SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

Werkstuk Geschiedenis Congo

Kolonialisme in Congo

 

door Koen Havik

 

Datum ingestuurd:

26 november 2002

Niveau:

5 vwo

Woorden:

5457

Inleiding

 

'Entertaining visitors in Matabeleland: a native dance at Buluwaya.' Het gevestigde kolonialisme - de vijand is tot spectakel geworden. 'When all was ready, first came two splendidly made Matabele warriors, of pure blood, dressed up fully in war costume, with ostrich feather headdresses and shoulder capes, skin waist dresses, armlets and leglets, shields, assegais, and battle-axe, who went through an imitation battle, accompanying their easily understood actions with war cries, shouts and horrible noises.' The Graphic, 27-7-1895 Collectienr. 2758Wij kregen de opdracht om een onderwerp te behandelen dat te maken heeft met kolonisatie en dekolonisatie. Na enig nadenken en overleg met de leraar hebben we besloten om Congo als land centraal te laten staan. In onze werkstuk leggen we meer de nadruk op de kolonisatie van Congo dan op de dekolonisatie. Het komt wel aan bod, maar dit is meer voor de volledigheid. Het onderwerp van ons werkstuk is dan ook: Overigens kan Congo (of Kongo) op twee manieren gespeld worden, wij hebben gekozen om de oudere versie te nemen, Congo met een C dus. Nadat we het enige over Congo en kolonialisme te weten gekomen waren, kwamen we tot de hoofdvraag: hoe kwam Belgie in Congo terecht. Dit bleek later echter onvolledig te zijn. Daarom hebben we later nog voor een andere hoofdvraag gekozen, namelijk: Wat voor invloed had kolonialisme op Congo ?

 

I Eerste periode kolonialisme

 

1.1 Wat is kolonialisme ?

 

Foto : 'Entertaining visitors in Matabeleland: a native dance at Buluwaya.' Het gevestigde kolonialisme - de vijand is tot spectakel geworden. 'When all was ready, first came two splendidly made Matabele warriors, of pure blood, dressed up fully in war costume, with ostrich feather headdresses and shoulder capes, skin waist dresses, armlets and leglets, shields, assegais, and battle-axe, who went through an imitation battle, accompanying their easily understood actions with war cries, shouts and horrible noises.' The Graphic, 27-7-1895 Collectienr. 2758

 

Kolonialisme is al een heel oud begrip. De eerste koloniën werden al gesticht ver voor de geboorte van Christus, door de Feneciërs. Ze trokken er op uit om zich ergens anders, buiten hun vaderland, te gaan vestigingen. Zo hadden ze, op het hoogtepunt van hun bestaan, koloniën in bijna het hele Middellandse-Zeegebied. Een ander volk dat er ook vele koloniën op nahield waren de Grieken. In hun eigen leefgebied kon door de bergachtige omgeving en droge grond moeilijk voedsel verbouwd worden. Ergens anders was dit wel mogelijk, dus trokken Griekse kolonisten er op uit om bijvoorbeeld Sicilië en Klein-Azië te koloniseren. De Romeinen daarentegen hadden geen koloniën. Hun gebied reikte van noordelijk Afrika tot halverwege Nederland tot bijna in Rusland, maar toch waren dit geen koloniën. Al deze gebieden maakte namelijk deel uit van het groot Romeinse Rijk en werd voornamelijk bestuurd vanuit Rome. Een kolonie ligt altijd buiten het eigen grondgebied en zijn autonoom. Dat wil zeggen dat ze een eigen bestuur heeft.

 

Toen de middeleeuwen of ‘donkere’ eeuwen begonnen raakte het hele kolonistische systeem in verval. Tien eeuwen lang vochten landheren alleen om uitbreiding van hun eigen grondgebied en niet om zich elders te vestigen. Pas na de Middeleeuwen begon het weer. Alleen hadden de landen nu ook vaak heel andere motieven om koloniën te stichten. Vooral het stichten van zo veel mogelijk koloniën om ‘de grootste’ te zijn, werd heel belangrijk. Volken probeerden een zo groot mogelijk rijk of imperium te hebben. Daarom wordt de periode van kolonialisme na de middeleeuwen vaak anders genoemd, namelijk imperialisme. De kolonisatie in de periode tussen de 15de en de 18de verliep nog redelijk rustig en vreedzaam, maar vanaf de 18de eeuw werden er in groten getale gebieden toegeëigend aan grootmachten en werd de bevolking bruut onderdrukt. De eerste periode wordt ook wel het klassiek imperialisme genoemd, de tweede het modern imperialisme.

