Titel Een halte te vroeg

 

7
 
 
Auteur Valère Deceunick

De franse uitgave is nog beschikbaar bij uitgeverij Harmattan

 

Inleiding:

 

Het gaat eerst over de vorming van de auteur "te velde"in de kolonie en zijn loopbaan in de administratie. Hij maakt het moeilijk begin van de onafhankelijkheid mee in Kinshasa en kan ter plaatse blijven. Samen met enkele collega's neemt hij het initiatief om de ontwikkelingshulp op te bouwen in de landbouwdienst. Hij gaat door veel momenten van ontmoediging, want overal ziet hij de sporen van onttakeling van het land door onbekwaamheid en corruptie. Na een tiental jaren bereikt de ontwikkelingshulp een min of meer vaste vorm en is bilateraal, multilateraal en internationaal gedifferentieerd. Sinds de publicatie van het boek is Congo echt de diepte ingegaan, ook zijn ontwikkelingshulp. Een confirmatie van de soms pessimistische kijk van de auteur? Hij beklemtoont in zijn besluit dat de Congolezen het beleid van hun land op zich moeten nemen en vooral moeten zorgen voor de opleiding en de motivatie van hun jeugd, als garantie van een waardige toekomst

 

Ten geleide:

 

Het boek Een halte te vroeg roept beelden op die zulk een proces van geest en hart kenmerken. De titel is ingegeven door een bizar voorval. Toen M., - in wie de lezer gemakkelijk de auteur van het relaas zal herkennen, - onderweg naar zijn eindbestemming, bij vergissing te Dilolo werd beschouwd als de specialist visteelt waar men naar uitkeek, bleek dat oponthoud voor hem een halte te vroeg. Achteraf krijgt het incident de kleuren mee van zijn symboliek. Heeft men ook de behoeders van de kolonie niet ergens te vroeg doen uitstappen? Zonder vooraf de vraag te beantwoorden of het gebied grondig was voorbereid op zijn onafhankelijkheid? Het zou allemaal wel loslopen, moet men gedacht hebben.

 

Verantwoording:De ontvoogding van Afrika rond 1960 wordt veel doorgelicht en uit veelvuldige hoeken bekeken. Dat gaf aanleiding tot controversen over de verantwoordelijkheden rond al wat misliep en rond de lacunes van de nodige hulp, die had kunnen geboden worden aan de onafhankelijke landen bij de start van hun nieuw bestaan. Het is in die troebele sfeer dat de ontwikkelingshelper ontstond. Aanvankelijk kwam hij voort uit de ambtenaren, die door de koloniale besturen bij de machtsoverdracht, samen met de bestaande administraties toevertrouwd werden aan de nieuwe overheden. In sommige landen, o.a. in Congo (Zaïre), viel de gevestigde orde onmiddellijk uiteen, wat het definitief vertrek van het grootste deel van de ambtenarij tot gevolg had. Enkelingen bleven ter plaatse, uit eigen beweging en om diverse redenen, in de meest diverse sectoren. Daar trachtten ze hun vroegere taak te vervullen samen met de nieuwe inheemse machthebbers.

 

De rol van raadgever op de Zaïrese landbouwadministratie is M. toebedeeld geweest van 1960 tot ver in de zeventiger jaren. In 1970 was de ontwikkelingshulp in Zaïre reeds de kinderschoenen ontgroeid, had een min of meer vaste vorm gekregen en was reeds bilateraal, mutilateraal of internationaal gedifferentieerd. Daarom gaat deze beschrijving van belevenissen in de ontluikende ontwikkelingshulp essentieel over de periode 1960 - 1970. Zij loopt uit op beschouwingen over de bijzonderste ontwikkelingsorganisaties en landbouwprojecten ter plaatse, gevolgd door enkele slotbedenkingen.

 

De koloniale tijd:

 

Na de rustpoos in Kasai installeerde M. zich in Gungu, waar een tiental Belgische families woonden, met hospitaal en geneesheer. Deze "post" voelde minder verlaten aan dan Kianza. Op zijn reizen kon hij zijn familie thuislaten, wat in het afgezonderde Kianza niet kon. Bovendien had het gewest Gungu betere ecologische kwaliteiten dan het gewest Feshi waar Kianza lag en de visteelt liep er beter. Zo kon hij dieper ingaan op de problemen van deze nieuwe activiteit in het inlands milieu: eigenlijk het eerste contact van de bevolking met het manipuleren van het water en van het houden van dieren in een beperkte ruimte. Ze was er helemaal niet op voorbereid, want de bevloeiing of drainage was daar niet gekend en dieren houden op stal bestond al evenmin. Bij dit werk werd M. bijgestaan door Belgische -, maar ook door verschillende Congolese landbouwkundigen, door de gewestdienst ingezet om de bevolking te begeleiden. Vooral de Congolese landbouwkundigen trachtte hij nader te leren kennen en hun reacties beter aan te voelen. Ze zaten geprangd tussen hem, vertegenwoordiger van de koloniale administratie en de massa van hun volksgenoten.

De ontwikkelingshulp in aanloop:

 

M. en zijn twee collega's dachten goed opgewassen te zijn tegen hun nieuw bestuur. Alle drie waren zij kaderleden met kennis van hun vak en lange ervaring in de tropen. Kort vóór de onafhankelijkheid was M. aangeduid als dienstdoend directeur van de provinciale landbouwdienst en zijn twee collega's hadden reeds een hele tijd hun sectie geleid. De landbouwproblemen van vóór de onafhankelijkheid waren dezelfde gebleven daarna. De regering had besloten voorlopig niets te veranderen aan de bestaande wetgeving. Omdat het administratief werk bestond uit veel routinehandelingen, was het voor hen niet moeilijk om, voor ieder probleem snel pasklare oplossingen voor te stellen alleszins in een overgangsperiode. Wat de toekomst zou brengen moest afgewacht worden. Dat de Congolezen hulp van buiten af zouden nodig hebben was evident. Maar gewoon als ze waren zich een eigen opinie te vormen over hoe de problemen dienden aangepakt te worden, instructies te formuleren en het nodige te doen om ze te laten uitvoeren, stelden ze vlug vast dat die werkwijze tot het verleden behoorde. Het gebrek aan kennis van zaken bij degenen die het nu voor het zeggen hadden, maar ook het aansporen tot wantrouwen tegenover de Belgen, dat de ganse dag werd uitgebazuind door de Congolese radio, deden dagen en weken verlopen eer hun voorstellen kans hadden aangenomen te worden. Zelfs de herverdeling van de beschikbare kantoorruimte, door de aanwezigheid van het kabinet van de minister, werd pas beëindigd na wekendurend palaver.

 

De ontwikkelingshulp op kruissnelheid:

 

Het land beschikte nu reeds over universitairen en afgestudeerden van hoger onderwijs. Men vond ze terug in de regering, de administratie, de diplomatie, de magistratuur, de ondernemingen, enz. Ook de oudgedienden uit de onafhankelijkheidsperiode hadden een grondige verandering meegemaakt. Ze hadden nu de vaardigheid verworven op hun niveau sectoren te helpen beheren waar ze in 1960 niet het flauwste vermoeden van hadden. Maar hun "aanwezigheid" alleen was niet voldoende om het land in goede banen te leiden. De dictatuur, nu het regime dat het land in zijn greep hield, gaf hun bovendien zeer slechte voorbeelden. Daar kwam nog de constante druk bij die ze allemaal ondergingen om in de moeilijke economische situatie gewoon rond te komen. Hun gebrek aan een gemotiveerde aanpak was dus begrijpelijk.

 

Tot besluit:

 

Ondanks alle krachtinspanningen van de ontwikkelingshulp bij de aflossing van de ontwikkelingspioniers was de toekomst van Congo-Zaïre verre van rooskleurig. Het land stevende toen al rechtstreeks af op de catastrofale toestand waarin het later zou terechtkomen. Net zoals in de andere landen van Centraal-Afrika was het in 1960 moeilijk de zwarten te doen begrijpen dat ze hun toekomst in eigen handen moesten nemen. Misschien hebben de gebeurtenissen uit het verleden hun de ogen geopend en doen inzien, dat voedselhulp uit het buitenland desnoods tijdelijke nood kan lenigen en ontwikkelingshulp ertoe bijdraagt zichzelf te leren te verhelpen. Maar vooral dat ze het beleid van het onafhankelijk bestaan van hun land met zijn ontzettend potentieel zelf in handen moeten nemen. Mogen ze vooral oog hebben voor de opleiding en de motivatie van hun jeugd, opdat deze het hecht kan overnemen in de strijd naar volle maturiteit en zelfstandigheid, om voor de komende generaties een menswaardige opvang te scheppen. Te hebben medegewerkt aan het leggen van de basis van dergelijk resultaat kan een beloning betekenen voor allen, die in ontwikkelingsverband hebben meegeholpen aan de opbouw van dat prachtig land."

 

 


 

Valere † is niet meer jammer

hij was een van de eerste lezers van de site nog voor 2000

Tine

 

 

 

 


 

Info

Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur.
Een auteur van een programma kan de namaker van zijn werk strafrechtelijk laten vervolgen, maar dat kan alleen als het namaken kwaadwillig of bedrieglijk is gebeurd. Niet alleen de namaker is strafbaar, ook wie namaakprogramma's voor handelsdoeleinden verkoopt, in voorraad heeft voor verkoop of invoert in België, overtreedt het auteursrecht.
Delcol Martine