Kolwezi.

1978

Kolwezi 1978

Special Kranten Kolwezi 1978

Dankzij het ontvangen van fotos van Kolwezi 1978 kan U een exclusieve reportage lezen en video bekijken over de evenementen van Kolwezi 1978
Al deze artikels zijn verschenen in kranten of tijdschriften en zijn me toegestuurd per e-mail waar mogelijk heb ik de bron weergegeven. Gelieve mij te contacteren indien het artikel niet conform is met de auteursrechten

Het ongelooflijke overlevingsverhaal

Dit is het gruwelijke verhaal van de Belgische Mevrouw Radoux die betrokken was bij een massale slachtpartij te Kolwezi, waar de zwarte opstandelingen 39 mannen, vrouwen en kinderen uitmoordden in Kwartier P 2 van het Zaïrese leger. Zij was de enige overlevende. Haar driejarig dochtertje werd gedood. Haar man en haar vijfjarig zoontje konden als bij wonder ontsnappen. Meer dan 21 uur lang heeft zij zich verborgen gehouden onder de stapel verhakkelde lichamen van de andere slachtoffers. Haar story doet onwillekeurig terugdenken aan een gruwelverhaal, dat men enkel kan toeschrijven aan de sadistische fantasie van een krankzinnig auteur. In Kolwezi was het - anno 1978- werkelijkheid.

De dolle woensdag

«Veertig blanke burgers waren vanuit de nabijgelegen Aeroclub door soldaten van bet zaïrese leger (de F .A.Z. - Forces Armées Zairoises) binnengebracht in het kazerneblok P.2.

Het enige gebouw aan de rand van de nieuwe cité dat nog bij Mobututroepen onder controle was.

Het was de vijfde dag - woensdag 17 mei-" nadat de rebellen Kolwezi waren binnengevallen. Er waren radioberichten geweest over aanstaande reddingsoperaties en de mannen, vrouwen en kinderen wachtten gelaten op het ogenblik dat men hen met helikopters zou komen evacueren. Ze zouden worden overgevlogen naar Lubumbashi, ,zo was hen beloofd. Als 'n kudde schapen droegen ze hun lot in gelatenheid. Buiten werd het schieten steeds feller. Het was lange uren .ondraaglijk stil in de barak. Niemand sprak  een woord,  maar men voelde de dreiging.

Dit duurde ongeveer twee uur. Men dacht dat de aanval van rebellen was afgeslagen.

Plots hoorde men het indringende gehuil van de «Tijgers» zoals de opstandelingen zichzelf noemen Jonge mannen van ongeveer zestien jaar, met zware wapens in hun handen. Wapens van Amerikaanse, Israëlische en Duitse makelij. Ze zijn gekleed in groengevlekte uniformen en noemen elkaar «Companero, Kameraden» Men hoort ook flarden van kreten in het Frans en Cubaans.

Overval

Een twintigtal “tijgers” stelt zich op als executiepeloton nadat de kazerne omsingeld is. Een aantal aanwezigen in het blok beginnen te roepen – wij zijn Europeanen en vragen de tijgers niet te schieten. Twee ingenieurs, belangrijke specialiste, voor de mijnen, Claude X en Yvan Y, doen de deur open om met de aanvoerder van het groepje rebellen te onderhandelen.

Maar amper zijn ze het gebouw uit of ze worden. Meedogenloos neergeschoten. Dit betekent het signaal voor een. onmenselijke slachtpartij. De rebellen mitrailleren door de opendeur en vijf mannen vallen onder kogelregen. Ikzelf hield mijn kinderen onder mijn armen, maar mijn dochtertje Fabienne van 3 jaar werd in de hartstreek geraakt en was op slag dood. Ikzelf voelde een stekende in pijn in mijn hand en voet. Ik viel neer.Iedereen schreeuwde     en huilde en probeerde te vluchten. Maar de bloeddorst van de «Tijgers» scheen nu pas voor goed aangewakkerd. Ze .verspreidden zich in het gebouw en schoten op elk levend wezen. Drie zwarte boys die bij ons waren gebleven werden eveneens onder mijn ogen omvergeknald. Buiten hoorde men opstandelingen roepen, dat iedereen het gebouw moest verlaten.

Mijn man was er in geslaagd samen met mijn vijfjarig zoontje Jean-Brice weg te vluchten. Ik hoorde hem nog roepen, dat hij hulp voor mij zou halen, maar zag toen pas dat hij aan zijn enkel gewond werd en hij diende zich voort te slepen. Ik was er op dat ogenblik van overtuigd, dat ik hen nooit meer zou terug' zien. Later hoorde ik dat hij had kunnen vluchten tot in het hospitaal, waar hij vrij snel verzorgd werd door een Belgische chirurg, dokter Himmer.

Alleen met de dood

Ikzelf was weggekropen onder de houten banken en tafels. Alles droop van het bloed. Ik was gekwetst aan mijn rechtervoet bij de smak die ik maakte, toen ik gek van angst als een rat in een .val dacht te moeten sterven. Ik lag verborgen onder een bank, waar de verhakkelde lijken van vrienden en bekenden uit de stad mij aan het gezicht van mogelijke nablijvende rebellen onttrokken.

Ik hield me stil, maar geloofde er niet in dat ik nog ooit levend uit deze verschrikking zou komen.

Buiten hoorde ik nog voortdurend schieten en toen het vuren ophield wist ik niet wat mij te doen stond. Ik durfde het risico niet lopen dat ze mij nog zouden vinden. Anderzijds durfde ik bijna niet te hopen dat mijn man en zoontje werkelijk ontsnapt waren en mij zouden komen zoeken. Ik wist zeker dat zij doodgeschoten waren. De angst en de afkeer maakten zich van mij meester en ik waande mij in een nachtmerrie waar ik nooit meer levend zou uitkomen.

De uren kropen tergend traag voorbij en ik dacht dat ik veroordeeld was om hier te sterven. Ik leed brandende pijn in mij en mijn hand die een open wonde had. Ik had trouwe veel bloed verloren. Het ongeveer 15.30 geweest zij ik mij verstopte. Tegen de avond waren ook enkele zwaar gewonden in de kamer gestorven. Ik heb mij gedurende bijna 24 uur niet bewogen.

Gered

Naarmate de uren vorderden voelde ik ook de honger en de dorst knagen. 's Nachts werd het erg koud. Toen ik me tijdens die akelige nacht bewust werd van het feit dat iedereen op en naast mij dood was. werd ik overvallen door panische huiver.

Ondertussen werd mijn man die uit verschillende wonden erg veel bloed verloren had en in het hospitaal verzorgd werd. ook radeloos. Hij wilde me komen zoeken. maar het bleek onmogelijk om de stad te doorkruisen. Tegen de middag van de volgende dag aan kon een chirurg een «bevriende.. Tijger overtuigen om terug te gaan naar de “dodenkamer”.

De kamer zag er uit als een abattoir. zei de dokter later. Toen men mij terugvond wist ik niet wat mij overkwam. Ik voelde me half verdoofd. maar was er mij toch van bewust dat er een wonder gebeurd was. Ik was aan de dood ontsnapt. Men nam mij onmiddellijk mee naar het hospitaal. waar men zich genoodzaakt zag mijn voet en mijn gewonde duim te amputeren. Mijn man heeft een dubbele fractuur aan de enkel en een dijbeenbreuk die door een kogel werd veroorzaakt.

Het is wonderbaarlijk dat we gered zijn. De anderen zijn gedood in een krankzinnige massamoord. Op het ogenblik van de slachting gaf luitenant-generaal Mbumba der rebellen het bijna laconieke communiqué uit dat de veiligheid van de Europeanen zou verzekerd worden.

Opeten met pili-pili

Wat wij hebben meegemaakt zullen we nooit kunnen vergeten. We zijn twee dagen omringd geweest van dood en vernieling en van grenzeloze beestachtigheid. Overigens gaan de soldaten van het Mobutu-leger ook niet vrijuit. Toen ze ons samengebracht hadden om op onze evacuatie te wachten, richtten ze, om zich te amuseren, hun geweren op ons en dreigden ons één voor één te zullen neerschieten om ons «op te vreten met pili-pili».

Na die verschrikkelijke dagen hoorden we plots vliegtuigen en schieten in de stad. Wij hoorden bevelen in het Frans. De para's waren geland. Zij riepen dat alle Europeanen buiten moesten komen met hun armen in de lucht. Toen zij in het ziekenhuis kwamen zijn we hen om de hals gevlogen van geluk. Ik heb geweend van verwarring, schrik en geluk tegelijk.»