Wengi bokondo, wengi lileko,

in elk verlaten dorp staat een lileko1

In elk verlaten dorp staat een lileko 1

 

Tijdens mijn verblijf in Mbandaka in 2014 bezocht ik er het plaatselijke etnographisch museum. Een bescheiden en naar ik vermoed ook eerder onbekende verzamelplaats van traditionele artefacten en gebruiksvoorwerpen die in de Evenaarsprovincie werden gecollectioneerd. De ontstaansgeschiedenis van het museum te Mbandaka staat beschreven in « de Annales Aequatoria » 11/1990, p 440-442.2 Hierin vertelt de stichter J. Niset hoe hij gedurende de periode 1957 –1960 het initiatief nam om op basis van zijn persoonlijke verzameling het museum op te richten. De heer Niset was immers,volgens dit artikel, Rechtskundig Adviseur te Coqhuilhatstad en had, gebruikmakend van zijn vele dienstreizen doorheen de Evenaarsprovincie, inmiddels al een mooie privé-collectie kunnen aanleggen.3

Tijdens mijn rondgang door het gebouw werd mijn bijzondere aandacht getrokken door een naar de menselijke vorm gemaakte lijkkist. Wanneer men op zoek gaat naar informatie over de zeden en gewoonten van de Mongo dan is het door Pater Gustaaf Hulstaert te Bamania gestichte kenniscentrum « Aequatoria » het begin van alle wijsheid. Het is Hulstaert zelf die de antropomorphe doodskist in 1959 aan het museum van Niset heeft geschonken. Eerder had Hulstaert zelf de sarcofaag gekregen van een oude man die langs de rivier woonde en één van de laatste, zoniet de allerlaatste, sculpteurs was van dergelijke objecten. Bij deze gelegenheid heeft Hulstaert de ouderling ook ondervraagd over de gebruiken die bij het maken van de lijkkist hoorden en de daaraan verbonden begrafenisrituelen. Een kopie van de audio-band van het in het Lomongo gevoerde gesprek tussen Hulstaert en de sculpteur, Benoit Ngombo d’Ifeko, wordt bewaard te Tervuren. Het feitelijke interview in het Lomongo werd afgenomen door Augustin Elenga.4

Het ritueel om voorname en welgestelde personen te begraven in een naar de menselijke vorm gesculpteerde lijkkist was een gebruik dat enkel in de regio van Mbandaka bestond. Het sculpteren van een antropomorphe doodskist was met mysterie omgeven en het exclusieve voorrecht van een geheim genootschap (bonganga), waarvan de ingewijden onderling communiceerden door middel van een cryptische taal. Volgens Hulstaert laat deze taal vermoeden dat het gebruik zeer waarschijnlijk zijn oorsprong had in de streek van de Bobangi op de rechter oever van de Congostroom.

Er bestonden wel verschillende geheime genootschappen of “bonganga”, naargelang de uitgevoerde begrafenisrituelen en gebruiken. Zo werd de overledene soms begraven gewikkeld in een mat geweven van de bladstelen van jonge palmen. Dergelijke “lijkwade” werd een “bombai”, genoemd en werd enkel vervaardigd door het geheime genootschap van de “bonsango”. De fabricatie van de antropomorphe doodskist was echter het voorrecht van de “bokongo”, en uitsluitend voorbehouden voor de begrafenis van voorname en of of rijke personen. Onmiddellijk na het overlijden van een voorname persoon werd de sculpteur geroepen die vergezeld van de overige leden van de “bonkongo” ter plaatse kwam. Volgens de gebruiken schonken de nabestaanden hierbij aan de sculpteur en zijn gevolg een hond en 2 trossen bananen. De hond werd vervolgens gedood en verdeeld onder de leden van het genootschap. Op het ogenblik dat de sculpteur zich in het woud terugtrok om zijn werk uit te voeren werd het lijk zolang tijdelijk begraven en dit wel op zodanige wijze dat het stoffelijk overschot in een opdroogde toestand bewaard bleef. Het produktieproces van de lijkkist kon immers wel drie maanden duren! Deze kist, of “efomba” in het Lomongo, werd uitsluitend uit het hout van de Ricinodendron africanum gehouwen. Wanneer de kist klaar was werd deze begeleid door trommels en tam-tams eerst ter bewondering in processie door het dorp rondgedragen waarna de provisorisch begraven overledene terug werd opgegraven om vervolgens in zijn nieuwe kist definitief ter aarde te worden besteld.5

Toen Gustaaf Hulstaert in 1959 met Benoit Ngombo d’Ifeko zijn gesprek voerde waren de gebruiken van de bokongo echter reeds zo goed als geheel uitgestorven. Door een merkwaardig toeval werd het laatste begrafenisritueel waarvoor de genaamde Ngombo d’Ifeko de lijkkist vervaardigde op film opgenomen. Deze gebeurtenis is gekoppeld aan een ander opmerkelijk feit, namelijk het verblijf in Coquilhatstad in februari –maart 1959 van de Britse schrijver Graham Greene. Graham Greene was bevriend met het toenmalige hoofd van de leproserie van Yonda, de Belgische dokter Lechat. Greene die op studiereis was om stof op te doen voor zijn later verschenen Afrika -roman “A burnt out case”6 over het leven in en rondom een leprozenhospitaal in Belgisch Congo kwam via Dr. Lechat in contact met Gustaaf Hulstaert die hem uitnodigde om de traditionele begrafenisceremonie met het in processie ronddragen van de antropomorphe lijkkist bij te wonen.7 Uit de nota’s van Hulstaert blijkt dat deze laatste voor de gelegenheid toen niet alleen Greene maar ook een zekere Mr. Van Ruymbeke heeft uitgenodigd die alles op film vastlegde. Hulstaert vermeldt dat Ngombe d’Ifeko kort daarop zelf overleed en er bijgevolg bij zijn weten nooit meer een dergelijke sarcofaag werd gesculpteerd.8

Het zou uiteraard fantastisch zijn om de filmbeelden ooit nog eens te kunnen bekijken maar zowel Hulstaert ( in een getuigenis in 1988) als de familieleden van de ondertussen ook reeds overleden Dr. Lechat kunnen echter zeggen wat er achteraf met de film is gebeurd. Misschien is ze nog wel in het bezit van de familie Van Ruymbeke. Volgens mijn opzoekingen was de persoon waar Hulstaert naar verwijst waarschijnlijk ene Van Ruymbeke Albert die leefde en werkte als ambtenaar in Coqhuilhatstad. Indien iemand bekend is met dit personage of zijn nabestaanden zou ik dat met plezier vernemen en kunnen de toch wel unieke filmbeelden misschien alsnog weer boven water komen.

 

Eddy MERVEILLIE

*1 Spreekwoord in het Lomongo : betekenis : de dood is universeel ; bron : RUSKIN E.A , Mongo Proverbs and Fabels, Bongandanga Congo Balolo Mission Press- Congo Belge, 1921, p93 ; de lileko is een soort boom, woudreus ( Pachyelasma tessmani) waarvan de bloemen een geur van uitwerpselen verspreidt. Het fruit van deze boom, soms “loleko” genaamd wordt als rammelaar gebruikt; bron: HULSTAERT G., M.S.C, Notes de botanique Mongo, Acad.r. Sci. Outre-Mer, Classe des sciences naturelles et médicales, N.S, XV –3 , Bruxelles, 1966, p 52
*2 NISET, J. 1990, L’Ancien Musée de l’Equateur à Mbandaka. : souvenirs de son fondateur, dans: Annales Aequatoria, nr 11, p 440- 442
*3 Volgens het Officieel Jaarboek van het Ministerie van Belgisch Congo en van Ruanda-Urundi , 35e uitgave, 1959, p 526, bekleedde J. Niset op dat ogenblik de graad van “Eerst aanwezend rechtskundig geattacheerde” bij de Eerste Algemene Directie Politieke, Bestuurs- en Gerechtszaken.
*4 HULSTAERT, G., Les cercueils anthropomorphes. Description du cercueil anthropomorphe en usage chez les Nkundo de la région de Mbandaka: fabrication, association des sculpteurs, préparation du cadavre et enterrement, pratiques magiques propres à l'association des sculpteurs, initiation des nouveaux membres; disparition progressive de la sculpture de ces cercueils. Origine du cercueil anthropomorphe., dans – Annales Æquatoria, 23, 1960, 4, 121-129, ill.
*5 HULSTAERT, G. 1973, La. La fabrication de cercueils anthropomorphes. Bull. Séanc. Acad.r. Sci. Outre-Mer, nouv. sér.. 1972 (4),p 492-505 HULSTAERT, G., Eléments pour l’histoire Mongo ancienne, Acad.r. Sci. Outre-Mer , Classe des Sciences Morales et Politiques Mémoires in-8°. Nouvelle Série, Tome XLVIII, fasc. 2, Bruxelles, 1984
*6 De roman verscheen in 1961 in een Nederlandstalige vertaling onder de titel “ Genezen verklaard”. 7 MEEUWIS, Michael, Bref accès de bonheur. Un film amateur montrant Graham Greene au Congo Belge en mars 1959, in Etudes littéraires africaines,37 (2014) 147-161 8 HULSTAERT, G., 1994, Graham Greene et les missionaires catholiques au Congo Belge, dans Annales Aequatoria 15 (1994), 493- 503.
*7 MEEUWIS, Michael, Bref accès de bonheur. Un film amateur montrant Graham Greene au Congo Belge en mars 1959, in Etudes littéraires africaines,37 (2014) 147-161 8 HULSTAERT, G., 1994, Graham Greene et les missionaires catholiques au Congo Belge, dans Annales Aequatoria 15 (1994), 493- 503
*8 HULSTAERT, G., 1994, Graham Greene et les missionaires catholiques au Congo Belge, dans Annales Aequatoria 15 (1994), 493- 503
SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright |  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine