Kolwezi.

1978

Kolwezi 1978

Special Kranten Kolwezi 1978

Dankzij het ontvangen van fotos van Kolwezi 1978 kan U een exclusieve reportage lezen en video bekijken over de evenementen van Kolwezi 1978
Al deze artikels zijn verschenen in kranten of tijdschriften en zijn me toegestuurd per e-mail waar mogelijk heb ik de bron weergegeven. Gelieve mij te contacteren indien het artikel niet conform is met de auteursrechten

Op weg naar Shaba III

van 24/5/1978

Een kleine tweeduizend Belgische para's hebben vorige week geholpen bij de evacuatie van Europeanen uit de door het Front de Libération Nationale Congolais bezette mijnstad Kolwezi in het Zaïrese Shaba. Zondagmiddag kwamen de eerste opgehaald en op Zaventem aan. Van de evacuatie werd zowel gezegd dat het een hoog humanitaire daad was, als dat het hoe dan ook een politiek geladen actie is geweest. Dat kan moeilijk anders. In Kolwezi stond veel op het spel en het was en is niet eenvoudig om het kluwen van belangen en waarden te ontwarren en zicht te krijgen op de hele situatie.

Zondag landde dan óp Zaventem de eerste Sabena-Boeing met uit Kolwezi weggehaalde blanken. Hun aankomst maakte een eind aan een week bange onzekerheid over het lot van ongeveer tweeduizend landgenoten en nog eens zoveel blanke buitenlanders die in Kolwezi leefden en werkten. De moeilijkheden waren begonnen op donderdag II mei. Die dag werd het communicatiesysteem van het vroegere Congo door een sabotagedaad voor 36 uur buiten gebruik gesteld. De verantwoordelijkheid voor die daad werd opgeëist door de oppositiebeweging Convention des Democrates Socialistes, president Ali Kalonga. In een communiqué werd de actie , ,een daad tegen het dictatoriale regime van Mobutu" genoemd. Uitgerekend die dag, gecoördineerd of niet (CODESO onderhoudt meer dan vriendschappelijke betrekkingen met het FLNC), begon in de provincie Shaba de "volksopstand". Vanuit Zambia en Angola waren bevrijdingstroepen van het FLNC Shaba binnengevallen en bezetten in minder dan geen tijd de mijnstad Kolwezi en het strategische spoorwegknooppunt Mutshasa. De actie kwam onverhoeds maar van een eigenlijke verrassing kan men moeilijk spreken. Veertien maanden geleden was generaal Mbumba met zijn bevrijdingstroepen Shaba al binnengevallen. Aan de poorten van Kolwezi stopte hij toen de opmars van zijn leger. Er wordt beweerd dat hij toen hetzelfde deed als destijds Hannibal, die voor de poorten van Rome zijn leger inkwartierde en daardoor de kansen op een inname liet liggen. Volgens een andere interpretatie zou hij door het rijke mijnconsortium zijn omgekocht. Hoe dan ook door Marokkaanse troepen, met Franse hulp aangevoerd, werd zijn leger later teruggedreven over de Angolese grens. Mbumba zelf liet weten dat zijn mensen in de streek waren gebleven om er verzetskernen op te richten en dat ze ten gepaste tijd opnieuw zouden optreden. Die belofte werd op donderdag 11 mei ingelost.

Tijdens het Pinksterweekeinde werd in de Westerse kanselarijen (Brussel, Parijs, Washington en Londen) de affaire druk besproken. De meeste van die landen hadden onderdanen in Kolwezi en in meerdere of mindere mate ook economische belangen. Voorts had Mobutu laten weten dat de actie mede het werk was van Russen en Cubanen, wat zou betekenen dat de "Rode gordel" die deze landen van Angola tot de Rode Zee over Afrika willen leggen er weer een schakel bij zou krijgen. En er was nog meer. Mobutu zelf, pion en vertrouwensman van het Westen was voor een stuk dat vertrouwen kwijt. Sinds de eerste opstand in Shaba waren nog al wat stemmen opgegaan om Mobutu te vervangen. Maar zelf had hij er voor gezorgd dat ieder aanvaardbaar alternatief voor hem werd weggezuiverd. Dat was ondermeer het geval met de momenteel in huisarrest levende premier Nguza Karl-I-Bond, die als "oude verantwoordelijke" voor het eerste Sjabadebâcle ter dood werd veroordeeld en opgesloten. Ondertussen hadden de Westerse mogendheden wel een soort Marshallplan voor Zaïre aangenomen, dat evenwel nog niet van de grond was gekomen. Dingen genoeg dus om over te delibereren. Maar in de communiqués, afkomstig van de diverse ministeries, werd vooral de klemtoon gelegd op het lot van de Europeanen. In hun terminologie ten aanzien van de FNLCstrijders gebruikten zij de term "rebellen" of de omschrijving "groepen ongedisciplineerde opstandelingen".

In de nacht van maandag 15 op dinsdag 16 mei werden boven Kolwezi 2.000 parachutisten gedropt. Volgens het FLNC zouden zich onder de groep ook een 300-tal Fransen hebben bevonden, die in het uniform van de Zaïrese para's waren gestoken. Op dat stuk is het FLNC heel categoriek. In een communiqué zegt het: "Op het ogenblik dat de regeringen in België, Frankrijk en Amerika de publieke opinie willen doen geloven in Shaba niet tussen beiden te willen komen, is de interventie al een voldongen feit". Later zou het front ook Franse para's hebben krijgsgevangen gemaakt. Eenzelfde operatie werd, nog altijd volgens het FLNC, herhaald in de nacht van woensdag op donderdag. Ook daar zouden Fransen bij betrokken geweest zijn. Objectief was dit keer het vliegveld van Kolwezi. Ze slaagden erin de soldaten van het bevrijdingsfront een tijdlang van de landingstrip te houden. Gedurende die tijd zette president Mobutu eigenhandig een C-130 Hercules aan de grond met daarin een groep journalisten en een cameraploeg van de BBc. Nog voor het bezoek goed en wel was afgelopen, moest het hoge gezelschap onder mortiervuur de vlucht nemen. Enkele uren later was het vliegveld opnieuw in handen van het FLNC. Als de Belgische para's er in de nacht van vrijdag op zaterdag (20 mei) werden gedropt, moesten zij de landingsbaan opnieuw vrij vechten.

Dat de toestand in. Kolwezi na de twee aanvallen van in hoofdzaak Zaïrese valschermspringers tot een complete chaos werd, is niet moeilijk om begrijpen. Als men voorts in aanmerking neemt wat door de geëvacueerde is meegedeeld, dat groepen regeringssoldaten naar het kamp van de bevrijdingssoldaten overliepen en mee gingen vechten tegen wat zij dan weer meenden hun vijanden te zijn, klinkt een uitdrukking als die van BZ-minister Henri Simonet als zou in Kolwezi , ,een jacht op Europeanen zijn ingezet" heel begrijpelijk. Hoeveel slachtoffers er precies onder de blanke bevolking zijn gevallen, was vorige maandagavond nog niet geweten. Men schatte hun aantal op 150. Door Franse en Belgische para's is ondertussen het overbrengen van Europeanen uit Kolwezi tot een goed einde gebracht. Duizenden zijn via de luchtbrug van Kamina naar Brussel reeds gerepatrieerd.

Zaïres toekomst

Ooggetuigen hebben verklaard dat Kolwezi onder de gevechten zwaar heeft geleden. Mijningenieurs waren nog optimistisch over de toestand van het industriecomplex zelf, maar doordat de mijn onder water is gelopen zou het naar hun zeggen zes maanden kunnen duren eer er weer mineralen kunnen gedolven worden. In deze uitspraken worden duidelijk de Westerse belangen getaxeerd. Niets of toch bijna niets wordt gezegd over de zwarte bevolking en de toekomst van Zaïre. Tenzij de uitspraak van BZ-minister Henri Simonet waarin hij verklaart dat het land nu meer dan ooit financiële steun nodig heeft. De opstand in Kolwezi had nochtans als inzet een verandering van het regime in Kinsjasa, dat door vriend en vijand als dictatoriaal en corrupt wordt omschreven. Toen Joseph Désirè Mobutu nu al bijna dertien jaar geleden president van Congo werd, groeide er hoop en vertrouwen in een moe geslagen land. Sinds de onafhankelijkheid in 1960 hadden afscheidingsbewegingen allerhande, politieke rivaliteiten en plunderpartijen door een op hol geslagen leger, het land tot de rand van de afgrond gebracht. Daar Mobutu ook werd beschouwd als de vertrouwensman van het Westen, hoopte men ook de nodige fondsen vanuit de Atlantische wereld om het land economisch weer op zijn plooi te brengen. Die fondsen zijn er wel gekomen, maar ze vielen in een open trechter en verrijkten alleen een kleine kliek aan de macht (La familie) niet het volk. Om zich te kunnen handhaven beschuldigde Mobutu eerst de vreemdelingen, voerde verwarrende acties uit (de Zaïranizering) tot hij zich uiteindelijk als een waar dispoot tegenover zijn eigen mensen ging gedragen. Zijn Westerse vrienden voelden zich in hem bedrogen en in sommige kanselarijen (Washington en Brussel) werd luidop gespeculeerd over een mogelijke vervanging. Maar Mobutu zelf verijdelde elk manoeuvre in die richting door mogelijke kandidaat-opvolgers gewoon uit te schakelen.

Maar ook in Zaïre zelf groeide de oppositie. Oude verzetshaarden werden weer actief. Lumumbisten, Mulelisten rakelden het oude vuur weer op. Verbannen of gevluchte politici stichtten in het buitenland oppositiebewegingen die ze zo goed en zo kwaad als het kon trachtten in te planten in Zaïre zelf. In Brussel startten progressieve Zaïrese studenten een actiegroep, die later politieke allure kreeg en zich herdoopte tot de MARC, een actiebeweging voor de heropstanding van Congo. Vorig jaar splitste zich het CODESO af van e van een week bange onzekerheid voor tweeduizend landgenoten deze groep. In Parijs begon het FLNC zich te organiseren. Zij zochten steun bij de gewezen Katangese gendarmes die in Angola in ballingschap leefden.

En met succes.

In 1975 verzamelden zich al deze groepen in wat ze noemden FODELICO. Maar omdat de onderlinge rivaliteit vaak nog de bovenhand haalde, en de invloeden (pro-sovjet, poging) niet zo gemakkelijk te overbruggen waren, raakte de koepelorganisatie niet van de grond. Ofschoon ze elkaar onderling wel alle steun toezegden en alles op alles zetten om Mobutu van de macht te verdringen, lanceerden ze los van elkaar acties tegen het Mobutu-regime. Een van die acties werd een paar maanden geleden in Idiofa, waar Mulelisten de kop op staken in bloed "gesmoord.” Honderden mensen werden er brutaal afgeslacht, maar daarover werd in de pers nauwelijks melding gemaakt. Meer was er te doen over het optreden van het FLNC in de mijnprovincie Shaba, veertien maanden geleden en nu opnieuw. Shaba is het levende hart ("de Rhur") van Zaïre en het grote belangencentrum van West-Europa. Wie dat hart raakt, raakt Zaïre en het Westen. Toen het bevrijdingsfront op II mei zijn actie startte, kondigden alle oppositie bewegingen aan dat dit het einde was van Mobutu. Het was echter meer een uitgesproken hoop, dan wel een juiste beoordeling van de werkelijkheid.

Dat wisten zijzelf ook. Iedere oppositiegroep was er van overtuigd dat het Westen de zaken niet op hun beloop zou laten maar onder de mom van een humanitaire actie of niet zou ingrijpen. (De daadwerkelijke aanwezigheid van Cubanen of Russen op het slagveld, had zo'n optreden eer kunnen afremmen dan bespoedigen, omdat in dat geval het Westen voor het eerst in een open confrontatie zou zijn geraakt met de Sovjetunie en zijn vrienden). Dat het Westen zou ingrijpen had volgens hen te maken met de sympathieën van de oppositiebeweging. In heel de gamma van de oppositiebewegingen is er geen pro-westerse, wat dus zou betekenen dat als ze echt aan de macht zouden komen het Westen in Zaïre uitgespeeld is. Met de mond heeft de Belgische regering beleden alleen uit humanitaire overweging op te treden, en wellicht is dat ook zo (zie artikel: De Belgische regering in het Zaïre-conflict), de Fransen daarentegen hebben duidelijk te verstaan gegeven het Mobutu-regime te willen redden. Dat Frankrijk de zaken met name durft te noemen, heeft te maken met het feit dat Parijs een duidelijk omschreven Afrika-politiek voert.

Wat de oppositiebewegingen hadden voorspeld, is gebeurd, het Westen is tussen beiden gekomen. Het was dat aan zichzelf verplicht, zeker als men de zaken optilt tot het geopolitieke vlak. De conferentie van Yalta van 1945 had wel duidelijke grenzen vastgelegd van de invloedsferen van de twee groten in Europa en Azië, maar niet voor zwart Afrika, Dat leefde toen nog onder 'n Westers koloniaal regime zodat van een opdeling geen sprake kon zijn. Sindsdien zijn die landen stuk voor stuk onafhankelijk geworden en zijn gaan aanleunen bij een van de grootmachten, of nog naar een dergelijke steun intens op zoek gegaan.

De groten spelen daar op in, zoeken voor zich zelf te behouden wat ze hebben en bij de andere weg te snoepen wat kan. Daar waar Cuba als klusjesman optreedt voor landen en regimes in de Sovjetpers, lijkt Frankrijk (en niet de VS) meer en meer die rol op zich te nemen voor wat het Westen aangaat. Het is wellicht ook niet louter toeval dat de actie in Shaba is losgebroken vlak voor de Franco-Afrikaanse top in Parijs waar zo'n twintig Afrikaanse staten op vertegenwoordigd zijn, en die deze week maandag en dinsdag in het Paleis te Versailles bijeen was.

Ofschoon maandagnamiddag nog steeds gevechten werden gemeld in de streek rond Kolwezi, zag het er naar uit dat de bevrijdingssoldaten zich andermaal zouden moeten terugtrekken. Toch is het lang niet zeker dat hun actie op het internationale vlak een loze daad is geweest. Want terwijl het Westen met angstige ogen het gebeuren in Shaba volgde, lanceerde in Ethiopië president Menistoe Haile Mariam zijn tweede "rode campagne", een gecoördineerde actie van Ethiopiërs, Russen, Cubanen, Oostduitsers en Zuid jemenieten ter verovering van Eritrea, de strategisch gelegen provincie aan de Rode Zee, in de Hoorn van Afrika. En wat Zaïre betreft? Weer eens is duidelijk gemaakt dat groepen Zaïrezen niet akkoord gaan met de gang van zaken in Zaïre zelf en parallel daarmee met het optreden van het Westen. Ook als het Westen morgen gaat meewerken om Mobutu aan de top te vervangen, en in zijn plaats de nu al genoemde Cléophas Kamitatu van wie de oppositie bewegingen nu al zeggen dat hij hooguit in staat is om enkele naïevelingen weer in het gelid te brengen, te parachuteren, lost dat niets op en mag men zich binnen afzienbare tijd verwachten aan een Shaba III.

JAN MORIAUX .