Kolwezi.

1978

Kolwezi 1978

Special Kranten Kolwezi 1978

Dankzij het ontvangen van fotos van Kolwezi 1978 kan U een exclusieve reportage lezen en video bekijken over de evenementen van Kolwezi 1978
Al deze artikels zijn verschenen in kranten of tijdschriften en zijn me toegestuurd per e-mail waar mogelijk heb ik de bron weergegeven. Gelieve mij te contacteren indien het artikel niet conform is met de auteursrechten

Simonet hard voor Mobutu

Het Volk 24/5/1978

BRUSSEL. - Met grote aandacht werd gisteren in de Kamer geluisterd naar minister van Buitenlandse Zaken Simonet. die enerzijds enkele onthullingen deed. waaruit duidelijk bleek dat de Belgische regering zo snel als in de gegeven omstandigheden mogelijk was; opgetreden is en anderzijds bijzonder harde woorden sprak over het regime Mobutu. dat moet aangepast. worden indien men de volledige chaos en nieuwe onlusten wil voorkomen. Meteen ook rekende Simonet op een bijwijlen scherpironiserende wijze af met de oppositie. bij wie, zo zegde hij "Damseaux in scheervlucht en De Clercq in stratosfeercruise" over de jongste gebeurtenissen in Shaba sprak.

Simonet ontkende formeel dat de Belgische regering onderhandeld heeft met het F.N.L.C. "Wel heb ik contact opgenomen met het Internationale Rode Kruis om na te gaan of een evacuatie van onze landgenoten zonder militaire tussenkomst mogelijk was", aldus Simonet.

Ook werd contact opgenomen met de Unie van Afrikaanse Staten en met de UNO om een "vreedzame evacuatie" na te streven. Iedereen wist dat plotse opflakkeringen in Zaïre tot de mogelijkheden behoorden, gezien de benarde economische situatie waarin de bevolking leeft. Maar niemand kon met zekerheid voorzien wanneer er, onlusten zouden uitbreken, omdat niemand zicht heeft op de inzijpelingen uit de buurstaten, waar opstandelingen opgeleid worden.

Minister Simonet zei verder dat de Belgische pers verhinderd werd naar Shaba te gaan, niet goor een beslissing van de Belgische regering, maar wel door een weigering van de Zaïrese autoriteiten. Hiertegen werd door Buitenlandse Zaken overigens al met kracht geprotesteerd bij de Zaïrese ambassadeur in ons land.

Simonet onthulde ook  waarom niet vroeger Belgische para's naar Shaba gestuurd werden. Op 15 mei kreeg de regering de inlichting dat een bataljon Zaïrese para's boven Kolwezi zou gedropt worden. De Franse officieren, die dit bataljon omkaderen, zouden evenwel niet meegestuurd worden; omdat de toestand dit niet noodzakelijk maakte. inmiddels was echter ook al aan de Amerikanen om logistieke steun gevraagd onder de vorm van tankvliegtuigen, omdat in Kamina, of Kolwezi geen brandstof aanwezig was. De Amerikanen wilden echter geen beslissing treffen zonder het uitdrukkelijk akkoord van president Carter. Dit akkoord kwam eerst in de nacht van woensdag. Donderdag had Simonet een contact met zijn Franse collega, die hem zei dat Franse para's naar Kinshasa vertrokken waren, waar ze vrijdagochtend zouden aankomen. Daar zou men dan de toestand opnieuw onderzoeken. Donderdagnacht kreeg Simonet echter een telex van uit Parijs, waarin stond dat de Zaïrese autoriteiten gevraagd hadden dat het Franse parabataljon onmiddellijk in Kolwezi zou ingezet worden.

Van uit Kinshasa kreeg Simonet kort daarop een telex van onze ambassadeur, die hem vroeg bij de Fransen tussen te komen om met het droppen van hun para's te wachten, aangezien deze niet voldoende in aantal waren en dat het inzetten wellicht erg nadelige gevolgen kon hebben voor de blanken in Kolwezi. Simonet nam daarom persoonlijk contact met de Franse autoriteiten om tot hen dit verzoek te richten. Inmiddels was het echter al zeven uur vrijdagochtend geworden. Later op de dag werd de eerste minister ingelicht over de beslissing van de Franse regering, die toch ingegaan was op het verzoek van president Mobutu en onmiddellijk para’s zou laten droppen, van zodra ze van uit Kinshasa boven Kolwezi aankwamen.

En nu, zo vroeg Simonet, moet ge ons eens komen zeggen waar we tijd verloren hebben. Wat zoudt ge gezegd hebben indien we onmiddellijk onze para's naar Kolwezi zouden gestuurd hebben en er daar vele tientallen zouden gesneuveld zijn bij gebrek b.v. aan brandstof, munitie en vervoermogelijkheden?

Het probleem was niet naar Kolwezi te vertrekken, wel hoe er te blijven en hoe er terug weg te geraken, zonder de nodige brandstof voor de vliegtuigen en zonder de logistieke steun, die zowel militairen als de geëvacueerden zouden nodig gehad hebben om veilig te overleven?

Wat de visie op het Zaïre-beleid betreft zei Simonet volgende harde waarheid: "De vraag is niet of er een alternatief is voor het huidige regime. Wel of dit regime zo kan aangepast worden dat de chaos te voorkomen is, een chaos die onvermijdelijk aanleiding zal geven tot andere uitbarstingen.

 (E.V.)

Het Volk 24/5/1978

Onrust blijft smeulen

Het kamerdebat over de operatie-Kolwezi is gelukkig niet uit de hand, gelopen. De algemene verontwaardiging over de tussenkomst van P.R.L.W.-voorzitter André Damseaux na de regeringsverklaring van maandag heeft de liberalen blijkbaar doen nadenken. De toon van hun toespraken was gisteren minder grotesk, alhoewel niet helemaal vrij van demagogie. Bovendien klinkt het nogal wrang wanneer een partij politieke munt tracht te slaan uit een tragische gebeurtenis, vermits toch gebleken is dat men de regering geen grote vergissingen in de schoenen kan schuiven. En zelfs een aantal tekortkomingen die de ministers werden aangewreven bleken dan I nog te berusten op verkeerde voorstellingen of halve informaties.

Minister Simonet heeft schoonschip gemaakt met een paar aantijdingen die de 2 ronde deden, zoals het laattijdig optreden F van de Belgen. Hij heeft duidelijk aangetoond dat België terzake niet alléén kon handelen, zonder de hulp van een aantal  mogendheden, al was het maar om praktische redenen. Minister Vanden Boeynants heeft aan de hand van duidelijke informaties, die betrekking hadden op het technische aspect van de operatie, op overtuigende manier bewezen dat alles in het werk werd gesteld om de operatie te doen slagen. Om technische maar ook om humanitaire redenen kon de gewenste discretie niet volkomen worden gerespecteerd. Kortom, de regering heeft gisteren een goede beurt gemaakt en de liberale kritiek  met feiten en cijfers weerlegd.

Het debat heeft anderzijds ook de bezorgdheid van de kamerleden betreffende het verdere verloop van de relaties tussen België en Zaïre in het licht gesteld. Er zijn 10 vragen gerezen over de toekomstige vorm van de Belgiscb-Zaïrese hulpverlening, maar alle spreker waren het er over eens te dat Zaïre niet aan zijn lot mag worden overgelaten. Het debat ten gronde omtrent de toekomst van de relaties tussen België en Zaïre zal vermoedelijk later worden gehouden. Intussen blijft nochtans de bezorgdheid om de ongeveer 25.000 Belgen die nog in Zaïre 'verblijven en die ongetwijfeld de weerslag van de gebeurtenissen in Shaba en van bepaalde verklaringen van Mobutu zullen ondergaan.

Vergeten we niet dat op het ogenblik dat het kamerdebat plaatsgreep, president Mobutu met eerbetoon in Parijs werd ontvangen. De Franse president en het Zaïrese staatshoofd verkeren momenteel in een zeer vriendschappelijke verhouding. Frankrijk is het Zaïrese leger ter hulp, gesneld en ook onmiddellijk ingegaan op het verzoek van Mobutu om voorlopig Franse troepen in Shaba te stationeren. Mobutu heeft publiek de lof gemaakt van de Fransen. Wat België betreft zijn de verhoudingen gans anders. lussen België en Zaïre heerst een eerder gespannen toestand. Het wordt vooral minister Henri Simonet kwalijk genomen dat hij in nogal vranke taak over het gebrek aan tucht van het zaïrese leger heeft gesproken. Móbutu heeft hem deze belediging zeer kwalijk genomen en zelfs gedreigd de Belgen in Shaba door Fransen te vervangen.

Onze minister van Buitenlandse Zaken heeft zijn uitspraak gerelativeerd en betreurd dat er onenigheid zou blijven bestaan tussen België en Zaïre. Maar gisteren heeft de h. Simonet andermaal met weinig lof gesproken over het Mobutu-regime. Hij heeft wellicht gelijk, maar hij waagt zich daarmee op een gevaarlijk pad. Als minister van Buitenlandse Zaken' moet hij ook blijk geven van een zekere soepelheid. Hij is naast minister ook diplomaat en als diplomaat is het nogal ongewoon in het publiek kritiek te leveren op staatshoofden die tot de kennissenkring behoren. Wij hebben recente getuigenissen vluchtelingen gehoord. Hieruit is meer gebleken dat de Europeanen enkel het slachtoffer geworden zijn rebellen maar ook van ongedisciplineerde Zaïrese militairen en van opgehitste burgers. Er bevinden zich zoals nog zo'n 25.000 Belgen in Zaïre. Men kan  licht begrijpen dat de bedreiging van president Mobutu om de Belgen na, te sturen en door Fransen te vervangen, ook in Zaïre bekend is. evenals de van deze chantage. Men kan aannemen dat de officiële Zaïrese pers aandacht besteed aan de belediging van het; leger door een Belgisch minister. Welnu het incident tussen België en Zaïre kan tot ernstige spanningen leiden en een voldoende om in dat land, waar de bevolking honger lijdt. en waar orde er voor een groot deel zoek zijn. Een wanhoopsrebellie te veroorzaken. De Europeanen, en zeker de Belgen. zouden de slachtoffers zijn. Er waren gisteren al geruchten dat er o.m. in Mutshasha en ook in Lubumbashi, het vroeger Elisabethstad, een nerveuze spanning heerste onder bevolking. In die omstandigheden moet de regering met grote omzichtigheid te werk gaan uitdagende, ironische taal is uit den boze zoals ook vleierij ten opzichte het Zaïrese staatshoofd ongepast zou zijn Feit is dat na het drama van Kolwezi de interne moeilijkheden in Zaïre niet. baan zijn. Er bestaan nog vele haarden waar het vuur door een uitgehongerde bevolking smeulend wordt gehouden onder de vorm van een onbehagen dat zich tegen de Europeanen richt. Er dient dan ook dringend een grondige balans van onze relatie met Zaïre te worden opgemaakt.

LEO MARYNSSEN

Het Volk 24/5/1978

Franse para’ s ontdekten lijken van 20 Europeanen

Dodencijfer blanken tot 200 gestegen

PARIJS/KINSHASA/BRUSSEL.

Het ministerie van Defensie in Parijs heeft gistermiddag meegedeeld, dat de Franse para's die in Kolwezi nog steeds op zoek zijn naar achtergebleven Europeanen, in een blanke wijk van de stad weer een plaats hebben ontdekt waar blanken zijn afgeslacht. Er werden 20 lijken aangetroffen, voor de helft kinderen. Bij elkaar zijn daarmee zowat 200 lijken van blanken gevonden.

Maandag hebben soldaten van het Vreemdelingenlegioen in de nabijheid van Kolwezi een groep van 20 Franse vrouwen en kinderen gevonden, die zich angstig in het struikgewas verborgen hielden. De mannen waren vermoord.

Volgens Parijs worden nog circa 70 Fransen vermist. Uit verzamelde gegevens blijkt, aldus het ministerie, dat de actie van de rebellen zorgvuldig werd voorbereid. Ook was gebleken dat de slachtpartijen al bij het begin van de inval, op 14 mei, begonnen waren. Het heet dat  het merendeel van de rebellen op de vlucht naar Angola is en  dat vele Europeanen als gijzelaars werden meegenomen. De wapens die ze hebben achtergelaten zijn veelal van Russische makelij. Naar verluidt ontdekken de legionairs van het tweede parachutistenregiment nog steeds massagraven met lichamen van Afrikanen.

Uit Westerse diplomatieke bronnen in Lusaka is vernomen dat de rebellen in Zaïre in één  keer 200 zwarten zouden hebben vermoord. De diplomaten hadden radioberichten opgevangen, waarin gemeld werd dat 200 zwarten in een mijn bijeen waren gedreven en met} een machinegeweer neergemaaid waren.

Er is geen officiële bevestiging van dit bericht.

Volgens een Joegoslavische  vluchteling, Jovo Karaman wiens verklaringen door het persagentschap. "Tanjoeng" zijn geciteerd, is een andere: Joegoslaaf zaterdag te Kolwezi per vergissing door Franse soldaten gedood. Volgens dit getuigenis dat het Joegoslavische agentschap in een bericht uit Brussel meldt, reden Karaman en het slachtoffer, Jovo Djinic, in een wagen toen zij onder vuur genomen werden door; Franse legionairs van op een afstand van circa 150 meter. De Franse soldaten hielden hen voor rebellen die in dit deel van] Kolwezi waren gesignaleerd.  Beide Joegoslaven wierpen zich neer tot het schieten gedaan was. Jovo Djiniv sprong vervolgens uit de wagen, maar een dodelijk salvo trof hem. Twee naderbij gekomen Fransen ontdekten tenslotte dat de twee “rebellen” blanken waren.

ALLE MISSIONARISSEN IN VEILIGHEID

Radio-Vaticaanstad heeft bericht dat alle missionarissen en priesters in het bisdom Shaba het er levend ,hebben afgebracht. Alle geestelijken zijn naar Kamina en Kinshasa overgebracht, na de aankomst van de Franse parachutisten, aldus de radio.

Van Griekse geëvacueerden die via Brussel in Athene zijn teruggekeerd is dinsdag vernomen dat vijf Grieken gedood zijn. Volgens en communiqué, van het Griekse ministerie van buitenlandse zaken wonen er nog 2.000 Grieken in Zaïre. , Het Libanese ministerie van! Buitenlandse Zaken zei dat bijna alle Libanezen in Kolwezi ! tijdens de gevechten zijn gedood. Het gaat om 20 personen. , Alle Nederlanders die zich bij het uitbreken van de opstand in Shaba in Kolwezi bevonden zijn vrijwel zeker in veiligheid.  Tot nu toe zijn op het ministerie van Buitenlandse Zaken geen, berichten binnengekomen, dat Nederlanders die zich in de Zaïrese mijnstad bevonden, zijn gedood, letsel hebben opgelopen, of worden vermist.

PORTUGEZEN WERDEN NIET VERONTRUST

De ongeveer vijftig Portugese vluchtelingen uit Shaba die maandagavond in Lissabon zijn aangekomen hebben verklaard dat zij door de Kantangese gendarmes niet verontrust zijn. De rebellen zouden het vooral op  Belgen en Amerikanen gemunt hebben.

Jose Viana, een electricien uit Kolwezi, vertelde dat een groep Katangezen zijn woning binnenkwam en hem naar zijn nationaliteit vroeg. Een der rebellen zei hem: "Wees niet bang, wij zoeken Amerikanen. . Wij hebben er al elf gedood. . Indien Shaba niet in onze handen is, is dat de schuld van..de Amerikanen" . Een andere, vluchteling, Carvalho, verklaarde dat ook hij door de Katangezen gerust 'werd gelaten, maar dat zijn Belgische  buurman werd doodgeschoten. Ze vroegen hem of hij Vlaming was of Waal was, zo verklaarde Carvalho. Toen hij zei dat hij Vlaming was, schoten de rebellen hem in koelen bloede dood. Sommige Portugese vluchtelingen hadden verklaard Angolezen onder de rebellen herkend te hebben. De op het vliegveld van Lissabon ondervraagde vluchtelingen konden dit echter niet bevestigen. Zij verklaarden dat veel rebellen Portugees spraken, maar dat het onmogelijk was te weten of het Angolezen waren dan wel Katangezen die reeds jaren in Angola verblijven.

 IN HET VLAAMS

Nadat de Belgische parachutisten Kolwezi hebben verlaten, zijn er in deze stad nog 600 Franse en zowat 400 Zaïrese  militairen. De Franse militairen zijn evenwel van oordeel dat hun troepensterkte voldoende is en zijn

niet van plan versterkingen te vragen. Anderzijds wordt er door de Franse militaire overheid te Kolwezi op gewezen dat de manier waarop de evacuatie door de Belgische parachutisten werd georganiseerd en uit gevoerd, verkeerd was. In plaats van een onmiddellijke evacuatie en repatriëring, ware ( het beter geweest alle Europeanen gedurende 24 of 48 u. te groeperen, om ze te kunnen identificeren. Een juiste balans van het aantal geëvacueerde Europeanen en de identificatie van de slachtoffers lijkt nu vrijwel onmogelijk, aldus de Franse militairen.

AP. meldt. uit Kolwezi dat, u voordat de Belgische para's Kolwezi verlieten, zij nog een ronde door de stad maakten. In het Vlaams riepen zij mensen die zich nog schuil hielden, op om te voorschijn te. komen. Ongeveer een dózijn Belgen kwamen daarop uit hun schuilplaatsen. Ze vertelden dat ze bang waren geweest te voorschijn te komen toen er eerder h in het Frans werd geroepen.

Mgr. De Smedt bij geëvacueerde zusters

 PITTEM. Dinsdagnamiddag heeft Mgr. De Smedt een bezoek gebracht aan het moederklooster van de Zusters van Maria te Pittem, waar hij een ontmoeting had met de 19 missiezusters, die zopas uit Kolwezi zijn teruggekeerd.

De bisschop betoonde een uitzonderlijke belangstelling voor hun dikwijls gruwelijk wedervaren en had woorden van lof en aanmoediging voor het door de zusters gepresteerde werk.

16 van deze zusters waren werkzaam in Kolwezi zelf, terwijl drie anderen missieposten in Kanzenze, op 45 km. van Kolwezi bedienden.

Tot hun belangrijkste activiteiten behoorden het onderwijs, sociaal en pastoraal. werk en vooral de ziekenzorg.

Over een eventuele terugkeer naar Shaba kan men zich vooralsnog niet uitspreken, temeer omdat praktisch alles op hun missieposten vernield is.

De congregatie telt momenteel nog 65 missiezusters in Zaïre.

Salvatorianen blijven in Shaba

KOLWEZI. - Vanuit Kolwezi wordt vernomen dat de missionarissen Salvatorianen van de missie van Kapanga, gelegen in het noorden van het bisdom Kolwezi op circa 65 km. van de Angolese grens, ter plaatse zijn gebleven en in goede gezondheid verkeren.

Hetzelfde geldt voor de Salvatorianen die werken in Sandoa, I missie gelegen in het westen c van het diocees op zowat 120 km. van Angola.

De zusters Salvatorianen van Kapanga blijven eveneens ter plaatse en werden niet verontrust. Dat is eveneens het geval voor de missie van Kalamba, die wordt bediend door de Salvatorianen.

Al deze missieposten blijven in permanent contact met het bisdom Kamina, dat wordt bestuurd door mgr Malunga.

Het Volk 24/5/1978

Damseaux veroordeeld door Waalse liberalen

CHARLEROI. - Het interfederaaI bureau van de Waalse P.L.P. heeft maandagávond in spoedbijeenkomst in Charleroi de rede die maandag als antwoord op de regeringsmededeling van premier Tindemans over het verloop van de operaties in Shaba, door P.R.L.W.woordvoerder Damseaux werd uitgesproken sterk gehekeld.

In een mededeling van de Waalse P.L.P. aan het persbureau ,Belga staat o.m. te lezen: “In deze tragische uren en op een moment dat het land van de oppositie een waardige en verantwoordelijke houding kon verwachten, kon eens te meer vastgesteld worden dat het bloed van landgenoten stof heeft geleverd en aanleiding heeft gegeven tot het voeren van polemieken van het laagste allooi".

"Inderdaad, door het leger proberen op te ruien tegen de eerstenminister, door zonder veel na te denken te eisen dat onze troepen, buiten het volbrengen van hun humanitaire taak in Shaba, zouden moeten gelegerd blijven, door voorstellen te doen om kost wat kost het ontaarde  regime van president Mobutu te blijven steunen, door het opvijzelen van sommige misverstanden tussen Frankrijk. en België, heeft de P.R.L.W.-woordvoerder een zeer negatieve houding vertolkt die de Waalse P.L.P. verwerpt.

P.R.L eensgezind  met Damseaux

De P.R.L.W. keurde de militáire interventie principieel goed maar veroordeelde de aarzelingen, de uitvluchten en het dralen van de Belgische regering. Het bureau van de Waalse liberalen stelde eens te meer vast dat die aarzelingen hun oorsprong vinden in het gebrek aan politieke eensgezindheid en de wrijvingen in de regering.

Het bestuur van de P.R.L.W. bedankte de Franse regering voor de vastberadenheid, de snelheid en de kordaatheid van de ingeschakelde middelen, waardoor talrijke mensenlevens konden worden gered. Alle leden van het dagelijks bestuur van de P.R.L.W. steunden unaniem de tussenkomst van partijvoorzitter Damseaux na de mededeling van eerste minister Tindemans maandag voor de Kamer

Het Volk 24/5/1978 

Scherpe aanklacht van priester uit Shaba

“Ontwikkelingshulp is vriendjespolitiek”

SINT-NIKLAAS. - Theofiel De Pagie (43), verblijft sinds 1965 als priester in Shaba. Bij was het van zins deze maand met vakantie naar zijn geboortestad terug te keren. De gebeurtenissen in Zaïre hebben zijn terugkeer een heel ander uitzicht gegeven. Maandagnacht landde hij samen met een groep vluchtelingen op  Zaventem. Theofiel De Pagie is sinds februari van dit jaar kerkelijk verantwoordelijke voor de ontwikkelingshulp in Shaba. Deze "aanstelling" was te danken enerzijds aan zijn persoonlijke betrokkenheid met de derde wereldproblematiek, anderzijds met zijn pastorale ervaring in Shaba. De laatste drie jaar was hij immers pastoor van de Gécaminesparochie. De Pagie kent dus Shaba, Kolwezi en kent ook één en ander over ontwikkelingshulp.

 OPSTAND

De opstand in Shaba is in feite geen verrassing, geeft De Pagie toe. De rebellie van vorig jaar was reeds een voorsmaakje van hetgeen zich nu heeft afgespeeld. En wees ervan overtuigd dat het niet het laatste wapenfeit van de rebellen zal zijn. Zij hebben nu enkel hun uniformen afgelegd en zich verspreid in de brousse, maar binnenkort zullen zij weer opduiken en opnieuw toeslaan. Dat zij ook steun krijgen van buitenaf, betwijfelt hij geen ogenblik. "Vooral Rusland en Cuba hebben het gemunt op de kopermijnen van Kolwezi, waar de Amerikanen nu het hoge .woord voeren en waar ook de Fransen mee van de koek willen delen. Waarom zouden zij anders Mobutu ter hulp snellen?

Is de opstand dan gericht tegen de blanken?

Oorspronkelijk misschien niet, aldus Fiel De Pagie. De inlandse bevolking is vooral het regime van Mobutu beu. Na tien jaar dictatoriaal regime heeft zij begrepen dat het systeem haar nog verder in de miserie heeft gedompeld. Er is geen werk, en bijgevolg armoede. Ondertussen verrijkt het  staatshoofd zichzelf en zijn trawanten en heeft hij geen belangstelling meer voor zijn volk.

Naderhand hebben de rebellen zich ook gekeerd tegen de blanken. Voor een deel omdat ook zij mee profiteren van de rijkdommen van het land, maar de actie was ook gericht tegen de Europeanen - en dan vooral tegen de Fransen - van zodra de opstandelingen over de radio vernamen dat de Franse para's op komst waren. Die tussenkomst beschouwden zij als een rechtstreekse steun aan het regime van Mobutu. Van dat ogenblik af hebben de grootste slachtingen en plunderingen  plaatsgevonden. Maar ook het Zaïrese leger en de inlandse bevolking hebben zich hierbij niet onbetuigd gelaten. Want ook zij zijn ontevreden en hun

toestand uitzichtloos. Shaba is misschien de vonk, die weldra op heel Zaïre zal overspringen, want ook elders  in het land wil men Mobutu zien verdwijnen. Om hem te vervangen door wie? In het huidige systeem is dat  niet zo eenvoudig geeft De Pagie toe. Mobutu grijpt alle middelen aan om op zijn troon te blijven. De verkiezingen worden vervalst en wie zich tegen  hem kant, wordt uit de weg geruimd. Federalisme zou voor te Zaïre de beste staatsvorm zijn.

Maar Mobutu is ook leep genoeg om het. toenemend ongenoegen onder de inlandse bevolking in de kiem te smoren. Een middel daartoe is het tegen elkaar opjutten van de stammen, die de Zaïrese bevolking nog sterk verdelen.

SCHIJNGEVECHT

Maar ook Europa houdt het regime van Mobutu overeind? "Dat is duidelijk stelt De Pagie. Het Westen komt vooral militair tussenbeide om de rijkdommen in Shaba uit handen van de Russen en van de Cubanen te houden. Maar daardoor houdt het natuurlijk ook het Mobutu in het zadel.

Ook ons land zit tussen twee stoelen, al geeft het bij de jongste gebeurtenissen enkel om hun humanitaire redenen troepen naar Shaba gestuurd. Trouwens onze para's. hebben er flink werk geleverd bij de evacuatie van de vluchtelingen en ook de opvang in ons land was bevredigend."

"Toch loopt er iets mis met onze ontwikkelingshulp, meent De Pagie. Vooral Simonet en de socialisten zijn op dat stuk onbetrouwbaar. Vooral zij houden Mobutu overeind. En dat de bevolking zich vooral niet laat vangen aan het spelletje dat Mobutu en Simonet nu onder elkaar spelen. Het.is maar een schijngevecht. Tindemans heeft het volgens pastoor De Pagie nochtans goed voor door elke steun aan Zaïre te weigeren indien niet de eindbestemming van de gelden kan verantwoord worden. Tot nu toe ging alles in de zakken van Mobutu of van zijn kliek, die de zaken beheert.

Onze premier zal zich dus moeten hoeden voor diegenen, die hem omringen. Zij spelen een dubieuze rol. Trouwens ook het lolletje van de overwegend Franstalige projecten, die worden ingediend is een kluitje waarmee men de Vlaamse gemeenschap in het riet stuurt. Wat zou je willen dat wij als Vlamingen Nederlandstalige projecten indienen, indien ze onze bisschop in Zaïre, die geen Vlaams begrijpt moeten passeren. Dus Franstalige dossiers! Daarom bestempelt De Pagie ontwikkelingshulp' als 'vriendjespolitiek'!"

TERUGKEER?

 Ook de eigen situatie van De Pagie is niet zo klaar. Hebben de jongste gebeurtenissen hem soms niet ontmoedigd of afgeschrikt? "Helemaal niet, weerlegt hij. Ik ga zeker terug. Meer dan ooit is er nu behoefte aan ontwikkelingshulp. Bovendien wacht mij als kerkelijk verantwoordelijke op dit domein nog een belangrijke taak. Want ook op dat stuk moet nog heel wat in goede banen geleid worden. Er dient ook in de mentaliteit van de binnenlandse clerus nog één en ander rechtgetrokken, vermits ook zij bloot' staat aan de corruptie die haar omringt. Bijgevolg kan ik mijn werkterrein niet in de steek laten. Ik moet er zelfs nog aan beginnen. Belangrijk is bij elke vorm van ontwikkelingshulp – of die nu van gouvernementele of kerkelijke oorsprong is, - dat de controle van de gelden geschiedt door mensen, die de situatie ter plaatse kennen en dat zij ook de achtergronden en ,invloeden die meespelen, doorzien. Nu blijft er nog te veel aan de vingers plakken en komt heel wat te:.. recht in verkeerde zakken. Zolang daar niet wat aan gedaan wordt, is ontwikkelingshulp een maat voor niets".

FRED SMET

Het Volk 24/5/1978

SPANNEND KAMERDEBAT

Tussenkomst pas mogelijk na akkoord van Carter

 BRUSSEL. - In de Kamer verliep gisteren een bijwijlen bijzonder spannend debat over de gebeurtenissen in  Shaba, na de mededeling die premier Tindemans hierover maandag tijdens een spoedzitting deed. Het debat bestond daarenboven op een hoog niveau, enkele slippertjes van een Damseaux-over-zijn-toeren niet meegerekend. Oppositieleider Willy De Clercq was overigens heel wat genuanceerder en ook veel meer gematigd dan zijn Waalse collega Damseaux maandagnamiddag geweest was. Hij gaf hem daarenboven al van bij het begin van zijn tussenkomst een fameuze ezelsstamp. Willy De Clercq begon inderdaad met een warme hulde aan onze para's, waar Damseaux de dag voordien hum optreden schamper afgedaan had als "tweedens".

De toespraak van de P.V.V.-voorzitter werd met aandacht beluisterd door een volzet halfronden door volgelopen openbare tribunes. Tweede hoogtepunt was , de tussenkomst van minister van Buitenlandse Zaken Simonet, die geen blad voor de mond nam wanneer hij het had over het Mobutu-regime en die enkele ophelderende onthullingen deed. (Zie elders in deze krant). Derde belangwekkende tussenkomst was deze van Defensieminister Vanden Boeynants, die uur na uur de regeringsbeslissingen verantwoordde en op het einde van zijn toespraak een ovationeel applaus kreeg op alle meerderheidsbanken. En tenslotte was er ook een opgemerkte tussenkomst , van B.S.P.-medevoorzitter Cools, die klaar en duidelijk  zegde hoe de socialisten de Afrikapolitiek voor de nabije toekomst zien.

OPPOSITIE

Als eerste nam P.V.V.-voorzitter Willy De Clercq het woord.  Hij sloeg een heel andere toon aan dan zijn Waalse collega P.R.L.W.-voorzitter Damseaux de dag voordien. Waar deze laatste enkel hulde gebracht aan de Franse parachutisten, die volgens hem de ware “humanitaire actie” gesteld, hadden, loofde oud-minister De Clercq eerst en vooral de Belgische paracommando's die, zo zegde hij "door hun onberispelijk optreden voorkomen hebben dat er nog meer slachtoffers gevallen zijn". Volgens De Clercq is het optreden van onze para's overigens het enige positieve punt in het ganse debat, want de oppositieleider had geen goed woord over voor de houding van de regering, die volgens hem aarzelend, niet gecoördineerd, zonder gemeenschap-pelijke visie en met gebrek aan discretie tewerkgegaan is.

De h. De Clercq wenste ook opheldering opeen groot aantal vragen. Zo vroeg hij of de regering niet te laat tot het besef gekomen is van de ernst van. De toestand en of ze niet te. lang gewacht heeft om daadwerkelijk in te grijpen: Hij wenste ook te weten of het laattijdig optreden niet te wijten is aan de onenigheid, die volgens hem in de schoot van de regering bestaat. Ook vroeg de h. De Clercq dat de Commissie van Landsverdediging inzage zou krijgen van alle militaire verslagen over de opdracht, die aan de para's gegeven werd.

Tenslotte stelde de P.V.V.voorzitter een aantal vragen in verband met de informatie van de media, vooral dan televisie en radio, die door hun uitzendingen de rebellen op de hoogte brachten van de nakende reddingsoperatie, wat een bloedbad tot gevolg had. Anderzijds wenste hij ook te weten waarom naderhand de Belgische pers uit Shaba geweerd werd.  In een tweede deel weidde 'de h.De Clercq uit over onze samenwerking met Zaïre in de toekomst. Volgens hem moet deze samenwerking verzekerd blijven, maar dan onder duidelijke voorwaarden en mits afdoende waarborgen, niet in het minst wat de veiligheid van onze landgenoten betreft.

Er zijn op dit ogenblik nog 25.000 Belgen in Zaïre, zo zegde hij. Hun veiligheid moet onze eerste zorg zijn. Het herstelplan, voor hetwelk België coördinator is, moet leiden tot een nieuwe vorm van samenwerking en niet van bekvechterij.  Ons nu terugtrekken uit Zaïre zou voor het land bedenkelijke  gevolgen hebben.

Tenslotte zei de h. De Clercq: Na de faling van de uitvoering  van het humanitaire reddingsplan en na de vele slachtoffers, hopen we dat de toekomstvisie van de regering op meer cohesie, vastberadenheid, eensgezindheid en grootsheid zal steunen.

Het Volk 24/5/1978

B.S.P. ACHTER REGERING

B.S.P.-covoorzitter André Cools was de tweede spreker.

Hij legde enkele belangrijke e politieke verklaringen af. Vooraf feliciteerde hij de regering, voor het doorzicht waarmee,ze in dramatische omstandigheden, gehandeld had. Terloops rekende hij scherp af met Damseaux, die door zijn ondoordachte woorden opriep tot racistische uitspattingen.

Wat de humanitaire actie betreft zei Cools: "We veroordelen tegelijk de onverantwoordelijkheid van sommige linksen, die weigeren de werkelijkheid onder ogen te zien waar! mee onze landgenoten in Zaïre geconfronteerd worden en de militaire obsessie van al even, onverantwoordelijk die zou  geleid hebben tot een overhaastige beslissing, die een massamoord van de Europeanen in , Kolwezi en de Belgische soldaten tot gevolg kon gehad hebben.

In verband met het buitenlands beleid ten opzicht van Zaïre zei Cools het volgende: "De socialisten willen in geen enkel geval een militaire interventie, die er zou op gericht zijn de economische belangen te verdedigen tegen de wil in van de plaatselijke bevolking.

De Franse politiek in Afrika strookt helemaal niet met de visie van de B.S.P. Wel moet er een oplossing gevonden worden, maar onze landgenoten die naar een land vertrekken waar de veiligheid niet verzekerd is moeten ook weten dat de Belgische regering ,niet over dezelfde middelen beschikt als een grotere natie. Hij voegde daar nog aan toe dat de Belgen in Zaïre niet moeten rekenen op een. bestendige Belgische militaire aanwezigheid. De B.S.P. is niet. bereid de Belgische jeugd te laten dienen als spits voor een: eventueel Afrikaans Vietnam. Tot besluit zei Cools het volgende: “Wat België en gans Europa missen is een juiste opvatting van hun aanwezigheid in Afrika. Minister van Buitenlandse Zaken Simonet heeft de moed gehad klaar en duidelijk dit probleem te stellen. Ik hoop dat de ganse regering snel haar houding terzake zal bepalen. We kunnen niet om de haverklap tussenkomen. We moeten in de toekomst in Afrika een samenwerkingspolitiek  ontwikkelen, die zich beperkt tot de verzuchtingen van de plaastelijke bevolking en die niet in dienst staat van de economische belangen van onze firma's".

C.V.P. OOK ACHTER  REGERING

Ook de C.V.P. staat volledig achter de regeringsbeslissingen, ,inzake Shaba. Fractieleider Blanckaert bracht op zijn beurt hulde aan onze para's en keurde de regeringshouding volledig goed, terwijl hij felicitaties richtte tot allen die in deze dramatische omstandigheden mee hulp boden. Volgens Blanckaert is uit de ervaring van de voorbije dagen gebleken dat niet alleen in ons land; maar in gans Europa, zo niet in de wereld, een ernstig gewetensonderzoek moet gedaan worden over de rol en de grenzen van de massamedia. In noodsituaties, zoals deze moet het volgens hem mogelijk zijn nieuwe en degelijke vormen van samenwerking te vinden met gans de pers. Dit moet kunnen leiden tot wat wel en wat niet past. BIanckaert betoogd; dat de wereld,_Europa, en ook ons land dringend behoefte hebben aan een vernieuwde deontologie van de nieuwsgaring en de nieuwsverwerking.

Verder zie hij nog dat een nieuwe duidelijke evaluatie van onze Afrikapolitiek, van onze veiligheidspolitiek en van onze Zaïre-politiek dringend nodig is. Tenslotte pleitte Blanckaert voor een gepaste nazorg bij de slachtoffers van de jongste gebeurtenissen in Shaba. Er moeten begeleiding en hulp geboden worden bij de opbouw van hun tweede toekomst.

In het debat hoorde men verder nog de h.Poswiek (P.RL.W.), volgens wie de reddingsoperatie te traag verliep, wat de slachtpartijen tot gevolg had, de h. Desmarets, P.S.C.-fractieleider, .die het eens was met de regeringsbeslissing. om voorlopig een bataljon para's in Kamina te laten en die meende dat het mogelijk moet zijn met de pers afspraken te maken om een betere geheimhouding van de operatie te waarborgen en de h.Geldolf (soc.), die van de premier een verklaring verwachtte over de "onverdiende" uitlatingen van president Mobutu aan het adres van minister van Buitenlandse Zaken Simonet.

De h. Baert, V.U.-fractieleider zegde dat zijn groep uitdrukkelijk akkoord gaat met de interventie en ook met de omzichtige wijze en het beperkt karakter ervan.

Het Volk 24/5/1978

SCHAARSE INLICHTINGEN

Minister van Defensie Vanden Boeynants noemde het een drama voor diegenen die moeten beslissen, wanneer ze niet over de juiste inlichtingen beschikken. En dat was nu weer het geval. De objectieve inlich-tingen kwamen schaars en traag door.Hij verklaarde ook waarom de para's van MeIsbroek moesten opstijgen en niet van op een militaire basis, wat de geheimhouding van de operatie in de hand zou gewerkt hebben.

Maar de para's moesten vertrekken met een gemengde vloot van militaire en burgerlijke vliegtuigen. En deze laatste konden omwille van de veiligheid alleen maar van op Melsbroek vertrekken.

De minister was verontwaardigd over de beweringen van sommigen dat de Belgische regering indiscreties beging, waar de Parijse regering op donderdag te 13.20 u. een officieel communiqué uitgaf over het vertrek van de Franse' para's!

V.D.B gaf ook enkele cijfers over de getalsterkte van de rebellen. Er waren in feite tien bataljons opstande-lingen, hetzij in totaal vierduizend man. Er werden duizenden automatische geweren gevonden, verscheidene anti-tank-kanonnen en enkele geblindeerde voertuigen. .

Een vergelijking met 1964 gaat niet op. In Shaba waren er veel meer opstandelingen, beter geoefend en bewapend. Kamina was toen onder Belgische controle. Daar was nog alle materiaal, evenals brandstof. En de para's werden wel gedropt, maar er waren ook twee groepen huurlingen en Zaïrese soldaten, die langs de weg oprukten en weldra verbinding hadden met de para's.

TIMING

Minister Van den Boeynants gaf ook een nauwkeurige timing op vanaf het ogenblik dat de troepen in alarmtoestand gebracht werden. Dat was op woensdag te 20.20 u. Toen werd het alarm gegeven. Op donderdag te 2.15 1 u. kreeg de regering het akkoord van president Carter dat er tankvliegtuigen zouden gestuurd worden. Om 5 uur werd aan het leger bevel gegeven om te vertrekken. Het eerste vliegtuig vertrok op donderdag te 13.11u. om het half uur gevolgd door nog zeven andere C130-Herculestoestellen.

De manschappen vertrokken aan boord van Sabenavliegtuigen tussen 21.39 u. en 3 u. vrijdagochtend. De vliegtuigen maakten drie tussenlandingen, te Porto Salto, te Abidjan en te Libreville. Op vrijdag te 2.45 u. werd de regering ingelicht dat de Franse para's een actie voorbereiden op Kolwezi. Rond 13 uur was er contact met Kamina waar de eerste Belgische vliegtuigen verwacht werden. Te 16.45 u. sprongen de Franse para's boven Kolwezi. "Het is volledig vals te beweren dat .er onenigheid zou bestaan hebben over het Franse optreden. Integendeel, we waren erg gelukkig dat het geslaagd was en zonder veel verliezen verliep.

Tenslotte zei V.D.B. dat in Kamina voorlopig nog  blijven een versterkt bataljon paracom­mando's, alle personeel van de luchtmacht en een medisch detachement.  Minister Vanden Boeynants, die verscheidene malen zei dat hij inderdaad erg moe was, maar dat Landsverdediging alles gedaan had wat zijn plicht was, werd op het einde van zijn toespraak op een ovationeel applaus onthaald. - (E.V.)