Getuigenissen van een koloniaal

Getuigenis Van een koloniaal door Julien Van Eeghem

Een droom gaat in vervulling. Paul, een vriend gendarm, mag me begeleiden tot aan de voet van het vliegtuig.

Dit boek is het levensverhaal van de schrijver uit de periode 1956 tot 1978. Graag had hij het oordeel van een vakman gekend, daarom gaf hij zijn copie aan de Heer Lucien Van Acker, hoofdredacteur van Biekorf, een historisch tijdschrift.

Het oordeel was gunstig, de Heer Van Acker had het boek bijna in één adem uitgelezen.

 

Uit de begeleidende brief krijgt u volgende citaten: «..Ik heb alles aandachiig gelezen en mijn indruk is dat het een beste, bovenste- beste boek is ...Ik zeg dat niet om U te vleien ... » « Het werk zou op zijn geheel moeten verschijnen in druk en niet gepolycopieerd of uitgegeven op de ene of andere goedkope multicopy - methode . . ." «Ik hoop uit de grond van mijn hart dat het mag gedrukt worden en dat het verspreid geraakt over vele exemplaren. Zulke getuigenissen moeten breder bekend blijven dan in een paar getijpte exemplaren ... »

Inleiding:

De feiten waarop dit boek berust, zijn authentiek. Sommige familienamen werden, naar de wens van de belanghebbenden, verzwegen.

"ZO LEVEN KOLONIAALTJES " ( * ) van Bert Fierens, is een eenvoudige, maar fijne en rake beschrijving van het leven dat vele blanken geleid hebben in Belgisch Congo voor de onafhankelijkheidsperiode. Die beschrijving gaat echter hoofdzakelijk over het binnenland. We moeten nu wel toegeven dat het leven in de centra minder hard was. De grote bedrijven, bekommerd om het rendement, stonden erop, het leven van hun agenten buiten de diensturen, zo aangenaam mogelijk te maken. Toch was het leven er in diezelfde centra, juist voor en na 30 juni 1960, allesbehalve rozegeur en maneschijn. Daarom deze bladzljden, vooral voor hen die de onaftrankelijkheidsperiode meegemaakt hebben in nederzettingen waar men rnderdaad een aangenaam leventje kon leiden in tijden van rust en kalmte, als je over de nodige eigenschappen beschikte. In moeilijke perioden kwam daar nog bij dat je soms een halve huurling moest zijn. Er wordt dikwijls genoeg in ongunstige termen gesproken en geschreven over de kolonialen. Je mag je er eigenlijk niet aan storen, want wanneer je naar de bron zoekt, stuit je op mensen die nooit in Congo geweest ztjn, of hoogstens en kele weken op een missiepost hebben doorgebracht in een kalme periode, voor of na de storm. Onze nakomelingen hebben echter het recht te weten dat ze zich niet hoeven te schamen over hun voorouders die, in soms armtierige, primitieve en moeilijke omstandigheden, nuttig werk hebben verricht..

* ZO LEVEN KOLONIAALTJES - Bert Fierens - 1959 Uitgave: V.T.B. - V.A.B. - Antwerpen

Woord van de webcreator,

Boeken zoals deze van Julien Van Eeghem kom je zelden tegen in de boekhandel of bibliotheek ze zijn geschreven door kolonialen die iets van hun werk wilden achterlaten aan familie, kinderen en kleindkinderen en overkleinkinderen. Wat ik enigszins wel jammer vind want je kan alleen daarvan op de hoogte gesteld worden door vrienden of via via.

Deze site is dan ook de beste plaatst om zulke boeken aan de webcreator te melden aarzel aub niet om ze me melden.

Het boek roept zoveel herinneringen op en is zo klaar en duidelijk omschreven dat je niet anders kan dan het in een adem uit te lezen. Je zou haast zeggen dit is de geschiedenis van onze voorouders in Congo. Is iemand die het van nabij heeft beleefd niet de meest aangewezen persoon om te getuigen zoals hij het in zijn eigen perspectief ziiet of zag ? Ja daar ben ik zeker van . Julien heeft de pro en contra over de Kolonie in zijn boek zeker goed weergegeven en het doel van de schrijver is dan ook zeer geslaagd. Vele passages zullen bij de lezers herinneringen oproepen die ze hoogstwaarschijnlijk vergeten waren en ik kan zo een boek alleen maar toejuichen. herkenningen zoals emotionele maar ook zeer grappige situaties of momenten die zo bekend in de oren klinken zullen je glimlach tevoorschijn toveren alsof het gisteren was.

HOOFDSTUK I (lees even mee)

WAAROM EEN BROODWINNING IN HET BUITENLAND ?

Eigenlijk ben ik niet in de wieg geliegd om een gemakkeliik, klein-burgerlijk levenentje te leiden. Hoe kan je echter je vleugels uitslaan in een klein land als de hele wereld al te kiein vindt. Het beroep van onderwijzer is mooi en zou aantrekkelijk zijn indien daar een serieuze wedde aan verbonden was, zodat je niet verplicht bent om na de schooluren en tijdens de vakanties nog een tweede beroep uit te oefenen kortom, als je er in zekere zin niet toe gedwongen wordt om je hoofdberoep gedeetelijk te verwaarlozen. En dan is er nog die mentaliteit in België ? Bijna had ik een betrekking in een dorpsschool, maar ik moest van mijnheer pastoor een groot deel van mijn vrije tijl aan de jeugd wijden, gratis, wel te verstaan. Hemeltie lief. ik was vroeger jeugdleider geweest, maar vrijwillig. Ik wilde daar dan ook niet toe verplicht worden. Afgestudeerden konden toen nog niet gaan stempelen en mijn ouders hadden zich al een grote opoffering moeten getroosten om me te laten studeren voor onderwijzer. Toch vond ik het een plicht tegenover mezelf om een betrekking onder dergelijke voorwaarden te weigeren. Ik ging nog liever flessen wassen in een brouwerii om wat zakgeld te verdienen. Ik heb mijn ouders nooit iets verteld over het gesprek met mijnheer pastoor want die brave mensen zouden me niet begrepen hebben en zich misschien ongelukkig gevoeld hebben omdat hun opstandige zoon zomaar een broodwinning weggooide.

In 1949 werd ik benoemd aan een zeer katholieke school. Ik herinner me die avond nog toen de kaarskensprocessie voorbijkwam. Naast de stoet reed een auto van waaruit mijnheer pastoor zijn stem deed weergalmen door de luidspr ker - hij deed me denken aan een generaal die naast zijn coronne reed en zijn soldaten feliciteerde met hun overwinning: We mogen fier zijn, dierbare gelovigen, mer onze talryke opkomst. We moeten niet onderdoen voor de andere parochies, enz ... Vanuit de verscheidene parochies was men namelijk in optocht, met een kaars in de hand, naar de hoofdkerk getrokken. Het was wel éen Romantisch schouwspel. Ik schaamde me en werd zelfs kwaad. Is dat het katholicisme? De mensen opzwepen en tegen elkaar uitspelen omwille van futiliteiten! Ik draaide me om en stond oog in oog met een priester. Hij was leraar aan het Klein Seminarie en verzorgde in die tijd het godsdienstige kwartiertje of halfuurtje van radio Kortrijk. Ik vertelde hem over mijn gewetensprobleem. - Niemand verplicht je daaraan mee te doen, zei hij. - Dat is zo, antwoordde ik, maar stel nu dat ik les zou geven aan een katholieke school in een dorpje ergens in vlaanderen en ik zou me distantiëren van dergelijke godsdienstige manifestaties. wat zou er dan gebeuren, denkt u? Ik zou aanzien worden als een slechte onderwijzer en niet waardig bevonden worden om de opvoeding van onze Vlaamse jeugd ter harte te nemen. Daar wist hij natuurlijk geen antwoord op, ik was een moeilijk geval.

Wat restte mij indien ik niet wilde kapotgaan in die wereld van kleingeestijheid, schijnheiligheid, corruptie en valsheid ilk moest hier weg en toen was daar onze kolonie, Belgisch Congo. Al van kindsbeen af droomde ik van dit grote land in het hartje van Afrika. Telkens ik op de lagere school, in de geschiedenisboekjes, die Fotos zag van kolonialen met hun grote tropenhelm op het hoofd, voelde ik een onweerstaanbare drang naar dat onmetelijl, voor mij geheimzinnige land. Een eventuele tweede reden om weg te trekken is het gebrek aan werk in eigen land. Aanlokkelijke verdiensten kunnen natuurlijk ook aan de basis liggen van een broodwinning in het buitenland. Je kon echter aan een koloniale loopbaan beginnen en slechts nadien vaststellen dat je niet over de noodzakelijke eigenschappen beschikte om die loopbaan tot een goed einde te brengen. Zo vertrok Marcel in 1957 met goede moed naar Belgisch Congo. Hij heeft het echter nooit verder gebracht dan Matadi. ...

Wat kan je lezen in het boek ?

  1. WAAROM EEN BROODWINNING IN HET BUITENLAND ?
  2. DE VOORSPELLINGEN VANPROFESSOR A.A.J. VAN BILSEN .
  3. EEN DROOM GAAT IN VERVULLING
  4. DE "UNION MINIERE DU HAUT KATANGA" EEN STAAT IN DE STAAT
  5. KENNISMAKING MET EEN NIEUW VOLK
  6. HET BINNENLAND : KOLWEZI? BUNKEYA? KRUBO - MTWABA - PWETO (685 KM.
  7. HET ONAFHANKELIJKHEIDSGEVOEL IS ONTWAAKT
  8. VIII. DE SPANNING STIJGT
  9. 30 JUNI 1960 : BELGISCH KONGO WORDT ONAFHANKELIJK
  10. DE MOEILIJKHEDEN BEGINNEN
  11. DE KATANGESE AFSCHEIDING
  12. DE UNO GRIJPT IN
  13. HET KATANGESE SPROOKJE IS UIT
  14. NA HET VERTREK VAN DE UNO
  15. VIJF WEKEN OP REIS DOOR ZAMBIA, RHODESIE EN ZUID-AFRIKA (12050 KM)
  16. IS HET NOG VERANTWOORD TE BLIJVEN ? .. .,
  17. KOLWEZI - ZAMBIA - RHODESIE - MOZAMBTQUE - MALAWT - ZAMBTA - KOLWEZT (7000 KM)
  18. EN TOCH GAAT DE AFRIKANISATIE VERDER ..
  19. WANNEER ONTPLOFT DE BOM ? , . . ., . ..
  20. TERUG IN DE BESCHAAFDE WERELD ?

DE AUTEUR SLUIT HET BOEK MET ZIJN NABESCHOUWINGEN

Hoe moeten we nu ons beschavingswerk beoordelen? Een belangrijke vraag waarop ik niet met enkele woorden kan antwoorden. Ik zal proberen om sommige aspecten te belichten die ons meer klaarheid kunnen brengen maar die ons toch geen duidelijk antwoord zullen geven. 1. Zijn we van de juiste beginselen vertrokken? Was het bijvoorbeeld niet verkeerd onze Westeuropese beschaving te willen opdringen aan een volk dat anders ingesteld is? Dergelijke besluiten kunnen over het algemeen slechts achteraf getrokken worden, na ernstige aangewende pogingen. Deze ernstige pogingen vergen een aanzienlijke dosis energie, verspreid over een groot aantal jaren. wie niets doet, zal ook nooit iets verkeerd doen. Een waarheid als een koe, maar daaruit moeten we toch niet concluderen dat het best is nooit iets te ondernemen. 2. De blanken hebben de slavenhandel uitgeroeid, maar werd er geen plaats gemaakt voor een andere vorm van slavernij? we hebben behoeften geschapen die moeten voldaan worden en daarvoor is er in de eerste plaats geld nodig. De rangorde op de waardenschaal van de inboorlingen is gewijzigd, het "gouden kalf, is met reuzensprongen naar voren gekomen. In het begin was geld een gebruiksvoorwerp, het moest rollen, de zwarten waren er nog geen slaaf van zoals we dat bij zovele blanken kunnen vaststellen. zullen de inboorlingen in de toekomst echter ook niet met dezelfde ziekte geplaagd zitten ? 3. De blanken hebben de Congolezen als slaven aanzien, zie maar hoeveel «boys» sommige vrouwen in dienst hadden, en dat voor een spotprijs ! Daarop moet ik antwoorden dat het geen schande is om iemand tewerk te stellen aan de wettelijk voorgeschreven prijs. Het volgende voorval maakten we zelf mee. Op zeker ogenblik waren we zonder huisboy en toen kwam er een zairees aan. Hij was klein van gestalte en had een lachende brede mond; op zijn hoofd stond een enorme pet die me deed denken aan een kleine paraplu. - Kazi ya mpishi iko? (Is er werk voor een keukenboy?) we hadden geen tijd om te antwoorden, hij rammelde maar af wat hij allemaal kon klaarmaken. Hij kon zelfs taarten bakken. Zljn naamwas * Caoutchouc " I 's Avonds kregen we een telefoontje van mevrouw J. - Hebben jullie een nieuwe boy ? - Ja, hoe weet je dat? - Het is caoutchouc zeker? Ik heb hem gestuurd omdat ik wist dat je zonder hulp zat. Allee, dat is toch alweer iemand die geholpen is. Zo was de mentaliteit onder de blanken. Het lage loon had tot gevolg dat we veel dienstboden konden aanwerven en dat was een pluspunt voor de inlandse bevolking. Heel de familie werd tenslotte gevoed, gekleed en had onderdak. Kortom, die mensen waren gelukkig in hun toestand, ze verlangden niets meer. Ten andere, wat moesten ze aanvangen met een kapitaal? van geldbeleggingen hadden ze geen benul. Er bestond een spaarkas, maar hoeveel zaïrezen zullen hun spaarcenten teruggekregen hebben van die kas ? Na 1960 niemand dat is zeker ! In een eigen huis waren ze niet zo erg geinteresseerd, ze woonden immers gratis achteraan in de tuin van hun blanke baas. De bungalows van de blanken waren gedekt met golfplaten. Als je nu denkt dat de zaîrezen, na 1960, stonden te trappelen om onze woningen te kunnen betrekken, dan ben je mis. De golfplaten werden in veel gevallen afgenomen om op hun hut of hun eenvoudig, primitief, stenen huis te leggen.We moeten alles in zijn tijd situeren. Een klein voorbeeld: Wat zou een kind van zes jaar doen mocht het plots een bedrag van tien miljoen ontvangen? waarschijnlijk zou hij het bedrag aan zijn ouders geven. Wwelnu, de blanken waren in zekere zin, in die periode, de ouders van de inlanders. Hoe dikwijls heb ik niet gehoord: - Je bent mijn vader en mijn moeder, enz ... 4. Hebben wij die mensen gelukkiger gemaakt?Enerzijds zal de geestelijke ontwikkering voor velen wel een weldaad betekenen. Anderzijds: - waarom de melkproduktie opdrijven als drie liter per dag volstaan? waarom harder werken om meer en voedzamer mais te telen als de methoden van onze voorouders voldoende vruchten opbrengen? enz ... Akkoord, wij blanken, hebben grote vorderingen gemaakt wat de technologie betreft, maar als die verbeteringen niets bijbrengen tot het menselijk geluk, kunnen we dan nog spreken over vooruitgang? Gandhi (1869 - 1948) zei al: - Ik wil dat de zwijgende miljoenen van ons land gezond en gelukkig zijn en ik wil dat ze geestelijk groeien. Tot nu toe hebben wij voor dit doel de machi ne niet nodig ... Als wij behoefte gevoelen aan machines, zullen we die zeker aanschaffen. Elke machine, die een mens helpt, heeft een plaats, maar er zou geen plaats moeten zijn voor machines die de macht in handen van enkelen leggen en de massa's veranderen in niets meer dan machine-oppassers, als ze ie tenminste niet werkloos maken. 5. Hebben wij dan de inboorlingen een slechte dienst bewezen met hen in contact te brengen met een andere beschaving? wie kan dit met zekerheid bepalen ? Ik kan alleen het volgende bevestigen :

  • 1. De bedoelingen van de kolonialen, zowel leken als geestelijken, die zich met het opvoedingswerk van de inboorlingen ingelaten hebben, waren zuiver.
  • 2. soms moeten we ons met een zeker onbehagen afvragen of we geen pion geweest zijn op het schaakbord van het kapitalisme, maar dan nog kan niemand bewijzen dat we verkeerd gehandeld hebben. waren de Belgen niet naar Congo vertrokken, dan zou een ander volk, misschien op een onmnenselijker manier, onze rol overgenomen hebben, de rijkdom in de grond was immers te aanlokkelijk.
Lees Even mee ?

In 1960 werden de provinciale- en parlementsverkiezingen, zoals overal het geval is, voorafgegaan door de daarbij horende politieke meetings. Op een avond waren de blanken van Luena uitgenodigd op de uiteenzetting van één der kandidaten. Wie nam daar het woord in naam van de CONAKAT (partij van Moïse Tshombe)? Onze vroegere schatbewaarder van de USSIK te Kolwezi die we hadden ontslagen omdat hij de kas leeggeroofd had. Het was echter niet het gepaste ogenblik om dergelijke kleinigheden ( l) aan het licht te brengen later werd hij nog verkozen ook.

De blanke staatsagenten kregen instructies voor tijdens de verkiezingen. Het werd hen goed op het hart gedrukt niet tussenbeide te komen, ze moesten optreden als waarnemers, geenszins als arbiter.

De waarnemers moesten dan ook machteloos toezien hoe op vele plaatsen zwarten verplicht werden hun stembrief in een welbepaalde bus te steken. Aangezien het grootste gedeelte van die mensen niet kon lezen werd er op die bepaalde “democratische" stembus een kleur of een bloem aangebracht.

Op 5 juni 1960 slaagde Lumumba erin een eerste muiterij onder de militairen te voorkomen in het Leopoldkamp (Leopoldstad) door iedereen in één klap met  één graad te bevorderen. Op dat ogenblik bestonden er dus in heel het leger geen gewone soldaten meer !

Een paar weken later, precies op 23juni 1960, werd Joseph Kasa-Vubu aangesteld als president en Patrice Lumumba als eerste minister. De officiële benoeming, die gepaard zou gaan met groots opgevatte feesten, werd vastgesteld op 30 juni 1960, dag van de onafhankelijkheidsverklaring.

Ondertussen was de onrust bij vele blanken ten top gestegen. Hoe zou dit aflopen? Zouden de negers elkaar uitmoorden? Hiervoor waren wij toch ook verantwoordelijk ? Zou  de massa zich niet gaan richten tegen de blanken? De magische kracht van de blanke was nu gebroken, zou daar geen misbruik van gemaakt worden?

Wat had men op internationaal vlak beslist? We waren er immers van overtuigd dat de grootmogendheden aan de touwtjes trokken en zich niet bekommerden om het leven van die enkele blanken in Kongo. Amerika was geïnteresseerd maar anderzijds hadden verschillende vooraanstaande zwarten een opleiding genoten .... lees ietsjes verder via pdf een 6 tal blz

klik op de afbeelding ...

Info

Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur.
Een auteur van een programma kan de namaker van zijn werk strafrechtelijk laten vervolgen, maar dat kan alleen als het namaken kwaadwillig of bedrieglijk is gebeurd. Niet alleen de namaker is strafbaar, ook wie namaakprogramma's voor handelsdoeleinden verkoopt, in voorraad heeft voor verkoop of invoert in België, overtreedt het auteursrecht.
Delcol Martine