Manu Ruys

De verliezers

Logo Congo-1960

Kolwezi Mei 1978

Kranten 22-05-1978

Operatie-Kolwezi is voorbij. De regering heeft, in uiterst delicate omstandigheden, de onvermijdelijke beslissing getroffen en ze behoorlijk doen uitvoeren. De wijze waarop premier Tin­demans is opgetreden en de toedracht van de gebeurtenissen aan het land heeft uitgelegd, verdient lof. Maar daarmee is de zaak niet afgedaan.

Er is vooreerst de verschillende benadering, waarvan de Franse en Belgische regeringen hebben blijk gegeven. Dat de Franse para's met een oorlogsopdracht naar Zaïre zouden gaan, stond van de eerste minuut vast. Het was Giscard niet alleen te doen om de redding van mensenlevens, maar ook en vooral om een operatie tegen de invallers, die in Zaïre en elders zou aantonen dat alleen Frankrijk de republiek daad­werkelijk in stand houdt. De Belgische regering is angstvallig blijven beklemtonen. dat het haar enkel te doen was om een humanitair ingrijpen, en dat Zij geen partij koos in de strijd tus­sen de Frans-Zaïrese coalitie en de Katangese soldaten. Dat aspect van de kwestie houdt rechtstreeks verband met de vraag, wie in Zaïre op economisch gebied het beslissende woord gaat spreken: Brussel of Parijs. Die vraag lijkt nu wel beantwoord.

Er is een tweede aspect. De militaire operatie gelijkt in die zin op de Marokkaanse hulpactie van maart 1977, dat de invallers ook thans niet vernietigd werden, maar in de savanne kon­den verdwijnen naar hun Angolese basis. Een derde invasie blijft dus tot de mogelijkheden behoren. Althans wanneer er geen verandering komt in de gegevens van het Zaïrese vraag­stuk. En welke veranderingen kunnen er worden verwacht? Het drama van Kolwezi werd weliswaar veroorzaakt door de inval, maar deze laatste is uitgelokt door het gezagsvacuüm in Shaba en in de rest van Zaïre. Hoe kan dat vacuüm worden gevuld? Er kan nog nauwelijks worden gesproken van een Zaï­rese staat. De elementaire waarborgen inzake orde en veilig­heid, die men van een Staat mag vergen bij het sturen van des­kundigen, ontbreken. België zelf kan die waarborgen niet ver­lenen. Het kan niet overal waar Belgen werkzaam zijn, permanent soldaten in garnizoen leggen. Simonet heeft dat gisteren expliciet erkend. Het gevaar van een inval of van massale geweldplegingen bestaat trouwens niet alleen in Shaba. Er zijn onlangs bloedige onlusten geweest in Bandundu. Morgen kan het vuur oplaaien in Kwilu, in Kasai, nog elders. De sponta­ne uitbarsting van het gewone volk in Kolwezi wijst uit dat de blankenhaat virulent overal aanwezig blijft.

De vooruitzichten voor de samenwerking zijn dus somber.

Toch zal men de activiteit in de koperprovincie moeten herstel­len. Het is de slagader van Zaïre en een belangrijk gebied voor de wereldeconomie. Hoe en onder welk gezag kan opnieuw worden gestart? De tragedie van Kolwezi toont aan dat Mbum­ba, de aanvoerder van de Katangezen, niet terugdeinst voor een slachting onder de blanken. De reputatie van racisme die hem vergezelt, lijkt dus correct te zijn. Als alternatief voor het huidige regime schrikt hij al Maar kan Mobutu zich op ter­mijn nog handhaven, na deze nieuwe uiting van machteloos­heid? Hij lijkt volledig voorbijgestreefd

Wellicht komt er een inter-Afrikaanse legermacht; om het strategische kopergebied te bewaken? De Amerikanen die thans toch wel geschrokken zijn, en de Fransen zouden samen in die richting denken. De bijkomende vraag is dan, of het contingent zal worden geleverd door pro-westerse Afrikaanse sta­ten, dan wel of de Organisatie voor Afrikaanse .Eenheid zal meepraten

Voor België komt het erop aan 'het geheel van. de samenwer­king met Zaïre opnieuw te evalueren. Simonet zegt dat die samenwerking zal worden voortgezet, maar wil dat de bevol­king klaar wordt ingelicht én over de economische belangen, die (ook inzake onze tewerkstelling) op het spel staan, én over de risico's. De regeringsmededeling van vandaag kan hier reeds enig bescheid geven, en morgen kan het parlement allicht nader verduidelijken' hoe de volksvertegenwoordiging de toekomst ziet?

De toestand evolueert evenwel zeer vlug. Is het nog zo zeker dat morgen, in een Zaïre waar Fransen en Amerikanen het militaire gezag uitoefenen en het economische beleid bepalen,onze Belgische ingenieurs, zakenlieden en coöperanten hun eerste rangsrol kunnen blijven vervullen? Misschien zijn presi­dent Mobutu en de Belgische aanwezigheid in Zaïre de grote verliezers in dit Shaba-drama?

Kranten 22-05-1978

Rebellengeneraal MBUMBA: roofridder zonder ideologie

Hij zou een figuur kunnen zijn uit een slechte racistische roman over Afrika, maar hij bestaat echt: "generaal" Nathanaël Mbumba, chef van de .rebellen die het bloedbad in Kolwezi aanrichtten. Alle pogingen om een ideologische achtergrond te vinden bij de opstanden in Shaba moeten op een of ander ogenblik stranden bij deze man, die waarschijnlijk alleen kan worden vergeleken met een of andere middeleeuwse roofridder of met een Mongoolse oorlogsheer. Mbumba is te onwaarschijnlijk om echt te zijn - maar hij bestaat echt.

Mbumba werd geboren in het koloniale Katanga, kreeg een opvoeding bij Amerikaanse methodisten in Sandoa, en verscheen in het midden van zestig als politiecommissaris in Kolwezi. Daar kreeg hij ­ruzie met de toenmalige provinciegouverneur Manzikala, een man die de naam had erg tegen de leden van de Lunda-stam te zijn.

De Lunda Mbumba belandde in de gevangenis, werd gefol­terd, en vluchtte na zijn vrijla­ting naar de stamgenoten in Angola, waar ook een aantal Katangese ex-gendarmes een onderkomen hadden gevonden.

De Portugezen die in 1967 nog baas waren over dat stukje Angola ontvingen Mbumba met open armen. Zij maakten dankbaar gebruik van zijn ge­zag en natuurlijk organisatietalent dat in opdracht van de Portugese geheime politie vocht tegen het FNLA, de Angolese bevrijdingsbeweging van Mobutu's schoonbroer Roberto Holden.

Na 19 juni 1968 kon Mbumba zich generaal noemen – en werd zijn "nationaal Congolees Bevrijdingsfront" gesticht.

Na de Portugese revolutie van 1974 kreeg Mbumba vijf maanden soldij van zijn vroegere meesters – en ging hij op zoek naar een nieuwe broodheer.

­Tussen de diverse bevrijdingsbewegingen ging zijn voorkeur uiteindelijk naar het linkse MPLA, op aanraden van de marxistische Portugese ad­miraal Rosa Coutinho

Mbumba vond Coutinho omdat ook dat een vijand was van Mobutu. De Portugees was in de koloniale tijd gevangen geno­men door Zaïrese soldaten, geslagen en opgesloten omdat hij tijdens een boottochtje op de Zaïrestroom toevallig de grens was overgestoken...

De troepen van Mbumba speelden een vitale rol tijdens de burgeroorlog in Angola: ter­wijl het MPLA vocht tegen FNLA en huurlingen in het noorden en Zuid-Afrikanen en Unita in het zuiden, bewaakte Mbumba tegen betaling dia­mantmijnen en de omgeving van de hoofdstad Luanda.

Toen later de Cubanen in de strijd ingrepen, gebruikten ook zij de strijdmacht van Mbumba als speerpunt, en als verken­ningseenheid. Angolese solda­ten die dienst deden bij de troe­pen van de ex-commissaris kloegen in die tijd over de on­menselijk harde discipline bij de Katangese ».

Van die discipline bleef nog iets over tijdens de invasie in Shaba van vorig jaar – maar bij de inval van vorige week was het ook daarmee gedaan: Mbumba's troepen waren weer tot het middeleeuwse niveau af­gedaald.

Kranten 22-05-1978

Simonet ontstemd over EG-collega's

Vragen over Franse houding

BRUSSEL, PARIJS, KINSJASA (belga, afp, reuter, upi) ­De Franse parachutisten hebben de laatste verzetshaard in Kolwezi opgeruimd en controleren nu de stad, zo ver­klaarde zondag een woordvoerder van het Franse minis­terie van defensie. Samen met de Belgische para's/kam­den ze zondag nog de buitenwijken v,ah de mijnstad uit op zoek naar Europeanen die eventueel nog gegijzeld wer­den gehouden en pakten ook verzetshaarden rondom de ,stad aan. Donderdag en vrijdag werden er 600 Franse legionairs en 600 Belgische para's boven Kolwezi gedropt.

Noch Belgische noch Franse rebellen maar ook Zaïrese ­woordvoerders konden zondag ­al precieze cijfers verstrekken ­over het aantal slachtoffers die ­de rebellie had geëist en een bericht over 150 gedode Europeanen kon niet worden beves­tigd Wel ziet het ernaar uit dat tenminste 100 Europeanen het leven verloren. Vluchtelingen leek, dat afgelopen weekeinde zegden dat de rebellen aanvankelijk gedisciplineerd gedroegen, later hier en daar Europeanen, en in de ­eerste plaats Fransen, ophaalden en doodden. Sommige vluchtelingen zegden. dat niet al!een rebellen maar ook Zaïrese soldaten Europeanen hadden gedood, dat ook soldaten van Mobutu gedrogeerd leken en plunderingen begingen In Kinshasa zegden diplomaten dat de invasie van de« Katangezen in Shaba voorbij leek, dat afgelopen weekeinde, de rebellen met vele sympathisanten van de Lunda-stam in de richting van Zambia vluchten en dat ze geen enkele belangrijke plaats in Shaba meer handen hebben. Niettemin heeft, president Mobutu de Franse troepen gevraagd nog in Zaïre te blijven.Inmiddels blijven er vragen rijzen over de houding van de Fransen in Zaïre die tot wrijvin­gen tussen de Franse en Belgi­sche regeling heeft geleid. Ter­wijl de Belgische para's dinsdag zullen terugkeren nu hun hu­manitaire opdracht is vervuld hebben ge Fransen aangekon­digd in Shaba te zullen blijven «tot de orde is hersteld ". Uit goede bron werd vernomen .dat Franse legionairs nu, gesteund door Zaïrese Mirages, een colonne van 71 vrachtwagens achtervolgen. waarin troepen re­bellen gevlucht zijn.

«Versteld»

Van zijn kant verklaarde de Belgische minister van buiten­landse zaken Simonet zondag versteld te zijn over de houding van de EG-ministers van buitenlandse zaken die in Denemarken bijeen waren voor een informeel overleg over interna­tionale aangelegenheden, en die verklaard hebben dat ze de uitleg van minister van buitenlandse zaken de Guiringaud over het Franse optreden in Shaba goedkeurden. Minister Simonet zei dat altijd duidelijk is overeengekomen dat dit in­formele overleg geheim is en dat er geen beslissingen kun­nen worden genomen wat de goedkeuring van het Franse optreden dan toch is.

Terwijl de Zaïrese president Mobutu, die zaterdag de door Franse en Belgische para's ont­zette Europese wijken van Kol­wezi bezocht, verklaarde dat de invasie door Cubanen en Russen werd gesteund en geleid zegden zowel vluchtelingen als para's niets van een Cubaanse aanwezigheid te hebben gemerkt.

De Cubaanse regering liet afgelopen weekeinde met klem weten niets met de rebel­lie in Shaba te maken te heb­ben.

Van zijn kant schreef de Afrikaancorrespondent van het Brit­se zondagsblad "The Observer" dat Cuba en de Sovjetunie niets met het Congolese Nationale Bevrijdingsfront (FLNC) te ma­ken hebben doch dat de DDR een honderdtal adviseurs in An­gola heeft die er het FNLC hel­pen opleiden. Legum citeerde geen bron voor dit bericht.

Gijzelaars

Tenslotte bestond zondag­avond ook nog altijd geen zeker­heid over de nationaliteit en het aantal van de Europese gijze­laars die de vluchtende rebel­len met zich zouden meegeno­men hebben. Aanvankelijk was gezegd dat ze twaalf Fransen hadden meegenomen doch dit kon niet worden bevestigd. Mi­nister Simonet ontving zondag de Angolese en Zambiaanse ambassadeurs in België die hem verzekerden dat hun rege­ringen volle begrip hadden voor het humanitair karakter van de Belgische actie in Kolwe­zi en toezegden dat hun rege­ringen al het mogelijke zouden doen om de Europeanen die als gijzelaars naar Angola of Zam­bia zouden zijn meegenomen te bevrijden.

Kranten 22/5/1978

Operatie SHABA:

Oppositie oneens met 72-uren-grens

Vandaag zal eerste minister Tindemans een verklaring voor Kamer en Senaat afleggen in verband met het Belgisch optreden in de provincie Shaba. Morgen, dinsdag, volgt er een debat. Vermits de regering in de loop van de besluitvorming voeling had met de meerderheidsfracties en de oppositie, zal het debat vooral informatief zijn behalve dan i.v.m. het beëindigen van de actie.

Als er geen nieuwe instructies worden gegeven moet de operatie van de Belgische militairen in Shaba dinsdagochtend beëindigd zijn. De huidige instructies luiden dat de operatie niet langer dan 72 uur mag duren.

Na zijn onderhoud met de eerstenminister Zei PVV-voorzit­ter De Clercq zaterdag dat het van het hoogste belang is dat _ onze paracommando's Shaba niet zouden verlaten, zolang de veiligheid van alle Belgen niet verzekerd is. Zondag kwam er een gemeenschappelijk communiqué van de liberale oppositie­partijen (PVV-PL-PRLW) waarin PRLW-voorzitter Damseaux de onbegrijpelijke vertraging» van het Belgisch op­treden veroordeelde. Hij maakt ook ernstig voorbehoud over de modaliteiten ervan. Volgens hem is het ook ondenkbaar dat onze strijdkrachten na 72 uren zouden worden terug­ getrokken.

België mag Shaba niet verlaten zolang er het leven van onze medeburgers wordt bedreigd en er de hoop bestaat dat nog overlevenden kunnen bevrijd worden.

Frankrijk.

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Lucien Outers (FDF) heeft namens de geredde Belgen in de Shabaprovincie de Franse soldaten om hun tussenkomst in Kolwezi bedankt.

In een vraaggesprek voor France Inter zei minister Outers: Ik wens te zeggen dat we de rol die de Franse soldaten in deze humanitaire actie hebben gespeeld ten zeerste op prijs stellen.

Minister van Defensie Vanden Boeynants zei zaterdag over de samenwerking tussen de Belgen, de Fransen en de Zaïre­zen in Kolwezi dat er een zekere mate van contact nodig is al was het maar om te voorkomen dat ze op elkaar schieten .

Over de verschillende politieke achtergrond van waaruit Frankrijk en België hun actie voeren zei premier Tindemans zaterdagavond dat Frankrijk een eigen Afrikaanpolitiek heeft en dat België niet de middelen noch de positie heeft om een dergelijke politiek te voeren.

Het crisiscomité dat ook tijdens het weekeinde bijeen­ kwam zal vandaag omstreeks 19 u. opnieuw bijeenkomen. Gis­teren heeft het o.m. onderzocht hoe de organisatie van de onthaaldienst voor vluchtelingen nog kon worden verbeterd.

Kranten 22-05-1978

Simonet: Men moet nu zeggen wat in Zaïre op het spel staat.

In een RTB-persgesprek over de gebeurtenissen in Shaba Heeft minister Simonet gisterenmiddag verklaart dat de regering verrast werd door de inval. Men wist dat er haarden van onrust waren, en dat de ontevredenheid onder de Zaïre­se bevolking blijft toenemen we­gens de verslechtering van de economische toestand, Maar de regering had van de ambassade in Kinshasa geen aanduidin­gen ontvangen nopens een mo­gelijke inval. Misschien wisten andere landen wel, dat er iets op til was, maar dan hebben zij ons toch niet verwittigd.»

Simonet beklemtoonde dat Frankrijk een Afrika-beleid voert, dat niet het Belgische is.Parijs werkt militair mee met bepaalde Afrikaanse staten, Bel­gië weigert dat te doen. Het heeft enkel een politiek van ontwikkelingssamenwerking, Brus­sel heeft trouwens zo uitdrukke­lijk laten weten, dat het enkel een humanitaire ingreep beoog­de, omdat het ook vreesde dat de aankondiging van een nakende militaire interventie van para's de rebellen en de plaatse­lijke bevolking tot gruweldaden zou aanzetten.

Simonet zei nog dat de Belgische para's werden ingezet, zo­dra de Amerikanen hadden laten weten, dat er voor voldoen­ de brandstof in Kinshasa ge­zorgd was. De minister sprak formeel de bewering van het FNLC tegen, dat de para's wer­den ingezet op het ogenblik dat een akkoord bereikt was met het Internationale Rode Kruis over een vredelievende evacuatie, Als het RK evacueert, zei Simonet, maakt het geen onder­scheid naar ras of huidskleur; welnu, Kinshasa had laten we­ten dat het zich verzette tegen (ie evacuatie van zwarten, en daarom kon geen akkoord wor­den bereikt.

Inzake de verdere betrek­kingen met Zaïre zei Simonet dat België de samenwerking wenst voort te zetten, maar dat Zaïre zijn verbintenissen betref­fende het herstel van de staat; de ordehandhaving, de politieke aanzuivering, de bestuurlij­ke hervormingen enz. moet waarmaken, België kan niet blijven troepen sturen, telkens als landgenoten bedreigd zijn, Wij kunnen ginds geen permanen­te strijdkrachten handhaven zoals in de koloniale tijd. Er staan economische belangen op het spel en men moet de publieke opinie uitleggen, Waarover het gaat, en de vraag stellen, of men bereid is de risico's te aan­vaarden. Iedereen houdt graag Zaïre uit de Russische invloedssfeer, zo besloot Simonet, maar daartoe volstaat het niet geld en wapens te sturen. Er moe! intern wat veranderen in Zaïre.

Kranten 22-05-1978

De vrouw die haar dood in de krant kon lezen

"Weet iemand dat wij nog leven?"

Met de krant waarin haar dood en die van haar echtgenoot op de voorpagina bekend gemaakt wordt onder de arm verliet gisteren Lydia Romas­cka (58) de reddende luchtbrug DC-10 van de Sabe­na. Haar ogen zijn gezwollen en ze moet onder­steund worden door een vrijwilligster van het Rode Kruis. Spreken kan ze niet. Nu en dan 'kijkt ze bij het aflopen van de lange luchthavengang even om naar haar man. Ook Paul Blankaert (55) heeft een door vermoeidheid en emoties getekend gezicht. In en handtas draagt hij al wat hij heeft kunnen redden van hun bezittingen. " Ik vraag.me af of,de fami­lie al weet dat we nog leven" zegt hij.

Al de voorbije dagen lagen er voor ons huis de lijken van ver dode blanken. Toen we vertrokken lagen ze er trouwens nog. Neen, het waren geen Belgen, Waarschijnlijk heeft er ie­mand gedacht dat mijn vrouw ik voor onze deur neerge­schoten werden, zo moet het verhaal ván onze dood de we­reld ingezonden zijn.

We hebben ons heel de tijd binnen schuilgehouden.We hebben heel de tijd horen schie­ten. Zowel de opstandelingen als de zwarte bevolking plun­derden de winkels en huizen. Eerst schoten.ze door de ramen

En dan drongen ze naar binnen.

Ik. heb 25 jaar Zaïre achter de rug, nu was ik: chef van de loodgieterij van een kopermijn in Kolwezi. Over 16 maanden zou met pensioen gegaan. terugkeren doe ik in geen geval.

Als we de transithal bereiken beginnen handen op de overvol­le gerij te wuiven Johnny is hier,. roept men van verschillende kanten. Dat is mijn zoon,. zegt Paul Blankaert.

Zijn vrouw begint met korte, ongecontroleerde snik­ te wenen. Johnny komt, ze zijn hem gaan halen,. zegt iemand.

Men geeft het echtpaar een schuilplaats achter de balie van een reisagentschap. Vier, vijf mensen van het Rode Kruis forceren voor Johnny een opening in de rijkswachtafsluiting.

Hij ziet krijtwit. Met stijve, houte­rige passen gaat Paul Blan­kaert hem tegemoet. Met moei­te komt Lydia Romascka recht van de stoel waarop ze even is gaan zitten. In één grote omhel­zing vinden ze elkaar terug

Omstanders: "Ondanks dat telegram van het ministerie van Buitenlandse Zaken kon Johny niet geloven dat zijn ouders dood waren. Hij wilde absoluut naar Zaventem komen. Hij wist al dat ze nog leefden, hij had ze uit het vliegtuig zien komen.

1
Paul Blankaert in de armen van zijn zoon Johnny.