Meelezen in het boek van Zoals de zee een zandkasteel

hoofdstuk VI

Auteur Jessy Maesen

Biographie Jessy Maesen:

Voor de website congo-1960 heeft Jessy Maesen mij de toelating gegeven om haar boek "Zoals de zee een zandkasteel" te delen met jullie. Het verhaal speelt zich af in Congo vanaf hoofdstuk V met het vertrek naar Congo. De vorige hoofdstukken ga ik hier niet plaatsen: zij behandelen het leven in België maar hier kan je wel kennis maken met de hoofdfiguur Josepha waar vele kinderen zich in zullen herkennen, zowel die van België als zij die leefden in Belgisch Congo. Het hele boek is beschikbaar via knaepen-moens(at)telenet.be in pdf formaat. . Gelieve te mailen naar bovenstaand adres indien u het boek wenst te ontvangen in pdf formaat.

Hieronder uittreksels van het boek : Zoals de Zee een Zandkasteel

 

Het boek en de aap

- Ik ga met Marijke spelen, zei Josepha na het middageten.

- Goed, maar zet je hoedje op, antwoordde mama.

Want Josepha vergat het telkens weer. Hier in Kongo moest je geen jasje aantrekken, maar wel een hoofddeksel opzetten. Het was het heetste deel van de dag, maar in de woonkamer moest ze heel stil zijn, omdat papa wel eens in slaap viel in zijn fauteuil.

Naar haar kamer kon ze niet: daar deed Michèle een dutje. "Siësta" noemden papa en mama het nu.

En Innocent, de boy*, had op dit uur vast geen tijd voor haar: die deed de vaat. Ze had trouwens Marijke beloofd dat ze haar mooiste boek zou meebrengen. Het was een van de boeken die Papy haar gegeven had en het ging over mensen die naar de maan vlogen. Papa had er al uit voorgelezen, en ze kende het verhaal bij de vele plaatjes van het maanlandWat een geluk dat ik Marijke heb ontmoet, dacht ze terwijl ze door de tuin naar het aangrenzende tennisveld liep. Eerst had ze zich nogal eenzaam gevoeld in Kongo. Ze hadden een poosje in een hotel gelogeerd, eerst in Leopoldstad, daarna in Matadi. Op zich was dat wel boeiend geweest: ze beschikten over een salonnetje, twee slaapkamers en een badkamer. En driemaal per dag gingen ze in een rammelende ijzeren kooi naar het restaurant op de hoogste verdieping. Dan moest ze zich gedragen, had papa gezegd, en dat betekende niet morsen, haar eten niet met haar handen aanraken, en wat erger was, aan tafel blijven tôt de volwassenen klaar waren. En dat duurde soms lang: papa en mama hadden kennis gemaakt met andere mensen: twee oudjes en hun dochter, die eigenlijk al een mevrouw was.

Mama verbeterde wel telkens : "Juffrouw." En daarom dacht Josepha dat de mevrouw in een school werkte. Misschien in de school van Marijke, want in haar school had Josepha ze nooit gezien. Trouwens daar werd door bijna iedereen Frans gesproken, en deze mevrouw sprak Vlaams. Als de grote mensen na het eten een kopje koffie dronken mocht ze wel van tafel opstaan. Dan liep ze meestal naar de grote ramen die uitkeken op de plompe "kathedraal" die eigenlijk een gewone kerk was, en daarachter de stroom met de boten. Papa had beloofd dat ze eens met de boot terug naar België, waar Oma en Mamy woonden, zouden varen.

Maar dat duurde nog heel lang. Als ze het turen door het raam beu was, liep ze zo maar wat rond in het restaurant, dat mocht als ze maar stil was, of ze keek naar de gebaren van de juffrouw die bij papa en mama aan tafel zat. Haar rode nagels gingen altijd als vlinders tekeer terwijl ze sprak. En als ze haar kopje ophief stak ze haar pink omhoog. Ze stak ook geregeld een dunne witte sigaar, dat je een sigaret noemde, aan met een zilveren doosje waar een vlammetje uitkwam.

Mama rookte nu ook af en toe een sigaret, en Josepha vond zelfs dat ze sommige gebaren van die mevrouw had overgenomen.

- Laat het boek zien, zei Marijke toen ze vlak bij haar stond.

- Zouden we niet eerst onder de bomen gaan? Ondanks haar gelé hoedje voelde Josepha de zon op haar hoofd branden.

- Vind je het zo warm?

Tja, Marijke was al langer in Matadi, en haar witte helm beschutte haar waarschijnlijk beter.

De helm was niet echt mooi, je kon niets zien van de halflange zwarte haren van Marijke en hij viel bijna over haar ogen. Maar bijna alle kindjes droegen er een, en Josepha voelde zich soms te fel een buitenbeentje met haar katoenen hoedje.

Ze liepen nu in het bosje achter het tennisveld, onder de bomen met hun vlammend oranje bloemen. Het was er niet echt fris, maar toch wat koeler.

Die plek had Marijke haar leren kennen de dag dat ze elkaar het eerst ontmoet hadden. Marijke woonde toen al een poosje in haar huis, terwijl Josepha nog maar pas verhuisd was naar deze woning die volgens mama ook voorlopig zou zijn.

- Zullen we hier gaan zitten? stelde Marijke voor toen ze aan een betonnen gracht kwamen langs waar elke dag de regen naar de stroom werd afgevoerd. Achter de gracht stonden de resten van een muurtje en daarop zat een aapje. Ze aaiden het even, en het dier maakte gekke sprongen.

- Nu gaan we in het boek kijken, zei Josepha.

En ze begon te vertellen. Marijke luisterde geboeid, bewonderde de plaatjes. Het aapje keek mee over hun schouder.

- Hij vindt het ook mooi, zei Marijke. Laat hem de prentjes eens van dichterbij bekijken.

Josepha bracht het boek tot voor de neus van het dier dat zijn hand ernaar uitstak. Even aarzelde ze, maar liet hem dan toch het boek vastgrijpen. Prompt sprong de aap een heuveltje op, hoger en hoger, terwijl hij regelmatig achter zich keek. Toen ging hij zitten, legde het boek naast zich en sloeg de bladzijden om.

Hij wil het rustig bekijken, dacht Josepha terwijl ze hem achterna rende, gevolgd door Marijke.

Maar toen ze hijgend dichterbij kwamen, zagen ze hoe het aapje rustig bladzijde na bladzijde uit het boek scheurde, het verfrommelde tot een propje dat hij dan in de struiken smeet. Hij leek dat heel plezierig te vinden. Marijke begon te lachen, maar Josepha had meer zin om te huilen.

- Mijn boek, geef me mijn boek! riep ze.

Toen begreep Marijke wat het betekende voor Josepha en ze zei:

- Vlug, pak het hem af, ik ga de bladen zoeken.

Het was of de aap hen had verstaan, want hij greep het boek vast en klom nog hoger. Josepha liep hem achterna, schramde haar benen aan het hoge gras dat Innocent "matiti" noemde, maar kon het dier maar niet inhalen. Plots ging de aap zitten op een omgevallen boomstam en wierp het boek in haar richting. Hij keek nieuwsgierig toe hoe ze het opraapte, keerde zich om en liep weg. Marijke klom de heuvel op, met allemaal losse bladen in haar armen.

- Ik weet niet of ik ze allemaal heb, zei ze.

- Mijn boek is stuk! jammerde Josepha.

Dat was heel erg: niet alleen omdat ze het nu nooit zelf zou kunnen lezen, of omdat het een geschenk was van Papy, maar ook omdat ze wist dat papa heel boos zou zijn.

- Misschien kan je papa het herstellen.

- Ik durf het hem niet zeggen...

- Zullen we naar mijn huis gaan? We vragen het aan mijn papa, die moest niet gaan werken deze namiddag.

Het was de eerste keer dat Josepha bij Marijke thuis kwam. Haar mama gaf de meisjes een glas muntsiroop maar toen Marijke over het boek begon antwoordde ze :

- Straks, Marijke, ik ben nu brieven aan het schrijven.

- Kom, we gaan naar de slaapkamer, zei Marijke tegen Josepha. Mijn papa doet de siësta.

Josepha verschoot: de papa van Marijke lag in zijn onderbroek op bed en had heel veel zwart haar op zijn borst. Dat had ze nog nooit gezien en ze vond het maar vies. Over hem lag een muskietennet, zoals mama over Michèle legde.

Papa, mama en zijzelf hadden dat heel even gebruikt in het hotel, maar later hadden ze daar van afgezien: het was te warm. - Als je iedere dag je pilletje kinine slikt word je toch niet ziek van de muggenbeten, had papa uitgelegd.

Nou, eens om de twee of drie dagen zal ook wel goed zijn, had Josepha toen geredeneerd.

En soms spoelde ze het bittere medicijn door het toilet.

De papa van Marijke deed zijn ogen open:

- Ach, kinderen, laat me nog even slapen...

Dan keerde hij zich op de andere zij. Toen ze weer in de hall stonden zei Josepha: - Ik vraag het wel aan Innocent.

Innocent nam het altijd voor haar op, en ondanks het feit dat hij al het werk in huis deed vond hij nog de tijd om naar haar te luisteren. Innocent sprak ook Frans, maar met hem durfde zij die taal wel aan: hij lachte haar nooit uit. Trouwens hij kende vroeger ook geen Frans: hij sprak Kikongo, een nog moeilijker taal die hij soms aan Josepha probeerde te leren. Want Innocent was een echte Congolees. Hij was niet zo zwart als de Pieten van de Sint: eerder heel donker bruin, zoals chocolade. En hij had heel mooie, grote ogen, een mond die altijd lachte en een hele boel zwart kroezend haar waar het leuk was om je vingers door te halen. Hij zou haar zeker helpen het boek te maken!

Maar toen Josepha thuis de keuken binnenging zag ze Innocent roerloos op een stoel zitten. Zodra hij haar merkte sprong hij op.

- O, Josepha!

Erg, heel erg!

En het is mijn fout!

Hij stotterde en Josepha dacht even dat hij zou gaan huilen.

- Wat is heel erg? -

Michèle... jouw mama is ermee naar het ziekenhuis... Josepha begreep dat er iets akeligs moest gebeurd zijn.

Misschien was Michèle wel dood... Ze had ook wel zin om te huilen: eerst haar boek stuk, dan Michèle die doodging...

- Verbrand, zei Innocent. Mijn fout. Het strijkijzer.

Op dat ogenblik stopte de bus aan de halte voor het huis. Even later kwam mama de keuken binnen.

Ze droeg Michèle op haar arm en de hand van het zusje was omzwachteld met een heel dik verband.

- Wat is er gebeurd? vroeg Josepha.

- Michèle is naar de keuken en daar op de tafel gekropen. Innocent was naar het toilet en had het strijkijzer op tafel laten staan. Dat viel om op haar hand.

- Mijn fout! Mijn fout! jammerde de boy verder.

- Welnee, Innocent. Het is mijn fout. Ik had ze beter moeten in de gaten houden.

Toen papa thuiskwam vertelde mama hem over het ongeluk.

Hij wou al tegen Innocent uitvaren, maar mama hield hem tegen:

- Ik had de deur naar de keuken moeten dichtdoen...

Papa kuste Michèle op haar snoetje en dan op haar omzwachtelde handje en zei:

- Ach, het had inderdaad veel erger kunnen zijn... Ik heb post bij me. De brieven van Oompje, Mamy en tante Mich kwamen altijd aan op het kantoor waar papa werkte: hier kwam geen postbode langs zoals bij Oma. Papa had ze dus altijd al gelezen en gaf de blauwe velletjes papier aan mama die ze eerst stil doornam en er dan gedeelten uit vertelde aan Josepha.

Eens had Josepha gevraagd waarom Oma nooit schreef. Oompje vertelde veel over haar, en deed altijd haar groeten, maar dat was toch niet helemaal hetzelfde. Mama had toen uitgelegd dat Oma bijna niet kon schrijven: ze was amper naar school gegaan, omdat ze altijd moest helpen op de boerderij van haar ouders.

- Weet je wat Mamy schrijft, Josepha? zei mama nadat Innocent het avondeten had opgediend. Tante Mich is getrouwd. En Josepha kreeg een foto te zien waarop tante Mich in een veel te lange witte jurk naast oom Pierre stond die een zwart pak droeg.

Dat is dus trouwen, dacht ze en ze herinnerde zich wat Papy eens had gezegd.

- Ben jij ook getrouwd? vroeg ze aan mama. Met papa?

Papa lachte. Hij leek heel goed gehumeurd...

En toen dacht Josepha terug aan het boek... Ze was het helemaal vergeten...

En nu was Innocent weg.

Ze hadden het gescheurde boek ontdekt, ze zag het aan hun boze blik.

- Dus zo spring jij om met de geschenken van Papy, zei papa.

- Je ontgoochelt me, Josepha, ik dacht dat je zo zorgzaam was op je boeken, voegde mama hier aan toe.

- Het is de aap geweest...

- Maak ons nu niet nog wat wijs, alsjeblieft, antwoordde papa terwijl hij zijn dikke wenkbrauwen gevaarlijk fronste.

- Het zou kunnen: misschien is het weer die loslopende aap van de Van Orshovens, zei mama stilletjes tegen papa. Die heeft al wat uitgehaald in de buurt...

- Luister, Josepha, had ik je niet gezegd dat je je boeken niet mee naar buiten moest nemen?

- Née, antwoordde het meisje eerlijk, blij dat papa bereid leek om er over te praten.

- Je bent wel heel brutaal...Nee wie?

- Née papa.

- En je durft beweren dat ik je dat niet gezegd heb?

- Ja. Ja papa. Ze mocht niet gaan huilen, of er kwam zeker straf van.

- Josepha, waarom lieg je?

Wat nu weer, dacht ze, ze loog toch niet, ze kon zich helemaal niet herinneren dat papa dat ooit gezegd had...

Maar ze antwoordde niets. Als papa op die kwade, maar kalme toon sprak dan voelde je je zo nietig, dan was het moeilijk om iets te zeggen... Vooral als je niet mocht wenen.

- Antwoord, Josepha.

- Ik ... weet het... niet.

-Wat weet je niet?

- Dat je... dat gezegd hebt...

- Je bent het dus vergeten?

Dat is niet flink... Welke straf denk je dat je verdiend hebt?

Geen enkele, dacht het meisje, want ik heb niets gedaan.

Maar papa's blauwe ogen keken zo koel, zijn kin stak zo streng vooruit... Ze antwoordde niet.

- Eigenlijk zou je volgende zondag de hele dag in bed moeten blijven. Zodat je kan nadenken over je houding. En over de gevolgen ervan: want dat boek zal ik wel plakken, maar je zal het nooit meer in zijn geheel kunnen lezen. Nu kon Josepha haar tranen niet meer inhouden, want dat was pas erg!

- Het is te laat om te huilen. Hou op. Je had daar moeten aan denken voor je het boek mee naar buiten nam...

Mama stond op, tilde Michèle op.

- Ik ga dit meisje in bed leggen. Morgen moeten we al vroeg naar het ziekenhuis om haar handje te laten verzorgen...

Josepha bleef alleen met papa die zei:

- Ik wil wel geloven dat je het niet met opzet deed... Je bent al genoeg gestraft doordat het boek gescheurd is...We zullen je straf kwijtschelden voor een keer. Maar denk in het vervolg een beetje na voor je iets doet. Kom, geef me een zoen.

Née, dacht Josepha. Ik wil je geen zoen geven. Je laat me zelfs niet vertellen wat er gebeurd is. Ik heb veel verdriet om dat boek, en ik mag er niet om huilen...

- Geef je mij geen zoen? Hij nam haar op zijn schoot. Zijn sigaar rook lekker... Waarom was hij soms zo stout? En hoe kwam het dat ze hem dat niet durfde vragen? Ze gaf hem een heel klein zoentje terwijl ze dacht: ik zie mijn papa echt niet graag meer.

En ze keek uit naar de fles zoete melk die ze straks zou opdrinken: alleen dat zou haar troosten.

schap of de raket ongeveer van buiten.

 

 

Hoofdstuk V :

Met Michele

Michelle is geboren en later vindt haar vader werk maar dan moet Josepha verhuizen naar Congo.

Aangekomen in Congo moet Josepha Frans leren.

Hoofdstuk VI :

Het boek en de aap

- Ik ga met Marijke spelen, zei Josepha na het middageten.

- Goed, maar zet je hoedje op, antwoordde mama.

Want Josepha vergat het telkens weer. Hier in Kongo moest je geen jasje aantrekken, maar wel een hoofddeksel opzetten. Het was het heetste deel van de dag, maar in de woonkamer moest ze heel stil zijn, omdat papa wel eens in slaap viel in zijn fauteuil.

Naar haar kamer kon ze niet: daar deed Michèle een dutje. "Siësta" noemden papa en mama het nu.

En Innocent, de boy*, had op dit uur vast geen tijd voor haar: die deed de vaat. Ze had trouwens Marijke beloofd dat ze haar mooiste boek zou meebrengen. Het was een van de boeken die Papy haar gegeven had en het ging over mensen die naar de maan vlogen. Papa had er al uit voorgelezen, en ze kende het verhaal bij de vele plaatjes van het maanlandschap of de raket ongeveer van buiten.

Nog enkele meelezertjes

De afwezigen | Jeugdbeweging | Vlucht | Het boek en de aap | De geboorte van Michele


Mijn geprefereerde boeken van de auteur :

1 - Zoals De Zee Een Zandkasteel
2 - Een boom voel ik mij
3 - De ivoren Toren

Ik werd geboren op 22 november 1949, studeerde Romaanse filologie aan de KUL, ben getrouwd met Roger Knaepen met wie ik drie kinderen heb en woon sinds 1999 in Heers.

Toen ik vier jaar was, vertrok ik met mijn ouders naar Congo. Daar leerde ik schrijven en lezen… in het Frans. Er ging een wereld voor mij open: lezen en schrijven werden een dagelijkse bezigheid. Ik had er echt nood aan om mijn eigen wereld te 'herscheppen'. Maar al die schrijfsels van me belandden steevast in een la. Tot mijn echtgenoot en kinderen mij vroegen waarom ik in het Frans bleef schrijven. Daar was ik nog nooit blijven bij stilstaan. En toen ben ik beginnen vertalen wat ik had geschreven kort nadat we in 1960 uit Congo terugkwamen: mijn herinneringen aan mijn kinderjaren (dus geen fictie).

Het resultaat vonden de kinderen zo interessant dat ik daar een roman (wel fictie dus) van heb gemaakt en op hun aandringen heb ik die tekst naar de uitgeverij Zuid & Noord gestuurd. Zo werd in 1994 mijn eerste boek geboren: 'Zoals de zee een zandkasteel'.
In 1996 volgde, bij dezelfde uitgeverij, 'Incubi', een wat mysterieus verhaal over mensen die energie aftappen bij hun medemensen.
In 1999 gaf Zuid & Noord mijn 'Een boom voel ik mij' uit, een incestverhaal geïnspireerd door het dagboek van een van mijn leerlingen. In Antwerpen, waar we destijds woonden, staat een huis dat me toen fel intrigeerde.
In 1997 'infarcteerde' (zo zeggen dokters dat!) Roger. Dat accident en dat huis zijn het vertrekpunt geweest voor de roman 'De ivoren toren' die in 2001 verscheen.
In 2004 verscheen 'Marraine', mijn herinneringen aan mijn grootmoeder, een bewerking van een tekst die ik 1983 in het Frans schreef vlak na haar overlijden.
Tussendoor, in 2000, heb ik samen met anderen (waaronder onze zoon Hendrik) een bundel korte verhalen en gedichten uitgegeven: 'Tropengeur en regenbogen'.
In 2007 verscheen bij Free Musketeers 'In de schaduw van de moerbeiboom' een verhaal geïnspireerd door het prachtige Haspengouw, de streek waar ik woon sinds 1999.
En in 2009 kwam bij dezelfde uitgever 'Bruce, 17 maanden uit mijn leven' uit, geschreven in samenwerking met mijn zus Bie: het dagboek van haar kater.


Zoals de zee een zandkasteel

[link]

Lees even mee ............... dit boek is uitverkocht wenst U een exemplaar?
dan kan U best contact nemen met de auteur via mail

Nog drie jaar voor ik ze allemaal weerzie, dacht Josepha terwijl ze zichzelf wiegde op de enige schommel van de pouponnière. Guy en Jeanne waren ook op de boot, en verveelden zich al even erg als de andere kinderen. Ik heb geen zin om te spelen, zei Josepha als Guy baar voorstelde hun toneelspelletjes van voor zes maanden verder te zetten... Het interesseerde haar niet, ze had het veel te druk met het ontwarren van de tegenstrijdige gevoelens die in haar woelden: verdriet om al wie ze achtergelaten had, en blijdschap omdat ze haar vriendjes ging weerzien. Bij het afscheid, enige dagen geleden, had ze zich flink proberen te houden. Het was haar gelukt tot Oma haar als laatste een kus gaf. Toen hadden de tranen de overhand gekregen. Het was haar opgevallen hoe het gezelschap uit Leuven zich op een aanzienlijke afstand van dat uit Brussel had opgesteld. Ze hadden elkaar zelfs niet begroet. Alleen tante Mich was even de hand van Oma en Oompje komen drukken. Oma had toen haar lippen op een eigenaardige manier op elkaar geperst... De dagen op de “ville-boat" verliepen eentonig. Dat vond Josepha deze keer niet erg: als ze maar zorgde dat ze elke morgen en middag als eerste de schommel inpalmde, was ze tevreden. Het kon haar niet schelen dat sommige kindjes kwaad waren, omdat ze er ook op wilden. Ze beschouwde dat schommelen als een recht. Het regelmatige ritme van het speeltuig hielp immers om haar herinneringen te ordenen. En ze voelde goed dat zo lang ze aan hen dacht, de afwezigen uit België nog bij haar waren. Net zoals ze al een beetje bij Robert en Innocent was als ze in zichzelf herhaalde: "Ik kom eraan, Robert! Ik kom eraan, Innocent." Jij bent een saaie geworden, zei Guy meer dan eens. Ik denk dat ik Jeanne als verloofde neem. Doe dat dan maar, antwoordde Josepha Je komt morgen toch naar de doop kijken? probeerde hij nog. Ja, ja, zei Josepha en ze vroeg zich af wie er wel gedoopt zou worden Ze bedoelen niet een gewoon doopsel, legde papa de volgende morgen bij het ontbijt uit. De mensen die voor het eerst de evenaar passeren moeten proeven ondergaan. Dat noemt men ook een doop. Josepha had al over de evenaar geleerd: een lijn die door het midden van het aardoppervlak was getrokken. Maar hier, midden in de zee zag je die toch niet? Hoe wist je dan dat je ze overschreed? Mag ik ook gaan kijken? Guy en Jeanne gaan ook....

Prachtig geschreven het boek is dus geschreven naar aanleiding van haar dagboek die ze schreef als kind in de belgische kolonie - fictie en non fictie verweven in één boek.

Boeken melden voor de lezers van congo 1960Uw boek melden in de rubriek boeken ?

Stuur een tekst van minium 2 pagina's A4 bij voorkeur in een word document.

Stuur ook een afbeelding van je cover en achterflap van je boek via mail naar : congo-1960.

Bericht voor de uitgevers en of auteurs.

 

Boeken congo 1960Heeft U een interessant boek gelezen ?

Stuur ons uw info en of link door via mail of sociale media.

Of stuur ons uw opinie over het boek en beveel deze aan onze lezer van de website.

mail : congo-1960

Dat is alles ..

 

SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright |  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine