Kolwezi.

1978

Kolwezi 1978

Special Kranten Kolwezi 1978

Dankzij het ontvangen van fotos van Kolwezi 1978 kan U een exclusieve reportage lezen en video bekijken over de evenementen van Kolwezi 1978
Al deze artikels zijn verschenen in kranten of tijdschriften en zijn me toegestuurd per e-mail waar mogelijk heb ik de bron weergegeven. Gelieve mij te contacteren indien het artikel niet conform is met de auteursrechten

DE GEHEIMEN VAN OPERATIE “ RODE BOON”

(uit “DE POST” nr. 1527 van 11 juni 1978)

Para-luitenant x hield tijdens de humanitaire operatie van de Belgische para’s en paracommandobataljons een dagboek bij. Op de volgende bladzijden uittreksels uit deze aantekeningen, ontdaan van militaire “geheimen” Maar vol menselijke ervaringen en doorspekt met kleine en grote feiten waarover de officiële woordvoerders als vermoord gezwegen hebben.

WOENSDAG 17 MEI

Iedereen voelde dat er wat in de lucht hing.Maar bij het bataljon deed iedereen of er niks aan de hand was. Je voelde echter wel de spanning stijgen. Een stilte voor de storm?

Daags tevoren, dinsdag 16 mei, hadden onze paracompagnieën order gekregen om zich de volgende 24 uren ter beschikking» te houden. Er werd officieel geen reden opgegeven. Maar wij luisterden naar de radio: Er was stront aan de knikker in Congo. Een paar onderofficieren herinnerden zich Stanleystad. Er werden sterke verhalen verteld.

In de kranten lezen wij hoe Kolwezi is aangevallen door naar het heet duizenden rebellen en dat verschillende duizenden Belgen en Europeanen in levensgevaar verkeren...

Congo-veteranen zijn er niet gerust op: Je kunt als blanke nooit weten als je tussen twee vuren zit...»

Is er werk voor ons op de plank?

Officieren en onderofficieren commanderen wapen- en uitrustingsinspecties. Er wordt scherp toegekeken. De manschappen poetsen en controleren hun spullen Natuurlijk worden de mannen een beetje zenuwachtig.

Dan komt om 23.30 uur het definitieve alarm: het bataljon krijgt operationele marsorders.

Onmiddellijke briefing voor alle officieren, onderofficieren en beroepsvrijwilligers, die sleutelposten bekleden. Even later worden de manschappen opgetrommeld.

Het is een soort bevrijding. Ondanks het late avonduur gaat alles verrassend snel. Het vooralarm van dinsdag heeft ieder. reen op zijn qui-vive gebracht. De jongens nemen het alarm stoïcijns op. De goede geest is er- Wij gaan naar Zaïre. Kolwezi ontzetten.

DONDERDAG 18 MEI

In de vroege uren van woensdag op donderdag briefing van de paraofficieren in een definitieve coördinatievergadering. Wij krijgen voor onze actie in Shaba een codenaam: Red Bean - Rode Boon (de operatie van 1964 in Stan heette Red Dragon - Rode Draak_

In deze nachtelijke briefing worden de verschillende compagnieën ingedeeld voor de inzet. Er gaan ongeveer 1050 man naar Zaïre. Het 1ste Para met 470 man. Het 3de Para - mijn onderdeel - met eveneens 470 man en ongeveer 100 man versterking uit verschillende diensten van het Regiment Paracommando’s.In de compagnieën worden verlofgangers en zieken vervangen door keukenpieten, administratief personeel en mannen uit andere diensten.

Wij vernemen, dat er drie piloten van het licht Vliegwezen uit Brasschaat meekomen om onze Alouette- verkenningshelikopter te vliegen.

Om 04.00 uur is deze briefing voorbij. Alle bevelen zijn uitgereikt. Intussen hebben de onderofficieren en korporaals de troep klaargemaakt om te vertrekken. Om 06.00 uur staan secties en pelotons met wapens en uitrusting aangetreden voor de afreis. Camions en bussen rijden het kazerneterrein op- Vanaf 06.00 uur vertrekt om het half uur een konvooi naar de Militaire Luchthaven van Melsbroek.

Tegen 12.00 uur is bijna iedereen op het vliegveld. Iedere soldaat krijgt Zijn extra-uitrusting: rugparachute en reservevalscherm; noodrantsoen en. scherpe munitie- Op de vliegbasis wordt iedere para ook nog snel ingespoten tegen gele koorts.

Het wachten duurt lang en werkt op de zenuwen.

Aan de afzettingshekken verschijnen familieleden om afscheid van man, verloofde en zoon te nemen. de stemming onder de jongens lijdt er niet onder. Al heerst er geen hoerastemming.

De officieren zijn op de hoogte van het logistieke probleem dat ons remt: Van de twaalf C 130-transportvliegtuigen die België heeft, moeten er vier stand-by blijven voor onderhoud. Het zijn geen spiksplinternieuwe machines meer. Drie C-130 toestellen zijn in Mali voor een humanitaire hulpactie. Er schijnen dus aanvankelijk maar zegge en schrijve vijf C-130’s beschikbaar voor ons transport naar Kolwezi. Dat is veel te weinig.

De generale staf heeft echter goed gezorgd: Sabena zal ons met zes Boeings 707 naar Shaba vliegen- In ieder geval comfortabeler dan in de vrachtruimen van de C-130.

Maar het blijkt dat de 707’s eerst nog reisvaardig moeten’ worden gemaakt. Daarvandaan de vertraging. Men spreekt over uitstel van vertrek tot ‘s avonds laat.

In de namiddag gaan de eerste C-130’s de lucht in. lij hebben vracht aan boord : jeeps, rantsoenen, munitie, valschermen. Er gaan een 15-tal para’s mee per toestel.

Onze enige verkenningshelikopter krijgt ook een plaatsje in de wijde buik van een der

C-130’s.

De C-130’s zijn militaire toestellen en wij horen, dat er daarom geen toestemming van de Fransen is gekregen om over Frans grondgebied te vliegen.

Het klinkt wat vreemd.

Uit de briefing en ook in de radioberichten over de Shaba-affaire meenden wij te hebben begrepen dat alles gecoördineerd was met de Fransen, Britten en Amerikanen. Parijs weet blijkbaar toch van niks.

De langzame C-130’s verliezen zodoende nog extratijd- Zij vliegen via Madeira, waar zij een tussenlanding maken.

20.30 uur: Wij vertrekken met de eerste Sabena-Boeing 707. Het wordt een lange nachtvlucht. Maar wij krijgen aan boord een lekkere lunch.

VRIJDAG 19 MEI

00.53 uur: Tussenlanding op Las Palmas. Wij zien ook het volgende Sabenatoestel met para’s landen. Om 09.12 landen wij nog eens in Libreville, de hoofdstand van Gabon om te tanken.

Tenslotte om 13.45 uur: landing op de basis van Kamina in het noorden van de provincie Shaba.

Alle horloges worden gelijk gezet op «zoeloetijd»: Plus 120 minuten.

Wij zijn bij de eersten, die worden verwelkomd door de Zaïrese kolonel Kigombe. Vriendelijk, maar daar houdt het mee op. Onze commandant kolonel Depoorter krijgt een hangar aangewezen, daar worden wij ondergebracht. Er staan al een paar Mirages en verkenningstoestellen van de Force Armée Zairoise (FAZ).

In de loop van de middag strijken achtereen de andere Sabena-Boeings neer. En dan verschijnen ook de C-130’s met het materiaal.

Onze commandant heeft intussen inlichtingen ingewonnen over de toestand in Kolwezi. Daarvoor zijn wij immers hier. Hij en wij vernemen pas op de basis van Kamina, dat ook de Fransen paraeenheden naar Shaba hebben gestuurd. Nauwelijks horen wij dit nieuws of er landt een Franse IJC10 vol parachutisten van het 2de Regiment van het Vreemdelingenlegioen.

In de late namiddag is het dan zover: algemeen alarm.

«Om 18.00 uur springen wij boven Kolwezi. luidt het bevel.

Iedereen staat klaar als om 17.35 helaas een tegenbevel komt: «actie uitgesteld. Er moet ergens een kink in de kabel gekomen zijn.

Wat er precies gebeurd is, horen wij ‘s avonds. Er wordt gevloekt en gesakkerd: de Fransen zijn ons vóór geweest. Twee compagnieën Legionairs hebben rond 14.30 een para-actie in Kolwezi uitgevoerd. Niet de manschappen die wij op Kamina hebben gezien (en die, naar later blijkt, naar Lubumbashi zijn doorgevlogen) maar twee compagnieën die rechtstreeks uit Kinshasa zijn overgevlogen. Er zijn geen berichten hoe zij het er in Kolwezi vanaf hebben gebracht.

Heel laat in de avond van deze spannende vrijdag krijgen de Belgische officieren dan toch een briefing. Het nieuws, dat wij van onze bevelhebbers te horen krijgen, komt voornamelijk uit de inlichtingendienst van het Zaïrese Leger. Maar ook via amateurszenders uit Kolwezi waren berichten binnengelopen: een week tevoren zijn ongeveer vierduizend rebellen in Zuid-Shaba binnengevallen. Zaterdag vóór Pinksteren hadden ,zij rond 05.00 uur Kolwezi aangevallen.

Toen de rebellen gisteren via de kortegolfradio uit België en Frankrijk hadden vernomen, dat parachutisten in aantocht waren, hadden de meeste de benen genomen. .

Onze commandanten geven hun instructies over de toestand die wij bij inzet in Kolwezi nog zouden kunnen verwachten. Maar zij voegen er aan toe: er staat bij alle inlichtingen een groot vraagteken.

Wij zullen zelf met eigen ogen moeten gaan kijken.

De algemene situatie wordt als volgt ingeschatte: er zullen in Kolwezi nog wel een goede duizend rebellen zitten, die in groepjes verspreid zijn en zich voor een groot deel in burgerkleren zullen hebben verkleed. Zij zouden zich aan excessen en plunderingen te buiten zijn gegaan.

Bij de eerste aanval van de rebellen zou een hele compagnie van het Zaïrese Leger de mist zijn ingegaan. Waarschijnlijk zijn ook een aantal FAZ-soldaten overgelopen naar de rebellen.

«Hou daarom geen rekening met uniformen die je in Kolwezi tegenkomt bij zwarte troepen», wordt ons op het hart gedrukt, «Iedere rebel of muitende Zaïrees kan om het even wat aan het lijf hebben».

Onze enige hoop is nu, dat de Zaïrese soldaten die het vliegveld van Kolwezi beschermden, trouw op post zijn gebleven. De Zaïrese kolonel in Kamina verzekert ons bij hoog en bij laag, dat dit inderdaad zo is. Maar niemand is daar zo zeker van.

Wij krijgen bericht, dat de Franse legionairs niet ver van het centrum van Kolwezi op het oude vliegplein, beschermd door bomengroei, zijn neergekomen. Zij zijn uitgezwermd, controleren nu in ieder geval een deel van de oude blankenwijk en van de nieuwe Europeanenwijk P 2.

Voor de rest: blanco.

Alle officieren krijgen hun operatiebevelen. Want het staat nu vast, dat wij morgen op het vliegveld Kolwezi een landing zullen maken. Eén punt in de bevelsuitgifte overheerst alles :

«Onze zending is humanitair!”

De manschappen moet dit nog eens uitdrukkelijk op hel hart worden gebonden. Humanitaire actie en niks anders. Dus geen jacht op rebellen. En alle schietpartijen vermijden.

Vuren alléén als men zeil beschoten wordt. Nooit schieten op ongewapende mensen of op vluchtenden. Zelfs als het om rebellen zou gaan.

Wij kunnen gaan rusten. Wij trekken morgen niet ten strijde. Wij gaan alleen burgers helpen.

ZATERDAG 20 MEI

Omstreeks 04.00 uur stijgen onze acht C.130 toestellen van Kamina op. Acht. 

Want de drie C.130’s uit Mali zijn intussen ook naar Kamina gedirigeerd.

Wij zijn met 900 man.

De vlucht naar Kolwezi duurt 40 minuten.

Bij hel eerste licht in de hemel zien wij het vliegveld onder ons. Nog voordat de toestellen helemaal zijn uitgerold, springen wij eruit en verspreiden ons langs de piste. Er is geen tegenstand.

Het Zaïrese Leger blijkt achteraf alleen de controletoren te bewaken. De meest elementaire regels voor de bescherming van een vliegveld zijn aan de laars gelapt. Gelukkig, dat de rebellen er blijkbaar ook niet aan denken om ons het leven zuur te maken.

De landingsbanen liggen volstrekt onbeschermd.

Het 1ste Para krijgt meteen bevel om de Kolwezi.luchthaven volgens de regels van de kunst te bezetten.

Ons bataljon, het 3de Para, trekt op in de richting van Kolwezi-stad, ongeveer 7 kilometer noordelijk van het vliegveld.

Onze naderingsweg loopt langs de spoor. lijn en de grote weg naar het station. Alles gaat volgens het boekje. Iedereen marcheert in scherpste aandacht: ogen in je achterhoofd. De kilometerlange colonne is indrukwekkend.

Op een paar kilometer van het station Kolwezi horen wij de eerste schoten. Het blijken legionairs, die in het ochtendkrieken herbegonnen zijn om de zuidelijke zwarten. wijken op te kuisen.

Wij stappen door.,

Op nauwelijks een kilometer van het echte centrum van Kolwezi - de buurt van hel Postkantoor en het Hotel Impala - krijgt onze eerste sectie van het eerste peloton vuur. De jongens gaan in dekking. De toestand is een ogenblik verward. Er wordt halt gemaakt. Op enkele tientallen meiers van ons van. dan zien wij in hel groen van tussen de bomen rebellen die ijlings de vlucht nemen. Wie heeft er op ons gevuurd. Deze rebellen of Franse legionairs die blijkbaar order hebben om op alles te schieten wat zich beweegt?

Enkele manschappen krijgen order een salvo waarschuwingsschoten te lossen. Er wordt over de hoofden van de rebellen heen gevuurd. Niemand wordt geraakt. Twee minuten later is de weg weer vrij. Onze opmars gaat voort.

Intussen hebben wij dus wel met scherp geschoten. Later, in Brussel, vergist de minister zich als hij zegt, dat er geen schot door de Belgen is gelost. Geen gericht schot, inderdaad.

De rebellen die daar onze weg kruisten, waren kerels die de legionairs op hun hielen hadden. Tijdens hun vlucht zijn zij op onze voorposten gebotst, hebben enkele keren gevuurd en zijn dan weer gaan lopen toen zij onze meer dan 2 kilometer lange colonne zagen.

Omstreeks 08.30 uur bereikt het 3de bataljon Para het een. centrum van Kolwezi. Voortdurend horen wij door de onafgebroken explosies dat de legionairs aan het werk zijn. Om 11.00 neemt majoor Cauwenbergh, bevelhebber van het 3de Para contact op met één van de commandanten van de Legionairs. Beide officieren treffen een akkoord: De Belgen moeten de blanke wijken doorzoeken, de Legionairs zullen rondom de zwarte kwartieren blijven «uitzuiveren».

Voor ons betekent dit, dat we even later in de binnenstad mogen uitzwermen. Een afdeling van zowat 150 man wordt belast met het uit de huizen halen van de Belgen en andere Europeanen, die in de oude blanke wijk verborgen zitten.

Een andere compagnie trekt naar de nieuwe wijk P2. De rest van de manschappen moest verder de weg en de spoorweg bewaken, evenals de luchthaven. Om de evacuatie te beschermen.

De bevrijding van de blanken verloopt aanvankelijk niet vlot. Overal troffen we lijken aan en de rebellen hadden mijnen op de voetpaden achtergelaten. Het valt ons ook op dat de achtergebleven Europeanen bijzonder achterdochtig zijn.

Een tweede luitenant: «Helemaal bij het begin van de actie kom ik bij een villa. Zoals bevolen, roep ik in het Frans: - Il y a des Européens ici ?

Iemand antwoordt: - Si vous êtes Belge, spreek dan ‘ne keer Vlaams!

Dat doe ik en opgelucht komt een heel gezin uit het huis gestapt».

Na enige tijd gaat de evacuatie sneller. Honderden blanken komen op straat en springen ons om de bals.

De mensen wenen van vreugde. Sedert gisteravond lopen hier Legionairs, maar die hebben niet naar hen omgekeken. De Franse para’s liepen dwars door de blanke wijken, schietend op alles wat bewoog. Bij ons voelde de blanke bevolking, - zelfs de Franse burgers - zich veel veiliger.

Alle Europeanen blijken onmiddellijk bereid mee te komen is uitbundig. De mensen bieden ons hun laatste flesje bier aan. Ze willen ons alles vertellen over de plunderingen en de moordpartijen, die ze gezien hebben. De toestand dreigt uit de hand te lopen.

Onze para’s krijgen de opdracht iedereen door te sturen naar het Instituut Johannes XXIII waar een hulppost is ingericht. De meeste blanken beschikken nog over hun auto.”Ze gooien er enkele waardevolle spullen in en rijden met hun gezin naar de school. Eens in veiligheid, geven ze ons hun voertuigen in leen. Ze zijn er zich van bewust, dat ze er toch nooit meer zullen mee rijden.

Dit komt goed uit, gezien onze eigen jeeps nog niet zijn aangekomen.

De evacuatie laat door. Van ‘s morgens vroeg tot laat in de avond zijn we bezig. Overal worden we geestdriftig onthaald. We bemerken ook overal lijken. Sommigen zijn reeds in staat van ontbinding. De doden begraven en de lijken identificeren is niet onze opdracht. Dus blijven ze liggen.

Er was wel over dit probleem gesproken, maar ons werd uitdrukkelijk bevolen enkel mensen te helpen bij de evacuatie. Een speciale ploeg zou zich met het begraven van de lijken belasten.

Om 13.00 uur was het al mogelijk een eerste colonne vluchtelingen naar het vliegveld te laten vertrekken. Voor en achter de autofile rijden jeeps met gewapende para’s. Een uur later zitten deze mensen veilig en wel in een C 130 met bestemming Kamina. De luchtbrug met de C-130 toestellen functioneert de hele namiddag. Van op Kamina zullen de burgers dezelfde avond nog met de Sabena-Boeings, die ginder zijn achtergebleven naar Europa gevlogen worden. Die zaterdag brengen wij in totaal 1922 personen in veiligheid. Gek genoeg leveren we ook zo’n 200 zwarten af op het vliegveld van Kolwezi. Ook zij worden naar Kamina gevlogen, omdat ze eveneens om hulp hadden verzocht. Wellicht zijn er onder deze zwarte vluchtelingen enkele rebellen, die hun wapens en uniformen hebben weggegooid. Maar deze mensen zijn niet gevaarlijk meer en moeten geholpen worden.

Het Zaïrese leger bemoeit zich niet met de evacuatie. De FAZ-troepen zullen pas morgen de stad bezetten. Van dan af zal geen enkele zwarte de stad nog mogen verlaten.

We zijn tevreden. We hebben goed en snel gewerkt. Wanneer de nacht valt; brengen we aI onze manschappen naar het sportcomplex Manika-sport, in het westen van de stad. Daar kan iedereen enkele uren uitblazen. Nachtpatrouilles worden niet voorzien, maar er blijven wachtposten rond bet hospitaal. & waren immers gekwetste rebellen in het hospitaal opgenomen en hun kameraden hadden gezworen ze te komen bevrijden. Toch van er de nacht niet veel te slapen. In de zwarte wijken zetten de legionairs hun militaire actie verder.

ZONDAG 21 MEI

Vroeg in de morgen verlaten wij het Manika-kamp. In de school wachten nog enkele honderden Europeanen op evacuatie naar het vliegveld. Wijzelf moeten inmiddels de blanke wijken andermaal uitkammen. Ditmaal echter systematisch, huis per huis. We krijgen de specifieke opdracht te zoeken naar mogelijke gewonden die misschien niet uit hun huizen kunnen komen. Op die manier doorzoeken wij de stad uren aan een stuk. Vanuit de blanke wijk P2 meldt men dat een patrouille een vrouw heeft gevonden, die onder een dertigtal lijken lag en toch nog leefde. We zijn blij met dit nieuws, omdat deze redding ons het nut van onze aanwezigheid bevestigt. Uit de huizen mogen we lier en water meenemen. Ook mogelijke vuurwapens die er zich bevinden. Ook zonnebrandolie hebben we nodig. Daaraan werd niet gedacht bij het vertrek. Vele mannen hebben last van de zon. Aan alcohol raken we niet. Overal vinden wij wapens van Russische, Franse, Amerikaanse of Oost-Duitse makelij.

De rebellen en de Zaïrese soldaten hebben enorm veel materiaal achtergelaten. Inmiddels is de FAZ in de stad aangekomen. Wij bemoeien er ons niet mee. Evenmin als met de Legionairs die nog altijd schieten op alles wat beweegt. Een beroepsvrijwilliger verklaart: in een huis zag ik plots een varken…»

Omdat ik veel te goed weet dat de mensen hier in de zwarte wijk sterven van de honger, joeg ik het beest naar buiten. Er kwam juist een jeep met een patrouille Legionairs voorbijgereden. Zij zagen het beest rennen en openden onmiddellijk het vuur. Zomaar voor de lol.

In de hulppost komt nieuws binnen uit de omliggende gebieden rond Kolwezi. Gevluchte missionarissen arriveren met berichten over blanken, die nog in een paar afgelegen broussedorpen zitten.

Er worden patrouilles uitgestuurd. De radiojeeps zijn intussen aangekomen en zo kunnen wij beveiligde en bewapende colonnes de stad uit sturen. Die zondag is er dan ook af en toe contact geweest met teruggetrokken rebelleneenheden.

Eén van onze kapiteins komt nadien met het volgende verhaal terug in het kamp:

Wij reden met een radio-jeep naar een ons aangewezen huis op een goede 15 km van Kolwezi. Daar zouden twee Belgen zitten, die geëvacueerd moesten worden.

Onderweg staan wij plotseling oog in oog met een groep goed bewapende rebellen in een Land Rover. De zwarten springen uit hun wagen en richten hun machinepistolen op ons. Maar tegelijkertijd steken zij een witte vlag in de lucht, die zij blijkbaar klaar hadden liggen.

Wij doen hetzelfde.

Het was wel een spannend moment. Na enkele minuten gespannen afwachten, stap ik uit de jeep en wandel rustig naar de Land Rover om met hun commandant te gaan onderhandelen.

Resultaat: er zal niet gevochten worden.

De Congolezen zetten hun Land Rover aan de kant. Zij grijnzen naar ons als wij hen voorbij rijden. De vinger aan de trekker van onze wapens. Zij trouwens ook.

Maar er valt geen enkel schot.

Wij zijn dan kalm die twee blanken gaan bevrijden. Op de terugweg hebben wij de land Rover niet meer gezien».

De kapitein: “Op dergelijke momenten moet je op je tanden bijten. Wij wisten eigenlijk zeker dat actie kerels in hun landrover te KoIwezi tientallen blanken en ook zwarten hadden gemassacreerd. Maar wij hadden onze strikte orders. Ik denk dat alleen bij para’s genoeg discipline bestaat om in dergelijke gevallen koel te blijven. De Franse legionairs zouden er op los geblaft hebben...»

‘s Avonds kwamen alle para’s terug naar ons aangewezen kampement in het sportcomplex Manika-Sport.

Er zijn intussen rond 2300 mensen uit Kolwezi vertrokken en als alles normaal verloopt gaan wij morgenochtend zelf ook terug.

Er zijn zo goed als geen burgers meer in Kolwezi. Op een enkele mijningenieur na die nog enkele technische dingen in orde moeten brengen voordat zij met ons weggaan.

Hel blijkt dat de Franse legionairs woedend zijn dat wij iedereen hebben geëvacueerd. Volgens hen is de stad voorgoed gezuiverd en kan iedereen eigenlijk net zo goed thuis blijven.

Voordat taptoe wordt geblazen. worden officieren en onderofficieren bij de Majoor Cauwenbergh geroepen. Hij heeft een mededeling voor ons: «Niemand mag vannacht het kamp uit. De Franse para’s gaan samen met het Zaïrese leger represailles uitvoeren in de Congolese wijken. Niemand mag buiten. U weet nu waarom. Deel het aan de manschappen mede. Maar geef geen reden op.»

Het is een onrustige nacht geworden. Overal in de stad werd geschoten. .Er kwam geen einde aan. De jongens zijn er niet gerust in. Iedereen wil weten wat er aan de hand is. Het doffe exploderen van handgranaten verstoorde onze nachtrust. Iedereen begreep op de duur wat er gespeeld werd. Het Zaïrese leger was op zijn beurt bezig met bloedwraak te nemen en schoon schip te maken tussen de lundabevolking, waartussen inderdaad een deel van de rebellen verborgen moest zitten.

De vraag blijft onopgelost: Al of niet met medeweten en eventueel medewerking van de legioen-para’s?

MAANDAG 22 MEI

In de vroege ochtend van deze maandag hebben enkele van onze manschappen vanachter de omheining van het Manikasportcomplex een indrukwekkende colonne voorbij zien trekken: “Zowat tweehonderd zwarten». zegt een van onze jongens later, zwaar bewaakt door FAZ-soldaten en legionairs, worden de stad uitgedreven.

Gevangenen.

Men brengt ze naar een steengroeve.

Omstreeks 04.00 uur horen wij allemaal vervaarlijk schieten. Het gehuil en gekerm van de geëxecuteerde gevangenen is tot in ons kamp te horen.

Wie ginder geschoten heeft, weet niemand. Wij hopen dat de legionairs niet aan die slachtpartij hebben deelgenomen. Maar wij zijn er niet gerust in.

Onder de Franse legionairs hebben een paar van onze jongens makkers van vroeger zitten. Wij hebben er herkend. Wij hebben zelfs een onderofficier gezien die na zijn diensttijd bij ons ginds bij het Vreemdelingenlegioen heeft dienstgenomen. Hij was nu gewone parasoldaat.

Sommigen hebben bij de legioentroepen ook een jongen herkend die nauwelijks acht maanden geleden uit het Belgisch leger is gedeserteerd.

Om 06.00 uur trekken wij met het bataljon terug naar het vliegveld. Om 07.00 uur stijgen wij op. Bestemming Kamina. Daar worden wij gelukgewenst met de geslaagde actie door kolonel Depoorter, die bevestigt dat wij dezelfde dag nog naar huis zullen doorvliegen.

‘s Middags weer een tegenbericht: Brussel heeft beslist dat een dikke 500 man van ons ter plaatse moeten blijven.

Daardoor is de stemming op de thuisreis minder opgewekt dan verwacht...