Congo 1960

Zijn verleden, zijn evolutie een wereld vol herinneringen, geschiedenis en nostalgie

Logo Congo-1960

De Belgisch-Congolese Culturele Groepering

Uit het tijdschrift BAND jaargang 10 - 1951 (N°1)

Geschiedenis tijdschrift Band : In mei 1942 richtten de Vlamingen in Congo een eigen cultureel maandblad op als reactie tegen de hegemonie van de Franse taal in Congo. De reactie van de Franstaligen was hevig, maar het tijdschrift kon rekenen op steun en bescherming van A. Ryckmans, de Franssprekende Antwerpenaar gouverneur-generaal en van Albert de Vleeschauwer, de minister van koloniën. Band verzette zich tegen de verdrukking van de Vlaamse cultuur in Congo. Men deed dat zonder het Belgische establishment aan te vallen om te verhinderen dat de Congolezen zouden profiteren van de tweespalt. Band groeide uit tot motor van het Vlaamse socio-culturele verenigingsleven in de kolonies. Na de oorlog werd er beroep gedaan op Vlaamse, Nederlandse, Zuid-Afrikaanse, Indonesische, Australische en Amerikaanse medewerkers. Men publiceerde zowel essays en poëzie als bijdragen over etnologie en muziek. ,

Motto : "O band om Oost en West te snoeren Om Zuid en Noord, om zee en zand Ter overwinning heen te voeren. O gij mijn hert en ziel en tongenbrand." Guido Gezelle

Artikel verschenen in 1951 Jaargang 10 - N°1 (gelieve te lezen in deze context en tijdsbepaling)

Congo 1960

In ons November editoriaal werd de aandacht gevestigd op het ontstaan van de "Belgisch-Congolese Culturele Groepering"  en gewezen op de betekenis  ,deze manifestatie voor een daadwerkelijke toenadering tussen Belgen en Congolezen op cultureel gebied.

Dat onze hoofdredacteur, Dr. H.-A.-A. CORNELIS opgenomen werd in het erecomité beschouwen wij als een erkenning  de ruime geest die ons tijdschrift doordesemt, als een bekroning  ons bestendig streven naar contactname en samenwerking met al wie van goeden wille zijn en waarom ook niet met de inlanders ?

 Van de Belgen, en meer bepaald  de Vlamingen, werd wel eens beweerd dat zij te kort schieten aan verbeelding, dat zij bezadigd, zijn, al te bezadigd. Dat zij houden van een gezellige afzijdigheid - de gezelligheid  oesters in hun schelp.

Er zijn grenzen die men niet zonder schroom overschrijdt, Er zijn grenzen die taboe geworden zijn. De voorstanders  het status-quo hebben ze uitgebouwd tot muren van schijnheiligheid en onzin. ook tussen blank en zwart wordt er aan dergelijke muren gebouwd.

Zeker, voortvarendheid is uit den boze. Wij weten echter heel goed dat wie gezaaid heeft ook moet kunnen maaien. De vruchten op het veld laten rotten is erger nog dan het land braak laten liggen...

Van in den beginne heeft onze koloniale politiek zich ten doel gesteld  van een ellendige en armzalige Congolese bevolking volwaardige mensen te maken.

Op cultureel gebied vinden wij uitingen  van dit streven in het ontstaan, sedert 1925,  menigvuldige studiekringen voor inlanders, in de groei  een zeer actieve sportbeweging, in de bedrijvigheid  de  “vrienden  de Inlandse Kunst" , in het verschijnen  het Congolese tijdschrift   “La voix du Congolais".

Dichterbij vermelden wij : de bloei  een Congolese schilderbeweging.

Met Mongita*(1) vooraan; het opvoeren van Congolese toneelstukken ; de bekroning  Congolese schrijvers op de handelsjaarbeurs te Brussel.

Al deze tekenen wijzen er op dat de oogst aan het rijpen is. zij hebben er de heer André Scohy toe aangezet de vensters wagenwijd op nieuwe einders open te gooien met het stichten  de "Belgisch-Congolese Culturele Groepering".

Laten wij de heer André Scohy zelf even aan het woord:

- De groepering verenigt Belgen en Congolezen uit de streek  Leopoldstad die in letterkunde, journalisme of kunst bedrijvig zijn'

- Zij stelt zich ten doel een steeds nauwere toenadering tussen Belgen en Congolezen op cultureel gebied te verwezenlijken.

Hiertoe komt het er op aan onder de leden een oprechte geest  hulpvaardigheid, vertrouwen en vriendschap te ontwikkelen en meer bepaald :

de ervaring, de relaties, de introducties  de Belgische leden ter beschikking stellen  de Congolese leden ;

de betrekkingen tussen de Congolese  lieden en sommige buitenlandse en Belgische kunstenaars, schrijvers, journalisten die in Congo op doorreis zijn bevorderen, zulks zonder enige bedoeling  vcan exhibitionisme ;

de samenwerking tussen de leden en de andere bestaande cultuur verenigingen bevorderen en onder  meer, de toegang van de Congolese leden bekomen  tot de door deze verenigingen belegde kunstmanifestaties ;

voor eigen rekening artistieke en literaire manifestaties op touw zetten;

Voor de eerste maal worden Belgen en Congolezen op gelijke voet gesteld, wat niet betekent dat het in de bedoeling ligt van de Congolezen Europeanen te maken. Mensen en culturen zijn verscheiden, het zou krankzinnig zijn de eigen beschaving te verwerpen.

Emanuel Mounier heeft dit gevaar met klem aangetoond:

“Velen onder u zijn geneigd  te minachten' omdat  Afrika hen achteruit. trekt , zoals ook uit lagere  kringen gesproten Europeanen na cultuur en weelde te hebben ontdekt vijandig komen te staan tegenover hun eigen verleden.

Zij onderschrijven min of meer uitdrukkelijk het misprijzen aan  sommige blanken voor al wat Afrikaans is.

Zo komen zij er toe hun eigen ras te minachten' en zij wanen zich door deze onbewuste verloochening te bevrijden'

Welnu, u weet goed dat men zich niet kan, losmaken  evenmin als  de wortels , die ons dragen en van de lucht die wij inademen.

Dergelijke renegaten zullen er slechts toe komen in het schuim van enkele grote steden  valse  Europeanen voort te brengen, namaak- Europeanen", die noch uit Europa, noch uit Afrika stammen, maar uit het jammerlijke vaderland van de mislukkelingen en de hansworsten.

Soms heb ik voor de Afrikaanse beschaving in de bres moeten springen, bewijzen dat waarachtige geheimen te openbaren heeft.

Van hun primitief geloof onthielden zij slechts de bijgelovige woekeringen en niet het rijke, kosmische, esthetische en collectieve perspectief dat er in verdoken ligt.

Ik houd er aan dat vele geletterde Afrikanen tot de diepe en verre bronnen van het Afrikaanse wezen zouden terugkeren, om de "Afrikaanse" wortels van de Eurafrikaanse beschaving van hun kinderen te aanschouwen en te beproeven en de bestendige waarden van de ganse erfenis op te diepen, De Afrikaanse elite mag geen elite van ontwortelden worden."

Voor de eerste maal wordt er dus in de statuten  van een vereniging de volstrekte gelijkwaardigheid van Congolezen en Europeanen voorzien. Deze gelijkwaardigheid komt niet alleen tot uiting in onze statuten, maar ook in deze vergadering, in de samenstelling van ons comité, in onze actie die reeds geleid heeft tot het verstrekken aan onze Congolese leden van de toegang tot zekere openbare manifestaties die tot hiertoe uitsluitend aan de Europeanen voorbehouden bleven.

Wij verwerpen uitdrukkelijk de  “colour-bar".

Dit betekent niet dat wij ruitengooiers zijn. Wij geloven eenvoudig aan de gelijkwaardigheid die mensen met eenzelfde cultuur, eenzelfde  beroep, eenzelfde streven verenigt boven zo gezegde  rasverschillen uit. De grondslag  deze gelijkwaardigheid is vooreerst filosofisch : het personalisme, dat eigenlijk een uitloper is  een eeuwenlange christelijke traditie.

Maar onze stellingname is niet alleen wijsgerig, of zelfs sentimenteel; zij steunt tevens op de wetenschappelijke grondvesten opgebouwd uit de meest recente bevindingen  biologie en genetica.

En tenslotte passen wij eenvoudig de beginselen van de Belgische koloniale doctrine toe.

Het schijnt mij nuttig deze drievoudige stellingname nader toe te Lichten.

Het personalisme bevestigt de voorrang  de menselijkheid en meteen de eerbiedwaardigheid, de vrijheid en de verantwoordelijkheid van  de mens.

De oorsprong deze wereldbeschouwing vinden wij in het door christus verkondigde broederschap  van alle mensen.

Niet zijn organisatiegeest, noch zijn techniek, vormen de grootheid van de westerling, maar de diepe eerbied die hij  voor de menselijke persoon koestert.

Thans zijn er krachten aan het werk ,die het individu willen verbrijzelen: kapitalisme, machinisme, fascisme, communisme.... Deze krachten doemen de westerse beschaving tot de ondergang. Alleen door de bevestiging van de voorrang  van de persoon  kan het Westen de moderne mens vrijwaren voor de angst, hem hoop verlenen,  hem zijn vrijheid van  handelen verzekeren

“De waarde van een beschaving wordt niet gemeten aan de hoeveelheid goederen die haar techniek kan produceren, maar veeleer aan de harmonie en het geluk dat een bepaalde levenswijze aan het volk schenkt “ (citaat( Crocker )).

Onze actie in Congo is van deze filosofie doordrongen.

Ons doel, en ook onze rechtvaardiging, het zijn noch de machines, noch de fabrieken, noch handelsondernemingen.

Fabrieken, machines, ondernemingen, techniek, organisatie, het zijn allemaal slechts middelen'

Het einddoel, onze werkelijke rol en onze enige reden van bestaan' is  het idee dat wij meebrengen  – deze van waarachtige beschaving : de  eerbied voor de menselijke persoon  en zijn vrijheid.

Zulks is het doel dat wij trouwens van  meet af aan nagestreefd hebben'

De hoofdbekommernis van Leopold II is geweest de inlanders te bevrijden van de slaventerreur, van dwingelanden, van tovenaars' van  het klanieke keurslijf. Vrije en verantwoordelijke mannen vormen was het doel van de immatriculatie. Heden gaat deze actie nog altijd voort.

Een dergelijke filosofie staat uiteraard in tegenstelling tot het racisme. Eerbied voor de menselijke persoon, voor de ontwikkelingsmogelijkheden die hij insluit, is niet  denkbaar  indien  men uitgaat van de stelling dat rechten, bekwaamheden en verantwoordelijkheden verschillen naar gelang van de huidskleur en de vorm van de neus.

De wetenschap heeft zich eveneens om dit vraagstuk bekommerd en is tot de slotsom gekomen dat de genetische basisstructuur van de mens altijd eender blijft, met weliswaar  kleine afwijkingen die geen werkelijk verschil tot gevolg hebben en trouwens  onder inwerking van een gewijzigd milieu geheel kunnen verdwijnen'

Tenslotte is onze actie volstrekt niet van  revolutionaire aard : zij ligt in de lijn van de theorie en in de praktijk van de Belgische koloniale politiek.

Een enkel voorbeeld uit de praktijk: de broederlijke gelijkheid blanken zwart in refter, kapel, klas, in ontspanning en dienst, in de kloostergemeenschappen van de Broeders  der Christelijke scholen in Ruanda-Urundi.

Telkens en telkens weer hebben onze leiders met klem gewezen op de fundamentele gelijkwaardigheid  blanken en zwarten.

Gouverneurs-generaal JUNGERS wees er op dat eenvoudig misprijzen of minachting "diepe wonden kan veroorzaken als boosaardigheid.  Om een evenwichtige associatie  tot stand te brengen veeleer dan een pijnlijke door conflicten vertroebelde samenwoning, volstaat het niet het rassenvooroordeel uit de wetteksten te verbannen ; ook de geesten moeten er vrij van zijn"

En Minister DE QUAE verklaarde onlangs nog : "Het gaat er om de Congolese bevolking en de onze door sterkere banden te verenigen dan deze die door de politieke afhankelijkheid geschapen worden. Er moet een hechte gemeenschap van belangen en van bestrevingen  geschapen worden,"

Bron : Band 10 de jaargang anno 1951 Nr. 1

 

Kijk vanaf pagina 559 - Voir a partir de la page 559 (Mr Drum)

Le théâtre des marionnettes au Congo

http://www.kaowarsom.be/documents/BULLETINS_MEDEDELINGEN/1950-3.pdf

 

* 1 Mongita : Albert MONGITA République démocratique du Congo Né en 1916, décédé en 1985 Enseignant, puis journaliste, rédacteur et présentateur de l'actualité, producteur et animateur d'émissions de radio, conteur, écrivain, comédien, chorégraphe et danseur, peintre, cinéaste et acteur, Albert Mongita Likele était un touche-à-tout de génie. Il fut l'auteur de la première série congolaise de BD scénarisée de façon certaine par un Africain : Mukwapamba, publiée dans une revue lancée par les éditions Saint Paul en 1958 : Antilope. Celle-ci était dessinée par un certain Lotuli, qui était peut-être le pseudonyme d'un Européen. À Kinshasa, la salle du théâtre national porte son nom et un prix sur la BD a été créé à son nom.

Membre du ciné-club congolais à Léopoldville (actuel Kinshasa), République Démocratique du Congo, naguère dite Congo Belge.

Ce ciné-club servit de cadre de formation à des Congolais qui apprirent à faire des films. Albert MONGITA a co-réalisé La leçon de cinéma (1951).

 

tijdschrift Band

 

SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright | Agenda  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine