martelaren van Kongolo. Op deze dag herdacht de Congregatie van de Heilige Geest haar 20 missionarissen die op 1 januari 1962 te Kongolo, in het noorden van Katanga, door soldaten van het Congolese regeringsleger werden vermoord.

De gebeurtenissen speelden zich af tijdens de Katangese afscheiding. De eerste berichten van wat er op die noodlottige nieuwjaarsdag gebeurde, kwamen van een Congolese seminarist die van de tragedie ooggetuige was geweest en zijn verhaal deed tegen een priester van Kasongo die op zijn beurt alles verder vertelde aan Mgr. Cleire, de Bisschop van Kasongo.

Meer info via deze link


 

L'effort de guerre du Congo Belge (1)

Verschenen in Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis

Het uitbreken van de 2e wereldoorlog bracht niet alleen België in woelig vaarwater maar betekende ook voor Belgisch Congo het begin van een onzekere tijd. Moederland en kolonie bevonden zich bovendien in een verschillende situatie. Na de meidagen van 1940 was België bezet grondgebied geworden en had er zich tegen eind oktober van datzelfde jaar te Londen een regering in ballingschap gevormd, bestaande uit de ministers Pierlot, Gutt, Spaak en De Vleeschauwer. Deze ploeg, die later nog zou worden uitgebreid, werd door Groot- Brittanie en de andere geallieerden als legitieme vertegenwoording van ons land erkend. De belangstelling van de Britten voor de Belgische zaak ging zich echter al heel vroeg toespitsen op de vraag of en hoe onze kolonie in de oorlogsinspanning kon worden ingeschakeld. Voor Pierre Ryckmans, de toenmalige Gouverneur-generaal te Leopoldstad, was het in elk geval van begin af aan een uitgemaakte zaak dat Belgisch Congo zich resoluut aan de zijde van de geallieerden zou blijven scharen. Wat dat betreft toonde Ryckmans zich trouwens veel standvastiger dan de Belgische toppolitici die tussen 28 mei en oktober 1940 letterlijk en figuurlijk op de dool waren. De door de oorlogstoestand te Leopoldstad geïsoleerd geraakte Ryckmans zag zich dus verplicht om verdragende beslissingen te nemen zonder dat hij, zeker in de periode van mei tot begin juli 1940, hiervoor enige onmiddellijke politieke rugdekking kreeg vanuit de metropool. En zelfs als er daarna met de regering te Londen gecommuniceerd kon worden verliep dat niet steeds vlotjes want de verhouding tussen Ryckmans en Minister van Koloniën De Vleeschauwer was nu niet bepaald hartelijk te noemen.


 

Bij een graf in Kinsuka

 [link]

Eén van mijn favoriete bezigheden tijdens mijn congoreizen is het bezoeken van begraafplaatsen.

Dat kan voor menig één een lugubere bezigheid lijken maar voor iemand met een levendige historische interesse is het vaak een bron van inspiratie. Zo gebeurt het soms dat één van de graven mij zodanig intrigeert dat ik bij mijn thuiskomst het levensverhaal van de mens onder de grafzerk even ga uitpluizen. Omgekeerd gebeurt het ook dat een personage mij tijdens mijn opzoekingen en lectuur dermate boeit dat ik later op zoek ga naar zijn laatste rustplaats onder de Congolese tropenzon. Zo verzeilde ik tijdens één van mijn laatste doortochten in Kinshasa op de begraafplaats van Kinsuka.

Daar rusten geen eertijds welgestelde blanke residenten uit de tijd toen het huidige Kinshasa nog het mondaine Léopoldville was en ook geen vermetele avonturiers van het eerste koloniale uur maar enkel Congolezen "pur sang". Daar bevindt zich ook het graf van Paul Lomami Tchibamba. Wie, zegt u ?

Meer info via deze link


 

Op 6 oktober 2013 is het dan eindelijk zover.

Axel, Jean, Robert en ikzelf vertrekken op avontuur naar Congo met als eindbestemming het Territoire de Djolu in de Evenaarsprovincie. Na één dagje Kinshasa nemen we 's anderendaags al de CAA-vlucht naar Kisangani. Daar worden we bij aankomst opgewacht door Abbé Jean Pierre die ons vanuit Isangi tegemoet is gekomen. Als kind van de streek die we gaan bezoeken zal hij ons tijdens de hele tocht begeleiden. Veel tijd is er niet te verliezen want de af te leggen reisweg kondigt zich aan als lang en moeilijk. Na één overnachting in de Procure van de Scheutistenmissie te Kisangani rijden we dan ook reeds de volgende dag met de jeep richting Yangambi waar we met de bac oversteken naar Isangi. Van hieruit volgt dan een dagje in de prauw tot in Lokutu, het vroegere Elisabetha. Gelukkig kunnen we genieten van mooi, rustig en zonnig weer.

Het wateroppervlak van de majestueuze Congorivier is zo vlak als een spiegel en zo glijden we met een goede vaart stroomafwaarts. Een groot deel van de tijd bevinden we ons ongeveer in het midden van de stroom maar af en toe varen we ook wat dichter bij de oever of net langs één van de vele eilandjes wat ons dan meteen ook de kans geeft om de woeste, indrukwekkende en allesoverheersende natuur in al zijn pracht te bewonderen. We krijgen zelfs een keertje een waterslang te zien.

Meer info via deze link


 

SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright | Agenda  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine