Kolwezi.

1978

Kolwezi 1978

Special Kranten Kolwezi 1978

Dankzij het ontvangen van fotos van Kolwezi 1978 kan U een exclusieve reportage lezen en video bekijken over de evenementen van Kolwezi 1978
Al deze artikels zijn verschenen in kranten of tijdschriften en zijn me toegestuurd per e-mail waar mogelijk heb ik de bron weergegeven. Gelieve mij te contacteren indien het artikel niet conform is met de auteursrechten

Onzeker Zaïre (door Manu Ruys)

De angst van Kolwezi

LUBUMBASHI - De oude hoofdstad van Katanga is nooit helemaal hersteld van het trauma der mislukte afscheiding. Dat merk je ook vandaag nog. Toen Moise Tshombe in juli 1960, elf dagen na de 4 proclamatie van de Congolese onafhankelijkheid, zijn provincie uitriep tot een soevereine staat, willigde hij daarmee een verlangen in dat altijd in de koperprovincie geleefd had. De autonomiereflex was trouwens geen Europese uitvinding; de Swahili-volkeren van het oosten hebben geen bindingen met die van de Congo-rijken in het westen. De secessie vloeide voort uit het samen gaan van blank eigenbelang en zwart stambewustzijn. Zij kon slechts na dertig maanden oorlog met de blauwhelmen van de Verenigde Naties worden ongedaan gemaakt. Het einde kwam op 21 januari 1963 toen de VN-soldaten Kolwezi binnenrukten en de laatste gendarmes van Tshombe over de Angolese grens joegen. Het centrale gezag van de republiek werd hersteld. De zwarte bevolking wrokte. De blanken pasten zich aan, maar vergaten niet.

Dat is nu ruim zestien jaar geleden, en het is precies of het gisteren gebeurde, Tshombe is dood, Katanga werd omgedoopt in Shaba, de verbannen gendarmes werden oudere mannen, Maar de Katangese gedachte stierf niet. Men ervoer het in maart 1977 toen een legertje oudgedienden van Tshombe de eerste Shaba-oorlog ontketende, tot op 25 kilometer van Kolwezi oprukte en slechts kon worden teruggeslagen door de Marokkanen die Frankrijk ijlings had overgevlogen. Men ervoer het opnieuw met ij de tweede Shaba-oorlog in mei 1978, toen andermaal Katangese soldaten vanuit Zambia de grens overschreden  binnen de twee dagen Kolwezi bezetten. Die tweede inval werd een tragedie. In de rangen van de aanvallers die eerst gedisciplineerd optraden, kwamen spoedig bandieten vanuit de volkswijken opduiken, wat leidde tot plundering en tot de moord op bijna honderd blanken en vele honderden zwarten, Ditmaal volstond geen Marokkaanse ingreep, maar moesten Franse en Belgische para's worden ingezet. De blanken die over de mijnindustrie waakten, werden naar Europa geëvacueerd en de invallers verdwenen weer in de brousse en over de grens. Veertien maanden later is hier de grote vraag: Komt er een derde Shaba-oorlog?

De vraag is even reëel als de angst. In Zambia liggen nog steeds Katangese soldaten. President Kaunda heeft aan Mobutu moeten toegeven dat hij niet de streek kontroleert, vanwaar zij voeling hebben met het Lunda-volk, waartoe zij behoren en dat in Shaba woont en niet van het regime van Kinshasa houdt. In Lubumbashi zit men op 1300 kilometer van Kolwezi. De bevolking is er meer gemengd er zijn veel Baluba uit de naburige Kasai , maar ook hier is de huiver voelbaar. Men beseft dat het gevaar voor nieuwe uitbarstingen tot hier reikt, ook reeds omdat de ellende in de agglomeratie met haar driehonderdduizend proletariërs nooit zo groot was als vandaag. In de cité is de onveiligheid volledig. Er is geen politieapparaat meer. Geen betrouwbare magistratuur. Geen rechtszekerheid. Elke dag worden in de volkswijken mensen gedood. De schuldigen blijven ongestraft. Wie toch wordt aangehouden, komt drie dagen later vrij, want de onderbetaalde rechter is omkoopbaar. De blanken zijn onrustig. Hun moreel volgt de op- en neergaande curve van de misdadigheid Onlangs is weer een blanke vrouw verkracht en wat later werden kleine kinderen door bandieten met het pistool tegen de grond gedrukt, om de ouders in bedwang te houden Dat heeft de malaise weer doen oplaaien De blanken weten dat alles mogelijk is. Hebben de zwarten niet gejuicht, toen de rebellen Kolwezi binnenvielen en het plunderen sloegen? Werd er in de cité niet gesproken over Kolwezi Saint Nicolas ?

De blanken willen militaire bescherming. Doeltreffende bescherming. Geen die te laat komt zoals in Kolwezi; geen die te vroeg komt zoals in februari 1979 in Kitona. De inter-Afrikaanse troepenmacht die nu wordt teruggetrokken, wordt afgelost door Zaïrese soldaten. Brussel stelt Belgische officieren ter beschikking voor de logistieke ondersteuning van die soldaten. Maar als ik de blanken van Shaba vraag, of zij daarmee tevreden zijn, is het antwoord eenstemmig negatief.

«Als ik in mijn woning bedreigd word, moet ik zeker zijn dat het peloton dat mij komt ontzetten aangevoerd wordt door een blanke officier, zegt de Belg die hier werkt. Minister Simonet heeft hier drie weken geleden verklaard, dat daarvan geen sprake kan zijn. Belgische officieren inzetten «op het terrein is politiek niet haalbaar” zei hij. De verklaring is hem niet in dank afgenomen. Zij heeft vooral kwaad bloed gezet in Kolwezi Ik heb de verdoemde stad zopas opnieuw bezocht. Van de 2.000 blanken die in mei van vorig jaar werden geëvacueerd, zijn er ongeveer 500 teruggekeerd. Er zijn nu ook reeds een zeventigtal vrouwen, met een honderd twintig kinderen. Het blanke stadje ziet er uit als vroeger netjes, met bloemen in de tuinen, maar de rechte lanen liggen er verlaten bij. Het ritme van de dag is er trager dan waar ook in Zaïre. Er is geen banditisme,omdat er niets te plunderen valt. De huizen werden tijdens de terreurweek leeggehaald. De blanken die terugkeerden, wachten reeds zo lang op het beloofde nieuwe huisraad. Intussen wordt er gesukkeld, gesakkerd. Verkeersminister Chabert heeft vorige week ervaren dat de woede niet gering is. Hij is de eerste Belgische minister die sedert de gebeurtenissen Kolwezi is komen bezoeken. Simonet was niet tot Kolwezi geraakt. Chabert is wél gekomen en heeft de desolaatheid gezien van het stadje, verloren in de savanne. Hij is afgedaald in de mijn en heeft rondgereden in de enorme tunnels, waar je met een autobusje tot 400 meter diep in de schachten afdaalt. Hij heeft het grijze en rode maanlandschap bekeken, waar de rijkdommen van Shaba uit de rots worden gedynamiteerd en weggegraven. De gele monstertuigen die de aarde afvoeren naar de. fabriek, torenden huizenhoog b0ven onze auto's. Ze reden in de hitte, het stof, de oneindigheid van een groeve die van Zaïre de belangrijkste koperleverancier van Europa maakt, en 70 t.h. van het kobalt levert dat het westen nodig heeft. De Gécamines, het Zaïrese staatsbedrijf dat de mijn exploiteert, heeft na het drama van mei 1978 het werk zo snel mogelijk hervat Eerst met de zwarte ingenieurs, die nu meer zelfverzekerd zijn dan vroeger, omdat zij het een tijdje alleen hebben gerooid Daarna zijn er weer wat blanke deskundigen aangekomen. De productie wordt op gang gehouden, al wordt beweerd dat men - om de statistieken iets fraaier voor te stellen - roofbouw pleegt op de reserves.

Er is echter, hoe dan ook, het probleem van het transport. De Benguelaspoorweg doorheen Angola, die het erts naar de Atlantische kust moet vervoeren, blijft onbruikbaar, omdat de rebel Savimbi met zijn Unita de streek controleert. Ruim 60 t.h. van de productie wordt uitgevoerd via Zuid-Afrika. De rest wordt via de Zaïrese route nationale weggebracht, maar die pipe-line is lelijk verstopt. Vooral het treinverkeer ligt in een knoop. De locomotieven en de wagons vallen gemakkelijk stil Er zijn onvoldoende wisselstukken. Het spoor moet dringend worden hersteld. Voor de export van het kobalt heeft men naar een noodoplossing gegrepen, die wegens de hoge prijs van de grondstof rendabel is. Iedere dag vertrekt een vliegtuig met 35 ton kobaltvaten aan boord, naar Kinshasa en vliegt vandaar door naar Brussel. (De beurtregeling is één toestel van Air Zaïre en twee van Sabena. Een jaarproductie van 15.000 ton zou Zaïre veertig miljard frank moeten opleveren. Het is het onderpand dat het land nodig heeft om van het westen, van het Internationaal Monetair Fonds, de kredieten los te krijgen, die nodig zijn voor het welslagen van het grote herstelplan. Een operatie die nog altijd niet begonnen is. Omdat het kobalt, en ook het koper, zo vreselijk belangrijk zijn voor de Zaïrese economie - en voor de industrie van het westen - is ook het handvol blanken van Kolwezi,. dat de mijnindustrie operationeel houdt, van vitaal belang. Die blanken hebben echter hun vrienden zien afslachten en eisen nu een afdoende militaire bescherming. Dat betekent concreet Belgische officieren. Ook de knappe en nog jonge Zaïrese generaal Sassa, die met een Vlaams meisje gehuwd is, vindt als bevelhebber van de 21e brigade die Kolwezi bewaakt, dat er Belgische officieren nodig zijn. Hij zegt mij ze kunnen diensten bewijzen bij de opleiding van mijn soldaten, en ze vervullen vooral een psychologische rol. Ze stellen de blanken gerust. Ze doden de angst.»

Dat is echter slechts gedeeltelijk waar. Ik heb lang gepraat met enkele van de blanken: ruige mannen die in de hitte van de dag in de groeve werken, en in de hitte van een twist gemakkelijk naar de keel grijpen van wie niet akkoord gaat. Zij laten zich niets wijsmaken. Hun angst is niet zo gemakkelijk uit te roeien. Het huis waar veertig mannen, vrouwen en kinderen werden vermoord, vlak bij de mess van de Gécamines, getuigt van een dreiging die alom tegenwoordig is en niet verdwenen. De dreiging die van over de grens kan binnenvallen, omdat er nog altijd desperado's zijn die in Katanga geloven. De veel grotere dreiging die in de hongerende bevolking schuilt. De dreiging ook die verborgen zit in de zwakheid van een Belgische overheid die vanuit Brussel, achtduizend kilometer ver, moet oordelen en beslissen, en die gehandicapt wordt door interne, partijpolitieke tegenstellingen en door de tegenwerking van mannen die Zaïre niet kennen en niet willen inzien wat op het spel staat. Chabert is wél gaan kijken op het terrein. Hij heeft begrepen waar het werkelijk om gaat. Maar zal zijn stem voldoende krachtig klinken in de veilige Wetstraat? Zal hij kunnen overuigen?

Onzeker Zaïre (3)

De afgrond van Kinshasa

KINSHASA - Wat blijft deze stad toch één grote groezeligheid. Er komen altijd maar huizen bij. Vierkante grijze blokken zonder verdieping, neergeplant in een «parcelle met daar rond wat gestampte aarde. Geen struik, geen bloem die er wat fleur aan geeft. Rij naast rij. Ieder jaar zijn de tentakels van de agglomeratie langer geworden. Wonen er nu 2,5 of 3 miljoen mensen? Niemand die het weet. De wildbouw woekert en vreet de natuur stuk. Er is geen elektriciteit voor drie vierde van de bevolking. 's Avonds is Kin een nest van glimwormen: voor ieder huisje gloeien kaarsjes en kleine olielampen. Er is geen riolering. In de parcelles is er een put met drinkwater en daarnaast een put voor urine I en drek. Als het regent, staat.al- .1 les onder dertig centimeter water en wordt het één bruine brij.

Ik kom terug van de blauwe Katangese einders en van het groene Gbadolite, en nu is daar de gesloten hemel van het grauwe winterseizoen. Of de toestand sedert vorig jaar verbeterd is? Het wordt weer een afwegen van pro en contra.

Er lijkt iets meer voedsel te zijn. In de Beneden-Zaïre, de moestuin van de hoofdstad, is de hongersnood voorbij. Het had daar in twee lange jaren niet meer geregend en alles lag er kaal en dor. Nu wordt de grote stad opnieuw bevoorraad. Op de markt is er maniok in overvloed. Ook de 'tewerkstelling lijkt iets beter. De werkloosheid is nog enorm, maar enkele ondernemingen hebben het erop gewaagd - ook met het oog op het aangekondigde herstelplan - en de bedrijvigheid wat gereorganiseerd. En als één Zaïrees werk heeft, profiteren veertig familieleden mee.

Er is ook wat politieke ontspanning merkbaar. Het Bantoefatalisme begint in het voordeel van het regime te spelen. Mobutu houdt het nu al bijna vijftien jaar uit als staatshoofd. Hij heeft de samenzweringen overleefd. de studenten revoltes, de ineenstorting van de economie, de crisis van de dubbele Shaba-oorlog, de blaam van het westen, het prestigeverlies in Afrika. Het besef wint veld dat hij niet weg te krijgen is. Het volk begint met de gedachte te leven.

Hoop

Een positief element is ook het standhouden van de kerken. Katholieken, protestanten en gedeeltelijk ook de kimbangisten handhaven hun instellingen en breiden ze zelfs uit De christelijke missies hebben een net van radiofonie uitgebouwd, dat heel Zaïre bestrijkt. Meer dan waar ook, staat informatie hier gelijk met macht. De clerus heeft greep op de bevolking, ook via het onderwijs en de gezondheidszorg. De oude paters en zusters, ik heb er weer onvergetelijke ontmoet, zoals de 84 jarige Walin die nog elke ochtend de Cité intrekt, of die onverwoestbare Broeder van Liefde die de blinden leert pianostemmen - krijgen opnieuw hoop: ze zien jonge Poolse en Iberische missionarissen voor de aflossing zorgen. In de seminaries is het de grote toeloop, omdat daar nog kwaliteitsonderwijs wordt verstrekt. De zg. roepingen zijn niet bij te houden.

Daarmee komt men aan de donkere zijde. Met de rest van het onderwijs is het één grote ellende. Het lager en het voortgezet onderwijs, dat onder het koloniale bewind het beste van Afrika was, is de afgrond ingegaan. Een tijdlang is het ontnomen aan de privé-sector, in feite de kerken, en toevertrouwd aan de staat. De overheid is erin geslaagd de structuur op enkele jaren zodanig te vernietigen, dat Mobutu verplicht werd het onderwijs opnieuw aan de missies toe te vertrouwen. Maar intussen was het kwaad gebeurd. De gebrekkige opleiding van de onderwijzers, die niet of slecht betaald worden en over geen uitrusting beschikken, de ondervoeding van de kinderen, doen de rest en maken een spoedig herstel onmogelijk.

De UNAZA, de université nationale du Zaïre, erfgenaam van het roemrijke Lovanium, is niet meer dan een slechte beroepsschool. Soms zijn de laatstejaarsstudenten niet bij machte het rekensommetje op te lossen, dat in het I vierde van het secundair op het programma staat. Met 35 t.h. van de punten behaalt men een universitair diplo ma. De profs mogen en durven geen uitsluitingscijfers geven. Vaak worden de diploma's door de rijke vaders letterlijk gekocht voor hun nietsnutten van zonen.

Sociale miserie

Naast de culturele miserie is er de sociale. De oude clanstructuren stuiken in de stedelijke agglomeratie in elkaar. De zorg voor de bejaarden verdwijnt. Haast dagelijks vinden de paters in de cité voor hun drempel oudjes van zeventig, tachtig jaar die daar 's nachts neergelegd zijn. Ze worden opgenomen, verzorgd, gehuisvest. Een bijkomende financiële last, want niemand betaalt ervoor. Geen familie en ook de staat niet.

De slechte voeding is een oud zeer. De kwashiorkor is algemeen. De gezondheid gaat verder achteruit. Van de

kinderen sterft 40 t.h. vóór het negende levensjaar. Een gruwelijke gedachte, wanneer je 'zo in volle straat omringd bent door tientallen lachende kleuters. Het reusachtige ziekenhuis Mama Yemo - zo genoemd naar de moeder van de president - is niet opgewassen tegen de aangroei van de bevolking. Er worden dagelijks ISO kinderen geboren. Ik zag een vrouw die pas was bevallen, op een tafel in een gang liggen, met de baby van één uur tussen de dijen. Omdat er geen bed vrij was. De dokters werken hard - er zijn uitstekende zwarte chirurgen - maar ze hebben geen bloedplasma, geen of te weinig geneesmiddelen. De infrastructuur is ondermijnd. Bij een recente elektriciteitsdefect zijn in Mama Yemo dertig kindjes in de couveuse. Gestorven.

Ook wordt het steeds lastiger om nog brandstof te verkrijgen. Aan de benzine-pompen staan lange files. Voor de derde wereld komt de verhoging van de olieprijzen dubbel hard aan. Een manager van een oliemaatschappij legt mij: «Over enkele maanden.dreigt de bevoorrading van brandstof hier gewoon te worden stilgelegd.»

Tegen die achtergrond van economische en sociale stagnatie of achteruitgang steekt het voortduren van de corruptie scherp af. De kleine corruptie is onvermijdelijk. Wie honderd Zaïre per maand verdient - één Zaïre is op de vrije markt vier frank waard – komt niet rond. Veel meer ontvangen de meeste Zaïrezen niet. Wie duizend Zaïre verdient, wordt bekeken als een zeer welgesteld man. De mensen proberen daarom via de matabiche, de fooi, het , smeergeld, hun inkomen wat aan te dikken. De ambtenaar die je dossier moet afhandelen, zal met een diepe rimpel zeggen: "il manque un document, patron". Dan weet je dat er een paar briefjes van tien Zaïre in het dossier moeten worden gestoken. Dat doe je direct, met een licht excuus om de vergetelheid, en de kwestie is zo geregeld. Dat is de kleine, onschuldige, vergeeflijke corruptie. De parallelle economische omloop. Zoals bij ons de bijverdienste van het occasionele sluikwerk.

Indexlijst

Daarnaast is er de grote corruptie. Van de kolonel die de benzine van het leger verkoopt Van de "baronnen van het regime" die een handelsmonopolie exploiteren. Van de topambtenaren en de ministers die met deviezen luxevoorwerpen invoeren en tegen astronomische prijzen verkopen. Vorig jaar kondigde Mobutu aan, dat het ging gedaan zijn met diefstal, zwendel en bedrog- Het Internationaal Monetair Fonds zond de Duitser Blumenthal om orde op zaken te stellen in de aanwending van de zeldzame en kostbare deviezen. Anders zou het IMF geen hulp bieden. Blumenthal ging uitmaken, wie wel en wie geen deviezen kreeg. Sommige grote fraudeurs en baronnen kwamen I op een indexlijst. Maar de jongste weI ken werkt dat systeem niet meer zo soepel. De nieuwe gouverneur van de Bank van Zaïre, Emony, heeft gepoogd de beslissing over de indexlijst tot zich te trekken. Van Emony is geweten dat hij niet opgewassen is tegen de grote dieven. Blumenthal heeft gedreigd met ontslag en gelijk gekregen bij Mobutu, maar Emony is aangebleven als gouverneur. Blumenthal is nu met vakantie in Washington. Voor zijn vertrek heeft hij aan intieme vrienden zwaar ontgoocheld toevertrouwd: «Mijn verwachtingen zijn slechts voor 30 t.h. ingelost. Het gaat hier niet goed.

Straks moeten Belgische douanebeambten de smokkel in diamant en andere bedrieglijke praktijken komen in dijken. Een hachelijke opdracht....

Dat is de diepere kwaal van het land. De corruptie van de maffia. Het zijn niet alleen maar Zaïrezen. Heel wat Libanezen hebben zich in het warme hol genesteld. Zij beheersen allerlei duistere trafieken\en exploiteren ook casino's waar grof gespeeld wordt Op één kwartier heb ik voor honderdduizenden Zaïres zien "transiteren".

In feite word je thans geconfronteerd met de vraag, of dit land nog over de structuren beschikt, die een economisch herstel mogelijk maken, zoals het Westen dat opvat. Met de vraag, of de Zaïrese overheid - gesteld dat ze daartoe bereid is – nog bij machte is de elementaire inspanningen te leveren, die vereist zijn voor zo een herstel.

Die vraag dwingt de Belgen die willen helpen, tot een herziening van bepaalde standpunten.

Onzeker Zaïre (4)

De terugkeer van de blanke

KINSHASA- Momenteel is het weer stevig aan tussen blank en zwart. De regering verwacht dat het westen het allemaal dik in orde zal brengen. De kleine man verhoopt van de blanke dat er opnieuw arbeid verschaft wordt, dat de lonen zullen stijgen en tijdig worden uitbetaald. Minder gelukkig met de groeiende Europese aanwezigheid is de middenklasse van intellectuelen, die vrezen dat zij. straks opnieuw een blanke bureauchef krijgen en die kennelijk vernederd zijn en beschaamd om het falen van hun generatie. Zij zien in de blanke de getuige van dat falen en nemen hen kwalijk dat hij getuige is. Maar die groep is niet representatief voor de publieke opinie.

In de brede volslagen is men opgetogen over wat hier genoemd wordt: le retour des Flamands. Het verhaal doet de ronde dat de zwarten thans luidop onder elkaar zeggen: L'indépendance est finie, Dieu merci. Ik weet niet of het. verhaal beantwoordt aan de feiten. Ik heb het enkel horen vertellen door blanken. Het is mogelijk dat het waar is.

Maar het is, hoe dan ook, een gevaarlijke anekdote. Want het is dwaas te willen suggereren, dat de onafhankelijkheid voorbij is, en dat Zaïre opnieuw, I als destijds de kolonie, van een Pax Belgica gaat genieten en dat blanke gewestbeheerders gaan instaan voor het bestuur. Zaïre is en blijft een soevereine staat, geleid door zwarten. De Belgische regering is wel de laatste die de ambitie zal voelen om in Afrika de lakens te gaan uitdelen.

Die overtrokken interpretatie van wat thans gebeurt, is nochtans begrijpelijk. Er komen steeds meer blanken terug. Zij zitten soms op commandoposten, vooral in de transportsector, in het bestuur van de openbare financiën, in. het onderwijs. Ook de zakenlui zakken weer af. Er wordt aardig wat geld verdiend ondanks - in feite: dank zij- de heersende chaos in de openbare diensten. Niemand controleert de handelsoperaties. Smeergeld maakt alles mogelijk, maakt iedereen veil. Er zijn heel grote buitenlandse maatschappijen die helemaal niet tuk zijn op het herstel van een staatsgezag, dat orde op zaken stelt en de misbruiken afremt. De terugkeer van dat soort blanken is niet per se een weldaad voor de Zaïrese bevolking en evenmin een symptoom van duurzaam herstel. Maar is herstel nog wel mogelijk? Dat is de knelvraag.

Andere normen

Om ze te beantwoorden, moet men weten wat men onder herstel verstaat. Van westerse zijde heeft men de Zaïrese toestanden en problemen tot op heden steeds gemeten met Europese normen. De productiviteit, de hygiëne, het onderwijs, de gezondheidszorg, zelfs de : cultuur en de mentaliteit, de zeden en de godsdienst, het werd allemaal vergeleken met wat wij daaronder verstaan, met wat wij voor goed houden, efficiënt en fatsoenlijk Het is nochtans al zo dikwijls gezegd: .Zwarten zijn geen blanken; men moet van Afrikanen geen

Belgen proberen te. maken.. Ik hoorde dat reeds tot. vervelens toe beklemtonen in de koloniale tijd. Maar heeft men zich naar die wijze raadgevingen gedragen?

Een aantal kenners van het koloniale leven gingen destijds ten slotte begrijpen; hoe groot de verschillen zijn, en ze. pasten zich aan. Maar vanuit Brussel zijn zware fouten begaan. Het bleek vooral toen men de onafhankelijke Congo in het dwangbuis van een westerse parlementaire democratie met. een onverantwoordelijk staatshoofd en een. afzonderlijke premier wilde dwingen. En ook daarna, toen Zaïre worstelde met zijn gebrek aan ervaring, zijn onmacht, zijn stammenoorlogen, rebellies en andere tragedies, waren er steeds weer blanken - meestal met de beste bedoelingen bezield - die poogden het land op te tillen tot hun niveau en die de gebeurtenissen beoordeelden vanuit een Europese gezichtshoek. En steeds was hun reactie er ene van ontgoocheling, ontmoediging en afkeuring.

Wordt het niet de tijd dat men de normen gaat verleggen? Dat men op een ander niveau gaat hulp verlenen? Dat men de Belgische verwachtingen aanpast aan de Afrikaanse behoeften en mogelijkheden? Dat. men de zwarte bevolking datgene brengt, wat ze vraagt, aankan, begrijpt? Het is in de eerste plaats een uitdaging voor onze comparanten die op het. terrein werken.

De .organisatie van onze coöperatie is een oud zeer. Eén Paul Lelièvre in Zaïre doet de hele boeI draaien. Zijn terugkeer als hoofd van de Ontwikkelingssamenwerking is daarom een goede beslissing van Mark Eyskens. Maar er zijn te veel jonge elementen, die niets van Afrika verstaan en zich laten leiden door een visie op de

zwarten die aan onbewuste arrogantie grenst. Er bestaat onmiskenbaar een gevaar van neokolonialisme in het elitaire paternalisme Van sommige jongere Belgen, die hier als vrijwilliger, gewetensbezwaarde, stagiair en dgl. Een paar jaar komen «kloppen» en het allemaal veel beter weten. Zij zijn het ook, die vanuit de hoogte de prestaties van de zwarten beoordelen en in het belachelijke trekken. Ook hier moet orde op zaken worden gesteld, moet het kaf van het koren worden gescheiden, en moet er een chef komen die het personeel van de coöperatie motiveert en begeleidt.

Nuchter

Er zijn overigens comparanten die et voorbeeld geven en de zaken nuchter en realistisch aanpakken. De chef van de coöperatie in Shaba, de Antwerpenaar Moens, is het type van de onverwoestbare, dynamische en doodnuchtere doordrijver die Afrika kent, ervan houdt, maar zich niets laat wijsmaken. In Kinshasa heeft Dirk de Smet, het hoofd van de economische sectie, rond zijn Noodhulpplan, een doelmatige administratie opgebouwd, die foutloos het binnenland bevoorraadt in voedsel en materiaal, en kredieten verstrekt aan landbouwbedrijven die verstoken blijven van overheidssteun. Zijn dienst is een modeladministratie, geleid door zwarten en blanken, waarop sleet en corruptie geen vat krijgen. In de medische sector volgt dr. Ruppol, hoofd van de geneeskundige coöperatie, tijdens, zijn voortdurende reizen in het binnenland de gevaren van altijd mogelijke epidemieën van zeer nabij.

België en het westen moeten beseffen dat wij voor zeer lange tijd geïnstalleerd zijn in de. hulpverlening aan de armste landen. De blanke aanwezigheid in Afrika, onze plaats in Zaïre, zullen - indien politieke revoluties of staatsgrepen er niet anders over beslissen - nog voor vele tientallen jaren verantwoord blijven. In allerlei sectoren is de blanke assistentie vereist. In het. transport: de boer plant niet voor de volgende oogst, als zijn productie niet wordt weggevoerd. In de landbouw, in het onderwijs. In de algemene gezondheidszorg; De blanke aanwezigheid stelt onvermijdelijk het probleem van de veiligheid. Ook dat moet nuchter en realistisch worden opgelost, zonder dat men toegeeft aan misplaatste ideologische beschouwingen. Er zijn in Zaïre miljoenen mensen in nood. De blanken die gaan helpen, moeten worden beschermd tegen een misdadigheid die gemakkelijk woekert in een land, dat tot op de afgrond van de honger, de wanorde en de rechtsonzekerheid is afgedaald.

Er is een alternatief: Niets doen, Zaïre verlaten en in de steek laten. Maar wie durft daarvoor opkomen?

Manu RUYS