Kolwezi 1978.

Het verhaal van de Zaïrese onafhankelijkheid

Kolwezi 1978

De lange weg naar Lubumbashi

Dankzij het ontvangen van fotos van Kolwezi 1978 kan U een exclusieve reportage lezen en video bekijken over de evenementen van Kolwezi 1978
Al deze artikels zijn verschenen in kranten of tijdschriften en zijn me toegestuurd per e-mail waar mogelijk heb ik de bron weergegeven. Gelieve mij te contacteren indien het artikel niet conform is met de auteursrechten

'Krisis in Congo Ludo De Witte'

KW003In 'Krisis in Congo' vertelt socioloog Ludo De Witte het bekende verhaal van de onafhankelijkheidstrijd van de Belgische kolonie. Hij spitst zijn onderzoek echter toe op de interventies van de westerse koalitie in Congo in 1960, en vooral op de rol die België, de Verenigde Naties (VN) en de Verenigde Staten (VS) daarin speelden. Die allerminst rooskleurige rol wordt volgens de auteur in de 'officiële' geschiedschrijving al te vaak over het hoofd gezien. Uit De Witte's studie blijkt dat ekonomische en geopolitieke belangen bij de grote mogendheden steeds zwaarder hebben doorgewogen dan humanitaire motieven of internationale rechtsregels.

De weg naar de onafhankelijkheid van de Belgische Congokolonie is behoorlijk chaotisch verlopen. Waar België in het midden van de jaren vijftig nog dacht aan een termijn van tenminste twintig jaar om de bestuurskaders in Congo te afrikaniseren en op die manier de macht geleidelijk over te dragen aan de Congolezen, beslissen de omstandigheden ter plaatse daar anders over. In de loop van 1959 dwingen massale betogingen in Leopoldstad (het huidige Kinshasa), Stanleystad (nu Kisangani) en andere grote steden de Belgen hun strategie grondig te wijzigen. Op 27 januari 1960 ruwweg een jaar nadat de eerste Congolese opstand in Leopoldstad op zeer bloedige wijze is neergeslagen zal in Brussel de regering-Eyskens ogenschijnlijk toegeven aan de antikoloniale volksbeweging, en beslissen dat de kolonie op 30 juni onafhankelijk zal worden.

Het was echter geenszins de bedoeling Congo zomaar terug te geven aan de Congolezen; daarvoor waren de ekonomische en strategische belangen van de ex-kolonie veel te groot. Congo's herwonnen onafhankelijkheid wordt door de Belgen dan ook gezien als een puur formele zaak, en ze rekenen er vast op dat een zwak neokoloniaal bewind aan de macht zal komen, en dat de Belgische belangen op die manier gevrijwaard zullen blijven. Deze strategie wordt wel eens omschreven als 'de Congolese weddenschap': de onervaren en slecht georganiseerde zwarten zouden vanzelf merken dat ze er niet konden komen zonder Belgische hulp.

Het valt Brussel dan ook bijzonder tegen dat precies de partij van de charismatische Patrice Lumumba, het MNC, op 23 juni als sterkste partij uit de verkiezingen komt. Deze partij heeft namelijk een zeer nationalistisch programma, dat geen plaats laat voor welke Belgische inmenging ook. Het land moet volgens premier Lumumba en president Kasavubu onafhankelijk en neutraal worden, en een volledig eigen Afrikaanse koers gaan varen. Lumumba begint bovendien onmiddellijk met de afrikanisering van het leger. Hij stuurt de blanke officieren naar huis en promoveert zwarten naar topfunkties. Zo wordt de nog volledig onbekende oud-sergeant Mobutu door Lumumba benoemd als kolonel en stafsjef van het leger.

Stevig

Brussel voelt dat ze haar greep op de ex-kolonie dreigt te verliezen, en besluit naar de harde middelen te grijpen. Onder het mom van een humanitaire interventie er zouden op grote schaal blanke vrouwen worden verkracht door opstandige zwarten worden para's gedropt in de grote steden. Protesten van de regering-Lumumba en negatieve adviezen van Belgische diplomaten ter plaatse worden door de Belgische regering in de wind geslagen.

Het wordt duidelijk dat het eigenlijke doel van de brutale interventie de afscheiding van de rijke koperprovincie Katanga is. Daar zwaait de Belgischgezinde Moïse Tshombe namelijk de plak. De regering-Lumumba ziet het gevaar hiervan in het verlies van de inkomsten uit de kopermijnen kan het land stevig raken in de portemonnee en roept de Verenigde Naties ter hulp. Premier Lumumba en president Kasavubu vragen sekretaris-generaal Dag Hammerskjöld troepen te sturen om hun land te beschermen "tegen de huidige buitenlandse aggressie".

Geweld

De blauwhelmen komen eind juli aan in Congo, en de Belgische militairen worden inderdaad verdreven behalve dan in Katanga, dat door de VN ongemoeid wordt gelaten. Bovendien weigeren de blauwhelmen te vertrekken uit de rest van het 'bevrijde' land, zodat er nu in feite twee bezettingsmachten aanwezig zijn: Belgische parakommando's in het ondertussen afgescheiden Katanga, en blauwhelmen in de rest van het land. Gesterkt door de ontwikkelingen kondigt plaatselijke leider Kalonji de afscheiding van Kasaï de provincie van de diamantmijnen aan. De VN grijpt niet in.

De tot dan toe alle geweld mijdende Lumumba breekt met de VN, en stuurt dan maar zelf troepen naar de opstandige provincies. Dat is uiteraard niet naar de zin van de VN, en blijkbaar ook niet van president Kasavubu. Deze wil van de situatie gebruik maken om alle macht naar zich toe te trekken, en hij zet Lumumba en zes van zijn ministers af. Lumumba stuurt op zijn beurt, gesteund door de Congolese Kamer en Senaat, Kasavubu naar huis. De verwarring is kompleet.

Mobutu

Tijdens deze impasse ziet kolonel Mobutu zijn kans schoon, en hij pleegt, met de hulp van het leger, een eerste staatsgreep. Omdat hij op die manier verhindert dat Lumumba door het parlement in ere wordt hersteld, is de VN hem gunstig gezind. De organisatie steunt hem aktief door zijn troepen op te leiden en te bevoorraden. Lumumba wordt door dezelfde VN in zijn residentie in Leopoldstad beschermd, wat er de facto op neerkomt dat hij huisarrest opgelegd krijgt, en niet met de buitenwereld mag kommuniceren. Wanneer hij er in slaagt te ontsnappen en vervolgens probeert zijn getrouwen in Stanleystad (nu Kisangani) te bereiken, verbiedt de VN haar manschappen de voormalige premier nog te beschermen: "Geen, herhaal geen, aktie mag door u worden ondernomen met betrekking tot Lumumba." Onderweg naar Stanleystad wordt Lumumba onderschept en gevangen genomen door soldaten van Mobutu. De Ghanese blauwhelmen weigeren de opgejaagde Lumumba in bescherming te nemen.

Maar zelfs een gevangen en monddood gemaakte Lumumba baart zowel Mobutu als België en de VN nog zorgen. Brussel dringt er dan ook op aan dat hij overgebracht wordt naar Kasaï of naar Katanga, in de wetenschap dat zowel Kalonji als Tshombe Lumumba's huid willen. Op 17 januari 1961 wordt hij samen met twee medestanders naar de hoofdstad van Katanga gebracht en overgeleverd aan Tshombe. Op zijn minst met medeweten van de Belgen aldaar nota bene in de villa van een Belgisch koloniaal worden de drie gemarteld en vermoord.

Honderd

Pas na de dood van Lumumba trekken de blauwhelmen de afgescheiden gebieden binnen, en in 1963 wordt er een akkoord gesloten tussen Tshombe en de VN. De afscheiding wordt opgeheven, maar Tshombe en zijn aanhangers behouden de politieke mandaten die ze voor de afscheiding bekleedden.

Het enige obstakel voor Mobutu op zijn weg naar de macht is een grootscheepse opstand door Lumumbistische rebellen in 1964. De rebellen slagen erin de belangrijkste steden te veroveren, en naderen tot op honderd kilometer van Leopoldstad. Alleen een legertje blanke huurlingen en de kruciale invloed van een Belgisch-Amerikaanse interventie zijn in staat op 24 november 1964 de opstand te breken. Precies een jaar later pleegt Mobutu, die tot dan nog samenwerkte met Kasavubu, zijn tweede staatsgreep. Hij roept de Tweede Republiek uit en trekt alle macht naar zich toe. Sindsdien regeert hij de ex-kolonie met ijzeren hand. Zonder de gezamenlijke hulp van België, van de VN en van de VS was het allicht nooit zover gekomen.