Congo 1960

Zijn verleden, zijn evolutie een wereld vol herinneringen, geschiedenis en nostalgie

Moyo Kommissele

Lode Achten

Koloniaal Ambtenaar in Belgisch Congo

 

Jos Smets Lode Achten, koloniaal ambtenaar in Congo.

Auteur Jos Smets (°Diepenbeek 1947).

Hij was verbonden aan het Ziekenhuis Oost-Limburg als ingenieur biotechniek, later als preventieadviseur.

Samen met zijn echtgenote verbleef hij twee jaar in Congo (1970-1972), als leraar in Dungu, Haute-Uele.

Nederlands

ISBN: 9789491220050

Type: Paperback

Pagina's: 252

Publicatiedatum: 07/11/2011

“Moyo Kommissele!” is een biografisch verhaal waarin het leven van deze bijzondere Diepenbekenaar wordt geschetst. Lode Achten vertrok in 1904 als jonge klerk naar Congo en bleef er 29 jaar.

Hij bracht het in 1928 tot districtscommissaris van Kasai en van 1928 tot 1933 was hij directeur-generaal van de Société d”Elevage et de Culture.

Hij was een man met een open geest en een hart voor de Congolezen. Hij wilde het land, de zwarte bevolking en hun taal begrijpen.

Een groot deel van het boek bestaat uit dagboeken en reisverhalen van Lode zelf. Lode was een boeiend verteller. Zijn etnografische beschrijvingen en notities van meerdere stammen spreken iedere Afrika-liefhebber aan. Lode Achten werd geboren in Diepenbeek op 24 maart 1883 en overleed in Brussel op 26 maart 1933.

“Moyo Kommissele!” kan besteld worden via de auteur zie contact er zijn nog exemplaren ter beschikking

 

Update : September 14, 2015 3:57 AM

Nog 13 exemplaren dan is het uitverkocht !!

Prijs : 20 euro

 


 

Wat bezielt de jonge Diepenbekenaar Lode Achten dat hij in 1904, op amper 21-jarige leeftijd, zijn vertrouwde omgeving, familie en vrienden achterlaat en naar het verre Congo vertrekt? Is het de onbekende wereld met veel meer vrijheid dan in het toch ietwat bekrompen Diepenbeek die hem aantrekt? Of is het pure carrièreplanning?

In 1904 is het volop crisistijd en liggen de banen niet voor het oprapen. Het is in de tijd dat België de Congo-Vrijstaat van Leopold II overneemt en dat de mogelijkheden om een boeiende loopbaan uit te bouwen eerder in de kolonie liggen dan wel in het moederland.

In 1904 is het volop crisistijd en liggen de banen niet voor het oprapen. Het is in de tijd dat België de Congo-Vrijstaat van Leopold II overneemt en dat de mogelijkheden om een boeiende loopbaan uit te bouwen eerder in de kolonie liggen dan wel in het moederland.

Lode is een gedreven persoon met meer mogelijkheden dan zijn studies - middelbaar onderwijs - laten vermoeden. Hij zal zich in Afrika ontpoppen tot een uitzonderlijk ambtenaar met een frisse kijk op de situatie ter plekke. Hij zal blijk geven van een open geest om de plaatselijke bevolking, de cultuur, de taal en ook de flora en fauna in de kolonie op de juiste manier te bekijken en in te schatten. Hij toont eerbied voor de eigenheid van de Congolezen die hij eerder als mensen behandelt en niet als beesten, zoals vele van zijn collega's doen. In tegenstelling tot de meeste blanke ambtenaren, die slechts enkele jaren dienst doen in Congo, brengt Lode er dan ook heel zijn beroepsleven door. Hij werkt negenentwintig jaar als ambtenaar in Congo waar hij het, zonder hogere studies en dank zij talloze uitstekende beoordelingen, van eenvoudige klerk tot districtscommissaris schopt. Hij heeft de gave om situaties te analyseren en te beoordelen. Zijn rechtvaardigheidszin en inschattingsvermogen leiden ertoe dat hij vaak initiatieven neemt om conflicten zelf op te lossen, zonder rekening te houden met de vooropgestelde regels. Dit leidt soms tot botsingen met zijn oversten, maar doet de balans ook vaak in zijn voordeel overhellen. Hij is een idealist die houdt van uitdagingen. Zijn optimisme en zin voor avontuur zijn vaak treffend. Hij kan zich blijkbaar met gemak aanpassen aan moeilijke en wisselende omstandigheden. Hij houdt van Congo, van het afwisselend, kleurrijke, werkzame en vrije leven der tropen. Hij heeft sympathie voor de bevolking en interesseert zich voor het Congolese leven. De inboorlingen zijn voor hem boeiende mensen met eigen denkwijzen en gevoelens. Het is voor hem dan ook niet meer dan normaal om zich voor hen te engageren. Veel van zijn ervaringen, wetenswaardigheden en overtuigingen schrijft hij op in een opmerkelijk verhalende schrijfstijl. De reisverslagen van zijn tochten door brousse en savanne en van het leven in een karavaan zijn zeer boeiend en schetsen op een levendige manier het leven, de natuur en de bevolking van Congo. Zijn veelzijdige belangstelling uit zich ook in de verzameling insecten en planten die hij aanlegt en waarvan enkele zelfs zijn naam dragen. Sommige zijn te vinden in het plantenmuseum in Meise en in het Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Het einde dat Lode Achten voor zichzelf kiest, staat in zwaar contrast met zijn rijk gevuld leven. Het is een einde dat hem in de familie vrijwel tot persona non grata maakt en dat er bijna toe leidt dat hij in de mist der tijden zal verdwijnen. Maar goede verhalen drijven altijd boven en boeiende mensen laten op een of andere manier toch hun spoor achter. Zo ook Lode Achten.

Lode Achten deed zijn middelbare studies in het Atheneum in Hasselt. Hij doet mee aan de aanwervingexamen om te gaan werken als ambtenaar in Congo. Hij slaagt en tekent zijn benoeming op 13 mei 1904. In juli wanneer hij aankomt in Congo kan hij beginnen als klerk in de territoriale dienst met een jaarloon van 1500 frank.

Gedurende de eerste 10 jaren doorloopt hij de lagere echelons van de ambtenarij, gaande van klerk, sectorhoofd tot gewestbeheerder. Hij is gedurende deze jaren tewerk-gesteld in de evenaarprovincie in de posten van Yumbi en Madimba en in de steden Boma en Leopoldstad.Gedurende de eerste 10 jaren doorloopt hij de lagere echelons van de ambtenarij, gaande van klerk, sectorhoofd tot gewestbeheerder. Hij is gedurende deze jaren tewerk-gesteld in de evenaarprovincie in de posten van Yumbi en Madimba en in de steden Boma en Leopoldstad. In 1918 wordt hij benoemd als adjunct-districtscommissaris in Luebo, provincie Kasai. Van 1921 tot 1928 bestuurt hij als districts-commissaris het district Kasai dat vijf maal groter is dan België.   Zijn laatste wedde als ambtenaar bedraagt 79.200 fr. Op 4 februari 1928 eindigt zijn koloniale loopbaan en komt hij terug naar België. Lang zal hij niet in België blijven want op 3 april 1928 wordt hij benoemd tot directeur-generaal van de Société d’Elevage et de Cultuur au Congo (SEC) met een salaris van 100.000 fr. Bovendien krijgt hij alle voorzieningen zoals een woning, dienstboden, enz. In oktober van dat jaar vertrekt hij terug naar Congo. De SEC is een privémaatschappij die zich bezighoudt met het fokken van vee. De diamantnijverheid in Kasai stelt ca 20.000 arbeiders te werk waarvoor voedsel moet worden voorzien, o.a. vlees. De concessies van de fokkerijen hebben een totale oppervlakte van meer dan 100.000 ha en men bezit verschillende kuddes met een totaal van 20.000 runderen. Lode zal er de teelten op punt stellen. Hij houdt ook toezicht over de aan- en verkoop van vee, het aanschaffen van materieel en de organisatie van het veterinair labo. Hij controleert de grasteelt en geeft advies voor aan- en verkoop van gronden. In maart 1933 bevindt hij zich in Parijs van waaruit hij zijn afscheidsbrief schrijft aan zijn broer. Vijftien dagen later op 26 maart stapt hij uit het leven op een hotelkamer in Brussel. In de lade van zijn bureau vindt de familie zijn testament. Tijdens zijn verblijf in Congo schreef hij verschillende essays die voor het grootste gedeelte werden gepubliceerd in het tijdschrift “Congo”.

 

Een mooie beschrijving van reisgezellen die soms meereizen in zijn karavaan. Lode Achten was een geboren verteller en had een opmerkelijk verhalende schrijfstijl. In zijn dagboek beschrijft hij o.a. zijn karavaan. In mijn karavaan lopen een aantal dragers per twee met koffers, kisten enz.  aan ’n raffiabamboe, tussen beiden in.

De vaandrig: één soldaat die vooruit loopt met 'n kleine Belgische vlag om aan te kondigen dat er 'n blanke van de Bula Matari in aantocht is. Nog een soldaat, die de vaandrig nasukkelt, maar wiens bultige ransel zichtbaar de koers poogt te remmen. Dan volgt de hangmat van de blanke, gedragen door twee struise kerels, gevolgd door 'n zestal reservedragers die zingen, in de handen klappen, rinkelen met de bellen aan armen en benen en schudden met de kop om de lange haren op de muts van apenvel te doen zwieren. Zij zorgen voor het noodzakelijke ritme om op die manier elkaar aan te wakkeren om de zware last lichter te maken. En ook wel om, bij het doorgaan van de dorpen, hun kracht te tonen en effect te maken op 't vrouwvolk. De blanke ligt intussen lui uitgestrekt in z'n gemakkelijke rieten hangmat, half ingedommeld, de pijp zonder vuur. Dan weer soldaten. Dan weer vrachtdragers. Daartussen de tolk, de inlandse boodschappers, de boys, ook wel een paar vrouwen. Er is de onvermijdelijke hond, die meent gelast te zijn de karavaan samen te houden door op en af langs de flanken te rennen. Dan nog 'n paar traînards met koffer. En dan is er nog Mr Joseph, de kok. Hij loopt voorop om de chope (bierkruik) klaar te maken tegen dat Monsieur aankomt. Hij draagt een goed gesteven kleed en oude sloffen. Dat ie zweet als 'n trimmer en hinkt als 'n invalide, daar kan hij niets aan doen. 't Is de streek, 't zijn de wegen , de " basiendes" die niet goed zijn. Dans mon pays, ça pas sable comme ça. De karavaan komt ter bestemming rond de middag. De "gîte d'étape" is - als naar gewoonte - niet bruikbaar. De tent wordt in 'n oogwenk opgeslagen, de dekstoel ontvangt de arme blanke die zo vermoeid is van 't schokken. De whisky is al ingeschonken en de eierkoek die kist in de pan, doet 't water in de mond komen. We zijn er!

Een mooie beschrijving van reisgezellen die soms meereizen in zijn karavaan

Een mooie beschrijving van reisgezellen die soms meereizen in zijn karavaan. Ik reis met ‘n jonge gewestbeheerder en zijn vrouw, ‘n smoorlijk verliefd koppel. Angèleke kan geen vijf minuten zonder Ovideke. Het is een echte opéra-comique. Viduske, Vidowipke, mon trésor, mon petit bon dieu, my darling, mijn engel,… wordt vertroeteld en gekust en gestreeld dat het hele kamp erdoor in op­roer komt. Mijn oude, ernstige, boy Masamba spreekt er schande over. Madammeke zingt als een leeuwerik, deuntjes en bravoure-arias; ze zingt goed met een kristalhelder stem. Gégèle heeft ook 'n poeske-lief, al even vertroeteld als Vidus. Gégèleke zou ook zorgen voor de keuken. Gelukkig vertrouw ik in zo’n dingen meer op mijn persoonlijk beleid en op de kennis van mijn kok dan op de recepten van de "parfaite ménagère". Ik leef niet van liefde, maar van brood en biefstukken. We hebben ook de eerste verjaardag van de trouw van 't jonge paar gevierd, ergens in 'n afgelegen Basbileledorp. Het kamp opgeslagen in een bananenplantage. Al zijn we maar in de wildernis, toch wordt er bij gelegenheid duchtig gefeest.

Zie hier 't menu van de diner:        MENU Hors d'oeuvre variés, Potage printannier, Gibiers à l'escavèche,       Rognons de gazelle, sauces madère. Gigot  d’antilope, grand veneur, Dessert, Mendiants, Vins – Iiqueurs, Thé ___________ café.

5

Madame Angèle is van Ghente. En een strop dat ze is, in ‘t Gents en gerad­braakt Frans. Als mijn reisverhaal niet langer is, moet ge haar de schuld maar geven, want ik heb het erg druk. De modeboeken nazien en keuren, zor­gen voor ruikers, op de poes letten, vlinders vangen, lommer maken, de onwelriekende zwarten op afstand houden, nieuwe desserts uitvinden, de buien van het ongestadig paar goedpraten.... Ik ben erg te  beklagen.

6

Congo 1960

 

 

SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright | Agenda  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine