Kolwezi.

1978

Kolwezi 1978

Het zaïre-Debat

Dankzij het ontvangen van fotos van Kolwezi 1978 kan U een exclusieve reportage lezen en video bekijken over de evenementen van Kolwezi 1978
Al deze artikels zijn verschenen in kranten of tijdschriften en zijn me toegestuurd per e-mail waar mogelijk heb ik de bron weergegeven. Gelieve mij te contacteren indien het artikel niet conform is met de auteursrechten

Behalve mensenlevens moeten wij in Zaïre ook 210 miljard beschermen 

Shaba in Zaïre. het voormalige Katanga in de voormalige Congo, levert iets meer dan de 15 % van de wereldkopervoortbrengst. en 65 % van het kobalt. Vier vijfden van het Zaïrese Nationaal Product komt uit Shaba. Het gebied is niet alleen rijk aan koper en kobalt. het is ook nog van strategisch belang voor cadmium. platina. uranium, diamant. zilver en goud.

Zaterdagochtend 13 mei dit jaar brak er in Shaba een opstand uit. De USA betrekken driekwart van hun kobalt uit de Zaïrese provincie Shaba.

Op 19 mei beloofde de Amerikaanse president Jimmy Carter voor 700 miljoen frank logistieke steun aan de Zaïrese president Mobutu Sese Seko.

De Duitsers hebben in Shaba hun OTRAG-raketbasis gelegen, een afgehuurd stuk grond met soevereine rechten voor de OTRAG-firma, groter dan België.

Op 20 mei beloofde de Duitse Bondsrepubliek kapitaalhulp ter waarde van circa 700 miljoen frank aan Mobutu. De delfstoffenwinning en de mijnbouw wordt in Shaba hoofdzakelijk gecontroleerd door buitenlandse houdstermaatschappijen (holdings), waaronder de Belgische" Société Générale ".

De Belgen stuurden donderdag 18 mei twee eenheden paracommando's.

De paracommando's, zo werd medegedeeld, moesten instaan voor de evacuatie van de circa 2000 buitenlanders uit de mijnstad Kolwezi. De inzet van militairen had, officieel geen andere dan humanitaire oogmerken. Eerste minister Tindemans verklaarde dat" de duur van de opdracht in' Kolwezi beperkt was tot 72 uren. wat onderstreepte dat het alleen om een reddingsactie ging". Na de humanitaire actie echter, waarbij vrijwel alle buitenlanders uit de streek van Kolwezi geëvacueerd werden binnen de opgegeven 72 uren, werden de Belgische paracommando's niet teruggetrokken. Aangezien dit alleen maar kon verklaard worden als een militaire interventie met politieke bijbedoelingen, terwijl de Belgische regering te allen prijze de thesis van de humanitaire actie zondermeer wenste in stand te houden, verklaarde eerste minister Tindermans: « Toch heeft de regering. bezorgd om de veiligheid van de buitenlanders gedurende de huidige periode van onzekerheid. beslist een bataljon. materiaal en vliegtuigen op de basis van Kamina te houden». Ook deze verklaring kon het meer kritische deel van de Belgische bevolking niet overtuigen van de zuiver humanitaire opzet van de militaire interventie. Ze vertoonde bijgevolg in haar ogen weinig verschil met de openlijk politieke interventie van de Franse militairen in Shaba, die gericht was tegen de rebellen, voor de beveiliging van het regime van' president Mobutu Sese Seko.

Eerste, minister Tindemans verklaarde daarom tegenover de (buitenlandse) pers dat de opstand in Shaba het werk was van Cubanen. De eerste minister kon geen mededelingen verstrekken over eventuele bewijzen voor deze bewering, men kon hem op zijn woord geloven. Op 11 juni maakte de New Vork Times echter bekend dat de Cubaanse premier Fidel Castro getracht had een eventuele rebellie te verhinderen, door hét Amerikaanse sectiehoofd in Havanna, Lyle Lane, reeds op7 mei op de hoogte te brengen van plannen tot een gewapende opstand. (Lyle Lane bracht dezelfde dag nog de Amerikaanse president Jimmy Carter op de hoogte, maar deze liet na de Senaat in te lichten, tot grote woede van senator George McGovern die meteen de New Vork Times op de hoogte bracht toen hij het nieuws vernam). Door deze onthulling werd de betrouwbaarheid van premier Tindemans in de ogen van de minder lichtgelovige Belgische bevolking zwaar aangetast.

Hartsgrondige twijfel aan het humanitaire karakter van de militaire interventie werd ook opgewekt door de historische ervaringen bij de militaire landingsoperatie in Stanleystad en Paulis, in 1964. Het jaar vóór de landing waren onder de blanke bevolking 87 slachtoffers gevallen; de enkele dagen na de landing vonden er plotseling circa 500 blanken de dood. Men kon derhalve een herhaling van dergelijke feiten voorzien bij een eventuele militaire interventie in Kolwezi. Toch werden er paracommando's gestuurd, voor een militaire in plaats van vreedzame evacuatie. Hoewel sommigen het liever ontkennen, staat het vast dat er onderhandelingen werden gevoerd met vertegenwoordigers van het Internationale Rode Kruis om de evacuatie vreedzaam te laten verlopen; voor de Kamer heeft eerste minister Tindemans. deze contacten trouwens toegegeven. Men weet ook dat de leider van het FNLC, generaal Mbumba, had aanvaard dat de blanke burgerbevolking zou geëvacueerd worden onder het toezicht van het Rode Kruis. Ook staat vast dat een lid van het kabinet van Buitenlandse Zaken in het geheim onderhandelingen heeft gevoerd met afgevaardigden van het FNLC, teneinde inlichtingen in de winnen over de mogelijkheden tot een vreedzame evacuatie onder het toezicht van het Rode Kruis. Aanvankelijk heeft minister van Buitenlandse Zaken Henri Simonet deze contacten ontkend, maar toen de Belgische paracommando's al onderweg waren naar Shaba (dus NIET ERVOOR) verklaarde hij: « Wij zijn vastbesloten vanaf nu contacten tussen het Rode Kruis en vertegenwoordigers van het FNLC té bevorderen. Zo zouden wij zonder de militaire eenheden in vraag te stellen, onze essentiële humanitaire doeleinden kunnen verwezenlijken 11. Men kan alleen concluderen dat men vooraf al wist dat men zich op geen andere dan een militaire manier met de opstand in Shaba - zou bemoeien, omdat de paracommando's nog andere belangen dan louter humanitaire konden verdedigen. Het Rode Kruis kon immers de belangen van de Société Générale in het ertstrijke gebied niet beschermen; een achtergebleven bataljon paracommando's kon dat wel. tot de orde was weergekeerd, dit is, tot de rebellen waren verwijderd.

Deze interpretatie wordt van regeringszijde steeds met klem tegengesproken, aangezien de militaire interventie in Shaba volgens de officiële versie een louter humanitaire aangelegenheid was. Gelegenheid tot het stellen van vragen die uitsluitsel zouden kunnen geven wordt amper geboden; vraaggesprekken worden aan de buitenlandse pers toegestaan, in geen geval aan de binnenlandse; uitgezonderd aan de telegeleide regeringspers; iedereen die wat zou kunnen vertellen, blijkt desgevraagd plotseling volstrekt onbekend te zijn met de Zaïrese problematiek.

Rond Zaïre in het algemeen en rond de Shaba-opstand in het bijzonder blijven dus talrijke onbeantwoorde vrager bestaan.

Wat zoekt België zoveel jaren na de Congolese onafhankelijkheid nog steeds in dat land? Wie bepaalt het Zaïre-beleid van België ? Wordt de Belgische bevolking wel gewetensvol ingelicht over Zaïre? Is het waar dat de regering tracht nieuws uit Zaïre te vervalsen of achter te houden? Waar zijn de Cubanen van Tindemans, Carter en Mobutu? En tenslotte: Hoe moet het nu met de toekomst van Zaïre, wat zijn de alternatieven?

Uiteenlopende antwoorden op deze en andere vragen werden verstrekt tijdens het Zaïre-debat, in de maand juni gehouden in het Auditorium van Humo. Deelnemers waren:

  • Jef van Bilsen, hoogleraar Rijksuniversiteit Gent,gewezen secretaris-generaal van de Administratie Belgische Ontwikkelingssamenwerking (DOS)

  • Paul De Keersmaeker, CVP, Belgisch en Europees parlementslid, burgemeester van Asse;

  • Walter Zinzen, televisie journalist bij de BRT; .

  • Paul Janssens, medewerker bij het Zaïre-comitee ;

  • Frits Eissanloeffel, Nederlands journalist Afrikaanse zaken.

HUMO: Zijn wij nu voldoende geïnformeerd over de gebeurtenissen van vier maanden geleden in Shaba. of is het mogelijk dat men ons daarover bewust informatie heeft achtergehouden

Walter Zinzen: Ik heb mijn twijfels. en daarvoor wou ik mij baseren op een aantal punten. Zo was er bv. een opvallend gebrek aan professionele getuigenissen van journalisten die in Shaba aanwezig konden of mochten zijn. De eerste journalisten zijn pas in Kolwezi aangekomen nadat de hoofdmoot van de gebeurtenissen al één, twee. drie dagen voorbij was. Het is duidelijk dat er nadien nog veel belangrijke dingen zijn gebeurd, maar ook daarvoor was men hoofdzakelijk aangewezen op getuigenissen van mensen die het allemaal zelf hebben meegemaakt. Ondertussen is het ook wel duidelijk geworden dat de getuigenissen van de geëvacueerden mekaar regelmatig tegenspreken. Als je een beetje vertrouwd bent met de Afrikaanse toestanden. en als je er rekening mee houdt dat het daar een warboel van jewelste moet zijn geweest, dan is dat eigelijk niet eens zo verwonderlijk. Zo moet men een beetje de mentaliteit kennen van de blanken die daar leven: die zijn meestal geïsoleerd van de zwarte gemeenschap in de stad. De contacten blijven beperkt tot professionele kontakten met de boy of de boys in dienst of met eventuele Afrikaanse collega’s op het werk. Maar dat blijft meestal oppervlakkig. In normale omstandigheden werken communicatie en informatie dus al gebrekkig in Zaïre. Zelfs als er helemaal niets gebeurt wordt je er overrompeld door allerlei geruchten. Dat neemt uiteraard enorm toe, als er zich gebeurtenissen afspelen als die in Kolwezi. Bovendien is ook nog gebleken dat de meeste mensen die week nog meer geïsoleerd waren dan ooit tevoren. Velen durfden in al die tijd begrijpelijk niet eens uit hun huis te komen. Tenslotte bleek alles zich niet overal volgens eenzelfde patroon te hebben afgespeeld. Dit zijn allemaal elementen die kunnen duidelijk maken waarom onze informatie over Shaba, ook tot op vandaag, niet volledig is. Daarbij komt ook nog, dat de meeste kranten, naarmate de tijd verstreken is, hun houding hebben gewijzigd. De eerste dagen sprak men over een ware slachting onder de blanken in Kolwezi ( 1) en stelde men de zaken zo voor alsof de rebellen dat bloedbad hadden aangericht. Vandaag durven de meeste kranten toch al schrijven dat het voor hen duidelijk is dat de meeste slachtingen NIET het werk van de rebellen waren. Bovendien is het erg moeilijk om te weten te komen wat er NU allemaal in Shaba gebeurt: de journalisten zijn er nu helemaal weg.

 (1) De "Washington Post" schreef: «De cijfers van de slachtoffers werden opzettelijk overdreven om een Franse en Belgische actie te rechtvaardigen .. In het totaal vielen er 85 Europese slachtoffers, minstens 1.100 zwarte slachtoffers (in de Europese pers meestal nauwelijks of niet vermeld) en weren er 35 blanke vermisten.

HUMO: Hebt u niet de indruk dat er van boven uit, bv. ook via de BRT. politieke druk werd uitgeoefend opdat bepaalde informatie niet naar het grote Publiek zou doorstromen

Walter Zinzen: Vanuit Zaïre zeker wel. Het laat geen twijfel dat de Zaïrese overheid alles in het werk stelt om te verhinderen dat de waarheid, voor zover die te achterhalen is, aan het licht komt.

HUMO : en hier bij ons

Walter Zinzen: ... Ik aarzel een beetje. Ondanks alles wat er ook op de BRT gebeurd is, geloof ik niet dat er opzettelijke pogingen in het werk zijn gesteld, om - en ik spreek nu over het geheel van de media - de waarheid anders voor te stellen, of om dingen achter te houden.

Paul Janssens: Kijk, ik zou die pogingen die men in België heeft ondernomen om de informatie te beknotten, toch wel wat beter in de .verf willen zetten. Verschillende feiten illustreren dat, al was het maar de zaak van die Panorama-uitzending op de BRT. Ook op de RTB zijn er een aantal beslissingen in die zin getroffen :. ik denk bv. aan het verbod om er in de persoverzichten over te spreken. Ik geloof ook dat men getracht heeft het nieuws over Shaba op een bepaald moment in een kort journaal af te handelen. Anderzijds wordt er regelmatig spreekverbod opgelegd aan mensen uit de Zaïrese oppositie die in ons land over de problematiek van Zaïre willen spreken. Het is geloof ik de eerste keer dat een persconferentie van de M.A.R.C. verboden werd, enkele dagen na Shaba. Anderzijds is er ook het feit dat Mokede, de leider van het M.N.C.L. (een Lumumbistische oppositie beweging - nvdr), werd opgepakt en over de grens gezet. Dus geloof ik wel dat hier in België, onder druk van het Zaïrese régime, bewuste pogingen werden ondernomen en nog worden ondernomen, om de ware toedracht van de zaak zoveel mogelijk in de doofpot te stoppen.

HUMO: Wie beslist daarover. denkt u

Paul Janssens: Dat is moeilijk na te gaan. Wel vraag ik me af of het zo toevallig is dat de moeilijkheden op de BRT vooral begonnen zijn na het bezoek van Tindemans aan Parijs, waar hij Mobutu heeft ontmoet. Zekerheid daarover heb ik natuurlijk niet voor 100 %. Maar het is toch opvallend dat de moeilijkheden met de leden van Zaïrese oppositiebewegingen in ons land ook na dat bezoek begonnen zijn. Ook de pers heeft in dit alles de rol van verlengstuk van de regering gespeeld. Zij was het die de publieke opinie moest manipuleren, teneinde haar voor te bereiden op de militaire actie in Shaba, die men aan het uitwerken was. De eerste dagen kon men in een paar kranten nog wat kritische geluiden horen, maar vanaf dinsdag of woensdag (16 en 17 mei) hebben ook de meest kritische journalisten gezwegen. Vanaf dat ogenblik is de hele pers dezelfde rol gaan' spelen: de opinie voorbereiden opdat het scenario, dat ook al in 1954 werd opgevoerd, doodgewoon herhaald zou kunnen worden. Dus moést er verteld worden dat er allerlei gruweldaden werden begaan in Kolwezi, en dat het F.N.L.C. daar de eerste schuldige aan was. Men versloeg de moordpartijen, plunderingen en verkrachtingen met zoveel bijgekleurde fantasie, dat zelfs de meest serieuze kranten op sensatie- en boulevardbladen gingen lijken in die dagen. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat het een kampanje was om de militaire interventie publiek te laten goedkeuren. 

HUMO: Er zijn toch ook vreselijke dingen gebeurd die niemand meer kan ontkennen: de doden zowel bij de blanke als bij de zwarte bevolking. zijn er toch.

Paul Janssens: Er zijn natuurlijk dramatische dingen gebeurd. maar, zoals Walter Zinzen daarnet al zei, worden die nu, enkele maanden na de feiten, toch wel in een heel ander daglicht geplaatst. Zo komt het steeds meer vast te staan, dat de eerste dagen, laten we zeggen tot. en met dinsdag, vrij gedisciplineerd verliepen, met andere woorden dat het F.N.L.C. de stad vrij goed onder controle had. Er werden zelfs kontakten gelegd met de blanke bevolking in Kolwezi. Men stuurde er werkelijk op aan om het werk in Kolwezi te laten verdergaan. Er zijn natuurlijk ook in de eerste dagen wel 'een paar akelige dingen gebeurd, maar die kunnen verklaard worden vanuit de oorlogssituátie: elke oorlog maakt slachtoffers. Ik geef het voorbeeld van de 30 blanke werknemers die' zaterdagsmórgens gedood zijn in de" bus. Wel, volgens verschillende getuigenissen is die bus gewoon in de vuurlijn terecht gekomen, te midden van vechtende F.N,L.C.soldaten en mensen van Mobutu.

Het is erg dat zoiets gebeurt; maar in elk geval was er in die dagen geen sprake van verkrachtingen en moordpartijen op grote schaal, zoals in sommige kranten werd geschreven. Pas nadien is alles goed begonnen.

HUMO: Rijst dan meteen de vraag waarom het na dinsdag 16 mei plotseling helemaal uit de hand gelopen is.

Paul Janssens: Ik denk dat we hier komen tot een sleutelelement in de zaak, nl. de landing van Zaïrese en Franse para's op dinsdagmorgen. Die is mislukt. Vanaf dat ogenblik is .ook de houding in Belgische regeringskringen gewijzigd, ondermeer omdat men inzag dat Mobutu 'het niet langer alleen of met beperkte Franse steun aankon. En net zoals in '64 is de toestand tengevolge van dit militaire optreden sterk verslechterd. Van zijn kant is het F.N.L.C. niet in staat geweest om de uitgehongerde, bevolking, die massaal . haar sympathie betuigde voor die beweging, onder controle te houden. Een groot aantal soldaten van Mobutu zijn overgelopen, of zijn gewoon in benden gaan ronddolen in Kolwezi, en zijn daar beginnen plunderen, moorden en verkrachten. Talloze getuigenissen bevestigen dat.

Paul De Keersmaeker : 't Is natuurlijk jammer dat Mijnheer Simonet niet hier is. Hij had natuurlijk de informatie kunnen doorgeven, zoals de regering die uit haar bronnen heeft gekregen, althans in de mate dat hij dit zou wensen te doen. Maar op het ogenblik dat de regering beslist heeft militairen te sturen leek dit, gezien de ernst van de situatie, om humanitaire redenen toch noodzakelijk. Wat ook de context zij, op een gegeven moment had de regering een dermate onheilspellende informatie, dat er een motief was voor het deelnemen aan de actie. En om terug te komen op de berichtgeving, lijkt het mij dat daar toch een onderscheid moet worden gemaakt tussen het aspect van de al dan niet opportuniteit van de berichtgeving. Het is duidelijk dat de regering zich zorgen heeft gemaakt over al de speculaties die in de massamedia zijn verschenen onmiddellijk na de opstand in Shaba. Trek de vergelijking door met wat in '64 is gebeurd: toen is de pers wonderbaarlijk stil gebleven; Ik weet niet hoe dit gekomen is : Was er daar nu een beleidsmaatregel van de regering of niet...

Paul Janssen: Ik denk dat er een afspraak was met de pers.

Paul De Keersmaeker: In ieder geval heeft men dit kunnen geheim houden derwijze dat niemand het geweten heeft, Ik geloof ook dat er een afspraak was met de pers. Dat is helemaal niet zo ongewoon, in politiezaken gebeurt dat ook vaak zo. Om bepaalde deontologische redenen heeft de pers dus regels waar ze zich aan houdt als daar in belangrijke zaken voldoende motieven voor zijn. Ik denk dat daar in Shaba deze keer ook redenen voor waren. Dat is het opportuniteitsaspect. Anderzijds is er het aspect van de objectiviteit van de berichtgeving. Daar is heel wat over te doen geweest: ondermeer acties omtrent datgene wat op radio en TV al dan niet mocht worden gezegd. Ik wil me daarover niet uitspreken, omdat men dat alleen kan doen met kennis van datgene wat op het terrein zelf is gebeurd.

Prof. Van Bilsen: Ik constateer alleen maar dat er tot op heden duisternis blijft bestaan over de alternatieve middelen van optreden, anders dan militair ingrijpen. Mijnheer De Keersmaeker zegt dat de toestand op een bepaald moment zo dramatisch geworden is in Shaba, dat de Belgische regering niet anders kon dan optreden, De hele vraag is of het nu per se militair hoefde te gebeuren. Ik zie bv. dat er voor bepaalde landen wél redenen zijn om humanitair op te treden in Libanon. Afgezien Israël en Syrië doet men dat daar niet militair, omdat dit in strijd is met het internationaal recht.

HUMO : Zou met hét militair optreden van Frankrijk en België van 11 mei in Shaba dan een volkenrechterlijk delict kunnen noemen

Prof. Van Bilsen: Wel. ik zou zo'n groot woord niet durven te gebruiken, maar ik bedoel alleen dat, toen men voor dergelijke dramatische gebeurtenissen stond, er heel andere prioritaire wegen waren dan het sturen van paracommando's. Wat de regering precies gedaan heeft op het punt van andere niet-militaire oplossingen, is achteraf nooit helemaal duidelijk geworden. Daarom vind ook ik het jammer dat Minister Simonet hier vanavond niet aanwezig is. Men had voor andere oplossingen kunnen kiezen, bv. door de twee strijdende partijen ertoe te bewegen de burgerbevolking, en dat is niet de blanke burgerbevolking alléén, ongehinderd te laten weggaan. Er is zelfs een bericht geweest, op radio of TV, dat Duitsers met vrachtwagens Duitse tewerkgestelden hebben mogen evakueren...

Walter Zinzen: Amerikanen.

Prof. Van Bilsen:

Amerikanen pardon. In dat beginstadium was dat perfect mogelijk. En nu kom ik tot de kern van de zaak. Indien men had onderhandeld met de twee strijdende partijen, teneinde nodeloos bloedvergieten bij de burgerbevolking te vermijden, dan had men natuurlijk moeten toegeven dat het ging om een binnenlands politiek probleem en niet om een inval, niet om een buitenlandse agressie. Maar zoiets was natuurlijk in contradictie met het onmiddellijk belang van Mobutu: de overleving van de regering van Kinshasa. De hele vraag is of men werkelijk geloofd heeft aan die thesis van de inval. De Eerste Minister laat in ieder geval uitschijnen dat hij daar nog steeds in gelooft. Maar. dat geloof kan ook een voorwendsel geweest zijn om een gewapend ingrijpen te verantwoorden, terwijl de feiten klaar genoeg bewezen dat het om een binnenlandse politieke aangelegenheid ging. In zo'n geval heeft men juridisch niet het recht tussenbeide te komen 'in een binnenlands conflict. In zo'n geval stuurt men geen leger, zelfs niet wanneer er landgenoten tussen hamer en aambeeld zitten. Dan moet men altijd eerst een beroep doen op de strijdende partijen en op het Rode Kruis. Men heeft gezegd, maar niet met duidelijkheid, dat de regering in Kinshasa niet wilde dat het Rode Kruis tussenbeide kwam. Goed, dat was natuurlijk niet in haar belang, nietwaar. Haar belang was dat er , toen troepen ter hulp kwamen snellen, Europese troepen die de politieke situatie moesten doen omkeren in het voordeel van Mobutu. Zie je, en om dat ingrijpen enigszins te verantwoorden, moest men de feiten zo aan het publiek voorstellen, alsof het om een bewuste inval vanuit bv. Angola ging. Men had trouwens ook een beroep kunnen doen op de Veiligheidsraad, zoals in Libanon, waar de UNO-troepen enkele dagen ter plaatse zijn geweest; indien de regering uit Kinshasa dat had aanvaard had men dus internationale troepen men op de uitgangsvraag, of er al dan niet informatie over Shaba werd achtergehouden, meen ik dus ja te kunnen antwoorden: men heeft niet voldoende onderzocht wat de mogelijkheden waren met het Rode Kruis, de UNO, etc., en men heeft deze tekortkoming achteraf trachten te verdoezelen.

Walter Zinzen:

Ik wou hier nog even inpikken op het verwijt dat Mijnheer De Keersmaeker de media daar net heeft gemaakt, nl. dat ze niet opportuun hebben gehandeld. Men.moet hier toch wet rekening houden met de gemoedsgesteltenis van de journalisten in die dagen. Immers, uit verklaringen van de premier, van de Minister van Buitenlandse Zaken, etc., was duidelijk gebleken, - men had het openlijk toegegeven, - dat men van plan was troepen naar Shaba te sturen. Op dat moment hadden wij zeer sterk de indruk dat die beslissing tot militaire evacuatie in samenspraak met het F.N.L.C. was genomen. Wij vroegen ons zelfs af waarom de regering dat allemaal zo openlijk deed., Wij hadden echt het gevoel dat er dus een soort afspraak bestond waarvan wij niet op de hoogte waren, in de zin van: « Kijk, wij sturen onze troepen; maar pas op, dit keer is het geen militair ingrijpen, wij komen alleen onze landgenoten evacueren, dus schiet niet op onze para' s I). Wij dachten natuurlijk ook meteen aan de Wereldomroep; langswaar het F.N.L.C. zou vernemen dat er Belgische para's op komst waren. Het kon toch niet de bedoeling zijn dat men onze te voren was aangekondigd? Ik baseer me ook op het feit dat er op een bepaald moment moeilijkheden waren met de bevoorrading van onze vliegtuigen, dat onze vliegtuigen via Abidjan hebben moeten vliegen, en niet via Kinshasa. Men heeft daar een mooi klinkende uitleg voor gegeven, als zou er in Kinshasa een tekort aan brandstoffen zijn geweest. Maar achteraf is goed genoeg gebleken hoe de vork aan de steel zat, en dat het niet om een louter humanitaire actie zondermeer ging, zoals men het in diverse regeringsverklaringen had aangekondigd. Tenminste, zo wilde Mobutu het toch niet. Als onze vliegtuigen niet in Kinshasa zijn geland, dan was dat omdat Mobutu er niet mee akkoord ging dat onze para's alleen om humanitaire redenen zouden ingrijpen. Hij heeft dus gezegd: nee, als het niet is om militair op te treden tegen de rebellen, en ze te verdrijven, dan zet ik niet het sein op groen. Ik geloof dat die twee aspecten toch bij de zaak betrokken moeten worden.

HUMO : Gesteld dat het nu echt om een louter humanitair optreden ging. waarom is er dan nog een bataljon para's achtergebleven nadat de evacuatie van onze landgenoten al lang beëindigd was?

De Keersmaeker: Het was duidelijk een humanitaire actie, ja. De regering heeft ermee gewacht tot zij geen ander uitzicht meer had. Er. waren onheilspellende berichten, die op een bepaald ogenblik dubieus waren. De Minister van Buitenlandse' Zaken heeft op een bepaald ogenblik in het Parlement gezegd, dat de berichtgeving over Shaba uitgevallen was. Toen heeft de regering beslist dat er moest worden opgetreden met als enig doel de redding van landgenoten die zich in levensgevaar bevonden. Alleen om veiligheidsredenen -- en de regering zal daar wel haar redenen voor hebben - is er een beperkt contingent in Shaba gebleven.

HUMO: Was dat nu echt wel om veiligheidsredenen? Vanden Boeynants heeft op 28 juni in de Kamer verklaard: « Er moet rekening worden gehouden met de Belgische EKONOMISCHE belangen in Zaïre, en om die reden moest er een bataljon para's worden achtergehouden in Shaba )). Hier is dus sprake van heel andere belangen dan loutere veiligheidsbelangen. Hoe kan u dan zo hardnekkig blijven volhouden dat het alleen om een humanitaire actie ging?

Paul De Keersmaeker : Ja kijk, het behouden van een contingent militairen was zeker te verantwoorden. Het was daar nodig opdat de medische, farmaceutische en economische eerste hulp vlot zou verlopen, teneinde bepaalde industriële dispositieven opnieuw op gang te brengen. Dat neemt zijn plaats in het algemene beleid. Maar hoe dan ook was de eerste actie uiteraard gesteund op humanitaire redenen' en op geen andere.

Paul Janssens: Juist, aanvankelijk werd die actie voorgesteld als een humanitaire actie; men heeft dat gestaafd met de bewering dat het hier ging om een actie die beperkt was in de tijd, tot 72 uur. Ik geloof wel dat een groot deel van de publieke opinie die thesis lange tijd geslikt heeft, maar ik geloof evenzeer dat, toen die 72 uren al weken verstreken waren en de Belgische troepen NOG altijd ter plaatse waren, er voor heel wat mensen één en ander duidelijk moet zijn geworden. Om dan toch maar de illusie staande te houden dat het om een louter humanitaire actie ging, heeft men nadien met allerlei bijkomende verklaringen uitgepakt: eerst heette het dat er een bataljon in Shaba moest achterblijven om de veiligheid van de achtergebleven (2) landgenoten aldaar te waarborgen. Toen de 72 uren weken werden en de para's maar bleven, vond men er

gauw nog een paar redenen bij, nl. het uitdelen van voedsel en geneesmiddelen. Ik vraag mij werkelijk af waarom zoiets de taak zou zijn van Belgische militairen, en of het allemaal zo héél toevallig is, dat de Belgische troepen pas werden terug. getrokken NADAT er al een Mobutu-gezinde inter-Afrikaanse vredesmacht ter plaatse was? Ik geloof integendeel dat de Belgische para's na verloop van die zogezegde humanitaire actie alleen maar ter plaatse werden gehouden in afwachting dat andere militairen het régime in Zaïre ter hulp zouden snellen.

(2) Op 35 vermisten na en 19 achtergeblevenen, werden alle 2000 de Belgen ui Kolwezi binnen de 72 uur geëvacueerd.

Hier valt trouwens nog iets anders op. In Belgische regeringskringen heeft men nogal de nadruk gelegd op het verschil tussen de Franse en de Belgische militaire acties. De Franse actie zou politiek geweest zijn, temeer omdat de woordvoerder van het Elysée daarover geen twijfel liet bestaan. België daarentegen zou de edele taak op' zich hebben genomen de vluchtelingen op te vangen.

HUMO : Vermoedt u dat er afspraken waren tussen de Franse en Belgische militairen. bv. dat zij achter de schermen een soort taakverdeling hebben uitgewerkt?

Paul Janssens: Dat vraag ik mij zeker af, ja. De taak van de Fransen bestond er mogelijk in het gebied te heroveren op het F.N.L.C., met andere woorden de kapitaalbelangen in de mijnstreek veilig te stellen. Ze hebben dat ook gedaan, met alle wandaden (3) vandien. De Belgen van hun kant moesten dan instaan voor het humanitaire aspect van de operatie. Naar buiten uit kon de schijn dus worden gered, terwijl alles er toch maar weer toe bijgedragen heeft het dictatoriaal regime in onze gewezen kolonie in stand te houden. Daarom geloof ik ook, dat het onderscheid dat Tindemans en Simonet gemaakt hebben tussen de politieke en de humanitaire actie, volkomen denkbeeldig is. Als men soldaten stuurt, dan kan het resultaat daarvan trouwens moeilijk anders zijn dan dat een regime dat op' vallen stond, daardoor op de been werd gehouden. Trouwens, de AUTORITEIT, zoals men het in Brussel zegt, werd naar afloop van de eerste dagen OVERGEDRAGEN aan de Zaïrese militairen. Dat spreekt toch wel boekdelen.

 (3) Een reconstructie ven alle ooggetuigenverslagen wees uit dat de Franse para' s minstens 300 zwarten en 8 blanken gedood hebben, De Franse" humanitaire .. actie stond onder het militair bevel van kolonel Erulin, een man die in het vreemdelingenlegioen bekend stond als de folteraar van Algerije,

Paul De Keersmaeker: Het is eigenlijk erg jammer dat Mijnheer Simonet hier niet kan repliceren. Maar ik kan toch wèl zeggen, dat die stelling over de taakverdeling tussen Franse en Belgische militairen op de meest uitdrukkelijke manier geloochend is, zowel door Tindemans, Simonet als VDB. Daar is o.m. gezegd geweest dat de Fransen zonder medeweten van de Belgen op een relatief slecht moment hun beslissingen tot militaire actie hebben genomen. Giscard d'Estaing heeft dit trouwens in een langdurig gesprek voor de Franse TV toegegeven. Daarbij noemde hij het Franse Optreden .. une action ponctuelle ". die benevens van humanitaire. ook van politieke en strategische aard was.

Prof. Van Bilsen : Kijk, ik geef toe dat het redden van de Belgen het centrale feit was van de militaire actie in Shaba. En het redden van de Belgen is natuurlijk een humanitaire operatie. Alhoewel ik nogmaals zeg: kijk eens rond in de wereld: wààr gaat men met para's zijn kloosterzusters of zijn accountants redden? Wie doet dat? Niemand.

Paul De Keersmaeker : Tenzij het op verzoek geschiedt, want het was bijna een verzoek van de Zaïrese overheid. Dit onderscheid moeten we hier. toch wel maken.

Prof. Van Bilsen : Ja en neen. Als het een echt humanitaire zaak is, dan kan dat ook gebeuren tegen de wil van de plaatselijke overheid in. Toen in Turkije vreemdelingen werden gemolesteerd, dan is men daar naartoe gevlogen, zonder toestemming van de Turkse overheid. Al geloof ik dat het zelfs dan nog verkeerd is.

Paul De Keersmaeker: Dat is juist, professor, maar dan 1;OU hier toch een groot risico genomen zijn of gezondigd zijn tegen een ander element van het Zaïrebeleid, nl. de niet-inmenging. Juist daarom heeft de regering hier met de nodige omzichtigheid gehandeld, wat haar achteraf door bepaalde instanties nogal kwalijk is genomen.

Prof. Van Bilsen: Ik geloof dat er in het aanvankelijke stadium, juist na de opstand in Shaba, een groot verschil was tussen de Belgische en de Franse houding en politiek. De Fransen wilden daar de pointe, wat een demonstratie zou zijn voor alle andere bevriende regeringen. dat ze steeds op Frankrijk konden rekenen en dat het status quo door Frankrijk gegarandeerd zou worden. Dat moet de Belgische houding wel beïnvloed hebben. De Belgen hebben gedacht dat ze ook nog moesten leven met de volgende regering, en dat ze hun landgenoten moesten redden: ten, eerste omdat het landgenoten zijn, ten tweede omdat wanneer er niets werd gedaan, het daar een slachtpartij geworden zou zijn, en omdat er dan mindere eigen naar Zaïre zouden gaan, Dan is niet alleen de economie van Zaïre in gevaar, maar ook een stuk Belgisch belang. Welnu, dat Belgisch belang loopt als een rode draad door 18 jaar onafhankelijkheid en 18 jaar Zaïre beleid , Dit is trouwens niet de tweede Shabaoorlog, het is de derde, want de eerste greep al plaats onder Tshombe. Ook toen al is er een injectie geweest van Belgische gendarmes, officieren, politieofficieren, enz, Die hebben in samenwerking met de huurlingen allemaal getracht de opstand van de Lumba's tegen het Katangese regime neer te slaan. Er zijn later nog regelmatig crises geweest voor het tot een tweede opstand in Shaba kwam, ondermeer die van Stanleystad in '60: zeer duidelijk een BINNENLANDS conflict, maar ook toen al was er sprake van het redden van Belgen. Tezelfdertijd was het echter een actie om ook het regime van Tshombe te stabiliseren door een dubbele operatie. De operatie van para's en de colonne van kolonel VandeWalle (lid van de Staatsveiligheidsdienst en van Pro Vita nvdr), die aan het hoofd stond van een deel van het Zaïrese leger met daarbij een onderdeel 4Iidafrikaanse huurlingen.

HUMO : Heeft Vande Walle later niet geschreven dat hij tégen de para-operatie was?

Prof Van Bilsen: Natuurlijk, omdat het een stuk van zijn persoonlijke glorie wegnam: en vervolgens omdat hij vond dat die para-operatie nutteloos was. Maar men ziet de rode lijn in dit alles: telkens ging het om een humanitaire actie en om een politieke actie, waarbij het regime dat aan de macht was gestabiliseerd moest worden. Nu was dat weer zo, En men kan nog verder opklimmen in de geschiedenis dan Shaba-één. Ik denk aan de crisis in '57 : toen heeft de Belgische regering, na gesprekken met de betrokken koloniale belangengroepen, eraan gedacht het hele Belgische hebben en houden terug te trekken. De leraren werden hier gehouden en mochten niet vertrekken...

Paul De Keersmaeker: Ik vind dat u daar zinnige dingen vertelt. Toch meen ik dat dit alles nog de thesis niet. staaft dat de Belgische regering in Shaba alléén om economische redenen zou zijn opgetreden. Het is duidelijk zo dat er grote economische belangen op het spel staan, niet alleen in Shaba maar in Zaïre in het algemeen. De vraag is dan: zou de regering de beslissing tot interventie ook genomen hebben zonder die overweging? Ik geef toe dat dit een beetje theoretisch is, want zonder mensen heeft men geen economische bindingen. Het belangrijke is dus; wat het fundamentele motief is geweest. En niemand kan loochenen dat de interesse en de betrokkenheid van de regering overigens ook gemotiveerd zijn door de vele bindingen tussen ons land en Zaïre - ook en vooral de economische.

Prof. Van Bilsen: Ik ben het met u in zoverre eens dat men niet met grote precisie kan zeggen wat de eigenlijke motivering voor een militair ingrijpen is geweest, en dat, althans bij sommige regeringsleden, de humanitaire overwegingen van doorslaggevende aard waren, meer dan de politieke en de economische.

Paul De Keersmaeker: Mag ik het dan anders zeggen? Ik bedoel alleen maar dat de humanitaire reden de determinerende reden voor de interventie is geweest.

Prof, Van Bilsen: Wel, ik bedoel dat u dit niet kan bewijzen, en dat ik het tegendeel niet kan bewijzen. Ik zou deze humanitair gekleurde en gedeeltelijk humanitaire operatie dus willen plaatsen in een context waarin ik vaststel, dat telkens als men een humanitaire operatie heeft uitgevoerd, men de mensen in de gevaarlijke situatie laat verder leven. Als het zuiver humanitair was, dan zou men moeten zeggen: « Belgen, luister, we hebben nu genoeg ondervinding opgedaan, er zijn 7 à 8 crises geweest, en we stellen vast dat de Staat Zaïre de buitenlanders niet afdoend kan beschermen; wie daar dus blijft, wel die blijft voortaan op eigen risico ». En na iedere crisis, ook nu wéér, ziet men altijd weer hetzelfde gebeuren, wordt het vertrouwen van de bevolking opnieuw aangewakkerd, tot een nieuwe crisis in het verschiet komt. Morgen kan men dan herbeginnen om alweer om humanitaire redenen een militaire actie te voeren. Men zit dus in een kettingsysteem van humanitaire operaties, en als het alleen om louter humanitaire redenen zou gaan, dan zou men achteraf geen Minister moeten sturen om te onderhandelen over de terugkeer van geëvacueerde Belgen. Neem mijn beeld van een abdij met 100 Belgische nonnen. Dan zou men zeggen: vooruit, tenzij z.ij weigeren, gaan wij ze evacueren. Dat is een humanitaire operatie. Men zou niet zeggen: we gaan een inter-Afrikaans leger met Belgische of Westerse logistieke steun sturen, of we gaan een bataljon Belgische soldaten daar laten om te waken over de veiligheid van die nonnen tegen de dag dat ze terugkeren. Dan weegt men op de binnenlandse politieke verhoudingen van een land. en dan zit men i.p.v. in een humanitair in een politiek vaarwater.

Paul De Keersmaeker: Nu raakt u de problematiek aan van de toekomst van Zaïre en van de Belgen aldaar. Want die economische belangen bestaan en zijn stuk voor stuk componenten van een voor ons niet onbelangrijke Zaïrese economie. Kan België als politiek hebben. dat wij al de blanken voorgoed uit Zaïre weghalen? In .. The Economist" wordt dat belang op 6 biljoen dollars geraamd, dat is 210 miljard BF : zoveel zou België in Zaïre geïnvesteerd hebben. Dat is een astronomisch getal, dat hoger ligt dan alle andere investeringen samen: de Fransen bv. hebben daar 700 miljoen te verdedigen. Maar ik geloof dat de informatiebronnen van" The Economist" over het algemeen zeer ernstig zijn. Het lijkt me toch iets te zijn wat onderzocht moet worden. Dit is, ik herhaal het, niet iets wat alleen zaligmakend is, maar het is een component, die, zoals Mijnheer Outers heeft gezegd, uitermate belangrijk is voor de mensen die daar leven, voor de Zaïrese economie, en ook voor de Belgische economie. Er zouden weer zo'n 15 à 20.000 werkplaatsen verloren gaan, als wij die mensen niet laten terugkeren naar Zaïre. Maar goed, we zijn nu toch wel op een heel ander terrein gekomen...

HUMO : Precies: op dat van de ECONOMIE. Is het niet vreemd dat hier de vraag werd gesteld of het militaire ingrijpen in Shaba om louter humanitaire redenen gebeurde, dat u, als vertegenwoordiger van de grootste regeringspartner, eerst zeer bevestigend op die vraag antwoordde, en dat u nu, zeer spontaan overigens, concludeert dat België in Zaïre behalve mensenlevens ook 210 miljard frank kapitaal te verdedigen heeft? Liggen" humanitair" en "monetair" hier niet plotseling verrassend dicht bij mekaar?

Paul De Keersmaeker : Daar kom ik zo dadelijk op terug. Maar ik wil eerst mijn betoog afmaken. Ik vind dat wij dit alles daar toch niet zomaar aan zijn lot kunnen overlaten. De regering zegt dat men moet plannen in een multilateraal kader. We mogen niet vergeten dat de planning van het zgn. Mobutu-plan al aan de gang was vóór de laatste opstand in Shaba. Er was dus al een basis voor organisatie. We hadden een plan om bepaalde zaken te consolideren, om een basis van heropleving te vormen.

Walter Zinzen: Dat was wél het rechtstreekse gevolg van de Shaba-opstand van vorig jaar, nietwaar.

Paul De Keersmaeker: Goed, dit zijn ernstige dingen die een oplossing vragen, en men moest inderdaad vanuit deze LOUTER HUMANITAIR gemotiveerde aktie de brug slaan om daar op een decente manier uit te komen, en uit te monden in een plan van eerste hulp in eerste orde, en van stabilisatie in tweede, en economische relance in derde orde. Dat illustreert toch voldoende dat wij, als wij onze verantwoordelijkheden willen opnemen, niet zonder meer kunnen zeggen: .. Wij kuisen daar onze schup af .. ?

HUMO: Maar u geeft wel toe dat naast humanitaire redenen ook economische redenen - 210 miljard Fr zei u zelf - een rol hebben gespeeld bij de beslissingen militairen naar Zaïre te sturen.

Paul De Keersmaeker: Ja, uiteraard, maar ik herhaal: het determinerende hoofdmotief voor het optreden was de LOUTER HUMANITAIRE OPERATIE.

Frits Eisenloeffel: Maar het kwam wel buitengewoon goed uit geloof ik, dat men deze van de verkiezingen afhankelijke democratie als België) een presentabel humanitair motief kon presenteren, om tussendoor ook maar gauw de economische belangen veilig te stellen.

Jean-Pierre Van Rossum.