Reis 2009

Een projectbezoek : Auteur Ann Lammens

Op projectenbezoek naar Congo en Rwanda in februari 2009

Auteur Ann Lammens

Lieve mensen, In februari ga ik mee op Zuidreis naar Congo(zuid kivu) en Rwanda, graag hou ik jullie op de hoogte van de acties die Caraes op zich neemt. Ik ga in die 12 dagen een 10 tal projecten bezoeken en hoop met heel veel ervaringen terug te keren.

22 februari 2009

Het bezoek aan de eucharistieviering te Ndera


De viering is voor mij een openbaring.  De kerk zit nokvol, we komen te laat en ik voel me verveeld als we ons een weg banen naar onze plaatsen, nagekeken door iedereen.  De volwassenen kijken even maar vinden al snel de weg terug naar de priester die vol overgave spreekt.  De kindjes denken er anders over.  Zij blijven zich vol verwondering omdraaien en trekken zich de boze gezichten van hun ouders niet aan.  Die geven het dan maar op en de kleintjes amuseren zich.
Ik word ontroerd als ik plots de menigte hoor zingen en klappen en met de armen zwaaien. Hun geloof komt recht uit het hart.  Ik beweeg stilletjes mee op het ritme maar voel me beschaamd en geremd om voluit mee te doen.  De menigte straalt zoveel hoop en liefde uit ondanks de armoede en ellende waarin ze leven.
Het is een komen en gaan in de kerk. Een kindje gaat even haar gezichtje onder de kraan steken en komt met natte haartjes terug naar binnen geslopen. Een ander gaat met haar grote zus even naar buiten om een plasje te doen.  Ik zie een moedertje voor mij haar baby op haar benen leggen die ze op de bank voor zich heeft uitgestoken, teder dekt ze haar kleintje toe met een lakentje en aan haar andere kleintjes deelt ze koekjes uit, want die krijgen natuurlijk honger van al dat kijken naar les Blancs.  Er wordt ook een kindje gedoopt en dank zij de symbolen kunnen we de doop goed volgen, taal is hier onbelangrijk.
De gsm is ook hier ingeburgerd, af en toe gaat er eentje af en sommigen pronken echt met hun hebbeding.  De eucharistieviering doet echt deugd en het anderhalf uur vliegt om.
Kloddernat van het zweet keren we terug naar het klooster van de broeders dat niet veraf is. Al snel volgt een klein groepje kinderen ons en willen zo graag op de foto.  In de tuin van de broeders staat ons een heerlijk aperitiefje te wachten of een koele primus.

22 februari 2009

Bezoek aan het psychiatrisch centrum van Ndera HNPC

Het bezoek is voor mij een harde confrontatie.  De patiënten die hier naar toe komen worden door hun familie dikwijls afgewezen omdat ze teveel zorgen vragen of omdat ze geen geld binnen brengen doordat ze niet kunnen gaan werken.  Het HNPC vangt deze mensen op.  Het aantal patiënten is momenteel groter dan de capaciteit van het centrum : het is schrijnend om te weten dat enkelen met twee in één bed zullen moeten slapen!!

De zalen zijn heel sober en hier en daar ligt er een patiënt te slapen. Velen zitten op een binnenkoer te genieten van de zon en worden opgewonden als ze ons zien. Sommige patiënten klampen zich aan ons vast met hun bezwete handen en ik zie hun apathische ogen oplichten als ik naar hen glimlach. De verpleging die we  tegen komen is volop bezig de medicatie in potjes te zetten, het is een secuur werk als je weet dat elke patiënt individueel begeleid wordt en met een verscheidenheid aan symptomen vraagt het aandacht om met deze materie bezig te zijn.  Epilepsie, depressies, schizofrenie, psychoses, drugsverslaafden en malaria zijn de meest voorkomende pathologieen. Ze leggen uit hoe ze tewerk gaan en vertellen ook hoe de patiënten elk hun individuele verpleger hebben die aandacht geeft; Ze gebruiken een groot whiteboard waar alle namen van de patiënten opkomen met al hun gegevens. In de kantoren worden de dossiers zeer goed bijgehouden. In de ontspanningsruimte zitten enkelen TV te kijken, ze genieten er van.  In de keuken van het ziekenhuis zijn ze volop het eten aan het bereiden in zeer grote ketels op kachels die onderaan gestookt worden met hout. Het is er erg warm en het is zwaar werk.  In de wasserij wordt alle kleding van de patiënten gewassen.
We bezoeken ook de kinderafdeling waar 18 kinderen opvang kunnen krijgen.  Hier zijn autisme, epilepsie, agressie en persoonlijkheidsstoornissen de belangrijkste ziektesymptomen. De kindjes zien er erg triest uit maar laten hun lach zien als we ze wat aanhalen. De ruimten ogen kaal : geen vrolijke kleuren zoals bij ons, geen speelgoed te bespeuren, maar we weten dat ze hier goed opgevangen worden.
Het is hier fantastisch te zien hoe ze met weinig middelen toch hun uiterste best doen om de zieken op te vangen al zien we ook dat er hier nog veel werk en middelen nodig zijn.

 

24 februari 2009

Busritten doorheen het landschap van Rwanda en Congo

De weg naar Congo is ongelooflijk mooi. Onderweg zien we één en al bedrijvigheid. Fietsen worden volgestouwd met lege bidons, met hout, een matras, een grote ijzeren ton, bussels stro, een kastje. Twee fietsen worden gebruikt om een grote stapel planken te vervoeren. Vele vrouwen dragen hun baby op de rug, op hun hoofd dragen ze bananen, sprokkelhout, bussels stro en ook kindjes zie ik lopen met bussels stro zo groot dat je amper hun voetjes nog ziet… en verder emmers, kookpotten, stoffen,zelfs een paraplu. Langs de weg zie ik twee kleine kindjes lopen, hand in hand…alleen…geen volwassene in de buurt….en zo zien we er veel….Ik pink een traantje weg als ik aan mijn twee schatten van kleinkinderen denk van2,5 en bijna 4 jaar. Ik kan me niet indenken dat zij dit lot zouden toebedeeld krijgen. Ik zie enkele kleutertjes in lompen gekleed spelen langs de drukke weg, ze springen haasje over, over de kleine paaltjes langs de weg. Wat hebben ze plezier, geen computerspelletjes voor hen, geen speelgoed, alleen paaltjes langs de weg…..Een kind speelt met een oud fietswiel en een stokje en amuseert zich te pletter en gaat helemaal op in zijn spelletje, hij loopt hard achter het ding aan tot het neervalt en hij opnieuw begint. Ik zie een hoopje vrouwen samen de was doen in felgekleurde teiltjes : hun was leggen ze te drogen langs de stoffige weg. Hier is voor de meesten overleven de drijfveer om door te doen en te zorgen dat er eten op tafel komt als ze al een tafel hebben. We zien ook dat hier de kinderarbeid nog niet uit de wereld is, ze zitten mee in de theeplantages, ze sprokkelen hout en ze hoeden de geiten langs de weg. Ik zie ook steenkappertjes die van de grote stukken rots langs de weg kleine stukjes kappen. De natuur is prachtig en we komen zo’n verscheidenheid tegen van fruitbomen dat het water me in de mond komt. Bananen, mango’s, pruimen, appelsienen, avocado’s, alles hangt er te rijpen. De palmbomen en cactussen doen hun best zo groot mogelijk te worden. De clematis staat prachtig in bloei. Een kleuter maakt muziek door met een rietstokje op een leeg plastic flesje te tokkelen en stilt er ook zijn honger mee. Ik zie een ventje enkele maiskolven bakken op een ongelooflijk klein vuurtje. Het is allemaal zo mooi om te zien maar tegelijk zo schrijnend. Elk kind, hoe klein ook, draagt bij om te overleven. Ik zie ongelooflijk veel kleine kinderen nog kleinere kinderen dragen op hun rug, Velen dragen zorg voor hun jongere broertje of zusje : ik zie ze allen lachen en vrolijk zijn, ook voor hen lijkt dit geen last maar een vreugde te mogen zorg dragen of te moeten zorg dragen. Ik doe er mijn hoed voor af. Ik word er compleet stil van. De wegen in Rwanda zijn vrij goed en we genieten nog van het regenwoud, de prachtige heuvels, de theeplantages die zo prachtig groen zijn en waar iedereen bedrijvig thee plukt voor we Congo naderen. Af en toe zien we een groep roze pakjesmensen tussen de theeplantages werken, het zijn de gevangenen die de kans krijgen de zon te voelen. Van zodra we Congo binnenrijden is er geen asfalt meer en is het hotsen en botsen langs alle kanten. De weg is echt miserabel en rode aarde doet het stof opwaaien als we voorbij een berm komen waar de was ligt te drogen. Ook hier zijn de vrouwen bedrijvig aan het werk en zien we ze alles op hun hoofd dragen wat maar mogelijk is : een groot bord met visjes waar honderden vliegen rondzwerven wordt op hun hoofd gezet, terwijl ze nog een heleboel zakjes in hun beide handen dragen. Je vraagt je af hoe doen ze het en hoe ver moeten ze lopen met die vracht ? Ik bewonder hun fierheid, hun kracht om te overleven en door te gaan met hun leven ook al is dat zo zwaar.

25 februari 2009

Een wandeling met Rafael door de quartiers van zijn parochie

Het is een leuke ervaring en tegelijk een enorme lijdensweg naar boven met een pijnlijke knie. Ik zie een vrouw naar boven komen met in de ene hand een zware zak en een hakseltuig en in de andere hand een grote gele bidon met water of palmbier. Op haar hoofd draagt ze een grote pot met bananen en op haar rug een prachtige baby. Ik sta verbaast te kijken, hoe doet ze dat ? Hoe ver moet ze nog ? Hoe hoog moet ze nog klimmen ? Hoeveel kinderen heeft ze moeten achter laten bij haar moeder of alleen ? Het lijkt of ze dit alle dagen gewoon is en haar vriendelijke groet raakt me. De vele kinderen die we tegen komen stralen hun witte tandjes bloot. Sommigen raken mijn blote armen aan, ze willen weten of ik wel echt wit ben. Ze roepen mama muzungu naar me toe, ze gieren van het lachen als ze me zien strompelen naar boven en af en toe mijn zweet afkuis. Een klein meisje geeft me een hand, haar schouder om op te steunen als ze ziet dat Koen en Rafael te ver vooruit lopen en ik het moeilijk heb met mijn knie. De kindjes smeken af en toe ook om geld en eten. We zien de vele huisjes aan ons voorbijgaan, het ene met wat houten takken in elkaar geknutseld en met bananen bladeren afgeschermd, het andere bestaande uit stenen en een golfplaten dak. We zien een man naar boven klimmen met een hele stapel hout op zijn hoofd, misschien gaat ook hij een huisje bouwen, we weten het niet. De mensen leven hier op elkaar en een fatsoenlijk weggetje loopt er niet, het is klimmen en klauteren doorheen de nauwe gangetjes. Af en toe kom ik een klein vuilnisbeltje tegen, het ruikt er verschrikkelijk. Wat me zo verbaasd is dat deze mensen zo vriendelijk zijn, zo vrolijk en ze lijken niet bij hun miserie stil te staan. Ze blijven hoop hebben en verliezen de moed niet. In het huisje van Rafael ontmoeten we zijn tweede vrouw en twee van zijn 7 kinderen. Het is sober ingericht en heel klein maar hij is fier om te laten zien dat hij een prachtig salon heeft staan. De rest van het huisje zien we niet, we kunnen alleen vermoeden dat het armtierig is. Ook hij verdient wat bij om zijn gezin te kunnen onderhouden. Wat is het goed dat we de leerkrachten blijven motiveren en aanmoedigen bij hun werk. Het is schitterend wat ze doen.

26 februari 2009

Bezoek aan sosame een psychiatrisch centrum voor de hele regio uit Oost Congo

Broeder Johan is hier directeur en mag fier zijn over dit huzarenwerk. Wat ik hier zo prachtig aan vind is de opvang van de patiënten samen met een familielid die voor hen zorgt. Deze zijn er om eten te koken, zorg te dragen of gewoon om naast hun zieke te zitten en hun hand vast te houden. We wandelen doorheen de verschillende zalen en ik ontmoet een oma die haar kleinkind de borst geeft, niet omdat ze nog melk heeft maar het is de fopspeen voor troost en honger. Het babietje is echter niet te troosten en blijft hartverscheurend wenen. Terwijl de oma haar dochters borst ontbloot, neem ik het kleintje in mijn armen en troost het. De oude vrouw neemt het kindje van me aan en legt het aan de borst die gespannen staat van de melk. De vrouw is zo ziek dat ze niet eens merkt dat haar baby gretig de melk binnenschrokt. Wat raakt me dit tafereel heel erg en het is zo mooi om te zien dat het de oma geen enkele moeite kost haar dochter te helpen en ook haar kleinkind. Verderop ontmoeten we een jong meisje (ze ziet er niet ouder uit dan 16) dat aan de rand zit van een bed waar haar oudere zus ziek in bed ligt. Haar baby ligt achteraan op het bed te slapen. De zaaltjes zijn niet zo groot en als je weet dat er voor elke patiënt maar één bed is, dan besef je hoe vol deze kamers worden als ieder een familielid bijheeft. Sommigen hebben een matras meegebracht en leggen dat op de grond, tussen de bedden. De patiënten die in bed liggen, kijken op en stralen hun witte tanden bloot als ze ons zien. Hier straalt gemoedelijkheid uit en blijdschap. Ook op de mannenafdeling zien we dat jong voor oud zorgt en oud voor jong. Het is een open huis waar iedereen welkom is. Er is ook opvang voor ambulante verzorging. Dit houdt in dat de patiënten één maal per maand een gesprek hebben met de dokter en hun medicatie meekrijgen voor één maand. Er komen ongeveer een 50 tal mensen op consultatie elke dag. Op de afdeling residentiële patiënten zijn er maar enkelen, maar de geur is er verschrikkelijk en ik moet naar buiten vluchten voor verse lucht. Wat ik ook zo bewonderenswaardig vind, is dat men moeite doet om de familie op te zoeken die hun zieke aan hun lot hebben overgelaten. Zelfs via de radio worden de familieleden terug gezocht en gevraagd hun zieke mee naar huis te nemen of te verzorgen zodat ze sneller herstellen en zich gedragen weten. Even voel ik me zeer erg gegeneerd als onze begeleider zomaar de dokterspraktijk binnenvalt waar de dokter met een patiënt bezig is. Ook zij hebben recht op privacy, vind ik en dat stuit me tegen de borst : nu voel ik me echt de bezoeker en ik schaam me echt heel diep. Dankzij Caraes en broeder Johan kan dit project bestaan voor de hele regio van Oost Congo.

 

27 februari 2009

Bezoek secundaire school voor jongeren met een fysieke handicap te Butare

Claude geeft ons een rondleiding in de school, hij is eerst wat verlegen en weet niet goed hoe hij alles moet aanpakken, te begrijpen als je net hebt vernomen van de directeur dat je een groepje blanken moet rondleiden. Hij ontpopt zich tot een goede gids die ons op een aangename manier in geuren en kleuren vertelt welke hulpmiddelen de blinden gebruiken in de klassen en thuis. Hij toont ons het didactisch materiaal dat gebruikt wordt en ergens in de lerarenkamer opgeslagen is. Ook het labo laat hij ons zien, waar de leerlingen de beginselen leren van de microscoop en ze tot laborant worden opgeleid. Hier kunnen ze ook de opleiding kinesist volgen, informatica en menswetenschappen op A2 niveau en kunnen ze ondanks hun handicap snel werk vinden. De klassen worden hier ook gemengd, wat betekent dat de fysiek gehandicapte kinderen tussen de gezonde kinderen zitten en er ook enkele blinde of dove kinderen verdeeld worden over de verschillende klassen. Dit is mooi om te zien, hoe ze hier ook elkaar moeten helpen maar dit met heel veel liefde doen; Ze hebben een programma op computer dat de leerboeken omzet in braille, zodat de blinde kinderen deze kunnen gebruiken. Dit vraagt enorm veel werk. Claude vertelt dat hij na school nog bijles geeft, en dat hij de enige is die de braille typmachientjes kan herstellen in de school. Je voelt een zekere fierheid bij hem. Er is zeker nog veel werk in deze school, maar ieder doet zijn best en ook hier zorgt Caraes voor de verdere opvolging van de goede werking van de school; De school heeft een prachtige dansavond georganiseerd voor ons waar we honderduit van genieten en ons op de dansvloer uitleven.

Tijdens de terugreis van Congo naar Rwanda 28 februari 2009

Wat had ik graag mijn geliefden rondom mij gehad, Om mijn geluk te kunnen delen.
Ik kan hen nooit beschrijven wat ik hier gezien, geproefd, geroken heb.  
Ik ben stil.  
Ik voel me ontroerd, Ik voel me klein, Ik voel zo veel.  
Alles loopt door elkaar, Vreugde, melancholie, angst en boosheid.  
Alles raakt me. Ik voel me overstroomd,  

Ik verdrink maar ik vind het niet erg om te verdrinken in de schoonheid van Congo, In een zee van bloemen en theevelden, In een zee van lachende, vrolijke mensen, In een zee van guitige, spelende kinderogen.

Ik mag hier zijn wie ik ben, Ik krijg hun vertrouwen om mijn stem te laten horen als ik thuis ben. Ik voel me dankbaar.

28 februari 2009

Bijeenkomst met de coöperanten

We ontmoeten bij Frank, die de regionale coördinator is van Caraes, een paar andere coöperanten. Lies is werkzaam bij Handicap International. Zij geeft vorming aan opvoeders. Ze werkt mee aan het opmaken van een behandelingsplan voor elk kind : wat heeft elk kind nodig. Ze geeft tevens vorming rond inclusie onderwijs. Lies heeft het er erg moeilijk mee dat haar chef weinig afweet van inclusie onderwijs en dat ze hem moet coachen. Het is niet zo evident als je weet dat hij universiteit heeft gedaan. Lies vindt het erg belangrijk te werken met wat goed gaat en dat ook te benadrukken en dan pas de punten aan te halen die nog kunnen verbeteren want dat er nog veel werk is, is duidelijk. Ze zegt niet te willen komen vertellen hoe het moet en aan te nemen dat zij alles hier gaat veranderen, zo werkt het niet. An is orthopedagoog en werkt rond het kwaliteitshandboek van de blinde kinderen Ze heeft als taak de kwaliteitszorg verder uit te bouwen. Ze moet een gids uitschrijven voor mensen met een visuele en auditieve handicap. Zij beschouwt haar werk als een verrijkende ervaring voor haar leven, zij leert hier ook veel bij. Ook zij geeft vorming aan leerkrachten en vertrekt vanuit wat reeds goed is en hoopt dat alles wat ze zal achter laten na twee jaar duurzaam zal zijn. Je moet jezelf ook voortdurend in vraag durven stellen. Michel is psycholoog en voelt zich nog teveel toerist. Hij is hier nog maar twee maand en zoekt nog uit waar verbetering nodig is. Hij zit nog met vragen hoe hij het zal moeten aanpakken, hoe goeie coalities vormen. De zwarten zijn “gereserveerd” heeft hij na twee maanden ervaring geleerd. Een mooie gedachte waar hij mee eindigt.. “ze zien er boos uit, ongeïnteresseerd, ongemotiveerd, dom, afstandelijk, zonder vlam…het zijn maar enkele opmerkingen die we maar al te snel klaar hadden. Michel leerde me dat we ook anders naar hen kunnen kijken. We hebben meer tijd nodig om deze Rwandezen en Congolezen te leren kennen, Het was een leerrijke bijeenkomst die me leert dat we mogen blij zijn dat coöperanten gemotiveerd blijven om dit uitstekende werk te doen,we zullen ze nog lang nodig hebben.

2 maart 2009

Het dagcentrum Humara voor de opvang van kinderen en jongeren met een mentale handicap en thuisbegeleiding.

Wat ik hier gezien heb, is ongelooflijk. Ikzelf ben werkzaam geweest in een dagcentrum voor volwassen autisten met een mentale handicap. Hier in Kigali staat een centrum waar we zelfs in België een voorbeeld kunnen aan nemen; Hier zou ik me thuis voelen en willen werken. We worden onthaald door een groepje kinderen en hun opvoeders-leerkrachten. De tamboerijn en de trommels geven het startsein aan van een hartelijk welkom en tevens van het begin van de dag voor de kinderen en jongeren. Er wordt gedanst en we worden uitgenodigd om mee te doen. Er wordt begonnen met een algemeen welkom en er wordt gevraagd hoe het thuis is geweest. De kleuren worden geoefend en de dagen van de week. De kinderen krijgen hun picto waardoor ze weten naar welke groep ze moeten gaan. We ontmoeten ze opnieuw in de tuin waar enkele jongens de groetentuin onder handen nemen en alle onkruid wieden, de leerkracht laat ons de wortelen, pepers en aubergines zien die ze gekweekt hebben en die het dagcentrum voorziet van voeding voor de kinderen ’s middags. In de toekomst willen ze nog een stuk grond ontginnen voor bananen en appelsienen. We ontmoeten een groepje in de klas waar ze muziek krijgen. Ze kloppen twee plastic flesjes tegen elkaar en de juf ondersteunt de handjes van een kindje dat meer hulp nodig heeft. Verder zien we een kindje het konijnenhok proper vegen. Er is een klein boerderijtje aanwezig waar de kinderen leren omgaan met de dieren. Buiten zien we enkele kinderen spelen met een tennisballetje, de handcoördinatie wordt hier geoefend, je ziet dat ze er allemaal plezier aan beleven. In de keuken ontmoeten we een kleintje dat in de pap mag roeren en een ander meisje sorteert de rijst. Ieder wordt hier ingezet naar zijn mogelijkheden en zo leren ze zelfredzaam te zijn. Ergens leert een juf de gastjes blokjes volgens de vormen in het juiste gaatje te steken. Ze zijn fier als we in onze handen klappen. Er is een atelier voor initiatie houtbewerking (stoeltjes en kapstokjes maken) een handwerkatelier en een atelier waar ze zeepjes maken. De kinesist zorgt voor de kinderen die minder mobiel zijn en gaat de ouders opzoeken als het kind niet is komen opdagen, zelfs als dit 1 uur stappen is vanaf het centrum . Vandaag zijn er 7 leerkrachten opvoedsters voor 26 kinderen. Het centrum straalt rust en sereniteit uit. Wat zien we een enorme inzet voor de gastjes : de liefde van de begeleiders voor hen is zo groot en straalt doorheen het hele centrum. De leerkrachten beginnen ’s morgens vroeger om het onderhoud van de klassen te doen en ’s avonds blijven ze langer om de lessen van de volgende dag samen voor te bereiden. De teamgeest is hier sterk. Dit is alleen mogelijk dank zij de steun van Caraes en de broeders van Liefde.

 

SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright | Agenda  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine