Congo 1960

Zijn verleden, zijn evolutie een wereld vol herinneringen, geschiedenis en nostalgie

Congo 1960: bulletin periodique

Terugkeer naar Congo na de onafhankelijkheid.

Verhalen van Belgen die terugkeerden naar hun geboorteland Congo.

Back to the Roots – Congo 27 juni 2011 tot 7juli 2011.

Zondag 26/06/2011.

Christophe komt ons halen om 19:30.

Met de werken aan de ring van Brussel hebben we besloten om de nacht door te brengen in de Golden Tulip Airport Hotel. Dit zal het ons morgen wat gemakkelijker maken. De shuttle zal ons in 10 minuten naar het vliegveld van Zaventem brengen.

Maandag 27/06/2011.

We staan om 07:00 op en nemen om 07:40 de shuttle naar de vlieghaven.

Daar ontmoeten we Alain Begin, Brigitte en Philippe Gaviola-Bequet en René, Steve Stevens de organisator van onze trip. We hadden elkaar al ontmoet in de Holiday Inn Gent op 09/05/2011voor een kennismaking.

We zijn allen benieuwd en popelen om te vertrekken.

We checken in om 09:55 en wachten in de wachtzaal op het vertrek. Opeens komen de douaniers René Stevens halen. Er blijkt iets aan de hand te zijn met zijn bagage. De zaak is vlug geregeld; het was een probleem met de CO2 cartouche van zijn reddingsvest.

Eindelijk inschepen met 30 minuten vertraging. Ons vliegtuig is een Airbus A330 van SN Brussels Airlines die vol geboekt is.

Ik zit aan een zijde van de gang en Miche aan de andere zijde. Mijn buurman die aan het venster zit is een jongeman die voor Siemens in Kameroen werkt. Ik vraag hem of hij zijn plaats zou willen ruilen met Miche. Gezien hij maandelijks de vlucht doet staat hij gewillig zijn plaats af zodat Miche aan het raam kan zitten.

Met een beetje kriebels in de buik stijgen wij op.

Om 13:30 krijgen we een middagmaal. Als voorgerecht is het een slaatje met ansjovis; voor het hoofdgerecht hebben we keuze tussen Boeuf Bourguignon met puree en boontjes of vis met groentjes. Ik kies voor het vlees en Miche voor de vis. Er is nog kaas en een dessertje. Het was heerlijk.

We vliegen boven de Alpen, de Middellandse zee en dan de Sahara. Miche is zo blij dat ze dit allemaal kan zien.

17:15 - hoogte 11.800 m, snelheid 843 k/h en de buitentemperatuur is -49 C°.

We zetten de landing in op Douala, hoofdstad van Kameroen en nemen afscheid van Sebastien Gilson, de man die zijn plaats aan Miche afstond.

Na een uur wachten op het voltanken van het vliegtuig vertrekken we weer voor het laatste stuk vlucht naar Kinshasa. We krijgen nog een licht avondmaal voor we de daling inzetten.

Om 19:30 plaatselijke tijd komen we aan in Kinshasa. Het uur is hier hetzelfde als in Engeland. Een uur vroeger dan bij ons in België.

Het is warm en vochtig, we beginnen onmiddellijk te zweten. We worden naar een bus geleid die ons naar de aankomsthall zal brengen.

Het gebouw van Ndjili Airport is verwaarloosd en vuil. Aan een klein houten loketje wordt het paspoort controle door de DGM (Direction Générale de la Migration) vrij snel afgewerkt; daarna gaan we naar de rolband om onze valiezen op te halen. Het is ongelofelijk wat er allemaal als bagage uit het vliegtuig komt. De Congolezen gebruiken van alles om hun bagage te vervoeren; valiezen, kartonnen dozen, zakken, emmers en waskuipen in plastiek gewikkeld.

We wachten meer dan een uur naar onze valiezen, ik word al zenuwachtig, zijn onze valiezen er wel bij? Eindelijk zijn ze daar, het zijn de laatsten.

Ondertussen staat Mathieu van de Procure van Kinshasa ons op te wachten. Hij zal onze chauffeur en gids zijn in de hoofdstad.

De weg van Ndjili naar Kinshasa is 32 km lang en heeft 6 rijvakken in iedere richting. Het is een van de weinige wegen die door de Chinezen hersteld is, hoewel er nog een stuk onafgewerkt is.

Het verkeer is ongelofelijk, ook wat er als voertuigen te zien is. Al wat bij ons afgeschreven is en dat al een tweede leven in de Oostbloklanden kreeg, gaat naar de Congo. Er zijn zowel auto's met linkse als rechtse besturing en blijkbaar gelden er geen regels. Wie het meest durft heeft voorrang en zal vooruit gaan. De stank van mazout vermengd met Afrikaanse geuren pakt ons.

Na een dolle rit komen we om 21:15 aan in de Procure van Kinshasa. Dit is de residentie van de paters aan de kathedraal van Kin. Hier logeren de mensen die op doorreis zijn naar de verschillende missies in het binnenland of die voor katholieke NGO's werken.

We krijgen onze eerste Congolese maaltijd; rijst, gekookte banaan (makemba), tilapia vis.

Dan naar onze kamer. Deze is op het eerste verdiep aan de linker voorkant van het gebouw. Het is een Spartaanse kamer met een dubbel bed met muggennet, en een douche met koud water. De toiletten zijn gemeenschappelijk en bevinden zich op de gang.

We herschikken de bagage want voor de rest van de reis zullen we enkel met sportzakken reizen. Dit is gemakkelijker in de jeep en op de kano's.

Voor we gaan slapen gaan we samen naar de bar van de Procure om onze eerste PRIMUS (Congolees bier) te drinken. Rond 24:00 gaan we slapen.

Dinsdag 28/06/2011.

06:30 opstaan. Na een koude douche, er is in Congo bijna nergens warm water, gaan we naar de eetzaal van de Procure voor het ontbijt. De Paters zijn al aan de tafel. Voor de bezoekers is er een aparte tafel en Alain en René zijn al beneden. We hebben brood, toast, choco, confituur, papaja met koffie of thee.

Na ons ontbijt gaan we naar een winkel in de buurt om een telefoonkaart en eenheden te kopen. We nemen een kaart van Vodacom en voor 10 USD beleenheden. Terug in de Procure gaan wij naar de pater overste, dat is nog een blanke, om geld te wisselen. We wisselen 30 USD in Congolese franken. Voor 1 USD krijgen we 920 FC.

09:00 Tijd om naar de luchthaven te vertrekken. We moeten om 12:00 onze vlucht naar Kisangani nemen, maar het is wel een uur rijden naar Ndjili Airport en de controle en bagage op zijn Congolees zal ook wel wat tijd in beslag nemen.

Nu doen we de weg van gisteren avond in omgekeerde richting en in klaarlichte dag. Het is waanzinnig hoe het verkeer is en verbazend wat we zien langs de kant van de weg. Allemaal verkopers die van alles en nog wat aan de man proberen te brengen, overal tafeltjes om Gsm's op te laden enz.

Aangekomen op het vliegveld moeten wij eerst onze "GO PASS" ophalen. Dit is het bewijs van boarding. Deze Go Pass moet in USD betaald worden. Voor een binnenlandse vlucht is dit 10 USD en niet wij alleen moeten dat betalen, maar ook alle Congolezen die willen vertrekken.

Om 11:45 zitten we in de Boeing 727 van 1963 van de maatschappij Hewa Bora Airlines. Om 12:00 vertrekken we, een beetje gespannen. Deze vliegtuigen zijn niet verzekerd en niet erkend door IATA; ze staan allemaal op de zwarte lijst. Na ons vertrek krijgen wij sandwiches te eten en wat drinken. De vlucht verloopt zonder incidenten en we landen veilig op de luchthaven van Kisangani. Hier is het hetzelfde uur als in België.

15:00 - Onze gids, Roger Ambongi Andimi, die voor de Belgische Ambassade werkt, stond ons op te wachten aan de aankomst. Hij zal heel onze trip in de Oost Provincie bij ons zijn om ons bij te staan.

Hij loodst ons door alle administratieve rompslomp, DGM en bagage. Hij heeft ook gezorgd voor een jeep met chauffeur en mekanieker die heel onze trip bij ons zullen blijven. De jeep heeft vanachter 2 lange banken langs de zijkant van de jeep waar aan iedere zijde 4 man kan zitten.

Om 15:30 vertrekken we naar de stad met eerst een bezoek aan de Burgemeester van Kisangani. Het is normaal dat bij je aankomst je je bij het hoofd van de stad gaat aanmelden. Hij ontvangt ons met alle eer en is blij dat een groep oud- kolonialen van Stanleystad terugkomen. Een van de formaliteiten bestaat erin een groepsfoto te nemen van de burgemeester met ons samen.

Na de ontmoeting met de Burgemeester vertrekken we naar de Procure van Kisangani voor een warme maaltijd. Vis, banaan, sakasaka, chikwange en rijst, alles overgoten door de ondertussen welbekende Primus.

Daar ontmoeten we Thomas Elanga Mambo, de schoonvader van Kim Gevaert, hij is een oude Congolese diplomaat en doet nu zaken in de streek van Kisangani.

Voor ons vertrek naar Yangambi passeren we bij Roger thuis en maken kennis met zijn vrouw en kinderen.

17:30 Vertrek per jeep naar Yangambi, dat is 104 Km. verder. De aarden weg is met de jeep goed te doen hoewel het soms meer op een piste lijkt dan op een weg, het zal 3 uur en half duren om de afstand af te leggen.

Juist buiten Kisangani moeten we de bac over de rivier Lindi nemen vooraleer wij onze weg verder kunnen zetten naar Yangambi. Dit brengt heel wat herinneringen op, mijn vader heeft verschillende van deze bac toegangen aangelegd in de Oost provincie. Langs heel de weg zijn er dorpjes en bij het doorrijden wuiven de kinderen naar ons en roepen: "Mundele, Mundele" (wat Blanke betekent). Het is lang geleden heb ik de indruk, dat ze nog blanken gezien hebben. We rijden verder naar Yangambi. Het werd donker en we waren nog niet aangekomen, we hadden vertraging opgelopen. Goed dat onze chauffeur de weg goed kent.

20:30, we komen aan in de huidige Guest House van de INERA (oud INEAC) en het avondmaal staat te wachten. Twee soorten vis, banaan, rijst, foufou en ananas. Het was zeer lekker. Alain heeft problemen met de vis. Hij eet het niet zo graag en er zijn veel graten. Om 21:30 valt de "groupe électrogène" uit en we zitten in het donker zonder elektriciteit.

Met een pillamp gaan we naar onze kamer. Met de zaklamp naar de badkamer, een badkamer en 1 wc voor 7 man. Er is geen lopend water, er staan 2 grote kuipen met water om ons te wassen en de wc door te spoelen en alles in het donker. Het lukt ons wel, maar nu zijn we echt in de brousse beland. De meesten van ons kennen deze situatie, maar voor Miche die nog nooit in Congo was is dit toch speciaal.

We kruipen na een kattenwasje onder het muggennet en gaan slapen.

Woensdag 29/06/2011.

05:50 opstaan. Wassen met wat water uit de kuipen, niet scheren, dan ga ik naar buiten, wat een zicht op de Congostroom! Het is prachtig onder de opkomende zon.

07:30 Na een klein ontbijt beginnen we aan het bezoek van Yangambi. Deze stad is befaamd voor zijn ongelofelijk uitgebreid Herbarium dat een een uniek wetenschappelijk instrument is om op internationaal niveau de Congolese plantendiversiteit te bestuderen.

Op weg naar het Herbarium valt onze jeep in panne. We zetten onze weg verder te voet in deze tropische warmte. Goed dat wij onder de bomen kunnen lopen.

Het Herbarium:

We worden ontvangen door de verantwoordelijke van het Herbarium. Hij leidt ons rond in de gebouwen en vertelt ons alles over deze site. De verzameling van gedroogde en gedocumenteerde planten, is met 150.000 specimenen één van de grootste van Afrika en omvat in totaal 6.500 soorten planten. Dat is ongeveer 65% van de gekende flora van DRC. Dit is tijdens de verschillende oorlogen en rebellieën steeds gespaard gebleven. Het had ook geen enkele financiële waarde voor de rebellen. Nu in samenwerking met de "Plantentuin van Meise" werden zonnepanelen geïnstalleerd die het mogelijk maken om de collectie te digitaliseren. Een twintigtal personeelsleden van het herbarium kregen een opleiding in het vakkundig monteren van de gedroogde planten. Vier mensen volgden een cursus in digitalisatie van herbariumspecimens. Drie personen kregen een vorming in herbariumbeheer om zo dit prachtig centrum verder te beheren. Op het ogenblik van ons bezoek waren er al 55.000 planten van 150.000 gedigitaliseerd.

IFA (Institut Facultaire des Sciences Agronomique) - Landbouwkundige school:

We bezoeken het INERA, Institut National des Etudes de la Recherche Agronomique, het is een oud en verloederd gebouw. De Labo's liggen er desolaat bij. Het is niet te geloven dat dit instituut destijds een van de meest befaamde scholen was voor landbouwkunde. Opgericht in 1933 als INEAC, Institut National des Etudes Agronomiques Congo-Belge, was het in 1960 het grootste instituut voor land- en bosbouwonderzoek ter wereld. Voor de onafhankelijkheid werkte hier ongeveer 5.000 personeelsleden, waaronder vierhonderd Belgische wetenschappers. Vandaag werken hier nog een dertigtal Congolese wetenschappers en ongeveer 1200 personeelsleden. Heel het onderzoekswerk staat op een laag pitje. Dit verbaast ons niet, er is geen elektriciteit of stromend water meer, het zo goed mogelijk in staat houden van wat er nog is, blijkt het moto te zijn.

Nochtans wordt er nog les gegeven, in een lokaal zien we nog de vragen van het examen Engels van een paar weken geleden.

We rijden langs de beach en komen voorbij de oude elektrische centrale (CERFA) van Yangambi, de gebouwen zijn verlaten en alle ruiten zijn gebroken. Een waarschuwingsplaat verwittigt ons "Kokota awa te /Apana kuingila apa / Défence d'entrer / Ingang verboden" nog een overblijfsel van vergane jaren.

Project nieuwe school:

Na het bezoek aan de INERA gaan we de bouw van een nieuw schooltje bezoeken. Het is een Belgisch project. Daar ontmoet ik een oud vrouwtje met haar man die mij omarmt en wenend vraagt of de Belgen terugkomen. Het is een van de weinige ouderen die nog de tijd van de Kolonie heeft meegemaakt. De emoties laaien hoog op en voor mij is het ook moeilijk.

Ondertussen is onze jeep hersteld en kunnen we verder. Je kunt niet geloven hoe handig deze mensen zijn om met niets herstellingen aan voertuigen uit te voeren en ze terug aan de praat te krijgen.

Van daar gaan we naar de directie van de INERA waar we ontvangen worden door de huidige directeur. Hij legt ons uit welke projecten er nu aan de gang zijn en wat zij doen om alles trachten in stand te houden. Wij bezoeken ook nog de imposante bibliotheek die heel wat documentatie over planten van heel de wereld bevat. Het zijn allemaal oudere werken, nu wordt er bijna geen nieuwe documentatie bekomen. We worden plechtig verzocht om het gouden boek van de INERA te tekenen.

Na dit bezoek gaan we een kijkje nemen naar het oude Guest House met zwembad van de INEAC.

Alles is geruïneerd, het zwembad, accommodatie, hotel en cinemazaal zijn ruïnes. De geiten leven in de gebouwen waar alles verwoest en afgebroken is. Dit was destijds een 5 sterren vakantieoord!

Ons bezoek aan Yangambi zit erop en we nemen terug de jeep om naar de missiepost van Isangi te gaan. Daar gaan we eten en dan nemen we de kano naar Basoko. Na een kleine 2 uur rijden langs de piste komen we weer aan de "Bac" aan. Deze keer moeten we de Congostroom overzetten naar Isangi. We worden verwacht bij de zusters "Filles de la Sagesse" waar we eten. Vis, banaan en courgetten en een lekkere Primus.

Na het eten verlaten wij onze chauffeur en de mekanieker die bij de jeep blijven en maken kennis met onze bootsman André. We moeten onze reis per boot verderzetten, omdat er geen berijdbare weg meer is voor de jeep.

Met ons zevenen plus de bootsman, alle bagage en de bidons met de nodige benzine, nemen we plaats in een kleine kano met buitenboordmotor die ons verder naar Basoko en Bumba zal brengen.

Het is machtig van natuur en we kruisen regelmatig prauwen met vissers of reizigers. De stroom is bezaaid met eilanden zodat je nergens de oevers kan zien. De zon begint onder te gaan en het zicht op de stroom is prachtig maar het wordt stilaan donker en we moeten nog heel wat weg af leggen.

Basoko ligt ongeveer 100 km van Isangi aan de monding van de Aruwimi rivier en we zullen in de missiepost van de paters logeren.

Het is nu helemaal donker en we moeten nog 2 uur varen. Onze bootsman kent de stroom zoals zijn binnenzak en hoewel wij niets meer zien, loodst hij ons onfeilbaar naar onze bestemming.

Het is 20:00 als wij aan de missiepost aankomen. Iedereen is blij en opgelucht. Maar wat een verassing om ons logement te ontdekken. Het is helemaal anders dan bij de zusters. Hier is het vuil en vies, en de bedden stinken naar de maniok. De toiletten en de douchen zijn ook heel vuil. Wat een tegenslag maar we zullen het ermee moeten doen.

Ondertussen worden we uitgenodigd om te eten. Dit valt best mee, we krijgen geboukaneerd wild met rijst, banaan en chikwange en ananas als dessert.

We ontmoeten in Basoko de rector van de universiteit van Kisangani, Faustin Tungao Lokundo, die van deze streek afkomstig is, alsook een vrouwelijke senator, mevrouw BAZAIBA MASUDI EVE , Présidente de la LIFCE ( Ligue des Femmes Congolaises pour les Elections) en in de Senaat is zij Présidente de la Commission Socio-Culturelle, die daar was voor de viering van de 30 juni (onafhankelijkheid). Zij was er met haar dochter diet tevens haar kabinetschef is. Wel wel, dit gebeurt niet alleen in België !!!

Na het eten overleggen Philippe, Brigitte en ik over het verder zetten van de reis. Wij hebben al 5 uur in de kano gezeten en morgen zouden we verder naar Bumba moeten, wat nog een vaart van 8 uur betekent. Daar gaan we in feite naartoe omdat René Stevens plantages wenst te bezoeken en contacten te leggen voor zijn werk. Wij zien het niet zitten dat wij tweemaal 8 uur moeten varen voor het werk van René en dat wij daarvoor ook betaald hebben. De miserabele situatie van ons logement heeft de spanning wat opgedreven en we beslissen te zeggen dat wij niet verder naar Bumba wensen te gaan. Er wordt met René overlegd en beslist dat we niet naar Bumba gaan. Roger, onze man van de Belgische Ambassade regelt alles. We zullen verder terug reizen naar Lokutu, het vroegere Elisabetha, waar er palmboomplantages zijn en een palmolieraffinaderij. Voor wat betreft het logement, zullen we bij de paters in Lokutu logeren.

Voor dat we gaan slapen beslissen we toch maar een douche te nemen. Er is lopend water en dit kunnen we niet laten voorbij gaan. Al goed dat we onze teenslippers hebben, we houden ze in de douche aan dan moeten we niet blootvoets in die vieze kuip stappen. De douche doet ons goed.

Donderdag 30/06/2011 – Dag van de Onafhankelijkheid.

De volgende morgen na het ontbijt gaan we de kerk en de school van de missie van Basoko bezoeken. Er is een dienst aan de gang voor het vieren van de onafhankelijkheid.

Rond 08:00 staat de senatrice van vorige avond weer op de missiepost met de "Chef Coutumier" in vol ornaat.

Hij is er natuurlijk voor de viering van de 30 juin. Deze chef lijkt mij zo jong, normaal is een chef een van de ouderen van het dorp die heel wat gezag heeft. Ik ga hem begroeten en begin met hem in het "Lingala" te praten. Hij is wel verrast dat een blanke de taal spreekt. Ik vraag hem of de vorige chef overleden is want ik ben verrast over zijn jonge leeftijd en de positie die hij inneemt. Neen zegt hij, zijn tante is de senatrice en we hebben de zaken met de oude Chef geregeld en hij heeft zijn plaats aan mij afgestaan. Wel wel, de politiek heeft weer gespeeld om de familie goed te plaatsen. De principes van het Mobutu-tijdperk zijn nog niet vergeten.

Daarna gaan we allen samen een wandeling maken in Basoko. De oude koloniale huizen liggen er verlaten en verloederd bij. Enkele zijn bewoond door zwarten maar in welke staat zijn ze. In het centrum van het dorp is iedereen druk bezig met het voorbereiden van het defilé voor de viering van de onafhankelijkheid die later zal plaatsvinden. We lopen op een kleine markt en ik leg aan Miche uit wat er aangeboden wordt.

Daarna stappen we verder naar het nieuw huis van de rector van de universiteit van Kisangani (UNIKIS). Zoals bij iedere Congolees die min of meer belangrijk is moeten we onder een zeil in zijn tuin wachten tot hij bereid is ons te ontvangen.

Na de babbel met de rector, in zijn splinternieuw huis, op zijn Congolees gebouwd, wandelen we terug naar de missie.

Miche en Alain beslissen even uit te rusten en Philippe, Brigitte, René en ik gaan terug naar het Defilé kijken.

13:00 Na het defilé gaan we terug naar de missie voor het middagmaal; vis, geit, banaan, rijst en sakasaka met ananas als dessert.

13:30 We vertrekken met de kano naar Lokutu, ex-Elisabetha aan de overzijde van de Congostroom. Het is een goed uur en half varen.

15:00 We leggen aan tussen de prauwen in Lokutu. De DGS staat ons al op te wachten samen met de pick-up van de zusters. Moeder overste stuurt de man van de DGS weg en zegt dat hij de bezoekers niet meer lastig moet vallen en morgen maar moet terug komen.

We worden naar de missie van de paters gebracht. Deze ligt naast het klooster van de zusters. Moeder overste, een oud Congolees vrouwtje die gemakkelijk onder Miche haar arm zou kunnen lopen, straalt heel wat gezag en respect uit. Ze verwelkomt ons en laat ons weten dat wat we ook wensen, we het haar moeten laten weten. Onze kamers zijn heel wat properder dan in Basoko. De douche en toiletten liggen in een apart gebouw. Het is niet modern, maar het is aanvaardbaar en er is lopend water aan de douche. Na onze installatie gaan we ieder op toer een douche nemen en dan kennis maken met de paters met een goede Primus. Die moet er altijd bij zijn. Bier is bij de Congolezen niet weg te denken.

In de namiddag wandelen we naar het dorp. Er zijn voetbalmatchen bezig ter gelegenheid van het feest van de onafhankelijkheid. Na terugkeer in het klooster gaan we aan tafel voor het avondmaal. Het is zeer goed, we krijgen buffel, vis, banaan, rijst en sakasaka, wat we ondertussen gewoon zijn, maar het is heerlijk.

Voor dat we gaan slapen beslissen we terug naar het dorp te wandelen om er te proeven van de avondsfeer van 30 juin met een frisse Primus aan het café.

Daarna keren we met onze pillampen terug naar de missie om te gaan slapen.

Vrijdag 01/07/2011.

06:30, we staan op en willen ons gaan wassen. Pech, de groupe is in panne gevallen en er is geen elektriciteit en geen lopend water, de pomp werkt ook niet. We krijgen ieder een fles water om ons te wassen.

Om 08:00 is er terug elektriciteit. Zuster overste komt ons begroeten en meldt ons dat ze de man van de DGM terug gestuurd heeft. Hij moet de bezoekers niet komen lastig vallen. Ze heeft wel heel wat invloed, we zullen de DGM hier niet meer zien.

Om 08:45 gaan we de PHC (Plantation et Huilerie du Congo) van Lokutu bezoeken. We worden ontvangen door de directeur generaal van PHC, Dhr.PHAMBU Sebastien. Hij legt ons uit dat hij al 40 jaar directeur is van deze plantage en olieraffinaderij. Vroeger was het eigendom van de groep Unilever onder de benaming van HCB (Huilerie du Congo Belge) om na de onhafankelijkheid herdoopt te worden tot PHC (Plantations Huileries du Congo), maar in 2009 heeft de Canadese groep "FERONIA" alles overgekocht. Destijds waren er 14 ha palmboomplantages in Lokutu, nu is dat herleid tot 5 ha, maar de planning is om 1 ha per jaar bij te planten en te vernieuwen. We worden rondgeleid in de pépinière van de plantage en zien hoe dit allemaal gebeurt, we krijgen de verschillende stadia van de aanplanting en groei van de palmboom te zien. Het duurt ongeveer 3 jaar voor een boom vruchten geeft. Na onze toer in de velden worden we rondgeleid in de olieraffinaderij en krijgen een volledige uitleg over de werking voor het bekomen van palmolie. We vernemen dat er 4 ton palmvruchten geoogst wordt per dag wat ongeveer 1/3 aan palmolie geeft na bewerking.

Na onze terugkomst in België zullen we vernemen dat dhr. Phambu zijn echtgenote en twee kinderen verloren heeft in de crash van de Boeing 727 van Hewa Bora Airlines op 08/07/2011 in Kisangani.

Na het bezoek brengt de jeep van PHC ons terug naar de missie van de zusters. De zusters bieden ons voor het vertek nog een primus aan in hun salon dat gemeubeld is met zetels zoals wij thuis hadden in de jaren 50. Ze geven ons tevens eten, vis en bananen en een volle zak lichie's, om op de boot te picknicken, want we vertrekken terug naar Isangi.

11:00 vertrek met de pick-up van de zuster naar de Congostroom om de boot te nemen; Om 11:30 zijn we weg, we varen voorbij de verlaten en verwoeste haven van Lokutu richting Isangi.

16:30 Komen we aan in Isangi. We gaan te voet met onze zakken naar de Missie. We logeren in kamertjes, voor het eerst moeten getrouwde kopels in aparte chambrettenslapen. We hebben elektriciteit en lopend water, ook zijn er douches en toiletten die in orde zijn.

We nemen een douche en gaan daarna met z'n allen een kleine wandeling maken in het dorp. Maar het wordt stilaan donker en keren terug naar de missiepost.

De "groupe electrogène" op de missie werkt van 18:30 tot 21:30, daarna is er enkel nog licht via de batterijen die door de zonnepanelen opgeladen werden.

Om 20:00 gaan we eten; vis, aardnoten, bananen, en spaghetti met vlees. Het is feest voor Alain, eindelijk iets anders dan vis met graten. We drinken nog een biertje en om 21:30 trekt iedereen zich terug in zijn kamer. Deze nacht zal ik zonder Miche slapen!

Zaterdag 02/07/2011.

06:00 We staan op en gaan douchen. Om 07:00 staat de DGM er al, maar Roger stuurt hem weg; het is te vroeg om ons lastig te vallen zegt hij.

07:30 Ontbijt, Miche is niet goed, wat bloederige diarree. Ze neemt antibiotica die voorgeschreven werd door de dokter van het Tropisch Instituut in Antwerpen.

Na het ontbijt gaan we in Isangi wandelen. Het is een klein dorp en we zien naast de hutten van de zwarten ook nog de overblijfsels van de huizen van de kolonialen.

Opeens duikt de DGM terug op en er ontstaat een heel palaver met Roger. Wij worden geconvoceerd bij de administrateur van het territorium. Ik ga achterop een moto van een dame die voor de zusters werkt, terug naar het klooster om de rugzak van Roger met al zijn papieren op te halen en we vinden elkaar terug voor het bureel van de administrateur.

Bij het onderhoud met de overheid blijkt dat de versie die door de man van de DGM ´s morgens gegeven werd niet helemaal correct was. Roger laat heel duidelijk verstaan aan de administrateur dat zijn bedienden niet goed hun werk gedaan hebben en dat de rapportering verkeerd was. Na wat palaveren, kunnen we weer gaan.

In het terug keren naar de missie lopen we langs de Cathédrale "Marie Mediatrice" van Isangi, want dit is een Bisdom. We vernemen bij onze terugkeer in België dat de Bischop van Isangi, Camile Lembi Zanelli, in de vliegtuig crash van Hewa Bora omgekomen is. Zijn begrafenis zal plaatsvinden in deze kerk op 11 juli. Zijn oorspronkelijke lucht van CAA was afgelast en een welwillende passagier van de vlucht Hewa Bora had zijn plaats aan hem afgestaan.

We gaan terug naar de missie om onze bagages te maken want we gaan met de kano de Congostroom terug oversteken. Daar zal onze jeep weer klaar staan om terug richting Kisangani te gaan.

In Yangambi waar we weer doorrijden, ontmoeten we de broer van Roger die daar op stage is voor WWF. Daarna gaan we terug naar de Guest House om de door de zusters meegegeven Picknick op te eten. We bezoeken een studiecentrum voor cacao- en koffieplantage en later een Hevea plantage waar ze rubber oogsten.

Na ons vertrek uit Yangambi op de terugweg naar Kisangani stoppen wij bij een dorpsveld waar er gezamenlijk arachide geteeld wordt. Er zijn in kleine dorpjes destijds op initiatief van Mobutu gemeenschappelijke velden aangelegd waar één dag per week heel het dorp moest komen werken. De opbrengst van deze velden is dan ook voor heel het dorp. We bezoeken de werken en zien hoe de velden gerooid worden en hoe de noten vergaard worden.

Na ons bezoek rijden we verder. In een klein dorp stoppen we en gaan wat rusten onder een afdak waar de mannen gewoonlijk palaveren. Er was een oude man die vroeger voor de dienst onderhoud van de weg werkte, die ons zijn beklag deed en zo blij was dat hij weer een blanke zag. Ik geef hem 500 FC en de man is zo blij dat hij begint te dansen en ons bedankt. Na wat uitgerust te zijn rijden we verder.

Juist voor dat we Kisangani binnenrijden stoppen wij aan het restaurant met 3 kamers van Patrick Vanaelphen om iets te drinken. Het is een Belg die met een Congolese getrouwd is en die hier het hotel-restaurant "Bamboo Palace" heeft gebouwd. Naast het bestaande gebouw met 3 kamers is er een werf met nog 8 bijkomende kamers. Het zal wel heel knap zijn als het af is. Zijn klanten zijn administrateurs, politiekers; het is geen plaats voor gewoon volk.

We verlaten het "Bamboo Palace" en vertrekken naar Stanleystad, het huidige Kisangani. Vroeger noemde men deze stad "de parel van de Congo". Hier zullen we 3 dagen blijven, wat het ons mogelijk zal maken om al de gewenste plaatsen te bezoeken. Aangezien verschillenden onder ons van deze stad zijn, hebben we hier heel wat herinneringen op te halen. Huizen, scholen, zwembad enz…

De plaats waar we de volgende dagen in Kisangani zullen verblijven is het oud gebouw van de Sodiaz (GTZ house), oude garage VW DIFCO – D'Ieteren, recht over de oude garage van "Old East". De twee koppels, Brigitte, Philippe, Miche en ik krijgen kamers op de eerste verdieping. Het is een oud appartement met 2 slaapkamers. Het zijn ruime kamers met licht en airco; dat is een luxe. De badkamer echter laat wel wat te wensen over, geen licht en geen lopend water, het is wel proper maar donker. Er staan twee grote kuipen met water om ons te wassen en de WC door te spoelen. Ja, we hebben al erger mee gemaakt.

´s Avonds zijn we uitgenodigd bij Roger Thuis. We bezoeken zijn nieuw huis dat nog gedeeltelijk in aanbouw is en nemen plaats aan tafel. Zijn echtgenote die we al ontmoet hebben voor ons vertrek naar Yangambi heeft voor ons een heerlijke maaltijd klaargemaakt, kip, varkensvlees, banaan, rijst sakasaka en als dessert lekkere ananas en alles overgoten met Primus.

Daarna terug naar ons hotel waar we ons in het donker wassen in het bad en afspoelen met de bekers, om daarna in ons bed te stappen.

Zondag 03/07/2011.

06:45 Opstaan en wassen. We moeten de badkamer delen met Brigitte en Philippe maar dit is geen probleem.

07:30 Ontbijt, brood zonder boter met omeletten, we krijgen geen confituur of iets zoets. Reclamaties bij de verantwoordelijke.

08:00 Vertrek voor een wandeling in Kisangani. We hebben helemaal niet de indruk dat het zondag is, alles blijkt open te zijn.

We bezoeken eerst het oude "Hotel Stanley" met aan de overkant van de straat de paviljoentjes voor de gezinnen die er vroeger logeerden.

Binnen is het desolaat, het wordt blijkbaar nog als hotel gebruikt. Alain ziet de kamer waar hij gelogeerd heeft en de tuin is nog steeds hetzelfde als vroeger. Enkel de planten zijn fel gegroeid, we zitten in de tuin en drinken een primus. Het is genieten van de herinneringen.

Van "Hotel Stanley" wandelen we richting stroom en passeren aan de "Sedec", dit was vroeger een groot warenhuis waar men alles kon vinden. In de building aan de overzijde zijn de burelen van Hewa Bora Airlines waar we morgen langs zullen komen om onze terugreis te bevestigen. Via het nieuwe Postgebouw komen we aan het kruispunt met de "Oude Post" en de "Hotel des Chutes".

We kijken naar de nieuwe fontein met het standbeeld van Stanley voor dat we afzakken naar de Congostroom. Daar hebben we een prachtig zicht op de Rive Gauche van de fleuve. We wandelen verder tot aan de Kathedraal, waar ik mijn eerste en mijn plechtige communie deed. Die is volledig hersteld na de bombardementen van de Oegandese rebellen. Ze is in haar oorspronkelijke staat hersteld.

Verder komen we aan het "Hotel Pourquoi-Pas". Hier hebben Alain en zijn vader menige keer muziek gespeeld en kwamen mijn ouders regelmatig. Hier werd er jaarlijks een groot nieuwjaarsfeest gegeven.

Aan de linkerzijde staat het gebouw met de kamers; je moest via een buitentrap de verschillende verdiepingen bereiken. Aan de andere zijde is het gebouw met de bar, restaurant en in de kelder de dancing waar Alain regelmatig met zijn vader kwam spelen.

Van daar gaan we naar Avenue Princesse Marie Josée, nu Avenue Mama Yemo, waar we op zoek gaan naar het huis waar ik in 1960 woonde. Ik herken het huis onmiddellijk hoewel er een houten hek met poort rond staat.

We gaan binnen, het is een magistraat die er in woont. Zijn vrouw laat ons toe Fotos van de buitenzijde te maken, maar we kunnen niet binnen. Achter in de tuin staat de boyerie waar ik zoveel kwam en waar we zoveel tijd hebben doorgebracht. Ik was zo blij dit terug te zien. Het huis staat er nog, maar in welke staat. Het is vuil en vies en de tuin is volledig verwoest, het is nog enkel aarde rond het huis; waar zijn de bloemen en planten van ons moeder ??

De boyerie (his op het erf waar vroeger de boy wonde) waar we verstopt werden met de evenementen in 1960 is blijkbaar ook nog in gebruik. We verlaten het terrein met een zwaar hart. De straat is in erbarmelijke staat, je kunt er bijna niet meer doorrijden met een gewone wagen, je moet al een 4x4 hebben en brommer.

We nemen links richting de stroom, om naar de Avenue Reine Elisabeth te gaan. Daar heeft Alain Begin gewoond. Hij denkt dat het rechts in de straat is, richting zwembad. We lopen verder. Op de hoek van de straat staat een militair met een chimpansee. Het is de wacht bij het huis van een generaal; we mogen Fotos van de aap nemen maar niet van het huis.

We stappen verder en zien de Villa Regina, ook weer volledig verloederd. We gaan verder richting zwembad en lopen voorbij een gebouw van Bralima en het kerkhof. De jeep kan ons niet meer volgen, er is geen weg meer om verder te gaan. Aan het zwembad aangekomen, wat een desolaat zicht, de brousse heeft alles terug ingepalmd, er blijft niets meer over. We stappen terug naar de jeep om naar de stad terug te gaan. In het passeren van de Av. Reine Elisabeth ziet Alain Begin zijn huis, het was niet rechts zoals wij daarstraks gegaan zijn maar wel links. We stoppen en gaan kijken. Hij heeft het moeilijk, de staat van zijn huis is hetzelfde als dat van ons vroeger huis in de straat hierachter.

We verlaten deze plek en rijden naar het Riviera Hotel om iets te drinken en te eten.

We ontmoeten er terug de schoonvader van Kim Gevaert alsook een ex-administrateur van het territorium van Ganga en de ex-ambassadeur van Congo in Frankrijk en die nu senator is, dhr. Raymond Ramazani Baya. Hij zegt dat het hospitaal dat in Ganga gebouwd werd door mijn vader volledig verwoest is; in tegenstelling hiervan is in Buta de brug over de Rubi nog intact. Het enige probleem is dat de weg van Kisangani naar Buta niet meer berijdbaar is. Maar de brug doet nog steeds dienst om van de ene oever van de Rubi naar de andere te gaan.

Na gedronken te hebben, vertrekken we naar de Wagenia's. Het zijn de vissers die op de stroomversnelling van de Congostroom hun manden plaatsen om te vissen. Het is een indrukwekkende constructie over het water waar de manden aan hangen. Miche koopt er een klein souvenir.

Na het verlaten van de site van de Wagenia's gaan we richting Tchopo en de Zoo van Kisangani, maar we zullen eerst naar de Quartier des Musiciens gaan om ons vroeger huis waar wij in 1955 woonden, trachten terug te vinden.

De straten zijn wat veranderd, de eerste straat waar wij inslagen geeft geen resultaat maar in de tweede is het onmiddellijk prijs, ik zie het huis staan. We stoppen en ik neem al onmiddellijk een foto. Wat een verloederde staat. De eigenaar komt naar buiten en vraagt ons waarom we Fotos nemen. In "Lingala" begin ik hem uit te leggen dat ik daar vroeger woonde en laat hem de foto van 1955 zien, hij is onder de indruk van mijn taal en kalmeert. Het is ook een magistraat, hoe kan zulke ontwikkelde mens in een huis in die staat wonen ??? Dat begrijp ik niet; na wat palaveren, laat hij mij en Miche binnen en we krijgen de toelating enkele Fotos binnen te nemen. Ik ben helemaal verbouwereerd, het huis is leeg en alles is afgebroken, badkamer, wc, keuken, niets staat nog overeind. Ik bedank hem voor zijn toelating en hij vraagt mij stilletjes de Fotos niet in België te laten zien. Ik verlaat ontgoocheld, de tranen in de ogen het huis waar ik als kind zo gelukkig was en ben blij dat we weg gaan naar de Tchopo.

Aan de brug van de Tchopo vraagt Roger ons niet te veel Fotos te trekken, het is immers een "Site stratégique".

Eens over de brug draaien we links de weg in die ons naar het strand leidt. Daar ben ik met mijn ouders heel vaak komen zwemmen. Buiten de rieten strandparasols die er nu staan is er niets veranderd. In 1964 werden hier de Congolezen die tegen de rebellie waren van de brug naar beneden geworpen om als voer voor de krokodillen te dienen. We lopen via de trap naar de zoo die zich wat hoger in het bos bevindt en komen aan aan het vroeger restaurant. Alain Begin heeft dit samen met zijn vader dit drie jaar uitgebaat. Het is nu verlaten en gesloten maar langs de gebroken ruiten kunnen we nog binnenkijken en merken dat de aquariums, waar Alain steeds over spreekt, nog heel zijn, hoewel zij leeg zijn; aan de zaal en de bar is binnen niet veel veranderd laat hij (Alain) opmerken.

We bezoeken de Zoo, er zijn nog enkele dieren, onder andere een chimpansee, een python, enkele schildpadden, een baviaan en een luiaard. De chimpansee is zeer tam, hij doorzoekt heel voorzichtig het haar van Brigitte. De natuur is zeer mooi.

We gaan terug naar de stad, maar steken de brug van Tchopo te voet over; het is een smalle brug met een rijbaan en er is heel wat verkeer, voetgangers en moto's.

Voor het avondeten gaan we naar de Riviera waar we een steak friet eten die je in de beste restaurants van België zou krijgen. De dames nemen een filet van Capitaine met paddenstoelen, deze is ook zeer lekker.

Na nog enkele Primussen gaan we om 20:30 terug naar ons hotel. Nog steeds geen licht in de badkamer en geen lopend water. Wassen in het bad met de beker en dan gaan slapen.

Maandag 04/07/2011.

07:30 Ontbijt zonder boter en confituur, enkel koffie en eieren en 1 broodje per persoon.

Het is de dag van Brigitte Bequet vandaag, we bezoeken de Camp Base en de Ferme De Gryse.

De Camp Base ligt op de weg naar de nieuwe vlieghaven van Kisangani, maar we stoppen eerst aan de Moskee van Kis. Kisangani heeft al altijd een grote concentratie moslims gekend. Vroeger noemden de Belgen ze de "Arabisé's". Het zijn restanten van de stammen die samen met de Arabieren de slavenhandel organiseerden in het oosten van Afrika.

We komen aan de wachtpost van de Camp Base; eerst palaveren en wat telefoontjes door Roger om uiteindelijk toch binnen te kunnen met de begeleiding van een militair.

Dit camp is door de vader van Brigitte gebouwd in 1957, zij heeft er nog Fotos van; zij hebben er ook gewoond, op de weg die naar het kamp leidt staan aan de linker en rechter zijden de ruïnes van 8 villa's waar de officieren woonden.

Nu zijn er 15 Amerikanen in het kamp die voor de opleiding van de Congolese militairen zorgen.

De Luitenant Kolonel van het kamp ontvangt ons en is verwonderd van de Fotos die Brigitte hem laat zien, hij rijdt met Brigitte in zijn pick-up het camp rond en we volgen met onze jeep. We worden rondgeleid in het kamp en mogen zelfs Fotos nemen. Er is een heel deel dat vernieuwd is en het lijkt goed onderhouden. We hebben ook contact met twee Amerikaanse begeleiders, de ene, met zijn grote Cowboy hoed en zijn accent, komt duidelijk uit Texas.

Daarna rijden we met de Lt. Kolonel naar de ruïnes van de huizen van de officieren. Aan de hand van haar documenten vindt Brigitte het huis van haar ouders terug, het is weer heel emotioneel.

Na enkele Fotos danken wij onze gast en vertrekken naar de "Ferme De Gryse".

Dit was een boerderij op ongeveer 500 meter buiten het kamp waar de ouders van Brigitte gewoond hebben tijdens de bouw van de woningen voor de officieren. Het leek een heel grote hoeve te zijn maar er blijft nog maar één huis overeind; de rest is volledig afgebroken. Tijdens onze rondwandeling in het domein vinden we de fundaties en resten van de andere gebouwen. Volgens de ligging van de fundaties, is Brigitte overtuigd het gebouw waar haar ouders woonde gevonden te hebben. Er is nog steeds een kudde Afrikaanse koeien die rondgraast.

We trekken verder en bezoeken nu het "Klein Seminarie" van Kisangani. Het schooljaar is juist gedaan sinds 02/07/2011 en de leerlingen zijn terug naar huis, het is rustig geworden zegt de pater overste. De studies hier in het klein seminarie zijn gelijk aan onze humaniora en er zijn steeds wel heel wat inschrijvingen. De paters leiden ons rond in het domein dat zeer goed verzorgd is. Buiten de studies hebben de paters ook nog wat palmbomen waaruit ze olie winnen, dit is een bron van inkomsten voor het seminarie.

We rijden na ons bezoek terug naar Kisangani waar René een afspraak heeft met de voorzitter van de Kamer van Koophandel; we worden ook ontvangen en krijgen de gewoonlijke laius over de nood om de bedrijven te helpen. Het wordt middag en René heeft nog wat professionele afspraken.

Met Roger, onze Congolese gids, gaan we naar een echt Congolees restaurantje eten, het is niet fameus, we krijgen iets dat min of meer op moambe lijkt en wat vis en chiquangue.

Na het eten lopen we wat rond in de stad en bekijken de oude gebouwen en winkels.

Daarna bezoeken we een centrum voor verstoten en behekste kinderen dat Belgische steun krijgt. Hier worden kinderen opgevangen die door hun gezin, om verschillende redenen verstoten werden; het kan zijn omdat het gezin denkt dat ze behekst zijn of dat ze bezeten zijn door geesten. Met de Belgische steun wordt hier een nieuwe keuken gebouwd. Het opvangcentrum kan aan heel wat van zijn behoeften voldoen en daarbuiten verkopen ze ook nog wat van hun productie. Zij hebben namelijk een grote kudde runderen met heel wat vaarzen, varkens en ook nog wat plantages.

Terug naar Kisangani gaan we naar de Palm Beach eten. Het is het enige hotel in Kisangani met een zwembad.

Dinsdag 05/07/2011.

Na het pover ontbijt dat wij al enkele dagen krijgen vertrekken we met onze gids Roger om naar het Atheneum te gaan.

Voor dat we aan onze bezoeken beginnen, gaan we langs de burelen van Hewa Bora Airlines om te checken of alles in orde is voor ons vertrek van morgen naar Kinshasa. Grote verassing, we hadden blijkbaar deze morgen moeten vertrekken???

René neemt contact met het reisbureau in België, die hebben zich in de data vergist. Onze Roger is weer aan het palaveren en aan het GSMmen. We moeten ieder een boete van 50 USD betalen nog voor er gesproken wordt van wijzigingen. Dit gebeurt en de discussies gaan verder.

We verlaten de burelen van Hewa Bora en Roger stelt ons gerust, het zal wel geregeld worden. In Congo valt alles te regelen.

10:00 naar het Atheneum van Kisangani. Dit doet nog steeds dienst als Atheneum. Hoewel het meeste verwoest is wordt er nog les gegeven in deze lokalen. We zien nog leerlingen in de klassen.

Van daar vertrekken we naar de site van het vroegere internaat van het Atheneum dat nu is ingepalmd door de universiteit van Kisangani. Dit ligt wat verder op een hoogte met zicht op Kisangani.

Roger en René hebben afspraken in de stad en laten ons op de Universiteit voor het bezoek.

Brigitte en Philippe vertrekken vroeger dan Alain, Miche en ik, terug naar het Hotel. Zij hebben een afspraak met een Kolonel om een gesprek te hebben over de geschiedenis van de Camp Base.

De overblijvende groep wordt ontvangen door de Vice-Rector die ons uitleg geeft over de werking van de universiteit. Daarna worden we rondgeleid en gaan we naar de Résidence Wagenia, het vroeger gebouw van het internaat waar Alain verbleef. Er wordt door de Chinezen hard gewerkt om gebouwen terug in goede staat te stellen. Ook de vroegere refter en keukens van het Internaat worden door een Italiaans bedrijf gerenoveerd. Twee van de oude gebouwen zijn nog in gebruik door de universiteit en dienen steeds als internaat. We gaan de Residence Wagenia binnen, Alain is benieuwd, zijn kamer was op de eerste verdieping aan de rechter zijde aan het einde van de gang. Eerst de WC´s en de douchen aan de voorkant van het gebouw in een erbarmelijke, vieze staat en dan op weg naar de kamer. Ze is er nog steeds en de Congolese student die ze gebruikt laat Alain toe zijn oude kamer te bezoeken. Alles is wel vuil, maar het wordt nog gebruikt. Wij worden door de universiteit na ons bezoek teruggebracht naar het Hotel.

Bij onze aankomst in het hotel blijkt dat Brigitte en Philippe nog steeds op hun bezoek zitten te wachten, dit is helemaal niet ongewoon. We beslissen samen met een frisse Primus te wachten op de militairen. Uiteindelijk komen ze aan en gaan met Brigitte apart zitten voor hun relaas.

13:30 We gaan samen naar het Hotel Riviera voor het middagmaal. Daar wachten Roger en René ons op. Voor de vlucht van morgen is blijkbaar alles in orde.

We komen er weer senator Ramazani Baya en Thomas Mambo tegen. De Riviera is blijkbaar het punt van samenkomst van de belangrijke mensen van Kis. Het eten is weer in orde, steak of filet de Capitaine, het is weer prima.

Na het eten verlaat René ons weer en gaan Roger en de groep te voet de stad in voor een sightseeing wandeling. We kunnen nog heel wat Fotos nemen, onder andere van de binnenkant van het "Hotel des Chutes".

19:30, Wij zijn uitgenodigd voor het avondmaal bij kennissen van Roger, mevrouw Kennes, een Congolese professor aan UNIKIS. Zij zelf is getrouwd met een Belg. Haar zwarte dochter is getrouwd met een Belg, Wead.

Na het eten gaan we naar het hotel om te slapen, morgen is het vroeg dag en we vertrekken terug naar Kinshasa.

Woensdag 06/07/2011.

05:00 Opstaan, vandaag vertrekken we naar Kinshasa de hoofdstad. Ontbijt, eindelijk confituur en "La vache qui rit", hadden we dit over enkele dagen al gehad, was het beter geweest!

06:30 Aankomst in de luchthaven, bagage worden gecontroleerd, geen problemen, het loopt vrij goed. Go Pass (10 USD) nemen, anders kunnen we niet vertrekken. Roger is steeds bij ons om de formaliteiten te vergemakkelijken.

08:30 DGM, dit is wat het langste duurt, alle paspoorten moeten weer nagezien worden, alles weer manueel ingeschreven worden. OK, we kunnen verder, we zeggen vaarwel aan onze gids Roger, hij was voor ons tijdens ons verblijf in de oost provincie goud waard. Het was een zeer fijne man met zin voor humor, zeer attentvol en met een ongelofelijke cultuur. Wij zullen hem missen en nog zeker heel vaak aan hem denken.

09:25 Take off van de Boeing 727 van Hewa Bora Airlines.

10:25 Er is een uur verschil met Kisangani, landen we op Ndjili airport te Kinshasa.

Terug de rompslomp van de DGM en de bagage. Het gaat wel wat sneller en we moeten minder lang wachten op onze zakken.

Mathieu, de chauffeur van de Procure staat ons op te wachten met het busje. We rijden terug naar de Procure via de nu al bekende autoweg, als je dit zo kan noemen, die van het vliegveld naar het centrum van de hoofdstad gaat.

We krijgen onze kamers toegewezen en na het recupereren van onze valiezen die we achtergelaten hadden en een goede koude douche, gaan we naar de refter voor een middagmaal. We krijgen soep, stoofvlees met puree en rijst en paddenstoelen, heerlijk en daarboven een frisse Primus.

Na de maaltijd trekken we Kinshasa in op zoek naar bekende plekken. Eerst gaan we naar de Av. Tombeur de Tabora, daar woonde Alain. Hij herkent de plaats, maar het huis waar hij wonde is verbouwd in een winkel en niets is nog herkenbaar. Daarna nemen we de Boulevard du 30 juin en passeren voor de Post, dan de Tabacofina Building en eindelijk de ex-Building Rose waar ik woonde. De bouw ziet er in goede staat uit maar overal aan de terrassen zijn grillen geplaatst. We rijden verder naar het Athénée de Kalina en zien dan nog op de boulevard de oude Résidence Albert, de buildings Sabena, de Blokken van de Otraco en de Building Royal. Heel wat herinneringen, hoewel de boulevard niet meer zo mooi is als toen wij in Kinshasa waren.

Toen was het een vierbaans weg met beplanting in het midden, aan iedere zijkant grote mangobomen en voor de gebouwen een lokale rijstrook. Nu is het een brede asfaltbaan van 8 rijvakken zonder enig groen meer.

Aan het Atheneum is er weinig veranderd, de gebouwen zijn in vrij goede staat en het uitzicht is zoals vroeger behalve de inrij. We bezoeken de gebouwen en hebben een babbel met de proviseur. Van daar gaan wij naar de College Albert en naar de Sacré Coeur.

René neemt ons mee naar de Golf club van Kinshasa, door zijn toedoen is er nu een verbroedering met de Golf club van Oudenaarde. Daar drinken we een pint voor we naar Zuster Angèle gaan.

Zuster Angèle woont al zo'n 40 jaar in het klooster naast het hospitaal Mama Yemo (oud Hopital Indigène de Leopoldville). Ze houdt er zich bezig met de opvang en verzorging van de allerarmsten, de mensen die overal verstoten worden en geen enkele kans meer hebben op verzorging. We hebben heel wat medicijnen en oude kleren bij die wij hier afgeven. Wat bij ons vervallen is of niet meer gebruikt wordt is hier goud waard. De zusters gebruiken dit om deze armste mensen te helpen. Zuster Angèle is 84 en ze is in Congo sinds 1952; ze neemt ons mee naar haar paviljoen in het hospitaal Mama Yemo waar ze de verstoten patiënten verzorgt. Heel het hospitaal is in een verschrikkelijke staat. Iedere patiënt moet zelf zijn materiaal en medicijnen meebrengen en de familie moet zorgen voor eten voor haar zieken. De afdeling van zuster Angèle beschikt over een nieuwe keuken geschonken door de Rotary en die dient voor haar verwaarloosde patiënten. Iedereen is serieus onder de indruk van dit hospitaal. Na ons bezoek keren we terug naar de Procure voor onze laatste avondmaal. Effectief, morgen vertrekken we terug naar België.

Donderdag 07/07/2011.

06:30 Opstaan en ontbijt. Het is onze laatste dag, vanavond vertrekken we terug naar huis.

Voor de middag bezoeken we nog het Mausoleum van Kabila (vader) alsook Mont N'Galiema waar een klein museum geopend werd over de cultuur van Congo met originele en authentieke beelden. Buiten zijn de oude standbeelden uit de koloniale tijd verzameld, we zien Leopold II, Stanley, en andere beelden die aan het station van Leopoldstad stonden. Deze beelden werden destijds gemaakt door de "Fonderies de Bruxelles". Het is goed dat dit ook nog bewaard blijft, uiteindelijk is dit geschiedenis.

We gaan even terug naar de College Albert waar we de kans hebben om enkele souvenirs te kopen. Van daar gaan we terug naar de Procure voor een middagmaal.

14:30 We worden ontvangen door de Ambassadeur van België in Congo, dhr. Dominique Struye de Swielande, hij legt ons uit wat de huidige relatie tussen België en Congo is.

16:00 Na dit bezoek is het tijd om Brigitte en Philippe Gaviola-Bequet te gaan afzetten bij hun vrienden in Kinshasa die voor de Ambassade van Canada werken. Brigitte en Philippe gaan hier nog 3 dagen langer blijven vooraleer ze naar België terugkeren. We nemen afscheid en spreken af om in België terug met elkaar contact op te nemen voor de uitwisseling van onze Fotos.

17:30 Mathieu onze chauffeur rijdt nog naar de Sacré Coeur om een zuster op te halen die ook naar het vliegveld moeten, dan halen we nog een pater op die ook mee moet.

Om 18:00 nemen we de weg naar Ndjili Airport, Mathieu rekent op een uur en half om daar te geraken, en dan nog alle administratieve rompslomp.

Aangekomen op het vliegveld moeten we eerst en vooral de Go Pass kopen, dit is nu voor een buitenlandse vlucht 50 USD per persoon. De douane en DGM gaan goed vooruit maar het vliegtuig, een Airbus A330 van SN Brussels Airlines heeft 45 minuten vertraging. Het komt van Luanda in Angola en doet een tussenstop in Kinshasa.

23:30 zitten we op het vliegtuig, en gaan vertrekken.

Nog 6.241 Km naar huis terugvliegen en deze keer zonder tussenlanding. Na het opstijgen, krijgen we om 02:00 nog een warme maaltijd en dan is het trachten te slapen tot de morgen, dit is niet evident. Om 07:00 krijgen we een ontbijt en beginnen de afdaling naar Brussel-Zaventem.

Om 08:07 landen we terug op Belgische Bodem.

De paspoort controle is eenvoudig, als de man aan Miche vraagt hoe het was in Congo zegt ze "zwaar" en zijn antwoord daarop is: " Het is hier dan toch niet zo slecht…"

We nemen afscheid van Alain die met een pendeldienst terug naar Dour gaat en René met de trein naar Gent waar hun vrouwen hen opwachten.

De douaniers kijken zelfs niet naar onze valiezen, wij lopen gewoon buiten waar Christophe ons staat op te wachten.

Hier krijgt Miche haar emotioneel moment, met tranen in de ogen beseft ze dat we nu werkelijk veilig thuis zijn en volledig kunnen ontspannen.

Freddy Korthoudt

SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright | Agenda  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine