Kolwezi.

1978

Kolwezi 1978

Special Kranten Kolwezi 1978

Dankzij het ontvangen van fotos van Kolwezi 1978 kan U een exclusieve reportage lezen en video bekijken over de evenementen van Kolwezi 1978
Al deze artikels zijn verschenen in kranten of tijdschriften en zijn me toegestuurd per e-mail waar mogelijk heb ik de bron weergegeven. Gelieve mij te contacteren indien het artikel niet conform is met de auteursrechten

We moeten niet langer bewijzen dat we niets kunnen door DIRK VANDERSYPEN.

(uit Knack van 13/9/1978)

Er is wellicht geen enkel ministerie waar al zo vaak werd gezegd dat het geen beleid had, als het ministerie van ontwikkelingssamenwerking. Dit wordt nog iets duidelijker als men weet dat zeven van de twaalf ministers of staatssecretarissen die dit departement sedert zijn oprichting onder hun bevoegdheid namen, na minder dan een jaar opstapten.

Een gebrek aan beleid wreekt zich vooral in die landen die van onze ontwikkelingshulp meeproeven, en in de eerste plaats Zaïre, want zij krijgen een stel ambtenaren en "ontwikkelingshelpers" over de vloer die het vaak meer te doen is om poen dan om hulp bieden.

Leopold Greindl, witte pater en docentwerkleider aan de Université Nationale de Zaïre (UNAZA) te Lumumbashi vindt, na twaalf jaar praktijk, dat het met onze ontwikkelingshulp minstens even fout loopt als met Zaïre zelf. Onderstaand interview gaat dan ook alleen over de ontwikkelings-samenwerking met Zaïre, het land dat bijna de helft van ons budget voor ontwikkelings-samenwerking opslorpt.

De Belgische begroting van Ontwikkelingssamenwerking is een vrij getrouwe kopie van ons koloniale verleden. Zaïre is de grootste slokop van kredieten, de andere ex-kolonies Rwanda en Burundi zijn de tweede en derde grootste klant. De jongste regeringsverklaring bevestigt opnieuw onze speciale banden met Zaïre, Rwanda en Burundi.

Tijdens het Kamerdebat over zijn begroting in mei van dit jaar zegde minister van Ontwikkelingssamenwerking Lucien Outers over zijn beleid: Lange tijd werd het beschouwd als een bijkomende en marginale actie, die op onze samenleving geen weerslag had. Nu is het echter een essentiële voorwaarde voor ons voortbestaan, die berust op het onderscheiden van wederzijdse belangen. Men kan derhalve niet langer staande houden dan dit verspilling is van rijksgelden in crisistijd".

Leopold Greindl: Ik ben het er mee eens dat ons beleid zou moeten berusten op het onderscheiden van wederzijdse belangen. De werkelijkheid is evenwel anders, want ik stel vast dat de voordelen in de eerste plaats België ten goede komen. Neem bijvoorbeeld de Zaïrisatie van 1973, waarbij een groot gedeelte van de Zaïrese economie werd genationaliseerd. Die operatie is voor Zaïre faliekant mislukt. En voor de Belgen in Zaïre? Ik ken mensen die riepen "ik heb er vier miljoen frank mee verloren". Maar voor tien jaar kwamen ze Zaïre binnen met één miljoen, en ze zijn naar België teruggekeerd met tien miljoen frank. Als dat ook al een verlies is... Dat de Belgen in Zaïre zaken doen is aanvaardbaar, er moet wederzijds voordeel zijn. Maar dat betekent nog niet dat we daar moeten gaan plunderen, zoals nu soms het geval is".

Het werkterrein van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel is veelal complementair met dat van Ontwikkelingssamenwerking. Je zou je in een ander ministerie wanen als je Outers over Gécamines hoort verklaren dat "de Belgische investeringen en de aanwezigheid van onze technici onontbeerlijk zijn voor het vlot functioneren van lil. die onderneming en dat daarbij niet uit het oog moet ver/oren worden dat de exploitatie van die mijnen aan zowat 25.000 mensen in België werk verschaft". Inderdaad. Geen Gécamines betekent geen grondstoffen voor de Métallurgie Hoboken-Overpelt en haar afdeling te Olen, de Boomse Metaalwerken, de bijna tienduizend werknemers van ACEC, en ook de Belgische Scheepswerven,

Technische bijstand

- De 20,4 miljard frank die België voor ontwikkelingshulp opzij zet, worden in de eerste plaats beheerd door het Algemeen 8estuur voor Ontwikkelingssamenwerking, ABOS, een organisme dat door ingewijden wordt verguisd. U hebt daar ook ervaring mee.

- Leopold Greindl: "Afschuwelijk, die bureaucratie. Dat organisme zit vol functionarissen die zich hier officieel komen wijden "aan de ontwikkeling van Zaïre". Maar het merendeel onder hen verstaat, noch interesseert zich voor dit land en wenst zo weinig mogelijk te worden lastig gevallen, zeker niet met Zaïrese problemen. Het zijn mensen die hun kaas gemaakt hebben en erin blijven zitten.

Eén van de hoofdproblemen van het ontwikkelingsbeleid is dat onze mensen zomaar kunnen vertrekken en helemaal niet voorbereid zijn op de situatie waarin ze terecht komen. Door het feit dat het ABOS op dat vlak niets te bieden heeft, komt de helper in Zaïre terecht bij landgenoten die op zichzelf leven. Sommigen leven er al tien jaar en hebben nooit een voet in Zaïre gezet, hun contact met de plaatselijke bevolking is nihil. Een zwarte in huis halen, tenzij als boy, dat doen ze niet en dat is ook normaal als ze veertig maal meer geld verdienen. Want geld wordt er door de Belgen geschept met karrenvrachten,"

- Het is bekend dat mensen van de Technische Bijstand waar ongeveer 'veertig procent van onze hulp in kruipt zwaar worden betaald.

- Leopold Greindl: "Ik ken mensen die door de Belgische staat betaald worden en die daar per maand vijftigduizend frank zuiver opzij leggen. Geld is hun enige bekommernis. Laat die dan toch alstublieft het eerste het beste vliegtuig nemen naar Zaventem, en zich niet komen verrijken in een onderontwikkeld land in het kader van ontwikkelingshulp. Een helper van de Algemene Technische Samenwerking (C.T.G.) kost de Staat anderhalf miljoen frank per jaar, en zo zijn er zeshonderd in Zaïre. Daarnaast zijn is er de Algemene Technische Hulp (de A.T.G.'s) zoals ,ikzelf, die sedert een jaar niet werden betaald. Onze betaling is ten laste van Zaïre. De A.T.G.'s werden door Zaïre ingeroepen en krijgen normaal een derde tot een vierde van het loon der c.T.G.'s. Ik kan me dat veroorloven als missionaris, iemand met een gezin niet. Met drieduizend frank per maand leef je niet in Zaïre. Door het bankroet van de Zaïrese staatskas stond onze betaling vorig jaar zes maanden achter, nu reeds een jaar. Ik heb net het loon van augustus 1977 opgestreken."

- Wat zijn de perspectieven?

- Leopold Greindl:"De Zaïrese staatskas zakt snel in het moeras weg. België zou kunnen bijspringen door die A.T.G.-Loonkosten over te nemen. De A.T.G.'s beginnen ook uit nood naar België terug te keren waar ze het werklozenleger aandikken, Als België nu zou besluiten schoon schip te maken met de veel te dure c.T.G.'s, dan zou het in plaats van de zeshonderd C.T.G.'s nu, geld hebben voor twee à drieduizend A.T.G.'s, met een niet overdreven maar normale leefbare wedde."

Onderwijs totaal uitgehold

- De minister van Ontwikkelingssamenwerking Outers heeft hier voor het Parlement verklaard dat men niet langer kan staande houden dat zijn beleid verspilling is van rijksgelden in crisistijd. Hoe hebt u dat ter plaatse meegemaakt?

- Leopold Greindl: Nemen we het onderwijs. In Lumumbashi waar ik woon, zitten bijna de helft van de C.T.G.'s in het onderwijs, maar vergis u niet ze geven les aan blanken. Er zitten daar twee of drie zwarte studenten tussen die veel geld hebben, de rest zijn kinderen van blanken, wiens ouders werken bij Gécamines".

- Ontwikkelingshulp van de blanken van Gécamines dus?

- Leopold Greindl: "Precies. Het gaat zelfs zover dat mensen onderwijzen aan kinderen van onderwijzers die onderwijzen aan "helpers". Hun betaling hoort toch niet thuis bij de begroting van ontwikkelingssamenwerking. En de zwarten vormen nog een hoofdstuk apart. Aan de universiteit krijg ik tien tot vijftien procent studenten die niet eens kunnen lezen of schrijven."

- Wat niet pleit voor het niveau van het universitair onderwijs.

- Leopold Greindl: "Zeker niet. Het onderwijs is één van de meest dramatische aspecten van de Zaïrese tragedie. De basis van succes en slagen is niet bekwaamheid, maar geld. Als je slaagt in je examens, ga je in België naar het volgende jaar over. Niet in Zaïre. Om in een hoger jaar te beginnen, moet je in de eerste plaats geld hebben. Ik kende een student, de eerste van de klas, méér dan 80 procent van de punten, die anderhalf jaar in hetzelfde leerjaar moest blijven zitten, omdat hij geen geld had, Anderzijds zijn er die in de examens zakken, maar die gezien vaders positie en of tegen betaling wél naar de volgende klas kunnen gaan. Je kan in Zaïre alles kopen. De jongens betalen hun promotie naar een hoger jaar met geld, de meisjes in natura, door met de leraar naar bed te gaan. En dit gebeurt dagelijks en overal in het onderwijs". Toch besteedt België de helft van zijn ontwikkelingsbudget aan onderwijs, voor Zaïre is dat een half miljard.

- Leopold Greindl: Wat Zaïre betreft, ben ik ervan overtuigd dat als het onderwijs twee jaar afgeschaft wordt, .. de bevolking daar niet eens nadeel van zal ondervinden. Het is te corrupt, de enkele idealisten - ook Belgische ten spijt. Maar wat heeft België op dit vlak eigenlijk verwezenlijkt? Als je bedenkt dat nu, 18 jaar na de onafhankelijkheid en na 18 jaar het accent gelegd te hebben op onderwijs, wij ze nog steeds niet hebben geleerd hun onderwijs zelf te organiseren en we nog ieder jaar Belgische leraars moeten sturen naar de middelbare scholen, ja zelfs soms naar de lagere scholen.

Het is een positieve maatregel van Minister Outers dat hij het onderwijsprogramma voor Zaïre wat heeft teruggeschroefd. We zouden een nog positievere bijdrage leveren als we ons volledig uit het onderwijs terugtrokken. We hoeven niet langer te bewijzen dat we het niet kunnen.

- U hebt de gebeurtenissen in Shaba "life" meegemaakt. De "rebellen" uit de buurlanden zijn niet gevlucht en wonen nu in Kolwezi, Kibushi, Lumumbashi?

- Leopold Greindl:Bij de opstand in Shaba was er spoedig voedselschaarste, maar de gouverneur van Shaba beheerst er vijfentachtig winkels en magazijnen. Hoe kan men dat lijmen. We hebben toen de complete chaos, de totale corruptie beleefd.

Een voorbeeld. Ik stuur mijn boy met een factuur om de waterrekening te betalen. Hij komt terug, de factuur is gescheurd. Hij was niet tot bij het kantoor geraakt, want onderweg had een politieagent hem tegengehouden die vroeg de factuur, bekeek ze, en scheurde ze stuk. Waarom? Wat betekent dat? Niemand weet het. Dat gebeurt dagelijks. Een andere keer was mijn wagen gestolen. Om vier uur 's morgens vond ik hem terug vierhonderd meter verder. De militairen hadden onderhandeld om de auto van de dieven over te kopen. Zo gaat dat.

De wet beeft opgehouden te bestaan

- Leopold Greindl: Ook het gerecht is corrupt. Als een rechter zich bijvoorbeeld een nieuwe wagen wil aanschaffen, dan vraagt hij dat aan de militairen die contact opnemen met dieven. Die gaan dan een auto stelen. Twee dagen later heeft de rechter de wagen, met een andere nummerplaat en eventueel beschilderd. Dat weet ik van een garagehouder, die een dagvaarding kreeg bij het Parket en van de rechter het bevel ontving zijn auto te herstellen tegen de volgende dag. De dag daarop kwam de rechter de wagen halen. Op de vraag van de garagehouder naar de betaling, zei de rechter hem de rekening op te sturen. "Maar dan zie ik mijn geld nooit". - "Doe wat ik u beveel" antwoordde de rechter. Dat was het dan. In dit land heeft de wet opgehouden te bestaan."

- Onder die omstandigheden lijkt het toch bijna uitgesloten iets positiefs bij te dragen? .

- Leopold Greindl: Wat "ontwikkelingshelpers" in de eerste plaats zouden moeten hebben is motivatie. Je moet echt met veel idealisme van start gaan en daarnaast een olifantenhuid hebben om niet zelf een onderdeel te worden van de chaos en de corruptie. Jammer genoeg is idealisme geen conditio sine qua non om door het ABOS onder de arm te worden genomen. Daardoor krijg je in Zaïre veel te veel mensen die er niets kunnen doen, die de gemakkelijkste weg kiezen."

De goede mentaliteit ontbreekt

- Traditioneel gaat ook een grote hap van onze hulp naar de gezondheidszorg. In Zaïre is dit hoogdringend. Een broussedokter meldde in een brief in Wereldwijd de meest voorkomende ziekten. In dalende orde was dat malaria, ankylostome en andere wormen, mazelen, blindheid door een vlieg veroorzaakt, en ook de slaapziekte steekt weer het hoofd op.

- Leopold Greindl: Ook hier hangt veel af van idealisme. Bij al te veel helpers is dat zoek. Ik ken een dokter die hier na jaren werken tot de slotsom kwam: "met de Zaïrezen is niets aan te vangen". Sinds enige tijd houdt hij nu nog dertig minuten consultatie per week, verder niets. Die man verdient dus in het kader van de Technische Bijstand en op kap van de Staat 30.000 frank per uur. Een vriend van mij is geneesheer algemene ziekten in het Universitair Ziekenhuis. Hij houdt normaal spreekuur, maar krijgt per dag slechts zo'n vijftal zwarten binnen. Betekent dat er geen zieken zijn? Neen, maar je moet tien Zaïre (nationale munt) betalen om het ziekenhuis binnen te mogen en dat staat gelijk met acht dagen loon van de arbeider, vandaar. Dit soort scheefgetrokken verhoudingen ontstaan als je niet (wil) weten wat zich aan de voordeur afspeelt. Daartegenover ken ik een Haïtiaans echtpaar, beiden dokter, die werken tot tien uur 's avonds en dan nog zwarten naar huis moeten sturen; zij overtreden de wet en hebben het toegangsgeld afgeschaft.

Teveel van onze dokters blijven hangen in de grote steden waar ze de Westerse luxe kiezen boven het gebrek aan komfort en accommodatie op het platteland. Dat verklaart waarom er geen dokters zijn op het platteland, en teveel in de steden. Maar waarom stuurt België deze mensen dan uit? Ze zijn van geen enkel nut."

Neokolonialisme

"Ik zat eens met een Belgisch vice-consul aan tafel en als hij het over de zwarten had, sprak hij steevast over "ces bougnoules, ces gugu's". Ik vroeg hem wat hem dan naar Zaïre. dreef, waarop hij zei: "Ik ben hier voor de Belgen". "In een winkel liep een vrouw van een c.T.G. te klagen over de prijzen. "Wat vliegen de prijzen hier de lucht in" zei ze, "nu heb ik 1.100 frank moeten betalen voor het vlees voor mijn hond en voor mijn boy".

"Een zuster vertelde me dat ze van een C.T.G.-echtpaar geld gekregen had voor de boy die het huis moest bewaken tijdens hun maand afwezigheid: 45 Zaïre of vierhonderd frank, goed voor één brood per dag. Zelf verdienen ze honderdduizend frank. Met welk recht gaan die mensen naar Zaïre, die meer geld uitgeven aan hun hond dan aan hun boy?"

- Minister Outers pakt net uit met een plan om in het kader van onze tewerkstelling enkele honderden stagiairs naar ontwikkelingslanden te sturen. Zo komen er toch weer helpers bij?

- Leopold Greindl: Het zou een goede maatregel zijn op voorwaarde dat ze degelijk voorbereid zijn én gemotiveerd voor hun taak. Maar ze kunnen nu beter thuisblijven, want de situatie is er momenteel te dramatisch om er als onervaren afgestudeerde binnen te komen."

- Vaak hoor je dat er betere ontwikkelingshulp uitgaat van niet-gouvernementele organisaties zoals Broederlijk Delen.

- Leopold Greindl: Het is zeker waar dat deze organisaties over het algemeen veel beter hun geld beheren en gebruiken dan dat bij het ABOS het geval is. Ze worden ook geleid door meer bewuste mensen, en hun projecten zijn beter gecontroleerd. Maar ook bij deze projecten hangt veel af van de personen die uiteindelijk worden uitgezonden. Bovendien is hun gewicht relatief klein in het totale budget namelijk, zo'n 700 miljoen of 5 pct. van het totale ABOS-budget.

- Eén project dat al veel inkt deed vloeien is het project Kanzama-Kasese, een landbouwcomplex dat eigendom is van mevrouw Mobutu, en door Belgen werd opgezet.

Leopold Greindl: Het weinige dat ik ervan weet, lijkt me positief. Maar hier botsen we op het structurele probleem van onze bijstand aan Zaïre. Over twee jaar loopt dit project ten einde en zal het in Zaïrese handen ')vergaan. Het is dan wel de vraag of de Zaïrezen in staat zijn dit project naar behoren te laten verder draaien, want daarvoor heeft men nood aan een stevige en goedwerkende leiding. Vele projecten gingen na enkele maanden in Zaïrese handen teloor door gebrek aan leiding, door nonchalance en corruptie."

- En zo is de cirkel weer rond.

- Leopold Greindl: Men zou uit het bovenstaande kunnen besluiten dat ik tegen ontwikkelingshulp ben. Dat is in geen geval waar. Ik ben voorstander van hulp. Er zijn heel wat ontwikkelingshelpers, ook uit Technische Bijstand, die vandaag zeer waardevol werk leveren in Zaïre en alle lof verdienen.

Daarnaast echter zijn er al te veel landgenoten die in het kader van onze ontwikkelingshulp op de Zaïrese maatschappij parasiteren. Met deze groep mensen moet er spoedig schoon schip gemaakt worden. Zij zijn niet alleen een aanfluiting van het ontwikkelingsbeleid, ze hebben het zelfs gedeeltelijk in handen. En tenslotte is het een maat voor niets om ontwikkelingshulp aan te bieden aan een land dat bol staat van de corruptie en waar men de hulp nauwelijks weet te gebruiken. Maar laten we wel eerst voor de eigen 'deur vegen.

DIRK VANDERSYPEN .