SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

 

Het Donker Hart Van Afrika

Ex-kolonialen over Ex-Belgisch Kongo

 

1231

Frans De ClerckWat opvalt bij hem: hij vermijdt zo veel mogelijk het gebruik van het woord 'zwarten' . Hij verkiest 'Afrikanen'. Blanken omschrijft hij als' Europeanen' . In het Kongo uit de Jaren Vijftig keken vele blanken hem onbegrijpend aan omdat hij de inlander steevast aansprak met' Monsieur' en hem vousvoyeerde. Als politierechter aanvaardde hij geen verzachtende omstandigheden wanneer een blanke een zwarte had beledigd. Het gebruik van 'makak' betekende automatisch een geldboete. Hij organiseerde vaak seminaries over het gewoonterecht, was in deze materie docent in Lovanium en werd door de zwarten hoog ingeschat als rechtskundige..Ze noemden hem' Buffalo Bill'. Dat had te maken met de 106 kg. die hij destijds meetorste, zijn lange haren, zijn puntbaard, zijn overtuigingskracht, zijn verbale bravoure

René M uit Hove Het langst verbleef hij in Rwanda-Burundi, een gebied zowat de grootte van België, waarvan ons land na de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog het protectoraat werd toegewezen. Protectoraat of kolonie, het verschil was vrij subtiel, en bestond alleen maar in de administratie. De zwarten waren zwart, de blanken wit en de magie was er zo goed als niet door zogeheten beschavingswerk ingeperkt. René daarover: «In Burundi ondernam ik vaak safari's. Dit had niets te maken met mijn opdrachten als beroepsmilitair. De natuur fascineerde mij. Honderden, ik denk duizenden, foto's heb ik genomen van fauna en flora

Ann Van Landuyt Na de Dipenda en haar dramatische naweeën, werden opnieuw Belgen aangelokt. De zwarten hadden alles en nog wat overgenomen, maar er was nauwelijks iets wat nog functioneerde. Ann Van Landuvt-Broekaert, kwam argeloos in het Zaïrees avontuur terecht. We schrijven augustus 1969. Ze was toen 28 jaar. Een mooie vrouw met twee schattige kinderen en een toegewijde man die, als klinisch bioloog, bereid was te komen werken in het 'Institut de Médecine Tropical', in het Leopoldstad dat ondertussen Kinshasa was gaan heten Anne Broeckaert: «Doodop, met kinderen van vier en twee jaar, geland in de luchthaven van N'Djili. Het was koud en winderig. De formaliteiten waren pure afzetterij. Als je geen smeergeld geeft kan je daar dagen zitten, zonder dat je de nodige stempels krijgt.

Jan Van HoveIn deze serie mocht Jan Van Hove (73 ) uit Schoten niet ontbreken. Al wie in de naoorlogse periode een voet zette op Kongolese bodem, staat onvermijdelijk op de lijsten die Jan Van Hove bijhoudt met een angstaanjagende nauwkeurigheid. De voorbije maanden hebben wij tientallen personen gecontacteerd in verband met “Het donker hart van Afrika”. Telkens weer bleken deze ex-kolonialen ook lezers te zijn van het pamfletachtige «Waarom? - Vérités», een periodiek dat door Van Hove wordt volgeschreven, gedrukt en verstuurd, onder het vaandel van de Vereniging voor Belgische Belangen in Afrika (Belgische afdeling van de 'Confédération Européenne des Spoiliés d'Outre-Mer').

Andre MonbaiuHonderdduizend kolonialen kunnen spreken over Kongo, maar hebben achteraf nooit Zaïre gekend. Diegenen die, na 1960, uit België naar het rijk van Mobutu kwamen, hadden dan weer weinig uitstaans met het vroegere Kongo of het kolonialisme. Ze waren meestal aangelokt door een of andere roep om ontwikkelingshulp. Het bindteken tussen de Kongo- Belgen en de Zaïre-Belgen was de bereidheid hard te werken, zich gedurende jaren veel te ontzeggen in de hoop, nadien, in België een snelle sociale promotie te maken. Beide groepen getuigen meestal dat ze zich teleurgesteld en bedrogen voelden en dat aan de zwarte samenleving in wezen niets is veranderd. De omschrijvingen waarmee men zowel in de periode 1950-60 als in de periode 1970-80 de inlanders karakteriseerde, klinken opvallend gelijk. Hooguit zijn de «hutten» vervangen door «appartementen». Voor het overige brandt de zon even fel en heerst nog steeds een sfeer waarin zogoed als geen beschotten bestaan tussen zorgeloosheid en angst, correctheid en corruptie.

Abert Geeraert Als timmerman kende ik mijn stiel, en tegenspraak of geluier duldde ik niet. Natuurlijk, die mensen verdienden een aalmoes. Kon je dan verwachten dat ze zich, in de zon, zouden moe werken? Ze zagen trouwens ook het nut niet in van al die blanke projecten. Neem René, mijn boy. Brave jongen, goede kracht. Maar al begin 1960, in de dagen dat het gewoel begon, zei hij tegen mij: 'Ik blijf hier niet. Ik heb ander werk. Vaarwel'. Ik stond stomverbaasd, want ik zag geen enkele aanleiding. Nóg meer verbaasd was ik een paar maanden later, toen diezelfde boy mijn lupango opstapte, gekleed in maatpak, met een tas onder de arm en met een bril zonder glazen op de neus. Hij kwam me vertellen: 'U is altijd goed geweest voor mij en als U ooit werk zoekt, dan zal IK ervoor zorgen dat U werk vindt. Ik ben nu directeur-generaal benoemd van al deze magazijntjes..
Ernest Van Cauter“De Vlamingen konden iets makkelijker afstand houden. Nederlands verstonden de zwarten niet. Ze noemden een Vlaming 'Bwana Zeg', omdat wij inderdaad nogal wat zinnen begonnen met 'Zeg eens..' De zwarte die het best kan imiteren, geraakt het verst. Het is begonnen met het dragen van brillen zonder glazen en het eindigde met het fenomeen Mobutu. Hij is de superman van de imitatie. Kijk die man eens bezig, in gezelschap van koningen, presidenten, keizers, desnoods de paus. Die is altijd op zijn gemak, omdat hij de gave heeft van de nabootsing. Ik was in 1947 in Kongo, en in 1983 werkte ik nog in Kongo. Hoewel ik niet de hele periode heb volgemaakt, heb ik de pretentie te stellen dat ik een Kongo-kenner ben. Ik vraag me vandaag nog altijd af wat wij aan de zwarten misdaan hebben om hun laatdunkendheid te moeten ondergaan. Ik weet wel: ze zullen komen aandraven met verhalen over lijfstraffen. Die waren er. Maar de straffen die de blanke toediende, waren vaak strelingen in vergelijking met wat de zwarten elkaar aandeden. Straffen betekende meestal: doden.” Jean HelleboschHoewel wij soms weken lang onderweg waren, bleven we smetteloze uniformen dragen. Kepi, wit hemd, witte broek, hemd, das, schouderstukken. Mijn vrouw zorgde ervoor dat ik alle dagen een vers pak kon aantrekken. Zo hoorde het, en het dwong ook bij de zwarten respect af. Na 1963 hoefde het niet meer. De zwarten droegen dit uniform, wij stonden er in burgerpak bij. Ik leerde stilaan aan de walleven, en me te verzoenen met de stapels papieren die ik moest invullen. Mijn vrouw werkte bij het grondpersoneel van Sabena. Ik herhaal, zowat iedere wereldstad heeft dezelfde kenmerken. Wij verdienden goed ons brood, maar het leven was erg duur. Er waren ontspanningsmogelijkheden alom. Van enig rumoer of opstandigheid heb ik nooit iets gezien. Tot in 1974, bij mijn tweede en definitieve vertrek, leek Leopoldstad het vredigste plekje ter wereld. Het is waar dat wij ons eigen leven leidden. Ons flatje aan de Avenue du Kasaï konden we goed onderhouden.
Louis Vanderbruggen van l'écho du Katanga.“k vergeet het nooit, de eerste Simba die ik van dichtbij zag. We lagen op het dak, maar één van de Simba's kwam tergend langzaam met het hoofd over het muurtje. Ik zie hem nog voor me: de ene helft van het gezicht rood geschilderd, de andere helft wit. Hij droeg een machinepistool. 'Apa wasungu, apa wasunga, koe ieal' riep hij “Kom snel, hier zijn de blanken. Met tientallen liepen ze naar ons toe.” «Ze hadden koperen banden rond armen en benen, ze droegen bellen, stonken naar wilde dieren. Aline Libert uit Luik was bij ons, met haar man en twee meisjes van 11 en 9 jaar. Met een geweerkolf begonnen ze op Aline te beuken, totdat ze zwaar bloedend en bewusteloos bleef liggen. De blinde haat tegenover de blanke vrouw. Ook François de Beaufort werd tot bloedens toe afgeranseld.”> Gusta Van der Pol De familie Van der Pol bewoog zich in een Kongolese wereld die exclusief voor blanken was . Tienduizendvoorbehoudenen andere kolonialen hielden er eenzelfde gedachtegang op na, Zij creëerden een gesofistikeerde samenleving die ook de Britse upper-class in haar wingewesten tot het bittere einde in stand hield. Jean Van der Pol was een erg geziene figuur in het Leopoldstad van de jaren vijftig. Geboren in Antwerpen had hij in Parijs zijn legerdienst gedaan en veel voordeel gehaald uit zijn ietwat onduidelijke mélange van nationaliteiten. Met vrouwen twee dochters woonde hij in de blanke villawijk Djello-Binzo, zo’n zestien km buiten de stad. Wie enige naam en faam had, had hier zijn woning. Ware het niet dat het huispersoneel zwart was, men zou zich in Brasschaat, Sint-Genesius Rode of Knokke-Het Zoute hebben gewaand.
Piet Meysmans Piet Meysmans, een ronde, joviale ex-koloniaal uit Deurne, put zich telkens weer uit in uitbundige lofzangen op de Kongolese natuur. Hoewel hij tijdens zijn loopbaan als blanke politieman, zowel letterlijk als figuurlijk, tot schietschijf voor de zwarten diende, droomt hij meestal weg wanneer hij aan de Afrikaanse zon denkt: «Nee, ik geloof niet dat ik fantaseer wanneer ik beweer dat de zon immer scheen. In Elisabethstad heerste, naar blanke normen, het meest ideale klimaat. Voor de zwarten was het hier te kil, zeker tijdens het koude seizoen, wanneer we 's avonds houtblokken in de open haard stookten. In den beginne, woonden er rond E'ville weinig zwarten, gewoon omwille van het klimaat. Naarmate de blanken er hun stad bouwden, werden ook de zwarten aangelokt door de veronderstelde welstand. Op de vooravond van de onafhankelijkheid in 1960, hadden de veertienduizend blanken het gezelschap gekregen van ruim honderdduizend zwarten aangelokt door de veronderstelde welstand. Op de vooravond van de onafhankelijkheid in 1960, hadden de veertienduizend blanken het gezelschap gekregen van ruim honderdduizend zwarten verspreid over wijken als Kenia, Katuba, Ruashi, Kasaba en Albert. Wij, met ons beperkt politiekorps temidden honderdduizend zwarten. Je mocht daarover niet te vaal nadenken... Theo Fabes Ze waren zelfs bijzonder vindingrijk wanneer het erop aankwam bepaalde opdrachten uit de weg te gaan. Je kon niet écht kwaad zijn op hen omdat je onvermijdelijk moest lachen wanneer je ze kon betrappen. Zoals met het geval van die waterpas. Wekenlang hadden wij hen geleerd tot wat een waterpas dient, en hoe zoiets moet worden gebruikt. We zouden hen. als praktische proef, een deurstijl laten aanbrengen. Toen ik de deurstijl zag. bemerkte ik dadelijk dat die allesbehalve horizontaal was aangebracht. Zeker drie centimeter verschil. Ik interpelleer de leerling-schrijnwerker. maar hij begint te argumenteren dat zijn werk correct is uitgevoerd. Om te bewijzen dat hij ongelijk heeft leg ik de waterpas bovenop de deurstijl. Inderdaad, het luchtbelletje bevindt zich precies in het midden. Dus toch horizontaal? Ik vertrouw mijn eigen ogen niet, en begin alles opnieuw na te kijken. Ik vind niets abnormaals, totdat ik plots vaststel dat de waterpas werd 'aangepast'. De leerlingen hadden er niets beters op gevonden dan eerst de deurstijl te plaatsen, en daarna de waterpas af te schaven totdat het luchtbelletje precies in het midden stond...

Familie Claes Gil Smeets: «Onze boy Johan deed al vele weken geheimzinnig. Hij schreef briefjes, en stelde allerhande rapporten op. We mochten zijn geschrijf niet meer lezen. Twaalf jaar was hij bij ons, maar de band van kinderlijke genegenheid leek plots afgebroken. Later is duidelijk geworden dat hij ons bespiedde in opdracht van de Lumumbisten, en dat hij hun opdrachten slaafs uitvoerde. Zeker wat betreft het uitproberen hoe ver zijn ongehoorzaamheid mocht gaan. Ik betwijfel of hij ooit goed heeft beseft waarmee hij bezig was, en of hij de Dipenda zag als een breekpunt tussen blank en zwart. Jaren later ontvingen we van hem een brief, waarin hij meldde werk te hebben, en het goed te stellen. Daarna een stilte die nooit meer werd verbroken. Een paar dagen voor onze dochtertjes Patsy en Puk naar België met vakantie zouden vertrekken, ging ik met hen wandelen. Geen afscheid, nee. We dachten dat ze over een paar maanden terug zouden komen.We liepen over een donkere binnenweg. Een groepje negers stond te praten bij een wegkromming. Eén van hen, de bestgeklede, las luidop voor van een blad. Onderaan de tekst zag ik dezelfde tekening als op de pagina’s die onze boy Johan de jon.gste maanden dagelijks volkrabbelde. Ik begon plots te rillen van de angst, en repte me naar huis

Jack HermonierGéén der colons die, met een aandoenlijk enthousiasme, naar Kongo kwamen, beseften dat de zwarten in de steden en in de scholen ook politiek inzicht begonnen te krijgen, maar het spel niet voluit of vrijuit konden spelen om de eenvoudige reden dat er nog geen spelregels bestonden. Vandaag heeft Jack Hermoniers al zijn illusies, plus een stuk van zijn fysieke kracht verloren. Hij is nu 58, werkt in een klein bedrijf, sukkelt met de gezondheid en maakte de kommer mee van een gestrand huwelijk. Na Kongo waren er sportwinkels, een werf, een herberg op de Grote Markt, een jarenlang verblijf als gastarbeider in Arabië. Na een urenlang gesprek maakt Hermoniers bij het afscheid, de bedenking: «Eigenlijk zou ik tienmaal zo veel kunnen vertellen. Ik heb het gevoel helemaal niets te hebben verteld. In een kil en stil huis, naait Jack Hermoniers souvenirs op. «Geen mens heeft zoveel gruwel gezien als ik, maar er is wellicht ook geen Belg in Kongo die zoveel brute meeval heeft gekend als ik. Drie, viermaal leek de dood onafwendbaar. Anderen crepeerden, ik bleef leven. Waar en hoe ik telkens dat geluk had verdiend, is me tot vandaag nog altijd niet duidelijk

Jos De WitteBlanken zijn hier in de loop der jaren gepasseerd omdat ze onze kookmanskunst kenden en waardeerden. De wil van de planter was wet, maar wel een rechtvaardige wet Jos De Witte: Wat in den beginne een griezel lijkt te zijn, kan je na een tijdje niet meer afschrikken. Wanneer ik ‘s morgens vroeg, in het duister, de vijf km moest afstappen naar de plaats waar onze bestelwagen stond, zag ik in het schijnsel van mijn lamp tientallen ogen. Meestal antilopen of nachtwild. Na een paar maanden lette ik daar niet eens meer op.» In de literatuur en in de films worden planters meestal karikaturaal voorgesteld. Het ergerlijke is dat de buitenwereld zoiets gretig gelooft. De baas die zijn zwarten ranselt, of verkracht al naar gelang. Vergeet het! Zulke fabeltjes doen elke colon pijn, want wij waren juist de toevlucht voor alle zwarten. Tientallen kleine probleempjes moesten we dagelijks voor hen oplossen. Het is merkwaardig dat, zelfs in de donkerste dagen van Kongo, het personeel van de plantages de blanken met woord en daad bleef verdedigen. Ten koste van hun leven zelfs! Ook op mijn plantage: géén Lubumbist heeft ooit de moed gehad hier zijn preken te komen houden. Mijn zwarte capita’s joegen hen weg!» «De capita had een vertrouwenspositie. Hij bleef altijd op de plantage en verving de blanke. Hij had andere capita’s onder zich. Tussen die mannen heerste bijwijlen strijd om de macht, zoals in ieder bedrijf waar , je moet bevestigen via promoties.» Een capita die je vertrouwen niet waard is, moet je dadelijk ontslaan. Een tweede kans. dat bestaat niet in de denkwereld der zwarten

Madeleine MoncareyZe verkeerden in de waan dat enkel zwart bloed had gevloeid, en dat de Dipendance-hysterie zich niet tegen de blanke 'weldoener' zou keren. Het overgrote gedeelte van de honderdduizenden Belgen in Kongo, meenden dat het Gouvernement Général de toestand voldoende onder controle hield. Men herinnerde zich de ingehouden triomfkreet van 21 januari 1960, toen bekend werd dat oproerkraaier Patrice Lumumba in Stanleystad tot zes maanden gevangenis was veroordeeld wegens ophitsende activiteiten. Vier dagen later werd hij evenwel uit de gevangenis gehaald om te Brussel triomfantelijk te kunnen deelnemen aan de berucht geworden Ronde Tafelconferentie... Meer lezen over het relaas van Dokter Moncarey en echtgenote.

René M Uit Hove

Weinigen kwamen naar Congo om in de ziel te kijken van de inboorling en nog min­der om naar diens diepste roerselen te luisteren of om de zwarte aan hun boe­zem te koesteren. De Europeaan vertrok naar zijn kolonie om hard te werken, hetzij als broussard, colon of ambtenaar en om er de welstand, arbeids­vreugde of geestelijke rust te vinden die thuis niet meer voldoende voorhanden waren.