De eerste reis naar Congo in 1945.

Auteur Paul Van Hee

Vertrek van Albert Van hee, douane, naar Congo op 13 oktober 1945.

Enkele opmerkingen :
1) De tekst is letterlijk overgenomen in de spelling zoals Albert Van hee zelf heeft geschreven.
2) Het vliegtuig waarmee hij vertrok is hoogstwaarschijnlijk een Lockheed L18 Lodestar, zonder drukcabine (vandaar bvb. de problemen met hoofdpijn).
3) Wat hij vernoemt al Alouef is echter Aoulef (heeft nu blijkbaar géén vliegstrook, maar wel de plaats In Salah, (dit was toen mogelijk ook zo?).
4) Het is merkwaardig dat in het midden van de Sahara plaatsen waren waar vliegtuigen konden bijtanken.

Brief nr 2 aan zijn vrouw:

Mijn beste vrouwtje en zoontje,

13.10.45.

Op het vliegplein is het André die ik het langst zie staan, ook Pauleken onderscheid ik goed omdat die boven de haag staat. Als we opstijgen is het landschap gauw onder de laaghangende wolken verdwenen. Stijgen veroorzaakt geen eigenaardig gevoel en ik word niets gewaar. We vliegen 50  minuten boven een wolkendek  (er is dus niets te zien beneden) en dan klaart het op. We vliegen op 5000 meter  hoogte. Het is koud in het vliegtuig, vooral aan de voeten. Aan ieder vensterbankje ligt een micazakje met watte om in de oren te stoppen (voor het lawaai) alsmede een kartonnen doosje met fruit en twee sandwiches. Het fruit eet ik op de sandwiches niet. We vliegen in de vallei van de Saône, passeren Dijon en vliegen boven Lyon waar eveneens een vliegveld is (dat gebombardeerd is). Onder ons vliegen enkele vliegtuigen traag voorbij.
We volgen nu de Rhône, het is een prachtig zicht. Nu beginnen we de Alpen te naderen. We vliegen op gelijke hoogte van de hoogste bergtoppen die we links van ons zien. Ze zijn met sneeuw bedekt en glinsteren in de zon.
Nu en dan zakt het vliegtuig plotseling als het in een luchtzak komt (een plaats waar de luchtdichtheid kleiner is). Dat geeft een eigenaardige gewaarwording, die men ook heeft in een lift, als ge naar beneden gaat en plots stopt. Ik heb lichte hoofdpijn maar verder niets. Het vliegtuig is tamelijk stabiel en zonder moeite kan men met een vulpen schrijven.
Te 12.20, na 2 ½ uur vlucht landen we te Marseille.
Gewone paspoort formaliteiten, douane en daarna déjeuner:  macaroni met wortelen en een onzichtbaar stukje vleesch. We vertrekken opnieuw te 14.20 en vliegen boven de Middelandsche zee met azuurblauw water niet grijsgroen zoals in de Noordzee. Steeds prachtig weer.
Het vliegtuig duikelt herhaaldelijk ten gevolge der luchtzakken zodat ik om den duur misselijk word. Mijn hoofdpijn wordt zwaarder en ik heb neiging tot braken. Zoover komt het niet. Mijn medepassagiers zijn in dezelfde omstandigheden. Door de raampjes zien we een eigenaardige wolkenvorming, we zien net de weerspiegeling in het water alhoewel dit onjuist is. Te 17 uur landen we te Algiers dat aan een baai ligt. Het landen gebeurt nogal snel, de piloot gaat een beetje sterk en het kriebelt geweldig in mijn buik. Weeral douane en paspoortformaliteiten en per autocar worden we van het vliegplein (dat op 20 Km van Algiers ligt) naar de stad gevoerd. De stad  zelf is modern, veel hoge gebouwen (6-7 verdiepingen) wit of geel geschilderd. De bevolking bestaat uit blanken (Franschen) en Algerijnen. Deze laatste met een kalotmuts of tulband en meestal blootvoets. Sommige vrouwen (niet allemaal) loopen gesluierd. Vale hebben Amerikaansche hemden aan (dus niet alleen in Antwerpen!) en op de straat leuren de kinderen met Amerikaansche en Engelsche sigaretten (80 Fransche frank per pakje). Daar ik moe ben, en bovendien over geen Fransch geld beschik kan nik nergens binnengaan. Ik doe een kleine wandeling, jonge Algerijnen vallen me lastig om mijn schoenen te poetsen, ik antwoord hen dat ik geen geld heb en ook geen cigaretten. Ik wandel tot aan de haven waar een Fransche Kruiser ligt en een handelsschip. Op de kaaien vaten wijn en boomen. In de haven liggen 3-4 wrakken van handelsschepen, waarschijnlijk overblijfsels van de landingen in 1942. Ik ga souperen: een klein beetje soep en daarna macaroni met selder en een stuk vleesch. Als dessert wat druiven. Iets beter dan in Marseille. Ik ga vroeg slapen. We liggen met  tweeën in één bed, langs den straatkant, er is veel beweging op straat, veel meer dan op de Keyserlei in Antwerpen, er zijn trams en die zijn ook bomvol. Het is een goed verend bed, propere lakens en ik slaap heerlijk alhoewel nu en dan opgeschrikt door het lawaai buiten dat in de nacht nog voortduurt.


14.10.45.

’s Morgens worden we om 5 uur gewekt, als dejeuner één sandwich met margarine. Ik ben blij dat ik er een stuk chocolade kan bijvoegen. Te 6.30 neemt de autocar ons weer mee en om 7.30 vertrekken we uit Algiers met goed weer. We zijn verplicht enkele malen boven de stad te vliegen tot het vliegtuig voldoende hoogte heeft om het Atlasgebergte dat nabij de stad ligt en ca. 1800 meter hoog is, over te vliegen. Het gebergte dat we vanuit het vliegtuig zien, ziet er woest en verlaten uit, weinig beboscht en bewoond. Na 20 minuten zijn we het door en na 1 uur hangen we reeds boven de Sahara, alles zand van roodgele kleur met hier en daar een groepje woningen. Er schijnt ook  een weg te loopen doch ik vermoed dat die weldra zal ophouden. Een der passagiers ontvangt een telegram aan boord (via de marconist). Zoodus is het mogelijk vanuit België te telegraferen naar een vliegtuig dat in de lucht hangt (iets dat ik niet wist) Onder de passagiers zijn er 3 vrouwen, waaronder één die reeds 28 jaar in Congo doorbracht en per ongeluk op 8 mei 1940 in verlof naar Belgi¨kwam. Onder de andere passagiers is er een adjudant van het Belgisch Congolees leger, die in Congo geboren is en ginds zijn middelbare studiën gedaan heeft.. Hij zegt dat het programma aldaar hetzelfde is als in Europa. Hij vertelt mij ook dat Matadi ca. 1000 blanken telt en voorzien is van talrijke winkels een een prachtige zwemkom. Hijzelf woont met zijn ouders in Léopoldville. Te Algiers (dat vergat ik te zeggen) stond een vliegtuig klaar dat uit Congo vertrokken was met bestemming naar Antwerpen. Een passagier (woonachtig Markgraevelei Antwerpen) is zoo bereidwillig een brief voor U mee te nemen. Alles moest haastig gaan en ik post hem zooals  ik hem geschreven heb in potlood). Voelde ik mij den eersten dag niet erg op mijn gemak in het vliegtuig, is dit nu heel wat beter. In het vliegtuig is er een W.C. die ze, denk ik, door middel van een schuif ledigen als ze boven zee of boven de Sahara zijn. Aan boord van het vliegtuig is een primitieve keukeninstallatie en rond 9 uur krijgen we een lekker kopje thee (met melk en suiker). Het uizicht is eerder eentonig, zand en hier en daar diepe insnijdingen (vermoedelijk uitgedroogde beddingen van rivieren). We landen te 9.50 te El Gola, een oasis in de woestijn. Bij het landen schommelt het vliegtuig tamelijk ten gevolge van den sterke wind. We stappen uit; er komen onmiddellijk kinderen aangeloopen die om aalmoezen bedelen en een inlander komt af met mooie exemplaren van rotsen, waarvan ik echter geen kan kopen bij gebrek aan geld. Bij het stijgen voelen we weer de heftige wind. Terwijl we uitstapten trouwens, ging ik heel gekleed en nog met sjaal naar buiten en het was niet te warm in de zon. De inlanders evenwel loopen ongeveer naakt rond, enkel een uitgerafelde  doek rond hun lichaam gewikkeld. We vertrokken om 10.10 uur (na essence ingenomen te hebben). We vliegen nu weer hoog boven een zandzee. Voor de eerste maakten we kennis met de Afrikaanse vliegen. Die zaten te El Gola wel met 40 - 50 op ons vest, vooral op zwarte, niet op witte vesten. We nemen ze mee in het vliegtuig, maar met een soort "Flit" zijn ze op 1 à 2 minuten allemaal verdwenen. Vandaar gaat de reis naar Alouef. We vliegen steeds boven de Sahara;het zand is nu zwartachtig en er loopen "aders" in die volgens ik kan berekenen 150 m breed zijn en tientallen km lang. Het uitzicht is dat van de plaat die men ons op school vertoont en waarop de aders en bloedvaten van den mensch zijn afgebeeld. Zoo ook is het hier, groote aders waarin kleinere uitmonden, vermoedelijk overblijfselen van oude rivieren. In sommige daarvan treft men boomen aan die zoo een slingerachtige lijn in het landschap vormen. We landen te Alouef om 11.30 uur. Op het stuk woestijn dat dienst doet als vliegveld dienst doet ligt een vliegtuig tegen de grond. He tis van hetzelfde type als het onze. Later zien we dat één van de intrekbare wielen bij de landing defect was zoodat het toestel daalde op één wiel en voortschoof. Een piloot van de Sabena die als reiziger meevliegt naar Congo vertelt dat dit nogal eens voorkomt, maar dat daarbij zelden persoonlijke ongelukken gebeuren daar het vliegtuig voortschuift tot het stilligt. In Alouef, waar heel wat minder vliegen zijn hebben we een goed diner (het 1e sinds ons vertrek) bestaande uit cornedbeef met groene citroen en daarna lamsvleesch  met erwtjes (en genoeg). Als dessert dadelmarmelade (goed). We verlaten Alouef  te 12.30. We hebben wind op kop en houden die heel de reis. De zandwoestijn wordt nu verblindend wit en zonder zonnebril is beneden niets te onderscheiden. Het vliegtuig schommelt tamelijk (ingevolge van den wind) en haalt slechts een snelheid van 335 KM in plaats van 360 (normaal). De marconist neemt de positie op langs zijn uitzendpost want de woestijn is nu overal eender en biedt géén of weinig mogelijkheden tot vaststellen der ligging. De vlucht moet normaal 4 uur duren, dus de langste die we tot nu toe hadden. Alhoewel het vliegtuig schommelt en herhaaldelijk in luchtzakken komt, ben ik niet ziek als gisteren, wel is er een vervelend gevoel in mijn maag¸maar koppijn heb ik ongeveer niet (alhoewel we op 4.800 m vliegen) en ik kan zonder bezwaar dezen brief schrijven. In het vliegtuig is het eerder koud maar zooals ik gekleed ben is het uitstekend te verdragen. Te 15.30 na 3 uur vlucht beginnen we plots te schommelen. Een onweer is voor ons; zwarte dreigende wolken. Ieder der 3 leden der bemanning zijn op post (anders meestal maar 2). De piloot zal het ontwijken door snel van 4800 naar 2500 meter te dalen. Na 7-8 minuten vliegen zijn we het onweer ontweken en we stijgen terug. Het is mistig en we kunnen den bodem niet meer zien. Plots schijnt er iets niet in orde. De telegrafist is druk bezig en hij ontvangt een bericht dat het vliegtuig van zijn weg  afgeweken is. Repereeren is niet mogelijk op deze hoogte dus we dalen. De piloot komt aan ieder der reizigers vragen of ze in hun bagage (die in den neus van het vliegtuig geladen is) geen stalen voorwerpen geladen zijn. We zijn met vieren in dat geval (ik voor mijn microscoop). We worden verplicht die voorwerpen op de volgende landingsplaats te verwijderen en achteraan in het vliegtuig te bergen. Het schijnt dat daardoor het kompas van het vliegtuig onklaar geraakt is. We landen te Gao, aan de Nigerstroom, met 10 minuten vertraging ’t zij te 16.40 uur. Onmiddellijk worden we in een ruwe kamion naar de post gevoerd waar we logeeren in een +- confortabel hotel. DE temperatuur is 42° in de zon en de wind die waait is snikheet. Kolonialen zeggen dat het hier heeter is dan in Congo. We maken reeds kennis met de enkele Afrikaansche insecten namelijk sprinkhanen, grooter dan bij ons en die meer vliegen dan springen. In Gao dat grootendeels uit inlanders bestaat, leven slechts 15 blanken. Het is er prachtig en schilderachtig; Soudanezen loopen rond in bontgekleurde kleederdracht, de kinderen evenwel moedernaakt. Een vrouw wandelt met een kind op den rug in een sjaal gewikkeld alleen het kopje en de beenen staken uit; het is een lief Congolese kopkje dat verbaasd rondkijkt. Aan ons hotel komen kinderen schooien om “un franc”; ik geef er een een stuk chocolade en hij loopt weg als een haas zonder merci te zeggen. Zwarten komen met tapijten in kameelhaar en sandalen leuren; de sandalen zien er sterk en schoon uit. Ze vragen 125 Fr per paar en ze zijn heel goed op de hoogte van de financieele verrichtingen van de “Banque de France” vermits het slechts nieuwe biljetten zijn die ze aannemen. Ik ga eens tot aan den Nigerstroom (op 40 meter van ons hotel) waar een oude Congolees geduldig zit te visschen (met zijn voeten in het water) en een vrouw om een pot water komt die zij op het hoofd draagt. Daarna ga ik naar een groep spelende kinderen (wel een 100 tal). Zij vermaken zich met een jongen … leeuw die ze drie weken geleden gevangen hebben. Een andere fietst en een paar Congolese kinderen spelen met een hoepel (een oude fietsvelg). Daarbij schreeuwen en lachen ze. In een kooi midden op het plein waar ze spelen zitten nog 2 volwassen leeuwen, publiek eigendom. Naar het schijnt, zitten in de streek tamelijk veel leeuwen en soms komen ze tot in het dorp. Ons bed (met muskietennet) wordt in gereedheid gebracht en buiten in openlucht geplaatst (binnen is het te warm om te slapen). Te 19.30 uur eten we, ik trek mijn short aan en neem een verkwikkend stortbad. Het eten wordt in den tuin opgediend. Middenin is er een groote vloer in tegels en daarboven hangt een groote electrische lamp (de stroom wordt geleverd door een essence motor). Rond die lamp krioelt het van de insecten en verblind door het licht vliegen er veel tegen de vloer waar ze de prooi worden van een twaalftal vraatzuchtige padden die op de tegels voortkruipen. Ik onderscheid behalve de muggen (die de malaria veroorzaken), sprinkhanen kakkerlakken, en groote kevers, 4 cm lang, onbekend in België. Een oud koloniaal raadt mij aan mlijn short te verwisselen voor een lange broek, zooniet zal ik geweldig gestoken worden. Hij zegt me dat nergens zooveel muggen zijn als in Gao. Ik volg zijn raad. Het avondeten is heel smakelijk en voedzaam. Ik ga vroeg slapen want morgen moeten we om 3.30 uur opstaan. Ik kruip onder mijn muskietennet en val in slaap. Het is warm en ik slaap in mijn hemd en zwembroekje.


15.10.45.

We worden vroeg gewekt, krijgen wat koffie met zuur brood (het gelijkt op Duitsch soldatenbrood) en per auto gaat het weer naar het vliegveld. Het is pikdonker als we vertrekken; de mecanicien laat de motoren lang draaien eer we vertrekken; er vliegen talrijke gensters roodgloeiend uit de ontsnappingsbuis. Ik ban niet erg gerust en zal dat gevoel behouden zoolang het donker is. We vertrekken in volle duisternis; alleen de stuurcabine is flauw verlicht; wij zitten in de duisternis. Rechts en links van ons vliegen de gensters voortdurend in de lucht. Tot overmaat van tegenslag moeten we weer afwijken van de route om een onweer te vermijden. Het weerlichten is duidelijk te zien en de wind doet het vliegtuig tamelijk schommelen. We zijn vertrokken te 5 uur en rond 6 uur begint het klaar te worden; te 6.30 is het klaar en dan stel ik vast dat we boven de Niger vliegen, een stroom verscheidene Km breed en doorzaaid met eilanden (sommige, volgens ik uitreken, 1,5 Km lang en 250 m breed). Verder zien we ook inlandsche dorpen, gewoonlijk langs de wegen (die als een rechte lijn door het landschap loopen). Zonder incidenten naderen we Lagos, een zeer mooie stad, gelegen in een schilderachtige streek. We landen er en eerst wordt ons vliegtuig “geflit” door een Engelsche douaneofficier. We krijgen een kop lekkere thee, ik vraag een 2de  maar de Congolese boy die ze uitschenkt knikt “nee”. Met een doos eten voorzien stappen we terug in. We waren te 9 uur aangekomen en we vertrekken te 9.33 uur en vliegen nu boven den Atlantische oceaan waarvan het water dezelfde kleur heeft als de Noordzee. Door het voortdurend slecht weer zijn we verplicht op 250 meter boven den oceaan te vliegen en dan nog verdwijnen we regelmatig in de wolken. Verder krijgen we herhaaldelijk regen. Het vliegtuig wordt duchtig gestoten door den wind, maar toch ben ik niet ziek. Te 12.30, na 3 uur zien we 2 eilanden, alsmede twee vrachtschepen. Te 12.40 landen we te Libreville, waar we essencs moeten innemen. Op het vliegplein  staat een Sabena vliegtuig in panne. Een der moteurs is gecaleerd en men wacht een nieuwe moteur af, die uit Léopoldville moet komen. De bemanning van het vliegtuig is daar ook. De hitte in Libreville is veel minder dan in Gao, het is verdraaglijk, alhoewel het warm seizien reeds begonnen is. Ik geloof dat dit punt zal meevellen. Uit Libreville vertrekken we om 13.30 en op 4000 meter hoogte vliegend, gaan we boven eindelooze uitgestrekt wouden. Weldra krijgen we storm die we de hele reis met hoopen zullen houden. Veel geschommel in het vliegtuig, herhaaldelijk luchtzakken enz… toch heeft het niet den minste invloed meer op mij. We landen tenslotte op het mooie vliegveld van Léopoldville te 16.20 uur, ongeveer zoals voorzien was.
Vandaar ga ik per auto (toebehorende aan den verificateur van Léo – een Bruggeling, die heel vriendelijk is) naar een hotel waar ik verblijf in afwachting dat ik een bestemming krijg. Dit is mijn reis.

Léo 15.10.45

Plan:

13.10.45

Brussel - Marseille

9.50

12.20

2.30

uur

Marseille - Alger

14.20

17.00

2.40

uur

14.10.45

Alger- El Galeo

7.30

9.50

2.20

uur

El Galeo - Alouef

10.10

11.30

1.20

uur

Alouef - Gao

12.30

16.40

4.10

uur

15.10.45

Gao - Lagos

5.00

900.00

4.00

uur

Lagos - Libreville

9.30

12.40

3.10

uur

Libreville - Léo

13.34

16.20

2.45

uur

Voor ca. 8000 Km:

22.55

uur

SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright | Agenda  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine