SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918Boek : TUSSEN VONK EN OMROEP

Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918

© Bruno Brasseur en Guido Nys

Wenst u meer informatie en het boek te kopen of contact op te nemen met de auteur ?

- Bruno Brasseur, - rua do Vale 11,
- Carrascal 2460-605 (Aljubarrota),
- Portugal.
- Tel: 00351/916 587 069.
- email-adres: Bruno Brasseur
- email-adres Guido Nys

Tussen vonk en omroep - draadloze communicate in België en Kongo 1900-1918

Voorwoord - Colofon - Dankwoord & Inleiding - Bibliographie - Inhoud - Index en Afkortingen

Voetnoten

Bruno Brasseur en Guido Nys

Foto : Pierre Braillard, zoon van Raymond, en de auteurs te Parijs, tijdens een van hun zoektochten.

Over de auteurs:

Guido Nys. Via zijn opleiding als burgerlijk ingenieur elektronica en de radiohobby van zijn vader geraakte hij geïnteresseerd in oude radio's, en later in de geschiedenis van de radiotechniek. Eerst schuimde hij de rommelmarkten en het internet af naar oude documenten. Het idee kwam op om over deze geschiedenis een boek te schrijven. Na contact met Bruno Brasseur ontstond het idee om samen te werken. Nu werden vooral gedurende zes jaar Belgische en Franse archieven bezocht en leerden we Pierre Braillard kennen, de zoon van Raymond. Voor hem was deze zoektocht een werkelijk avontuur, dat uitmondde in dit boek.

Bruno Brasseur. Bouwde zijn eerste lampenversterkertje bijna 40 jaar geleden (werkt nog uitstekend). Was werfleider in de sector industriële dakbedekkingen en metalen bekledingen. Hij volgde een elektronica-opleiding met cursussen van Eurelec en Dirksen. Later werd hij zendamateur (ON4CFN) en daarna vele jaren secretaris van het Olens radiomuseum, waar hij in 2005 een eerste bericht las over de radioconcerten van Laken. De trein was vertrokken, zijn boek "Hallo, hallo, hier radio Laken…" verscheen in 2010. De samenwerking met Guido Nys was al enkele jaren gestart. Voor hen beiden was de constante zoektocht zo boeiend omdat de hele geschiedenis nog moest opgebouwd worden. De Belgische radio start vanaf nu niet meer in 1930, noch in 1923, maar in 1914!

De samenwerking met Guido Nys was al enkele jaren gestart. Voor hun beiden was de constante zoektocht zo boeiend omdat de hele geschiedenis nog moest opgebouwd worden. De Belgische radio start vanaf nu niet meer in 1930, noch in 1923, maar in 1914! De beginjaren van de Belgische radiotelegrafie worden in een eerste hoofdstuk kort weergegeven. Ze worden gevolgd door een sterke uitweiding tot augustus 1914 over de gebeurtenissen te Laken, in de campagne Lacoste, onderdeel van het koninklijk domein: de praktische telegrafieschool voor de opleiding van blanke en zwarte marconisten, de grote zender met als topprestatie de radiotelegrafische verbinding met Boma, de toenmalige hoofdstad van Kongo, en de fameuze radioconcerten die officieel startten op 28 maart 1914, nu 100 jaar geleden, en slechts onderbroken werden door de grote oorlog. Gelijklopend komt onze ex-kolonie aan bod, waar een grote nood was aan communicatie. De radiotelegrafie was er de oplossing voor het overbruggen van grote dichte oerwouden en dus werd een radionet van verschillende duizenden km aangelegd. Maar daar laten we het niet bij. We gaan het leger volgen van bij zijn eerste voorzichtige pasjes met de klos van Ruhmkorff en de coherer, tot zijn sterke bijdrage aan de ontwikkeling van de Belgische radiotelegrafie, vooral gedurende de oorlog. Te Calais werd een grote Belgische telegrafiedivisie uit de grond gestampt: radioposten op automobiel, in loopgraven en vliegtuigen. Het begin van de oorlog wordt dag na dag door Raymond Braillard weergegeven, en de opmars van de TSF in de oorlog aan het Kongolese oostfront wordt op de voet gevolgd. En we mogen tenslotte de raadselachtige zender-ontvanger niet vergeten, die in het geheim onder de neus van de Duitsers en de Nederlanders gebouwd werd te Baarle-Hertog, onze enclave in Nederland. Deze zoektocht wordt opgefleurd met prachtige bladvullende gedigitaliseerde foto's van originele glasplaten, met als kers op de taart een klein filmfragment op CD van "Le diamant noir" uit 1913, over de installaties in volle werking in in de villa Lacoste te Laken.

Dankwoord

Onze dank gaat uit naar alle bibliothecarissen, verantwoordelijken en assistenten van de instellingen, in binnen- en buitenland, waar wij met woord en daad geholpen werden in onze zoektocht naar origineel bronmateriaal. Hierbij willen we ook de bezitters van privé-archieven niet vergeten, die soms het juiste archiefstuk welwillend konden bezorgen. Ook onze dank voor de artistieke ondersteuning van Annelies Goossens, het vertaalwerk van Willy De Keyser en de correcties van Alex Coeckelberghs.

Voorwoord

Nieuws over het eerste boek van Bruno Brasseur "Hallo, hallo, hier radio Laken..." (2010) en hun tweede boek (met Guido Nys) "Tussen vonk en omroep" (2014) is ruim te vinden op internet (de titels ingeven).
Zelf nam ik het eerste deel van "Tussen vonk en omroep " voor mijn rekening. Mijn verhaal stopt dan weer vóór de Grote Oorlog. Guido Nys schreef over de oorlogsperiode en behandelde dan vooral de geschiedenis van het leger in België (met de enclave van Baarle-Hertog), Frankrijk (Calais), en Belgisch-Kongo. Meer hierover in de inleiding van het boek.
Het boek telt 423 blz plus 47 blz op een bijgevoegde CD, waarop ook een stuk uit een film van 1913 te zien is met een werkende vonkenzender!
Gezien nog een aantal boeken te koop aangeboden worden, en we, indien nodig, bereid zijn bij te drukken, geven wij hier slechts 25% van elk hoofdstuk. Het voorwoord, de inhoud, de index, de bibliografie en een lijst van de gebruikte afkortingen worden in hun geheel weergegeven.
Sommige foto's in het boek komen van originelen op glasplaten (museum Tervuren en legermuseum). Publicatie hiervan werd slechts toegelaten door het boek, en die foto's worden hier dus niet weergegeven. We trachten dit voor een deel op te lossen door enkele foto's te vervangen door eventuele zelfde foto's uit de tijdschriften van toen. Voor de meer geïnteresseerden zal het boek dus nog een tijd te koop staan, maar men kan het ook lezen in de koninklijke bibliotheek (KBR), het legermuseum, het Afrikamuseum en enkele stadsbibliotheken. We zullen hier ook na elk hoofdstuk aangeven waar de 25% bereikt zijn.
Bruno Brasseur.

Inleiding.

Achtentwintig maart 2014 is een heuglijke datum: we vieren 100 jaar radio!

Radio Laken zond juist geteld 100 jaar geleden een radioconcert uit, dat tot in Parijs, op de installatie van de Eiffeltoren ontvangen werd. En dat zonder radiolampen, de voorlopers van de beter bekende transistors, waarmee voldoende modulatieversterking kon verkregen worden. En met een zender die nog een boogzender was, t.t.z. een soort vonkenzender. Met als gevolg niet al te zuivere golven.

Kwaliteit was het dus niet. Maar het was herkenbare muziek. Dat vertelden toch de Franse kranten.

Een gegeven dat lange tijd onbekend en ook wat stiefmoederlijk behandeld werd. Niet moeilijk, als zelfs historici na de zeventiger jaren nog terecht moesten spreken van "een braak terrein", en dat "het volledige bronnenmateriaal niet onderzocht kon worden omdat het nog eerst moest opgespoord worden" (i). En ook dat je de bestaande publicaties over radiogeschiedenis "op je tien vingers kon tellen" (ii).

Hoe langer men wacht met grondig onderzoek, hoe minder te vinden is. Na 100 jaar wordt het tijd om op stap te gaan. Het boek dat Guido Nys en ikzelf aanbieden is het bewijs dat nog raadpleegbare bronnen aanwezig zijn, hoewel nog hiaten in het verhaal blijven bestaan. Hoofdreden van dit laatste is deels te vinden in de vernietiging van materieel en archieven bij het binnenvallen van de bezetter in 1914.

Het resultaat van een eerste poging was mijn boek "Hallo, hallo, hier radio Laken…", dat ik uitgaf in 2010. Het opzoekingswerk van de paar jaren vóór het verschijnen gebeurde met de hulp van Guido Nys. Daarna zijn we blijven samen zoeken, en dit bracht zoveel nieuw materiaal aan het licht, dat de nood aan een uitbreiding van het boek zich opdrong. Zonder dralen kozen we voor een blijvende samenwerking in een gezamenlijke uitgave (Guido dacht ook al langer aan de uitgave van een boek). Met veel moeite en de nodige stress hebben we dit net klaar gekregen, 100 jaar na de concerten van Laken.

Nieuw materiaal werd tot de laatste minuut gevonden.Ik geef een paar voorbeelden: De krant "Le Soir" van 30 maart 1934 gaf bij de eerste herdenking van de Lakense concerten een interview van Robert Goldschmidt (Belgische radiopionier die uitvoerig aan bod komt in dit boek), waarbij deze vertelt over een film uit 1913, "Le Diamant Noir". In eerste instantie niets te maken met de radiotelegrafie, zo denkt men, ware het niet dat bepaalde scènes uit de film opgenomen werden in de fameuze villa Lacoste, waar de Lakense apparatuur zich bevond. Goldschmidt (hoofdstuk III) vertelt dit uitvoerig, en hij vermeldt dus ook dat een aantal marconisten, zowel zwart als blank, in de film acteerprestaties leverden.

Wel, gedurende 100 jaar is bij niemand de gedachte opgekomen onderzoek te doen naar die film.

Guido Nys heeft dat wel gedaan, met succes: het boek bevat een CD waarop enkele scènes te bewonderen zijn van werkende toestellen, opgesteld in de villa Lacoste!

En vlak vóór het boek ter perse ging vond Guido een verloren gewaand dossier van Georges Gourski, voormalig directeur-generaal van de technische diensten van de R.T.B./B.R.T. De heer Gourski interviewde in 1968 pionier De Rycke, sinds 1912 aanwezig bij de gebeurtenissen te Laken. De nota's van het interview, zeer interessant op zich, waren vergezeld van allerhande schetsen, die veel aan het licht brachten.

Het boek beslaat twee delen. Het eerste deel geeft een resumé van de eerste Belgische activiteiten op gebied van radiotelegrafie, direct uitgebreid gevolgd door de verdere activiteiten tot aan de grote oorlog. We hebben het hier vooral over de gebeurtenissen te Laken en in Belgisch-Kongo. We maken kennis met onze grote pioniers: vooral Robert Goldschmidt en Raymond Braillard, maar ook Albert Wibier, Paul De Bremaecker, Marzi, en nog vele anderen. Deze onderwerpen kwamen al ter sprake in mijn eerste boek, maar worden nu veel uitgebreider behandeld door de nieuwe vondsten, en aangevuld met een grote hoeveelheid prachtige, bladvullende foto's, afkomstig van originele glasplaten.

In het tweede deel heeft Guido het over het Belgisch leger, vóór en tijdens de grote oorlog. Hij beschrijft ook het verhaal van het gebruik van radiocommunicatie aan het Belgisch front, in Kongo, in de enclave Baarle-Hertog, en het radiocentrum te Calais. Vóór de oorlog was er een tweestrijd tussen Marconi en Telefunken voor het leveren van materiaal. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, maakte men in het begin gebruik van de 3 zendposten van het leger, aangevuld met toestellen van de school van Laken. Men betrok ook posten uit Frankrijk (S.F.R., Frans leger) en uit Engeland (Marconi). Radiocommunicatie werd toegepast voor persberichten, communicatie tussen en in de legereenheden, tussen de loopgraven en de vliegtuigen, en voor het afluisteren en lokaliseren van de vijand. In 1915 trok men laboratoria en werkplaatsen op in Calais (Frankrijk), waar de buitenlandse posten werden geëvalueerd, en door het Belgisch leger radioposten werden gebouwd. We volgen de koloniale troepen in Kongo in hun optocht naar Tabora, met hun mobiele en vaste communicatie. Daar de technologie van radiocommunicatie in het leger als strategisch en geheim werd behandeld, kan men weinig terugvinden in de civiele literatuur. Daarom moesten we terugvallen op de archieven van het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis te Brussel en het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika te Tervuren. Hier hebben we uitgebreide dossiers gevonden, met prachtige oude foto's van 100 jaar en meer.

Vanwaar nu de keuze van de titel "Tusen vonk en omroep"? Eigenlijk slaat dit op het voornaamste thema uit het boek: de ontwikkeling van point-to-point radiotelegrafie-uitzendingen, met coherer en de vonken op een klos van Ruhmkorff, naar telefonie-omroepuitzendingen, gericht naar "Mr everybody", zoals R. Braillard het zo mooi zegt.

Zelfs al werd het woord "omroep" slechts uitgevonden in 1922 (zie p 203), en zelfs al was er origineel geen omroepintentie, verdienen de Lakense gebeurtenissen toch het "omroeplabel".

Maar zoals u hierboven leest, merkt u dat de "kleine Belg", buiten het thema "omroep", nog veel meer in zijn mars had!

De auteurs, Guido Nys en Bruno Brasseur.

(i) Johan Putseys, Radio en politiek, Verkenning van het medium radio in België (1900-1933), scriptie, Leuven, p x2, 1984.
(ii) Wilfried Bertels, Die dingen behoren allemaal tot het verleden, geschiedenis van de omroep in België, scriptie, p 8, 1972.

Voorgeschiedenis.

Hoofdstuk 1

James Clerk Maxwell

De man die, naast zijn talent voor het experiment, ook nog een commerciële gave bezat, (Guglielmo Marconi) (1) , wist de radiotelegrafie een enorme uitbreiding te geven, en zal in ons Belgisch verhaal regelmatig een rol spelen. In 1894 begon hij reeds met zijn proefnemingen. In maart 1899 seinde hij over het kanaal van Dover naar Wimereux en in 1901 geraakten zijn seinen over de Atlantische Oceaan (de drie punten van de letter S) (2) Marconi, van rijke afkomst, kwam op het juiste moment op het wetenschappelijk en industrieel toneel en al snel genoot hij een uitzonderlijke faam. Hij was de perfecte manager, sloot monopolie-contracten af, en nam op alles internationale patenten. We zullen verder zien welke invloed hij had op het ontstaan van de draadloze telegrafie in België.

Lees hier verder


Banana – Ambrizette.

Hoofdstuk 2 Paul De Bremaecker, vlak na de oorlog, directeur van N.A.T.E.W. La Renaissance d'Anvers, The New Antwerp Telephone and Electrical Works, 1921 (Antw. K. v. Koophandel
(afb. 2-1, Paul De Bremaecker, vlak na de oorlog, directeur van N.A.T.E.W. La Renaissance d'Anvers, The New Antwerp Telephone and Electrical Works, 1921 (Antw. K. v. Koophandel)

De reis naar Kongo duurde gewoonlijk 18 tot 20 dagen. De "Cie Belge Maritime du Congo" hing toen nog af van een Engels bedrijf, de firma Elder Dempster uit Liverpool, en de scheepscommandant was steeds een Engelsman. De ondergeschikte kaders waren Belgen. De scheepsnamen Léopoldville, Anversville, Albertville, Stanleyville bestonden al, maar de schepen hadden toen slechts een tonnenmaat van 3.000 ton (Ter vergelijking: het grootste schip ter wereld in 2010, the Oasis of the Seas, heeft een tonnenmaat van 220.000 ton). De Albertville was in 1902 dus zeker geen cruiseschip. De Bremaecker kwam volgens zijn zeggen in Banana aan op 8 maart (31). Het was een lange reis. G. Moulaert (32) geeft een korte beschrijving van het naderen van Banana, drie weken vroeger: "Bij het naderen van Kongo werd het water zandkleurig. Het gekleurde water kwam aangestroomd uit de brede riviermond van de Kongostroom, tot meer dan 50 km in zee. Algauw wordt aan de horizon het "Padron"-punt opgemerkt (Angola), wat later de kokosbomen en de witte daken van Banana".

Lees hier verder


Robert Benedict Goldschmidt.

Hoofdstuk 3

Robert Benedict Goldschmidt. Privé archief Bruno Brasseur. Afb. links Robert Benedict Goldschmidt. Privé archief.

Korte biografie. Robert-Benedict Goldschmidt, geboren te Brussel op 8 mei 1877 is een spilfiguur in de Belgische radiotelegrafie en –telefonie tot enkele jaren vóór zijn overlijden te Villeneuve-Loubet (France, Alpes-Maritimes) op 28 mei 1935.Zijn ouders waren Benedict Goldschmidt en Marie Woog. Hij werd Belg bij recht van voorkeur en huwde Gabrielle Philippson bij wie hij vijf kinderen had. Zijn vader was van rijke afkomst en was zelf een van de bazen van de maatschappij "Goldschmidt Frères" die volgens de familie treinsporen verhandelde, en die zelf een bank bezat. Robert deed zijn middelbare studies aan het Koninklijk Atheneum van Brussel.Hij was zeer intelligent, maar nogal wispelturig, en van laatste van de klas werd hij plots eerste. Bij een werktuigkundige te Namen leerde hij met zijn handen werken, en vertoonde hij hierbij een zeldzame vaardigheid. Hij had zijn thuis verlaten en onderdak gevonden bij een zekere generaal Termonia. Hij schreef zich in 1894 in aan de ULB en werd vier jaar later met grote onderscheiding Doctor in de Natuurwetenschappen (sectie Scheikunde). Op 14 februari 1902 verdedigde hij zijn speciale doctoraatsthesis scheikundige wetenschappen met als titel Over de verhoudingen tussen de ontbinding en thermische geleidbaarheid van de gassen.En op 6 januari 1906 werd hij "benoembaar" gesteld als professor aan de ULB. Niet in België, maar in Duitsland kreeg hij de leiding van een laboratorium van experimentele thermo-dynamica, met als titel wetenschappelijk raadgever. Zijn aanstelling werd voorgesteld door professor Walther Nernst . Vermoedelijk heeft Goldschmidt zijn thesis in 1902 opgesteld onder de leiding van Nernst.

Lees hier verder


Draadloze telegrafie in Belgisch Kongo

Hoofdstuk IV

Afb. 4-14 Albert Wibier, directeur-generaal van de dienst van de T.S.F.

Op 15 november 1908 stemde het Belgische Parlement voor de aanhechting van de Kongo-Vrijstaat, en werd zijn administratie overgenomen. De nieuwe kolonie heette nu Belgisch-Kongo.
Koning Leopold werd door zijn neef Prins Albert opgevolgd op 23 december 1909. De Prins maakte in dat jaar nog eerst een studiereis doorheen Belgisch-Kongo. Hij kwam Afrika binnen langs de Kaap de Goede Hoop op 20 april 1909. Vandaar ging de reis per trein naar het noorden, tot aan Broken Hill (105), en verder te paard, te voet en per fiets tot aan l'Etoile du Congo (106), waar in de buurt een jaar later Elisabethstad zou opgericht worden, en de spoorweg doorgetrokken (tot Bukama pas in mei 1918). De prins had dus al snel kunnen ondervinden dat transport en communicatie te wensen overlieten. Hij trok hierop de aandacht in zijn toespraak van 30 april 1910 voor de opening van het koloni-aal museum te Tervuren. Nochtans had hij het in zijn rede niet specifiek over draadloze telegrafie, maar wees hij hoofdzakelijk op het belang van het spoorwegnet (107).
In zijn nieuwjaarsrede van 1911 sprak hij overtuigender: " […] Je me suis préoccupé - et vous com-prendrez, Messieurs, ce soucis - de l'établissement de lignes de télégraphie sans fil. Il est nécessaire, je dirai qu'il est indispensable, au point de vue politique et administratif, comme au point de vue économique que des moyens de correspondance rapides et sûrs soient créés entre les diverses parties du territoire. D'autres colonies sont déjà arrivées dans ce domaine à des résultats pratiques: pourquoi ne pas nous attacher à être partout où nous le pouvons les premiers du progrès?" […] (108). In verband met draadloze communicatie had men nog steeds de "mislukking" van 1902-1904 voor ogen: T.S.F. voldeed niet in de tropen omwille van de atmosferische storingen. Stel daarbij een wan-trouwen in het systeem, een gebrek aan kennis van de vooruitgang die geboekt werd de laatste jaren, een trage administratie, en men vindt een antwoord op de vraag waarom op dat vlak niets meer gebeurde in de kolonie. G. Moulaert, toen vicegouverneur voor de Equateur-provincie, omschreef de heersende visie als volgt: […] "communiceren en vervoeren, dat is koloniseren". Inderdaad, de landen worden geklasseerd naar de graad van vervolmaking van hun communicatie- en transportmiddelen: wilde landen, waar die middelen onbestaand zijn; nieuwe landen, waar ze onontwikkeld en weinig talrijk zijn; ontwikkelde landen, waar transport- en communicatiemiddelen hun hoogste graad van volmaaktheid bereikt hebben en waar hun dichtheid aanzienlijk is. Iedere km gespannen telegrafische draad, ieder aangebracht spoor, iedere te water gelaten stoom-boot zijn definitieve overwinningen van de beschaving […](109). Communicatie tussen alle delen van het land was een absolute noodzaak, economische ontwikkeling was anders niet mogelijk. Wat was er aanwezig in de kolonie? We beperken ons tot de telegraaf- en telefoonlijnen (110). De kaart (afb. 4-1) geeft de toestand vóór en even na 1911. Paul De Bremaecker geeft in 1910 een beschrijving van de stand van zaken, tijdens een congres op de wereldten-toonstelling van Brussel (111): - de lijn Boma-Matadi-Leo-poldstad-Coquilhatstad, ongeveer 1179 km lang, klaar in 1899. Tussen Matadi en Leopoldstad een tweede maal uitgevoerd door de spoorwegmaatschappij voor haar exploitatie. - de lijn Boma-Lukula, ongeveer 80 km (lokaal). - de telefoonlijn Kasongo-Kabambare-Baraka-Uvira, lengte 425 km (lokaal). - de telefoonlijn Stanleystad-Ponthierstad, 125 km. - de telefoonlijn Kindu-Kongolo, 350 km, slechts vanaf eind 1910. - twee kabels, op de bodem van de Kongostroom, verbonden Leo met het Franse Brazzaville sinds 10 augustus 1905. Ze waren echter beiden buiten gebruik in 1908, door slijtage van de isolatie (112). Er was dus niets tussen Coquilhatstad en Stanleystad, tussen Ponthierstad en Kindu en tussen Kon-golo en Elisabethstad.

Lees hier verder


www.radiomuseum-Olen.be