Kolwezi.

1978

Kolwezi 1978

Special Kranten Kolwezi 1978

Dankzij het ontvangen van fotos van Kolwezi 1978 kan U een exclusieve reportage lezen en video bekijken over de evenementen van Kolwezi 1978
Al deze artikels zijn verschenen in kranten of tijdschriften en zijn me toegestuurd per e-mail waar mogelijk heb ik de bron weergegeven. Gelieve mij te contacteren indien het artikel niet conform is met de auteursrechten

Shaba

(uit “DE POST” van 8/5/1977)

Elk dorp verbergt vrijheidsstrijders en wapens.

HET zal niemand verbazen als binnen kort de troepen van Hassan II in Kinshasha defileren ,onder het gejuich der (opgetrommelde} massa’s. Zij zullen dan immers, zo luidt,althans de officiële Zaïrese versie, de katangese gendarmes hebben verpletterd. De enkele tientallen franse,  de operaties in Shaba hebben voorbereid, zullen wellicht meer bescheidenheid tonen. Parijs,begint te beseffen dat “de overwinning” in het voormalige Katanga. een Pyrhuszege zou kunnen blijken, en dat men zijn vinger  in een wespennest heeft gestoken.

En  het wordt elke waarnemer duidelijk dat de bevrijdingsoorlog in Shaba die op 8 maart begon, geen einde zal nemen met het vertrek van de Marokkaanse troepen en hun franse adviseurs.

Jean Tsombe, zoon van de gewezen Congolese staatsman Moïse Tsombe, kent precies de oorsprong en de doelwitten van de opstand in het Zuidoosten van Zaïre.

DE POST had met hem een lang onderhoud waarin hij de gebeurtenissen van de afgelopen weken in een geheel nieuw daglicht plaatst.

Jean Tsjombe

Er is geen sprake meer van secessie - WIJ WILLEN GANS CONGO BEVRIJDEN

JEAN Tsjombe stelt van meet af aan dat de huidige operatie in Shaba, geen uitstaande heeft  met enig heimwee naar het verleden: «De Katangese secessie liep ten ­einde in 1963, en naderhand is mijn vader teruggekeerd als eerste minister van gans Congo. Toen was de secessie een afgesloten zaak, en dat is ze nog altijd. We denken er niet meer aan. Wat nu gebeurt, moet worden beschouwd in het kader van het ene grote Congo”

Jean Tsjombe praat nooit over Zaïre of Shaba, maar wel over Congo en Katanga.

«De herinnering aan mijn vader speelt in de hele Katangese zaak vandaag de dag niet mee. Indien ik tussenkom is het als bewuste Congolees, die beslist heeft zijn verantwoordelijkheid op te nemen, en niet in mijn hoedanigheid van zoon van Moïse Tsjombe.

DE POST: Welk is het hoofddoel der Katangese gendarmes ?

Jean Tsjombe : Men heeft er veel over geschreven en men heeft zich vaak vergist. Kinshasha gewaagt van een rebellie, terwijl het in feite gaat om een opstand van gewezen Katangese gendarmes bij wie zich andere Congolese onderdanen hebben gevoegd. Het doelwit is dubbel: ten eerste het regime van Mobutu omverwerpen, ten tweede in Kinshasha een echt democratisch bewind instellen."

De Post: Wie maakt de oppositie in het buitenland uit, en krijgt deze oppositie gehoor bij het Zaïrese volk?

Jean Tsjombe : «Men zou ongelijk hebben deze oppositie die zich op 't ogenblik organiseert, te onderschatten. Haar zwakte tot dusver was dat zij de strijd voerde langs verschillende, soms tegengestelde strategieën.

Zij dient de samenhorigheid te verwezenlijken om het politieke vacuüm op te vullen dat Mobutu om zich heen heeft geschapen sedert hij aan de macht is. Dit vacuüm is van die aard dat menig waarnemer zich afvraagt: na hem, wie? En het is precies met het oog op het opvullen van deze leemte dat de oppositie zich organiseert

De Post: Als u het heeft over de vertegenwoordigers der oppositie, dan verwijst u ongetwijfeld naar Antoine Gizenga, Chléophas Kamitatu en andere politici die gedwongen zijn geweest het land te verlaten.

 Jean Tsjombe : «Die zijn er bij, en het past ook Albert Ndele te vermelden, de gewezen gouverneur van de nationale Bank.

Maar er zijn anderzijds ook de vertegenwoordigers van een aantal kleine groepen in Congo zelf, die een niet geringe invloed hebben onder de bevolking. Ik wou wel onderstrepen, een feit dat men in Kinshasha altijd heeft verdoezeld, namelijk dat er op 't ogenblik niet alleen strijders van het FNLC (Nationaal' Bevrijdingsfront van Congo) aan het front staan. Er zijn ook de mannen van de beweging geleid door Laurent Kabila, in de streek van Fizi-Baraka (Oost-provincie) een beweging die al jaren bestaat en waarover Kinshasha nauwelijks een woord rept, omdat Mobutu de operatie van 8 maart jl. wil voorstellen als een initiatief geïnspireerd "door de Cubanen en de Russen.»

De Post: De gendarmes zijn inderdaad dezelfde die de Katangese secessie bevochten, en als radicaal pro-westers doorgingen. NU worden ze van communistische denkbeelden beschuldigd.

Jean Tsjombe : Men moet zich afvragen wie deze beschuldiging uit.

Mobutu heeft dit argument dadelijk aangegrepen om het buitenland tot materiële en financiële hulp te bewegen, en om troepen te bekomen voor een karwei die het Zaïrese leger zelf niet kon klaren.

Ik heb altijd de overtuiging gekoesterd dat het bewind-Moboetoe recht naar het failliet ging, en dat slechts een militaire bijstand van buiten uit hem zou toelaten de oppositie te weerstaan. Zo is het, ongelukkig genoeg voor ons, ook uitgevallen. Maar deze toestand is slechts voorlopig.

De Post: Men kan toch veronderstellen dat de Angolese president Neto ervan op de hoogte was dat de gendarmes de grens zouden overschrijden. Hebben zij niet eveneens hulp en bijstand van het bewind in Luanda gekregen? .

Jean Tsjombe : .Ik kan zeer beslist en plechtig verklaren dat er noch Cubaanse, noch Russische hulp is verstrekt. De operatie is trouwens niet aan de Angolese grens ingezet, zoals  men heeft beweerd, maar op het Congolees grondgebied, op  enkele kilometers van de grens.

Het was een volksopstand, en de Katangese gendarmes die zich in Angola bevonden, zijn hem komen steunen. Zij zijn hun geboorteland binnengedrongen , zonder een schot te lossen. Zij zijn opgerukt zonder weerstand te ontmoeten. Ik kan u zeggen dat de Katangese gendarmes al lange tijd op de hoogte waren van de zwakte van de Zaïrese troepen in die streek. De Zaïrese officieren praatten geregeld met de Katangese, en ze hebben hen zelfs de frequenties meegedeeld van hun radioverbindingen met de Zaïrese generale staf. Ze hebben de gendarmes verteld dat indien zij op een dag zouden binnendringen, zij zelf onmiddellijk zouden terugplooien. Deze Zaïrese officieren waren niet van plan om de gendarmes te bestrijden. De achtste maart was er dan ook geen enkel Zaïrees soldaat ter plekke om de gendarmes tegen te houden.

Onze eenheden zijn dan snel gevorderd. Zij zijn vooruitgegaan tot voor Kolwezi, en men kan zich afvragen waarom ze de stad niet hebben bezet. De reden is eenvoudig. Het Zaïrese leger was op de vlucht (wat ons trouwens een rijke buit aan materiaal heeft opgeleverd, terwijl heel wat soldaten naar ons zijn overgelopen). Dit ongedisciplineerde en corrupte leger vormde in onze ogen een bedreiging voor de bevolking van Kolwezi, waar 70.000 mensen wonen, waaronder 4.000 Europeanen. Indien wij een aanval op de stad hadden ingezet, was het gevaar niet denkbeeldig dat de Zaïrese troepen zich op de burgerbevolking zouden hebben gewroken. De Europeanen zouden de eerste slachtoffers zijn geweest. En dat wilden wij vermijden. We willen het welzijn van ons land en we hebben de bijstand der westerse landen nodig.

De Post: In Kinshasha zijn onlangs twee gevangen genomen gendarmes voorgesteld.

Jean Tsjombe : Ik ben formeel: deze mannen behoren niet tot de strijdkrachten van het FNLC. Het zijn twee dorpelingen. uit Kanzenze, twee sukkelaars die men opgeraapt heeft.

De Post: Bent u van plan beroep te doen op huurlingen?

Jean Tsjombe : «Wij veroordelen de huurlingen en we zullen nooit beroep op hen doen. Het tijdperk van de huurlingen is voorbij.

Men heeft beweerd dat wij steun kregen van huurlingen. Hoe zouden die ons vervoegd hebben? Rechtstreeks op het operatieterrein zelf? Dat is materieel onmogelijk. Onrechtstreeks, via Angola? Dat is totaal onwaarschijnlijk. De autoriteiten in Luanda zouden nooit hebben toegelaten dat wij beroep deden op dergelijke bijstand. Ze hebben, nauwelijks zes maanden geleden, huurlingen ter dood veroordeeld, die zij tijdens hun eigen burgeroorlog hadden gevangen genomen.

De Post: President Neto is een communistisch ideoloog. Wat denkt U daarover ?

Jean Tsjombe: «Ik geloof niet dat Neto een pure marxist is. Ik weet dat het zijn grootste wens is dat zijn land socialistisch zou worden en dat hij de marxistische ideologie in banen wil leiden die passen bij het Angolese nationalisme. Ik weet ook wel dat de Afrikanen rijp zijn voor het communisme, maar ik ben ervan overtuigd dat indien Zaïre bolt communistisch wordt dit te wijten is aan de zwakheid van het huidig systeem. Het beleid van Mobutu bleek gewoon niet doeltreffend te zijn. Indien Neto in naam van Angola een beroep heeft gedaan op de Sovjet-Unie en Cuba dan is het omdat hij intern niet de steun vond die hij verwachtte.

De Post : Hebt u in de voorbije jaren de kans gehad naar Zaïre terug te keren ?

Jean Tsjombe: Ik ben er drie keer clandestien geweest. Maar Mobutu heeft me wel  benaderd om officieel terug te keren. Ik heb dit telkens geweigerd om persoonlijke  veiligheidsredenen. En daarbij komt natuurlijk ook het feit dat ik ter plaatse niet de mogelijkheid zou hebben om tegen zijn regime te vechten. Ik wil Mobutu niet persoonlijk aanvallen. Wat met mijn vader gebeurd is beschouw ik als verleden tijd. Het is nu vooral belangrijk dat mijn land tegen zijn eigen regime beschermd wordt. Congo staat op het punt te verkommeren als één van de armste landen ter wereld, hoewel het potentieel ontzettend rijk is. Het is niet langer duldbaar dat de Congolese staatsboekhouding een catastrofe is omdat alle gelden verkwist worden door de leiders en hun aanhang. Het is de hoogste tijd om. daar iets aan te veranderen. Al het mogelijke moet ondernomen worden om Congo uit zijn hachelijke situatie' . te redden.

De Post: Vanuit Kinshasha meldt men dat het “Shaba­conflict» op zijn einde loopt. Wat denkt U daar over ?

Jean Tsjombe : .Omdat hij de steun heeft gekregen van buitenlandse strijdmachten, slaakt Mobutu nu reeds een overwinningskreet. Maar ik denk dat hij het vel van de beer aan het verkopen is voor hij hem heeft geschoten. Ik denk dat hij een  volledig vertekend beeld van de situatie ophangt. Er is in feite niemand ingegaan op het hulpgeroep van Mobutu. Er is alleen een totale politieke verwarring gesticht., Er is in feite geen enkele strijdmacht buiten de zijne tussengekomen. Wij waren er in de huidige omstandigheden van overtuigd dat onze actie geen onmiddellijke kans op slagen had. Het vuur dat in maart aan de lont is gestoken is nog lang niet geblust. In maart is een probleem duidelijk gesteld, maar een definitieve oplossing ervoor is nog lang niet inzicht... De guerilla heeft zich pas gevestigd in Congo. De Congolese strijdkrachten hebben in feite nog geen echte weerstand ondervonden, De vijf tien honderd Katangese gendarmes hebben zich in de buurt van Kolwezi in de brousse teruggetrokken.

Met hun wapens en hun munitie. Zij leven nu ondergedoken in de dorpen. Maar ze zullen, ongetwijfeld op korte termijn nog van zich laten horen...»

J.B.