SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

Districten Gewesten en belangrijke centra's

"tussen de twee wereldoorlogen in"

Districten en belangrijke gewesten van de Belgische Provincie provincie

Er is een rubriek Provincie in het Nederlands en in het frans , noteer alvast dat u mogelijk andere informatie kan vinden in de franstalige rubrieken

Wij hopen dat eind 2017 de volledige versie provincie klaar komt , Vele oude rurbieken gaan verdwijnen. De site kan zo meer een basis element zijn en een database voor al wie interesse heeft in de colonie, de nostalgische kant en ontmoetingen zullen nu plaats ruimen voor meer informatie over Belgisch congo zelf

Wapenschild Congo : (bron larousse universelle 1948)
Bron Onze Kolonie Dhr. Laude anno 1935, infor Congo, Larousse 1948, Quillet 1926 en nog veel meer informatie gelezen in zeer oude tijdschriften.
Leopoldstad
Evenaarsprovincie
Oostprovincie
Kivu
Katanga
Kasaï
Ruanda - Urundi

 

 

Usumbura is nu Bujumbura geworden

ARCHITECTUUR EN DE 'CHOREOGRAPHY OF SCHOOLING
Door Johan Lagae
Terug naar school / Back to School

 


 

Bujumbura is NU de hoofdstad van Burundi. De stad ligt aan het Tanganyikameer en is met een geschat bevolkingsaantal van 500.000 (2005) de grootste stad van het land en het administratief en economisch centrum. De belangrijkste industrieën zijn textiel en zeep. Bujumbura is Burundi's belangrijkste havenstad en verscheept koffie, katoen en tinertsen.

Geschiedenis (bron wikipedia) Het was een dorpje tot er daar een militaire post werd gevestigd in 1889, in toenmalig Duits-Oost-Afrika. Nadat Duitsland de kolonie moest afstaan door het verliezen van de Eerste Wereldoorlog kwam het in 1918 onder Belgisch bewind. In de Duitse koloniale tijd en gedurende de periode onder Belgisch beheer was de naam Usumbura (vroeger in de provincie genaamd Ruanda-Urundi). Bij de onafhankelijkheid van het land in 1962 werd de naam gewijzigd in Bujumbura. Sinds de onafhankelijkheid zijn ook hier veelvuldig gewelddadige twisten tussen de Hutu- en  Tutsibevolkingsgroepen geweest.

In Bujumbura voorheen Usumbura , provinicie Burundi, werd tussen 1952 en 1961 het Collège du Saint-Esprit opgetrokken naar een ontwerp van de Belgische architect Roger Bastin. Het indrukwekkende complex ligt op een afgetopte heuvel en domineert als een akropolis deze stad aan het Tanganyikameer. Als een baken van moderniteit straalt het college in het Afrikaanse Pays des milles collines.

(Bastin werd geboren als zoon van een textielhandelaar. Hij volgde middelbaar onderwijs aan het kleinseminarie van Floreffe. Daar werd hij eerst aangetrokken door de muziek maar al vlug raakte hij gefascineerd door de architectuur van de oude abdijgebouwen waarin hij school liep.)

In de toenmalige koloniale en missionaire propaganda werd de 'moderne, lichte en luchtige' architectuur ingezet om het innovatieve onderwijsexperiment te verbeelden : het Collège du Saint-Esprit vormde de eerste 'interraciale' instelling voor secundair onderwijs waar de elite van het toenmalige Belgisch-Afrika werd opgeleid en waar blanke en zwarte leerlingen zij aan zij werden onderricht. De jezuïeten die de instelling leidden, introduceerden er een schoolcurriculum dat kon wedijveren met de beste opleidingen in het moederland maar, zo luidt het in de film Espoirs d'Afrique (1961) van jezuïet Jacques Gabin, ook het beste van twee humanistische tradities combineerde, de westerse en de Afrikaanse. Het Collège du Saint-Esprit, zo stelt de officiële geschiedschrijving over het complex, is een open ruimte, zonder begrenzing of afgesloten horizonten.

De specifieke locatie, een langs één weg ontsloten en door steile hellingen omsloten heuvelplateau, op vijf kilometer afstand van het stadscentrum, zorgde evenwel voor een sterk isolement, voor een afgezonderde wereld waar leerlingen konden worden beschermd tegen de Afrikaanse stad die met haar vele bars en filmzalen zonder censuur door jezuïeten begin jaren zestig nog wordt voorgesteld als een oord van verlokking en verderf. Al naargelang de sympathie voor de instelling, zo zou ooit een van de schoolhoofden beweren, kon men het Collège du Saint-Esprit beschouwen als een serene omgeving voor studie, een klooster waardig, dan wel als een versterkte burcht of 'Alcazar'. Ondanks zijn 'open' verschijning is het Collège du Saint-Esprit in dat opzicht niet eens zo verschillend van de imposante, jezuïetencolleges in het moederland, met hun doorgaans gestrenge, gesloten architectonische verschijning.

In de uiteengelegde configuratie van het complex, die inspeelt op de klimatologische condities in de tropen, worden de diverse functionele onderdelen van het complex (de klasgebouwen, de internaatvleugels, het wetenschapsblok, het dispensarium, de sportaccommodaties, de studiezalen, de centraal gelegen kapel, de residentie van de paters, het dienstenblok met refters, keukens, wasserijen en stockageruimtes) met elkaar verbonden via een netwerk van overdekte galerijen. Het complex is bewust ontworpen vanuit het standpunt van de bewegende beschouwer. Het biedt telkens wisselende perspectieven op de kleurrijke architectuur en het imponerende heuvellandschap.

Tegelijk faciliteren de vele doorzichten, de niveauverschillen, de in bouwvolumes uitgespaarde terrassen en de zonneweringen die dit tropisch modernistisch complex typeren, ook discrete vormen van overzicht en controle die het disciplinerende schoolregimevereisen.

De panoptische blik is in het Collège du Saint-Esprit nooit veraf. 'Kort na zonsopgang', schrijft Albert Russo in een passage over het college in zijn roman Eclipse sur le lac Tanganyika (1994), 'zou men er de leerlingen in de weer zien onder toeziend oog van paters, onberispelijk gekleed in hun witte soutanes.

' Historica Betty Eggermont heeft ooit het ideaal van gelijktijdige, rituele bewegingen van leerlingen dat het schoolregime typeert, benoemd als de 'choreography of schooling' : het in de rij gaan staan wanneer de schoolbel rinkelt, zwijgend het schoolinterieur betreden, het innemen van vaste plaatsen in de klas, het opsteken van de hand alvorens te antwoorden ... De 'filmische' architectuur van het Collège du Saint-Esprit zet deze choreografie op soms markante wijze in scène : de overdekte galerijen kadreren de beweging van rijen leerlingen, de opengewerkte trappenkokers snijden zichten uit het omringende landschap maar leggen tegelijk het bestijgen van de trap vast alin een reeks snapshots, de panoramischeterrassen bieden plaats voor gymnastieklessen die met hun strakke, quasi paramilitaire regie het principe 'mens sana in corpore sano' huldigen. De riante trappenpartijen, die de speelvelden afboorden en bij publieke turndemonstraties als tribunes dienstdoen, bieden echter ook ruimte voor spel dat leerlingen toelaat om, al is het voor even, het keurslijf van de choreografie te doorbreken en zich de ruimte van de school toe te eigenen.

Want een school is nooit absoluut genormeerd of gedisciplineerd. Ze is ook steeds, zoals Eggermont aangeeft, een 'site for struggle'.

Deze tekst is gebaseerd op een studie van het Collège du Saint- Esprit, uitgevoerd in het kader van een doctoraatsonderzoek. Zie J. Lagae, 'Kongo zoals het is'. Drie architectuurverhalen uit de Belgische kolonisatiegeschiedenis (1920 –1960), doctoraal proefschrift, Universiteit Gent, 2002.

Voor een officiële geschiedenis van het college, zie Maurice Pilette, 'Le Collège Interracial du Saint-Esprit à Usumbura', in : A. Deneef (red.), Les Jésuites au Congo. Cent ans d'épopée, A.E.S.M., Brussel 1995, p.130-138.

De notie 'Choreography of Schooling' is ontleend aan Betty Eggermont, 'The Choreography of Schooling as a Site for Struggle. Belgian Primary Schools 1880–1940', History of Education, nr.2, 2001, p.129-140.

 

Vertaling van het nederlands artikel door Pierre Bouvier
Tranlation English ==> Pierre Bouvier
ARCHITECTUUR EN DE 'CHOREOGRAPHY OF SCHOOLING
Door Johan Lagae
Terug naar school / Back to School
The Collège du Saint-Esprit, designed by Belgian architect Roger Bastin, was built between 1952 and 1961 in Bujumbura, Burundi. This impressive complex is situated atop a truncated hill and dominates this city on Lake Tanganyika like an acropolis. The college shines like a beacon of modernity in this African 'Land of a Thousand Hills'. According to the colonial and missionary propaganda of the time, the 'modern, light and airy' architecture was meant to reflect an innovative educational experiment : the Collège du Saint-Esprit was the first 'interracial' institution where the elite of then-Belgian Africa was educated and where white and black students were taught side by side. The Jesuits in charge of the institution introduced a school curriculum that could compete with the best programmes in the mother country but also, according to the film Espoirs d'Afrique ('African Hopes', 1961) by Jesuit Jacques Gabin, combined the best of two humanist traditions – Western and African. The Collège du Saint-Esprit, says the official history of the complex, is an open space, with neither boundaries nor closed-off horizons. The specific location, a plateau accessible by a single road and surrounded by steep hills, 5 km from the city centre, nevertheless created significant isolation, a secluded world in which students could be sheltered from the African city, which, with its many bars and uncensored cinemas, was still considered by Jesuits in the early 1960s to be a den of temptation and perdition. Depending on one's sympathy toward the institution, as one of its head teachers once said, one could view the Collège du Saint- Esprit as a serene environment for study, worthy of a cloister, or as a fortified citadel or 'alcazar'. In this regard, the Collège du Saint-Esprit, despite its 'open' aspect, is not so very different from the imposing Jesuit colleges in the mother country, with their usual severe, enclosed architectonic aspect. Within the sprawling configuration of the complex, suited to the climatic conditions in the tropics, its various functional elements (the classroom buildings, the dormitory wings, the science block, the dispensary, the sports accommodations, the study halls, the centrally situated chapel, the Fathers' residence, the service block with refectories, kitchens, laundries and storage facilities) are linked by a network of covered galleries. The complex is deliberately designed from the point of view of the moving spectator. At every turn it offers changing vistas onto the colourful architecture and the impressive landscape of hills. Simultaneously, the numerous through-views, the variations in levels, the terraces cut into building volumes and the sun-screening devices that typify this tropical modernist complex also facilitate discrete forms of oversight and control required by the disciplining school regime. In the Collège du Saint-Esprit, the panoptic gaze is never far off. 'Shortly after sunrise,' writes Albert Russo in a passage about the college in his novel Eclipse sur le lac Tanganyika (Eclipse on Lake Tanganyika, 1994), 'the students could be seen going about under the watchful eye of the Fathers, immaculately dressed in their white cassocks.'

Historian Betty Eggermont once dubbed the ideal of the simultaneous, ritual movements of students that typifies the school regime the 'choreography of schooling' :

standing in rows when the school bell rings, entering the school interior in silence, taking their assigned seats in the classroom, raising their hands before answering . . . The 'cinematic' architecture of the Collège du Saint-Esprit at times stages this choreography in a very striking way : the covered galleries frame the movement of rows of students, the open stairwells slice vistas out of the surrounding landscape but simultaneously record climbing the stairs as a series of snapshots, the panoramic terraces provide space for gymnastics lessons that, with their tight, quasi-military precision, celebrate the principle of mens sana in corpore sano.

The ample banks of steps that line the playing fields and serve as stands during public gymnastics demonstrations, however, also provide room for play, allowing the students to break free, if only for a moment, of the restrictions of the choreography and appropriate the space of the school. For a school is never absolutely standardised or disciplined. It also remains, as Eggermont notes, a 'site for struggle

'Note : This text is based on a study of the Collège du Saint-Esprit conducted as part of doctoral research. See Johan Lagae, 'Kongo zoals het is' : Three architecture stories from Belgian colonial history (1920-1960), doctoral thesis (University of Ghent, 2002). For an official history of the college, see Maurice Pilette, 'Le Collège Interracial du Saint-Esprit à Usumbura', in Alain Deneef (ed.), Les Jésuites au Congo : Cent ans d'épopée (Brussels, 1995), 130-138. The notion of the 'Choreography of Schooling' is borrowed from Betty Eggermont, 'The Choreography of Schooling as a Site for Struggle : Belgian Primary Schools 1880-1940', History of Education, no.2 (2001), 129-140.

Translation : Pierre Bouvier