Boek : Tussen vonk en omroep.

Draadloze communicatie in België en Kongo - 1900-1918

© Auteurs Bruno Brasseur en Guido Nys.

Voor meer info Contacteer de auteur

Ga terug naar hoofdpagina

hoofdstuk 1  |  hoofdstuk 2  |   hoofdstuk 3 |  hoofdstuk 4 |

Bruno Brasseur en Guido Nys  Foto : Pierre Braillard, zoon van Raymond, en de auteurs te Parijs, tijdens een van hun zoektochten.

Over de auteurs:

Guido Nys. Via zijn opleiding als burgerlijk ingenieur elektronica en de radiohobby van zijn vader geraakte hij geïnteresseerd in oude radio's, en later in de geschiedenis van de radiotechniek. Eerst schuimde hij de rommelmarkten en het internet af naar oude documenten. Het idee kwam op om over deze geschiedenis een boek te schrijven. Na contact met Bruno Brasseur ontstond het idee om samen te werken. Nu werden vooral gedurende zes jaar Belgische en Franse archieven bezocht en leerden we Pierre Braillard kennen, de zoon van Raymond. Voor hem was deze zoektocht een werkelijk avontuur, dat uitmondde in dit boek.

Bruno Brasseur. Bouwde zijn eerste lampenversterkertje bijna 40 jaar geleden (werkt nog uitstekend). Was werfleider in de sector industriële dakbedekkingen en metalen bekledingen. Hij volgde een elektronica-opleiding met cursussen van Eurelec en Dirksen. Later werd hij zendamateur (ON4CFN) en daarna vele jaren secretaris van het Olens radiomuseum, waar hij in 2005 een eerste bericht las over de radioconcerten van Laken. De trein was vertrokken, zijn boek "Hallo, hallo, hier radio Laken…" verscheen in 2010. De samenwerking met Guido Nys was al enkele jaren gestart. Voor hen beiden was de constante zoektocht zo boeiend omdat de hele geschiedenis nog moest opgebouwd worden. De Belgische radio start vanaf nu niet meer in 1930, noch in 1923, maar in 1914!

Inleiding.

Achtentwintig maart 2014 is een heuglijke datum: we vieren 100 jaar radio! Radio Laken zond juist geteld 100 jaar geleden een radioconcert uit, dat tot in Parijs, op de installatie van de Eiffeltoren ontvangen werd. En dat zonder radiolampen, de voorlopers van de beter bekende transistors, waarmee voldoende modulatieversterking kon verkregen worden. En met een zender die nog een boogzender was, t.t.z. een soort vonkenzender. Met als gevolg niet al te zuivere golven.

Kwaliteit was het dus niet. Maar het was herkenbare muziek. Dat vertelden toch de Franse kranten.

Een gegeven dat lange tijd onbekend en ook wat stiefmoederlijk behandeld werd. Niet moeilijk, als zelfs historici na de zeventiger jaren nog terecht moesten spreken van "een braak terrein", en dat "het volledige bronnenmateriaal niet onderzocht kon worden omdat het nog eerst moest opgespoord worden" (i). En ook dat je de bestaande publicaties over radiogeschiedenis "op je tien vingers kon tellen" (ii).

Hoe langer men wacht met grondig onderzoek, hoe minder te vinden is. Na 100 jaar wordt het tijd om op stap te gaan. Het boek dat Guido Nys en ikzelf aanbieden is het bewijs dat nog raadpleegbare bronnen aanwezig zijn, hoewel nog hiaten in het verhaal blijven bestaan. Hoofdreden van dit laatste is deels te vinden in de vernietiging van materieel en archieven bij het binnenvallen van de bezetter in 1914.

Het resultaat van een eerste poging was mijn boek "Hallo, hallo, hier radio Laken…", dat ik uitgaf in 2010. Het opzoekingswerk van de paar jaren vóór het verschijnen gebeurde met de hulp van Guido Nys. Daarna zijn we blijven samen zoeken, en dit bracht zoveel nieuw materiaal aan het licht, dat de nood aan een uitbreiding van het boek zich opdrong. Zonder dralen kozen we voor een blijvende samenwerking in een gezamenlijke uitgave (Guido dacht ook al langer aan de uitgave van een boek). Met veel moeite en de nodige stress hebben we dit net klaar gekregen, 100 jaar na de concerten van Laken.

Nieuw materiaal werd tot de laatste minuut gevonden.Ik geef een paar voorbeelden: De krant "Le Soir" van 30 maart 1934 gaf bij de eerste herdenking van de Lakense concerten een interview van Robert Goldschmidt (Belgische radiopionier die uitvoerig aan bod komt in dit boek), waarbij deze vertelt over een film uit 1913, "Le Diamant Noir". In eerste instantie niets te maken met de radiotelegrafie, zo denkt men, ware het niet dat bepaalde scènes uit de film opgenomen werden in de fameuze villa Lacoste, waar de Lakense apparatuur zich bevond. Goldschmidt (hoofdstuk III) vertelt dit uitvoerig, en hij vermeldt dus ook dat een aantal marconisten, zowel zwart als blank, in de film acteerprestaties leverden.

Wel, gedurende 100 jaar is bij niemand de gedachte opgekomen onderzoek te doen naar die film.

Guido Nys heeft dat wel gedaan, met succes: het boek bevat een CD waarop enkele scènes te bewonderen zijn van werkende toestellen, opgesteld in de villa Lacoste!

En vlak vóór het boek ter perse ging vond Guido een verloren gewaand dossier van Georges Gourski, voormalig directeur-generaal van de technische diensten van de R.T.B./B.R.T. De heer Gourski interviewde in 1968 pionier De Rycke, sinds 1912 aanwezig bij de gebeurtenissen te Laken. De nota's van het interview, zeer interessant op zich, waren vergezeld van allerhande schetsen, die veel aan het licht brachten.

Het boek beslaat twee delen. Het eerste deel geeft een resumé van de eerste Belgische activiteiten op gebied van radiotelegrafie, direct uitgebreid gevolgd door de verdere activiteiten tot aan de grote oorlog. We hebben het hier vooral over de gebeurtenissen te Laken en in Belgisch-Kongo. We maken kennis met onze grote pioniers: vooral Robert Goldschmidt en Raymond Braillard, maar ook Albert Wibier, Paul De Bremaecker, Marzi, en nog vele anderen. Deze onderwerpen kwamen al ter sprake in mijn eerste boek, maar worden nu veel uitgebreider behandeld door de nieuwe vondsten, en aangevuld met een grote hoeveelheid prachtige, bladvullende Fotos, afkomstig van originele glasplaten.

In het tweede deel heeft Guido het over het Belgisch leger, vóór en tijdens de grote oorlog. Hij beschrijft ook het verhaal van het gebruik van radiocommunicatie aan het Belgisch front, in Kongo, in de enclave Baarle-Hertog, en het radiocentrum te Calais. Vóór de oorlog was er een tweestrijd tussen Marconi en Telefunken voor het leveren van materiaal. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, maakte men in het begin gebruik van de 3 zendposten van het leger, aangevuld met toestellen van de school van Laken. Men betrok ook posten uit Frankrijk (S.F.R., Frans leger) en uit Engeland (Marconi). Radiocommunicatie werd toegepast voor persberichten, communicatie tussen en in de legereenheden, tussen de loopgraven en de vliegtuigen, en voor het afluisteren en lokaliseren van de vijand. In 1915 trok men laboratoria en werkplaatsen op in Calais (Frankrijk), waar de buitenlandse posten werden geëvalueerd, en door het Belgisch leger radioposten werden gebouwd. We volgen de koloniale troepen in Kongo in hun optocht naar Tabora, met hun mobiele en vaste communicatie. Daar de technologie van radiocommunicatie in het leger als strategisch en geheim werd behandeld, kan men weinig terugvinden in de civiele literatuur. Daarom moesten we terugvallen op de archieven van het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis te Brussel en het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika te Tervuren. Hier hebben we uitgebreide dossiers gevonden, met prachtige oude Fotos van 100 jaar en meer.

Vanwaar nu de keuze van de titel "Tusen vonk en omroep"? Eigenlijk slaat dit op het voornaamste thema uit het boek: de ontwikkeling van point-to-point radiotelegrafie-uitzendingen, met coherer en de vonken op een klos van Ruhmkorff, naar telefonie-omroepuitzendingen, gericht naar "Mr everybody", zoals R. Braillard het zo mooi zegt.

Zelfs al werd het woord "omroep" slechts uitgevonden in 1922 (zie p 203), en zelfs al was er origineel geen omroepintentie, verdienen de Lakense gebeurtenissen toch het "omroeplabel".

Maar zoals u hierboven leest, merkt u dat de "kleine Belg", buiten het thema "omroep", nog veel meer in zijn mars had!

De auteurs, Guido Nys en Bruno Brasseur.

(i) Johan Putseys, Radio en politiek, Verkenning van het medium radio in België (1900-1933), scriptie, Leuven, p x2, 1984.

(ii) Wilfried Bertels, Die dingen behoren allemaal tot het verleden, geschiedenis van de omroep in België, scriptie, p 8, 1972.

Ga naar hoofdstuk 1

1. Voorgeschiedenis.

Afb. 1-1, James Clerk Maxwell

TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918 - James Clerk MaxwellDe man die, naast zijn talent voor het experiment, ook nog een commerciële gave bezat, Guglielmo Marconi) (1) , wist de radiotelegrafie een enorme uitbreiding te geven, en zal in ons Belgisch verhaal regelmatig een rol spelen. In 1894 begon hij reeds met zijn proefnemingen. In maart 1899 seinde hij over het kanaal van Dover naar Wimereux en in 1901 geraakten zijn seinen over de Atlantische Oceaan (de drie punten van de letter S) (2) Marconi, van rijke afkomst, kwam op het juiste moment op het wetenschappelijk en industrieel toneel en al snel genoot hij een uitzonderlijke faam. Hij was de perfecte manager, sloot monopolie-contracten af, en nam op alles internationale patenten. We zullen verder zien welke invloed hij had op het ontstaan van de draadloze telegrafie in België. lees meer

Ga naar hoofdstuk 2

Banana – Ambrizette.

TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918 Paul De Bremaecker, vlak na de oorlog, directeur van N.A.T.E.W. La Renaissance d'Anvers, The New Antwerp Telephone and Electrical Works, 1921 (Antw. K. v. Koophandel(afb. 2-1, Paul De Bremaecker, vlak na de oorlog, directeur van N.A.T.E.W. La Renaissance d'Anvers, The New Antwerp Telephone and Electrical Works, 1921 (Antw. K. v. Koophandel)

Op 13 februari 1902 vertrok luitenant Paul De Bremaecker (afb. 2-1) in opdracht van de C.T.S.F. naar de Kongo-Vrijstaat. Gehinderd door een zware mist over de Schelde had de Albertville iets later op de dag de zee genomen. De datum zelf is met enige zekerheid gekend, daar De Bremaecker er jaren later een korte anekdote over vertelt :

Een dame vroeg me : "U durft te varen op de dertiende?"

"Lieve hemel, mevrouw, het is de boot die vaart!" (30) .

Misschien had hij de datum daarom goed onthouden. Aan boord had De Bremaecker verschillende houten palen mee "van zeer grote afmetingen", en een aantal toestellen. We zullen zien dat palen en toestellen eigenlijk dezelfde waren als deze gebruikt tijdens de testen van Biot-Calvi, die we daarom verder ook zullen bespreken. lees meer

Ga naar Hoofdstuk 3

Robert Benedict Goldschmidt.

TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918 - Robert Benedict Goldschmidt. Privé archief.
  Afb. 3-1c Robert Benedict Goldschmidt. Privé archief.

Korte biografie.

Robert-Benedict Goldschmidt, geboren te Brussel op 8 mei 1877 (65) (afb. 3-1c) is een spilfiguur in de Belgische radiotelegrafie en –telefonie tot enkele jaren vóór zijn overlijden te Villeneuve-Loubet (France, Alpes-Maritimes) op 28 mei 1935. Zijn ouders waren Benedict Goldschmidt en Marie Woog. Hij werd Belg bij recht van voorkeur en huwde Gabrielle Philippson bij wie hij vijf kinderen had. Zijn vader was van rijke afkomst en was zelf een van de bazen van de maatschappij "Goldschmidt Frères" die volgens de familie treinsporen verhandelde, en die zelf een bank bezat. Robert deed zijn middelbare studies aan het Koninklijk Atheneum van Brussel. Hij was zeer intelligent, maar nogal wispelturig, en van laatste van de klas werd hij plots eerste. Bij een werktuigkundige te Namen leerde hij met zijn handen werken, en vertoonde hij hierbij een zeldzame vaardigheid. Hij had zijn thuis verlaten en onderdak gevonden bij een zekere generaal Termonia. lees meer

Ga naar Hoofdstuk 4

Tussen Vonk en Omroep, boek over de draadloze telegrafie in Belgie en Congo .. tussen 1900 en 1918Op 15 november 1908 stemde het Belgische Parlement voor de aanhechting van de Kongo-Vrijstaat, en werd zijn administratie overgenomen. De nieuwe kolonie heette nu Belgisch-Kongo.
Koning Leopold werd door zijn neef Prins Albert opgevolgd op 23 december 1909. De Prins maakte in dat jaar nog eerst een studiereis doorheen Belgisch-Kongo. Hij kwam Afrika binnen langs de Kaap de Goede Hoop op 20 april 1909. Vandaar ging de reis per trein naar het noorden, tot aan Broken Hill (105), en verder te paard, te voet en per fiets tot aan l'Etoile du Congo (106), waar in de buurt een jaar later Elisabethstad zou opgericht worden, en de spoorweg doorgetrokken (tot Bukama pas in mei 1918). De prins had dus al snel kunnen ondervinden dat transport en communicatie te wensen overlieten. Hij trok hierop de aandacht in zijn toespraak van 30 april 1910 voor de opening van het koloni-aal museum te Tervuren. Nochtans had hij het in zijn rede niet specifiek over draadloze telegrafie, maar wees hij hoofdzakelijk op het belang van het spoorwegnet (107). lees meer


 

Tussen Vonk en Omroep, boek over de draadloze telegrafie in Belgie en Congo .. tussen 1900 en 1918

Wenst u meer informatie en het boek te kopen of contact te nemen met de auteur ?

Bruno Brasseur, rua do Vale 11, Carrascal 2460-605 (Aljubarrota), Portugal.
Tel: 00351/916 587 069.
Nieuw email-adres: bruno.brasseur.
SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright |  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine