Kolwezi.

1978

Kolwezi 1978

Special Kranten Kolwezi 1978

Dankzij het ontvangen van fotos van Kolwezi 1978 kan U een exclusieve reportage lezen en video bekijken over de evenementen van Kolwezi 1978
Al deze artikels zijn verschenen in kranten of tijdschriften en zijn me toegestuurd per e-mail waar mogelijk heb ik de bron weergegeven. Gelieve mij te contacteren indien het artikel niet conform is met de auteursrechten

Herkansing voor Zaïre

(Het Nieuwsblad 28/9/19784/10/1978)

In de vrede van zijn geboortestreek wacht Mobutu op het grote mirakel MarieAntoinette krijgt een praalgraf van 400 miljoen.

van onze verslaggever

GBADOLITE Ik ben hier gisteravond aangekomen, na een vlucht van drie uur over het gesloten evenaarswoud. Kinshasa ligt 1.200 km ver. Dicht in de buurt vloeit de Ubangi, de rivier die de grens vormt met het CentraalAfrikaanse keizerrijk van  Bokassa. Dit meest noordelijke punt van Zaïre was  tot voor kort en vergeten, vochtige streek, met dor pen die slechts uit enkele hutten bestonden. Maar ooit heeft Mobutu hier geleefd als een kleine jongen. Hij heeft er zijn wortels, zijn familie, zijn stam. Hij vond er zijn vrouw, MarieAntoinette, de sterke figuur van zijn regime, die hem soms matigde in zijn uitvallen, en vorig jaar stierf. Een verlies voor het, hele land. Mobutu is sindsdien, meer dan ooit, een eenzaam man. Hij is teruggekeerd naar het dorp van zijn jeugd en van  zijn moeder. Hij komt er steeds vaker, wanneer hij de wanhoop van de hoofdstad en de kwelling van de staatszaken wil vergeten. En omdat hij niet kan leven zonder de apparatuur die een staatshoofd nodig heeft, werd het dorp omgetoverd in een stadje.

In het hart van het woud I werd een vierkant uitgehakt, een vliegplein in rode aarde, en is er ruimte gemaakt voor een residentie, een kerk, een bank, een postkantoor, een zendstation. En ook voor een grootse kapel met een praalgraf, die straks met internationaal vertoon wellicht komt de echtgenote van Jimmy Carter zal worden gewijd door de plaatselijke zwarte jezuïetenbisschop, want het stoffelijk overschot van MarieAntoinette wordt er dan bijgezet. Zo wordt Gbadolite een soort van pelgrimsoord van het regime, een heilige plaats, waar de president zien een haast religieuze wereld opbouwt van symbolische bindingen, illusies, euforische verwachtingen.

De aankomst op het vliegveld met de ene gammele barak doet ouderwets en brousseAfrikaans aan. Als we het plein verlaten, valt de avond. De weg naar het stadje is eerst nog een smalle piste doorheen het woud, met aan weerszijden hutten waar vuurtjes branden en gehurkte mensen zacht zitten te praten te midden van kleine slapende geiten. Als de piste een weg wordt met twee vakken, zijn we meteen in het centrum van de agglomeratie, en daarachter ligt de residentie van het staatshoofd: een laag, modern paleis, met een interieur van Italiaans marmer, kostbaar hout en zware koperen kunstversieringen. Het onthaal is dat van een hofhouding, het protocol ligt geruisloos bij jonge, correcte adjudanten.

Wij hebben de avond gevuld met gesprekken. Aftastende vragen aan Zaïrese officiëlen, die om de problemen heen praten, maar hun ellende om de ineenstortende niet kunnen verbergen. Gesprekken ook met de OostVlamingen en de Vlaamse Brusselaars van de Alexanderploeg, zo genoemd naar de firma die het praalgraf bouwt; ruige mannen die een dikke boterham verdienen met dit leven inde hitte, het stof, de verveling en de miserie om de grondstoffen die niet tijdig geleverd of gestolen worden. Vragen  naar de kostprijs van het mausoleum blijven onbeantwoord. Maar Zaïrezen zullen iets later, trots en naïef, gewag maken van vierhonderd. Ook in het westen zijn er marmeren paleizen naast krottenbuurten.

Het is altijd zo geweest, waar mensen naast elkaar leven. Het Parthenoon en de Griekse slaven, de middeleeuwse kathedralen en de pest in de steegjes, het Witte Huis en de zwarte slums van Washington. Maar hier, in dit land met zijn niet te stillen honger naar de meest elementaire ondersteuning, doet het praalgraf toch pijnlijke vragen rijzen. Mobutu zelf voelt het zo aan. Hij heeft laten weten dat daarmee het tijdperk afgesloten wordt van de prestige projecten, zoals het Wereldhandelscentrum en het Tvstation te Kinshasa, .die de Franse promotors schandalige woekerwinsten bezorgden.

Zonder matras

De tegenstelling tussen wat de macht uitstraalt en wat de kleine man ondergaat, heeft ons echter pas deze ochtend naar de keel gegrepen. Wij zijn gisternacht uit Gbadolite weggereden in de Landrover van een jonge Waalse arts, die ons de gastvrijheid bood van zijn woning, op een heuvel vlak bij de Ubangirivier, op 26 km van de residentie. De piste lag slecht. Ze wordt niet meer onderhouden en soms gapen openingen, waarin een jeep kan wegzinken. Het regende en in het onweer plonsde de wagen van kuil tot kuil en werd het woud, achter het hoogopspattende water dat ons verblindde, tot een rode hel.

In de ruime woonst hebben wij een stuk van de nacht zitten praten over het werk van een arts in Zaïre, en deze ochtend hebben wij het ziekenhuis bezocht, dat op een kleine afstand van de dokterswóning ligt. Tien paviljoenen, gebouwd in de koloniale tijd, in de bruinrode baksteenstijl van de missieprocuurs. Een honderdtal zieken. Een medische uitrusting die ook uit de koloniale tijd dateert. Zalen waarin de ziekenbedden soms geen matras hebben. De dokter kan enkel steunen op één Vlaamse zuster die ook vroedvrouw is. Met hun tweetjes dragen zij de hele infrastructuur, de verzorging, de administratie, de bevoorrading.

Zij moeten soms drie, soms zes maanden wachten op de bestelde geneesmiddelen. De overheid laat de gebouwen verkrotten...

Ik ben daarnet gaan wandelen naar de rivier. Het landschap ligt er breed open. Nabij een vissersdorp drijven wat prauwen. Het is hier vredig en de mensen leven er als bevoorrechten: vlak bij water is er geen honger. Maar enkele kilometers dieper het land in, begint de ondervoeding. Ontbreekt reeds de medische minimum structuur. Als dat de toestand is in de streek van de president, moet het elders nog erger zijn. En het is erger. In Shaba waar de Zaïre ontspringt, bedreigt een totale ontreddering het mijngebied, de slag er van de economie, en in de BenedenZaïre waar de stroom de oceaan nadert, heerst hongersnood. Tussen beide uitersten vecht een handvol blanken en een handvol zwarten tegen ziekten, kindersterfte, bijgeloof op het gebied van de hygiëne, groeiende ongeletterdheid. Mobutu wacht op een mirakeloplossing. En hij verwacht ze voor al van de Belgen.

Alles is hier smokkel en bedrog Van onze verslaggever

KINSHASA Toen Mobutu in de lente van dit jaar niet bij machte bleek de Katangese aanval op Kolwezi af te slaan en een beroep moest doen op buitenlandse militaire hulp, leek zijn regime veroordeeld. De westerse regeringen, die hem tot, dan toe gesteund hadden, dachten bijna hardop aan een opvolger. Vandaag, zes maanden later, is het duidelijk dat de president weer een kans krijgt. In zijn voordeel speelt niet alleen de herinnering aan de eerste zeven jaren van het bewind, toen Zaïre naar de eerste rangen drong in Afrika, maar ook de vrees voor het onbekende: wat komt er na Mobutu ? Niemand wil een avonturier en een bandiet als de

Katangese generaal Mbumba aan de macht helpen. En de oppositie zorgde nog steeds niet voor een geldig alternatief.

Daarom worden de beleidsfouten van Mobutu thans aan anderen toegeschreven. Voor de catastrofale beslissing om de bedrijven van de blanken 'aan onbevoegde Zaïrezen te schenken, draait de president niet meer op, maar zijn omgeving. Het heet dat Mobutu geen verstand heeft van ekonomie en het slachtoffer werd van de rivaliteit tussen zijn economische raadgevers. Dat hij nu veel van de genaaste bedrijven zeker diegene die niet boven water blijven terugspeelt naar de vroegere Europese eigenaars, wordt uitgelegd als een bevestiging dat hij naar een liberaler beleid streeft.

De president heeft de jongste tijd overigens enkele troeven handig gespeeld. De Duitser Blumenthal die namens de Wereldbank moet beletten, dat de dominante kaste nog verder de deviezen misbruikt om zich te verrijken, kreeg de steun van Mobutu, toen hij onlangs een 'eerste keer in botsing kwam met de profiterende baronnen van het regime, Litho, Bemba, Bomboko. Een positief punt voor Mobutu is ook dat hij zich verzoende met Angola, en dat hij de Belgische regering weer op zijn kant kreeg. Minister Simonet heeft immers openlijk af. stand genomen van de antiMobutu uitval van de socialistische partijvoorzitter Van Miert, en uitdrukkelijk verklaard dat België niet zoekt naar een vervanger voor de president. Mobutu beseft dat het westen hem, als een gehuisde student, laat herkansen Zo ziet momenteel de positie van de generaal eruit. Zij is niet ijzersterk, maar toch steviger dan de toestand in het land. Want daar is de ellende groot...

Bedreigde slagaders

De strijd tegen de ergste plaag de chaos in het financieel beheer van de Staat moet nog beginnen. Van de beloofde Belgische douaneambtenaren en van de aangekondigde Brit op het ministerie van financiën wordt de omzwaai verhoopt, maar die mannen moeten nog alles waarmaken. Intussen verdwijnt het Zaïrese diamant in zo grote mate naar de overkant, naar Brazzaville, dat de republiek Congo een van de belangrijkste diamantleveranciers van de wereld kon worden, ook al vindt men er geen steentje in de bodem. Alles is 'hier smokkel en bedrog. Hetzelfde is waar voor de koffie. Ook daar komt zo veel illegaal over de grens, dat Zaïre niet bij machte is de,. productiequota na te leven: die het op de wereldmarkt kreeg toegewezen.

Het tweede gevaar komt uit Shaba. Sedert de slachting van Kolwezi, die de Europeanen , deed vluchten, is het blank middenkader van de mjnmaatschappij Gecamines niet vervangen. De zwarte directie, denkt dat zij de exploitatie alleen aan, met de hulp van wat hogere blanke technici. Maar de gevolgen zijn rampzalig. De elektromotoren worden niet meer hersteld. Er is geen planning meer. Er is geen ertsreserve. Wanneer de Wereldbank, die haar miljarden slechts besteedt tegen de waarborg van een goed lopende operaproductie; naar de politiek van Gécamines informeert, is het antwoord zo onbevredigend, dat McNamara deze week een waarschuwende brief heeft gestuurd naar Mobutu.

Gécamines kan het productiepeil niet handhaven. Tussen Kolwezi en Matadi steekt er veel minder koper in de pipeline dan in normale periodes. De commercializatie loopt eveneens scheef. De Zaïrezen leggen de schuld op het transport, maar de oorzaken van .het falen lijken veeleer bij de producent te liggen. Kolwezi heeft een blank middenkader nodig. Maar de vreemdelingenhaat is niet gering. De zwarten nemen het de Europeanen erg kwalijk, dat die ten tijde van de inval gevlucht zijn. Zelfs de zwarte bisschop zou strenge woorden hebben gesproken over zijn blanke missionarissen. Maar als Gécamines ineenstort, valt de hele Zaïrese economie in gruizelen.

In het onderwijs blijft het peil dalen. Mobutu heeft zopas een directiefunctie gegeven aan een blanke pater, en de kerk kreeg weer macht over de scholen. Maar het tekort aan geschoold onderwijzend personeel, aan didactisch materiaal en schoolgebouwen, is nijpend. In de voorbije zomer namen 40.989 finalisten van het secundair onderwijs deel aan het staatsexamen, een maturiteitsproef die beslist of zei naar de universiteit mogen. Slechts 7235 behaalden de vereiste 60 t.h. van de punten. Hoogleraren vertellen trieste anekdoten over de intellectuele bagage van studenten, die na één jaar universiteit niet de vergelijking kunnen doorstaan met een leerling van het Belgisch lager middelbaar onderwijs.

Ziekten

Ook de gezondheidszorg gaat verder achteruit. In de kolonie stond de medische infrastructuur model voor heel Afrika. Nu is Zaïre teruggezakt tot. het peil van de buurlanden en : daalt het zo snel verder af, dat. het over een vijftal jaren er slechter aan toe zal zijn dan; Angola, Mozambique en Congo. Dr. J. F. Ruppol, hoofd van de medische sector van de Belgische coöperatie, die de lijken van Kolwezi identificeerde, de , strijd tegen de cholera organiseert en tot de merkwaardige. Zaïrekenners behoort, vertelde ons dat er ieder jaar tienduizenden kinderen sterven aan mazelen, malaria, tering, ondervoeding, en dat nu ook de slaapziekte weer gevaarlijk opdringt. De geneeskunde kan niet meer op zichzelf worden gezien, zei hij ze is nu een deel van een groter herstelplan dat de economie, de landbouw, het vervoer en het onderwijs omvat.

De koopkracht van de bevolking daalt nog steeds. Een arbeider in openbare dienst verdient per maand 30 Zaïre in Kinshasa en 20 Zaïre in het binnenland; een staatsambtenaar die het baccalaureaat behaalde, krijgt 80 Zaïre. Op de illegale markt is één Zaïre 8 B.Fr. waard; op de officiële markt staat één Zaïre 39 B.Fr. genoteerd, maar dat zegt niet zoveel. Duidelijker is dat een kip 8 Zaïre kost, een ZuidAfrikaanse appel één Zaïre, een zak rijst van 60 kilo zestig Zaïre, een zak maniok 45 Zaïre. In de privé'equator .liggen de_ lonen hoger. Een typiste kan er bruto ruim honderd Zaïre per maand verdienen. Maar in de stedelijke agglomeraties vindt slechts een klein percent van de bevolking werk.

Het leger geraakt niet gesaneerd. De soldaten worden met grote vertraging betaald en brandschatten de geterroriseerde bevolking. Nietweinige officieren verkopen voor eigen profijt de militaire brandstof en andere legergoederen op de vrije,. markt. De gevechtswaarde van de troepen is zeer gering. In Shaba treden de soldaten brutaal op tegen de gevluchte Lunda's die, onder beschutting van de amnestie, naar hun dorpen terugkeren.

Toch vertrouwen?

Tegen dat grauwe decor zijn t, enkele gunstiger tekens waar, neembaar. Dat. de Belgische regering Zaïre niet loslaat, heen het vertrouwen enigszins hersteld. Europese zakenlieden die nog onlangs van zins waren de boeken te sluiten en te vertrekken, houden nu vol. Zij rekenen ermee dat de economie over enkele jaren voldoende verbeterd zal zijn, om weer winst te kunnen maken. Het treft ook dat de Portugezen terugkomen Zij kunnen de kleine en middel n grote handel doen opleven. Zij zorgen ervoor dat de zwarte bevolking bevoorraad wordt tegen redelijke prijzen. Nogueira, de godfather van de Portugese middenstanders in Zaïre, verstrekt krediet aan zijn zwakkere landgenoten, die handelsrisico's aanvaarden in de brousse.

De Belgen staan, zoals altijd, midden in die Zaïrese wereld van miserie en verwarring. Ze zijn numeriek verslankt meer dan 25.000 zullen er wel niet zijn. Maar, hun greep op het land blijft groot. Blumenthal heef.t zich laten ontvallen, dat de belangrijkheid van de Belgische invloed hem verbijsterd heeft. Die aanwezigheid en thans ook de wens van de Zaïrezen om hun lot in de handen van de Belgische helperindenood te leggen, houdt het gevaar .in dat als het misloopt België weer de zondebok zal zijn. Daarom overheerst hier in Kinshasa bij de Belgen, die zich voor Zaïre inzetten, de mening dat men wel moet helpen, maar toch enige afstand moet bewaren. Men wil meer toezicht op de aanwending van geld en  mensen, betere voorstudies voor de projecten. Het is een taak die onbaatzuchtige deskundigen vereist en in de Belgische coöperatie zijn er zulke mannen. Er zijn er ook andere. En er zijn de affairisten, die Zaïrezen, omkopen om straffeloos het land te mogen uitzuigen, Ook dat is geen fraaie bladzijde in de geschiedenis van onze relaties met Afrika. Het legt, bij alle andere schuldenlasten, een hypotheek van immoraliteit op onze aanwezigheid hier. Maar welke regering is sterk genoeg om het deksel van deze aalput te lichten?

De terugkeer van de blanke chef

KINSHASA Nooit voorheen, in de achttien jaren van zijn onafhankelijkheid, is deze staat zo hulpeloos geweest, zo onmachtig, zo ontdaan van alle weerbaarheid. Vlak na de overdracht van de soevereiniteit waren er weliswaar de muiterij, de Katangese secessie, de stammenoorlogen. Maar toen kon nog worden gedacht aan een kinderziekte van de zelfstandigheid. Toen flikkerde nog de hoop dat de nieuwe generatie het geleidelijk wel zou aankunnen. Die hoop werd echter niet bewaarheid.

En vandaag beleven wij het dieptepunt. Nergens is nog iets te bespeuren van de oude trots, de arrogantie waarmee de blanken werden uitgeschakeld en genegeerd. Notabelen van het regime, hoge ambtenaren gaan bijna letterlijk op de knieën zitten, en smeken om assistentie. Zij stemmen in met de voorwaarden van de buitenlanders, nog vóór die geformuleerd zijn. Zij duwen de verantwoordelijkheid, de beslissingsmacht naar de blanke toe. Het gaat niet meer. Dat is het Leitmotiv. De redding moet nu van buiten komen.

Zaïre heeft de bladzijde van het « do it yourself » omgedraaid. Gedaan met de « zaïrisatie» die het blanke bezit aan zwarte particulieren toevertrouwde. Gedaan met de «radicalisering» die dat bezit van de onbekwame, nieuwe. eigenaars afnam om het te laten naasten door de al even onbekwame staat. Het is nu de tijd van de «rétrocession ». De teruggave. Niet alles keert terug naar de oude bezitters. Waar het bedrijf goed draait, houdt men het vast. Maar de ondernemingen die, beroofd van hun blank beheer, op weg waren naar de ondergang, keren nu haastig naar de vroegere bazen terug.

Machtige firma's met tienduizenden hectaren voor veeteelt en landbouw zijn weer blank bezit. Voor hoelang? Zal het regime straks. niet opnieuw overgaan tot de confiscatie, als de voorraden hersteld zijn en het geld weer binnenvloeit? Dat risico bestaat, maar het trauma van de mislukking zit toch wel diep. De Zaïrezen zullen niet zo snel proberen de economie. andermaal en geheel in eigen handen te nemen. Zij weten nu dat management een moeilijke zaak is. De authenticiteit is mogelijk op het stuk van de cultuur en de taal, de kleding en de keuken, maar voor een totale afrikanisering van de economie, het kapitaal en de kaders, is Zaïre niet ,voldoende gerijpt. Dat hebben wij dezer dagen zo dikwijls van 'onze zwarte vrienden gehoord, dat het op de duur haast ondraaglijk werd.

Ostentatief

De machtsafstand blijft niet beperkt tot woorden. De blanke managers komen terug. Ze zijn terug. Het is begonnen met de Belgen Palinck en Goor die, als de grote patrons van het vervoer, de boten weer doen varen en de locomotieven doen rijden. Ook voor de deskundigen van het monetaire beleid worden de bureaus klaar gemaakt. En ditmaal zijn het geen raadgevers meer van zwarte ministers. Ditmaal zullen er geen adviezen worden gegeven, die ongelezen worden geklasseerd. De blanke gaat bevelen. De uitvoering controleren. En sanctioneren. Het heeft het klimaat van de verhoudingen veranderd. De tijd is voorbij dat de blanken probeerden zich te doen vergeten of althans hun best deden om niet op te vallen. In het stadscentrum van Kinshasa staan nu de ambassadeurs van de Westerse staten ostentatief met elkaar te praten, terwijl de limousines wachten., In de hotels lopen blanke militairen in uniform binnen en buiten. In de winkels, bij de distributie van het schaarse voedsel, weigeren sommige blanke vrouwen aan te schuiven niet de zwarten, en krijgen zonder protest weer voorrang, zoals in de koloniale periode. De behoefte die men vroeger voelde om op de recepties van het corps diplomatique zoveel mogelijk zwarten te inviteren, is verminderd. Men organiseert weer, haast onbewust, overwegend blanke party’s. Mobutu laat gebeuren. De blanken hebben, als een van de voorwaarden van het hulpplan, een liberalisering van het bewind geëist. De president interpreteert dat ruim.

Vreemde formalisten mogen oudminister Nguza, die terdoodveroordeeld werd en begenadigd is, thuis opzoeken en er lang mee keuvelen: Minister Outers kan een hele avond doorbrengen met Justin Bomboko, die weliswaar kamerlid is en een. welgesteld zakenman, maar nog niet zo lang geleden in kille ongenade verbannen zat. Overal zie je de Europese zakenlui, de financiers, de promotors, de tussenpersonen, die contracten afstuiten, en zich heel dicht in de omgeving van de Westerse ministersopbezoek weten te dringen, om de eigen privébelangen een forse duw te geven. Westers engagement De president ziet blijkbaar geen andere uitweg om de ek9nomie en zijn regime te redden, dan deze radicale terugkeer van de blanke man. Hij gelooft niet meer dat zijn zwarte raadgevers, generaals en economen, bij machte zijn de staat te besturen. Hij doet vooral aan paleispolitiek, ontvangt iedereen, luistert, knikt, neutraliseert soms weer de toezegging en speelt het oeroude spel van verdeelenheers. Hij ziet ook de internationale dimensie van de blanke terugkeer: in de mate dat de Europeanen zich ingraven in het bestuur van het land geraken de Westerse regeringen meer geëngageerd in Zaïre en zullen zij minder geneigd zijn hem in altijd mogelijke crisismomenten in de steek te laten. Mobutu weet ook dat de Wereldbank, het Internationaal Muntfonds, de Verenigde Staten hem slechts zullen voorthelpen, als zij zeker zijn van de kansen op economisch herstel. En aangezien dat herstel in de eerste plaats afhangt van de aanwezigheid van bekwame blanken, zet de generaal de deur open. Hij zal pro fora nog fronsen, als hij grote macht moet 'delegeren aan een Europeaan, maar hij doet het toch maar. De Zaïrese soevereiniteit is één zaak. Overleven is een andere, en die heeft als nog voorrang. En zolang de Amerikaanse steun, ook om strategische redenen, behouden blijft, zolang Europa kapitalistische belangen heeft in Zaïre, zolang China behaaglijk ronkt om de antiSovjetreflexen van. Mobutu, voelt de president zich ook op het Afrikaanse forum geruggensteund. Hij bereidt zich zelfs voor om straks, als Pretoria het mikpunt wordt van de internationale confrontaties, een actieve rol van bemiddelaar te spelen, liefst met Angola...

Andere benadering

Niet iedereen in de Europese en vooral Belgische. kringen is nochtans zo gerust in deze politiek van overgave en blanke overheersing. De benoeming van Europeanen aan de top kan het ontbreken van blanken in het brede middenkader van de  economie niet verhelpen. In Kinshasa kan men veel rechttrekken, maar inde savanne, de kleine steden van het binnenland, in de mijngebieden, de landbouwplantages, de grotere projecten van de ontwikkelingssamenwerking, moet er c op het veld» worden gepresteerd, en daar schieten de keurige gentlemen van de internationale financiële instellingen uiteraard tekort.

En er zijn nog andere handicaps. Naarmate het dozijn Belgische patrons in de hoofdstad op elkaar ingespeeld geraakt en dat doen ze niet onaardig groeit een Belgische braintrust die over veel reële macht gaat beschikken. Dat kan geleidelijk de reeds bestaande wrevel en rassenhaat van de jongere politieke en technocratische elite die niet akkoord gaat met de abdicatie van de machthebbers zodanig aanscherpen, dat nieuwe botsingen niet kunnen uitblijven.

Daarom is er een strekking die luidt: België moet meer afstand nemen van het Zaïrese staatsleven, en vooral de ontwikkelingssamenwerking gaan beklemtonen, maar dan wel een samenwerking die niet gezien wordt als hulpverlening op korte termijn, maar ingekapseld wordt in het wereldkader van de grondstoffenpolitiek, de internationale arbeidsverdeling enz.

Het departement van Ontwikkelingssamenwerking wordt, aldus opgevat, een heel belangrijk ministerie. Zo heeft minister Outers het blijkbaar ook begrepen. Hij werkt zeer hard en wil Zijn departement gelijkwaardig maken aan Buitenlandse Zaken en belangrijker dan Buitenlandse Handel. Maar dat is een andere geschiedenis. En intussen zitten onze comparanten met de neus_op de rottende miserie van Zaïre.

Hulp moet economischer worden

KINSHASA In deze miljoenenstad wordt de bevolking slecht gevoed. In het binnenland is er ook vaak ondervoeding, maar daar zijn toch nog altijd de vruchten van het veld en van de bomen, het kleine wild, de vis in de rivier. De grote, grauwe agglomeratie heeft geen grond voor tuinbouw, geen eetbare fauna. Er is weliswaar de stroom, maar de vis is duur, als er zovelen moeten van leven. Niet ver van de hoofdstad ligt het land al zo lang droog 'en heerst de hongersnood. Voor het weinige voedsel in Kinshasa worden woekerprijzen gevraagd.

De Belgische coöperatie is aan dat crisisprobleem niet voorbijgegaan. Zij heeft voor honderd miljoen frank voedsel gekocht en is nu bezig met de verdeling, in het kader van het zg. urgentiehulpplan. Het hoofd van de economische sectie in Zaïre, Dirk De Smet, een jonge Vlaamse econoom en oudleerling van prof. Vlerick, heeft er zijn werk van gemaakt. Met eindeloos geduld en grote nauwgezetheid heeft hij de operatie op touw gezet. Het eten kopen en invoeren vormde geen probleem. De moeilijkheid zat in de distributie. Hoe beletten dat de producten, gekocht met het geld van de Belgische belastingbetaler, zouden aanbelanden bij verdelers die de pakketten direct op de illegale markt tegen schandaalwinsten zouden hebben verkocht?

De Smet maakte een lijst op van de firma's, die voor de verspreiding in aanmerking kwamen. Hij stelde een veto tegen de bedrijven eigendom van de baronnen van het regime die berucht zijn om hun onbetrouwbaarheid aanvaard. Het voedsel werd opgedeeld in kleine pakjes en dan tegen redelijke prijzen te koop geboden in de erkende verdeelcentra, telkens tijdens een korte periode van ongeveer een uur, om te beletten dat dezelfde personen tweemaal of meer zouden aanschuiven in de rijen der wachtenden.

Ik heb zo twee verdelingen bijgewoond. De eerste gebeurde in een warenhuis, waar pakjes werden verkocht, die sardientjes, cornedbeef, suiker en melkpoeder bevatten. De tweede ,verliep in een van die grote, open winkelruimten van de Cité, die veel weg hebben van een Arabische caravanserail. Daar konden de kooplustigen een pak met drie ingevroren kippen aanschaffen. In beide gevallen schoven enkele honderden zwarten aan, meestal huisvrouwen, en de verkoop gebeurde vlot. Alle ondervraagden zeiden dat het voedsel nodig hadden voor hun gezin, en het niet zouden verder verkopen. Eén enkele man gaf toe, dat hij het pakje voor het dubbele van de prijs ging doorverkopen, en met de opbrengst wat anders kopen voor zijn kinderen.

Economisch

Dirk de Smet is tevreden met het resultaat. De operatie brengt honderden tonnen maïs, arachiden, vis en vlees onder de bevolking. Het voedsel komt direct bij de gewone verbruiker terecht, die het tegen een prijs koopt die driemaal en soms viermaal lager ligt dan de prijs op de illegale markt. De Smet vat de werking van de coöperatie strikt economisch op. Zijn projecten worden steeds ingeleid door een grondige, wetenschappelijk gemotiveerde voor studie. Een methode die tot nog toe wel wat verwaarloosd werd in de Belgische ontwikkelingssamenwerking, wat mede de spectaculaire mislukking van sommige prestigeprojecten verklaart. De Smet mikt vooral op het multiplikatieeffekt. Zo koopt hij voor veertig miljoen frank kapmessen en machetes en verkoopt die, steeds tegen matige prijzen, onder de agrarische bevolking op het platteland, waar ze aan vele duizenden werk verschaffen, want in de meeste landbouwbedrijven worden alleen diegenen aangeworven, die zich met een werktuig aanbieden. Een andere keer kocht De Smet voor twee miljoen frank wisselstukken voor buitenboordmotoren: op die manier maakte hij zestienduizend prauwen operationeel, waarmee de kleine man aan visvangst en transport op de stroom doet.

De aanpak van deze Vlaamse ambtenaar, die met zijn adjunct P. Avontroodt zeer doelmatig presteert, wijst de goede richting aan. De coöperatie moet afstappen van de improvisatie en de slecht voorbereide hulpverlening op zeer korte termijn. De heroriëntering moet haar plaats krijgen in een fundamenteel nieuwe aanpak van het samenwerkingsbeleid. De publieke opinie in ons land heeft slechts een vage voorstelling van wat dat beleid betekent. Er wordt nogal eens gedacht dat Zaïre zeer rijkelijk bedeeld wordt met overheidsgeld. Dat is niet zo. Zaïre krijgt dit jaar 3,9 miljard frank. Vijftien jaar geleden kreeg het 3 miljard frank. In koopkracht is het bedrag dus sindsdien fel verminderd. En in die uitgave voor Zaïre steekt al direct 1,6 miljard frank voor Belgische personeelskosten, 730 miljoen frank voor de openbare schuld en 245 miljoen frank voor Belgische scholen, zodat er uiteindelijk niet zo veel overblijft voor rechtstreekse, daadwerkelijke steun aan de zwarte bevolking. Het komt er dus bij voorrang op aan, de karige fondsen efficiënt te besteden op het terrein.

Blijvende taak

Het westen zal nog vele, vele decennia de Afrikaanse ontwikkelingslanden moeten helpen. Wij zullen die opdracht waarschijnlijk in hoofdzaak in Zaïre vervullen. Het is een taak op lange termijn. Zij zal de generaties overspannen en de regimes overleven. Generaal Mobutu mag momenteel herkansen. Maar wat de uitslag van deze nieuwe proeftijd ook moge zijn zowel buitenlandse als interne factoren spelen hier een rol en er tellen ook heel wat onbekenden mee de miserie van de zwarte bevolking, waar het toch echt om gaat, zal niet zo spoedig gelenigd zijn. Daarom zal de ontwikkelingshulp, met haar implicaties op het gebied van de internationale en Belgische arbeidsverdeling, een van de constante bestanddelen van onze politiek blijven.

Over die ontwikkelingspolitiek wordt niet beslist in Zaïre, maar in ons land. Op dit ogenblik, vooral door het kabinet van minister Outers en het Algemene bestuur voor ontwikkelingssamenwerking. Dat stelt het probleem van het beleid van Outers en zijn omgeving. Van een politiek die de Vlamingen op meer dan een punt heftig en terecht ergert. Maar dat is een dossier, waarover we verder praten als we weer thuis zijn.

Manu RUYS