 

 

1.2 Klassiek Imperialisme

 

Vanaf de 15de eeuw, vlak na het einde van de Middeleeuwen, begon de zoektocht van Europese grootmachten naar nieuw land. De economie en welvaart ondervonden in deze tijd een enorme bloei, waardoor er al gauw een grotere vraag naar luxegoederen ontstond. Men verlangde naar sieraden en specerijen, terwijl de burgers in de voorafgaande eeuwen al lang tevreden waren als ze al genoeg te eten hadden. Welvarende landen, als Portugal en Spanje, zonden hun manschappen met schepen op ontdekking naar ver gelegen gebieden op zoek naar nieuwe rijkdommen.

 

Er waren alleen een paar problemen. Allereerst waren er in die tijd nog geen land- en zeekaarten. Men dacht dat de wereld plat was en dat je er aan het einde af kon vallen. En omdat er op de meeste plaatsen op de wereld nog nooit een mens geweest was kon ook niemand wereldkaarten maken. Zelfs de kaarten van de gebieden waar wel mensen geweest waren, waren vaak onnauwkeurig. Ook was er het risico om niet meer terug te keren van de reis.

 

De zwakke, houten schepen van toen gingen in een storm snel stuk en ziektes als scheurbuik waren onontkoombaar. Het laatste probleem was dat het door al deze gevaren moeilijk was om aan personeel te komen. Het kwam daarom wel voor dat er gevangenen gebruikt werden als scheepslui en die waren natuurlijk ook niet helemaal te vertrouwen.

 

Ondanks als deze problemen werden er al gauw enkele gebieden in kaart gebracht. In 1492 zorgde Christopher Columbus voor een gigantische doorbraak met zijn ontdekking van Amerika. Binnen de kortste keren waren grote delen van de wereld ontdekt. Ook had men niet langer meer het idee dat de wereld plat was.

 

Spoedig zonden landen hun mensen naar de nieuwe gebieden. Zij hadden als doel te zorgen voor mooie nieuwe goederen die in Europa niet of maar weinig voorkwamen. Maar ook moesten zij ervoor zorgen dat het christendom over de hele wereld werd geprezen. Al snel begonnen de eerste kolonisten kleine vestigingen te stichten. Daar werden dan goud en andere grondstoffen verzameld en er werd handel gedreven met de plaatselijke bevolking. In het begin ging dit voorspoedig, maar naarmate de vraag naar goederen groter werd moesten de kolonies ook groeien en er moest meer geproduceerd worden.

 

Dit was het moment dat een land de goede manier moest vinden om zijn kolonie te besturen. Want alleen door een goed bestuur kon voorkomen worden dat de inheemse stammen niet de macht overnamen. Een land kon hierbij kiezen tussen twee typen om zijn kolonie te besturen: direct en indirect. Bij direct bestuurde gebieden treden de koloniale ambtenaren persoonlijk in contact met de lokale bevolking en zijn hierbij verantwoordelijk voor de rechtspraak en zorgen er voor dat alle belastingen geïnd worden. Dit is voor de kolonisten een intensieve bestuurswijze met een grote behoefte aan ambtenaren, maar men had wel een grote controle en macht over de mensen. Bij de indirecte bestuursvorm daarentegen hielden de Europeanen zich afzijdig. Hierbij is het contact alleen tussen de ambtenaren en de lokale leiders. Zij zijn dan weer degene die moeten zorgen dat de orde gehandhaafd blijft. Dit scheelt een hoop werk en ongemak voor de koloniale ambtenaren, maar zorgt het er wel voor dat de invloed die men kan uitoefenen een stuk kleiner is.

De keuze die gemaakt zal worden is vooral afhankelijk van de behoefte die het land en de drang naar macht. In het begin, als de vraag naar goederen klein is, zullen kolonisten eerder geneigd zijn de bevolking gewoon zijn gang te laten gaan en alleen met leiders en inheemse handelaren in contact komen (indirect bestuur). Als de vraag groter wordt zal er meer aandrang gemaakt worden op levering van spullen en zullen kolonisten waarschijnlijk belastingen gaan heffen (direct bestuur). Het is trouwens niet vanzelfsprekend dat een land overgaat op direct bestuur wanneer de vraag toeneemt. Er zijn ook landen de band die ze hadden met hun kolonie meer zagen als een samenwerking tussen hen en de plaatselijke bevolking. Toch voerde in bijna elke kolonie uiteindelijk macht en hebzucht de boventoon. Slavenhandel werd heel gebruikelijk en grote gedeeltes van de oogst moest door de inheemse bevolking afgestaan worden voor de kolonisten. Als de bevolking niet mee wilde werken, werd ze wel gedwongen.

 

1.3 Portugezen in Congo

 

Omstreeks 1480 kwamen de Portugezen voor het eerst in Congo. Toen Koning Emanuel en zijn volgelingen als eerste voet aan wal zetten werden zij vreedzaam onthaald en kregen de mooiste geschenken om de rijkdommen van het land te tonen. Emanuel zag veel in de rijkdommen van het land en hoopte dat beide landen bondgenoten zouden worden tegen de oprukkende Islam uit het oosten. Binnen enkele jaren werd mani (koning) Nkuwu van Congo gedoopt volgens Christelijk gebruik. Ook hij zag toekomst in de samenwerking en verwelkomde daarom de Portugese missionarissen en handelswerklieden hartelijk in zijn land. Hij zag grote voordelen in het verdrag met de machtige Europeanen.

Later werd Nzinga, de zoon van Nkuwu, mani van Congo. Hij was zich er beter van bewust dan zijn vader, dat een hechte band met Europa de Congolese economie erg goed zou doen. Dat zou voor hem betekenen dat zijn macht over het volk groter werd, omdat hij dan meer geliefd zou zijn. De Portugezen zorgden er voor dat het onderwijs in Congo gestimuleerd werd. Portugese priesters en onderwijzer gaven enkele duizenden Congolezen les in taal en geloof. Er brak een periode aan van nauwe samenwerking tussen Congo en de Portugezen.

 

Portugal voerde in eerste instantie een indirecte politiek. Mani Nzinga had de volledige macht over het volk en alle handelingen die tussen Portugal en Congo plaatsvonden gingen via hem. Nzinga vroeg om militaire hulp, technici, ambachtslieden, priesters en onderwijzers. Emanuel zond deze mensen dan ook regelmatig naar Congo uit.

Natuurlijk verwachtten de Portugezen uiteindelijk meer van Congo dan alleen bekering tot het christendom en modernisatie van het land. Emanuel had er op gewezen dat de hulp aan Nzinga veel geld kostte en de Portugezen stelden dan ook voor om daar het alleenrecht op handel tegen over te stellen. Er bestond nog altijd de hoop dat het land grote goud, zilver en koper voorraden had. De Portugezen doelden echter meer op een mogelijke monopoliepositie op de specerijen- en slavenhandel.

 

De mensen in Congo zelf leefde voornamelijk van de landbouw. Men bezat een verscheidenheid aan vee als varkens, kippen en koeien en daarnaast werd ook gierst, olie en wijn op het land verbouwd. Dit was voor de bevolking zeer belangrijk om te overleven, maar voor de Europeanen erg oninteressant.

 

Slavenhandel was heel gewoon in die tijd. Handelaren, maar zelfs hoge ambtenaren, missionarissen en ambachtslieden waren hier bij betrokken en op den duur kregen ze zelfs hun loon in slaven uitbetaald.

 

Al in 1480 hadden de Portugezen een eiland in de Golf van Guinea gekoloniseerd dat speciaal bedoeld was voor de slavenhandel. Dit eiland heette Sao Tome en handelaren en kooplieden hadden van Portugal daar het recht gekregen op een handelsmonopolie langs de hele kust. Dit betekende dat langs de hele Afrikaanse kust alleen door handelaren op Sao Tome gehandeld mocht worden. Maar door de goede samenwerking tussen Emanuel en Nzinga en door de nieuwe handelsroute vanaf Mpinda (Congo) tot Lissabon (Portugal) voelden de handelaren zich bedreigd in hun handelsmonopolie. Zij deden er alles aan om de goede betrekkingen tussen beide landen te verstoren. Uiteindelijk was Emanuel het zat en besloot dat goederen voortaan alleen door koninklijke Portugese schepen vervoerd mochten worden.

Omdat veel Congolezen sterk verlangde naar de westerse luxegoederen, verleende zij in het geheim medewerking aan de handel voor de handelaren van Sao Tome. Nzinga was niet alleen boos op de bevolking die zijn gezag probeerde te ondermijnen, maar hij was voornamelijk boos op alle blanken die nog steeds Congolezen tot slaaf maakte. Aanvankelijk dreigde hij alle blanken, behalve priesters en onderwijzers, uit Congo te verbannen, maar hij herriep dit bevel en wilde in plaats daarvan een streng controlesysteem om te voorkomen dat er nog meer mensen op grote schaal tot slaaf gemaakt werden.

 

Dit had gedeeltelijk succes, want er werden minder Congolezen tot slaaf gemaakt. Nu werden de slaven echter uit omringende landen gehaald.

Langzaam maar zeker verslechterde de band die Portugal en Congo hadden. In 1540 probeerden zelfs enkele Portugezen Nzinga neer te schieten. Nzinga heeft nooit genoeg missionarissen en technici van Portugal gekregen om zijn land bij te brengen bij de westerse beschaving. Voor de Europeanen waren de slaven en de winst op den duur belangrijk dan de uitbreiding van het geloof en de ontwikkeling van het land. En toen de Portugezen hun rijk uitbreiden tot in Azië en Zuid-Amerika nam voor hen de belangstelling voor Congo nog verder af. In 1521 volgde koning Johan, Emanuel op, maar hij toonde nauwelijks belangstelling en nam Nzinga gewoon niet serieus.

 

Toen Nzinga stierf viel Congo ten prooi aan burgeroorlogen en een inval door de woeste kannibalen uit het oosten. Congo vroeg Portugezen om hulp, maar dat kreeg het maar in lichte mate. Congo stond nu onder het volledige gezag van Portugal. Congo had in het verleden in een verdrag afgesproken dat de buurlanden ongemoeid zouden blijven, maar nu wilde Portugal ook Angola bezitten. Rond het midden van de 17de eeuw begon Congo uiteen te vallen en ontstond er een openlijke strijd met Portugal. De totale ontbinding van het koninkrijk kwam na de nederlaag in de slag van Ambuila in 1665. Enkele jaren later was er niks meer over van Congo. Maar, temidden van alle puinhoop herinneren de mensen zich de grote Nzinga die in zijn leven Congo tot bloei heeft doen laten komen.

 

II Tweede periode kolonialisme

 

2.1 Imperialisme

 

De betekenis van imperialisme is: een gebiedsuitbreiding van staten die zich de stichting van een politiek of economisch rijk ten doel. Staten hebben altijd al gestreefd naar gebiedsuitbreiding. Vanaf het moment dat een staat een staat is willen ze zich zelf uitbreiden.

 

In de eerste helft van de 19e eeuw ging veel ontdekkingsreizigers op onderzoek uit in de binnenlanden van Afrika. Dit werd de periode van het “vrijhandelsimperialisme”. Onder het vrijhandelsimperialisme wordt verstaan: gebieden binnendringen met de bedoeling het vrije handelsverkeer uit te breiden. In gebieden die belangrijk waren voor de handel werden handelsposten gevormd. Het bestuur over de bevolking bleef in handen van de inheemse regering, er werden handelsovereenkomsten gesloten tussen de blanke kolonisten en de inheemse bevolking. Maar zodra de kolonisten de kans kregen om hun handelsposten uit te breiden, gebeurden dat.

De Franse lukte het om Algerije te veroveren en de Engelsen begonnen hun macht van Voor-Indie naar Achter-Indie uit te breiden. De Nederlanders begonnen met het uitvoeren van meer macht op de Indonesische eilanden. Rusland ging verder met het vergroten van haar macht over de Aziatische “landen”.

 

Het modern imperialisme was de periode van 1870 tot aan de Eerste Wereldoorlog 1914. Deze periode onderscheidt zich van de perioden ervoor door het imperialisme, nationalisme en de industriële modernisering van de Europese landen. De industrialisering stimuleerde de Europese landen en de Verenigde Staten het zoeken naar grondstoffen en de ontwikkeling van afzetmarkten. Door de industrialisering en modernisering kwamen er ook steeds meer het gevoel van nationalisme naar boven. Dit sterke gevoel van nationalisme zorgde ervoor dat het aanzien van een land werd verhoogd.

 

De imperialistische ideologie

 

In de imperialistische ideologie zijn twee hoofdstromingen te onderscheiden: een economische en een geestelijke.

 

De economische stroming: men dacht dat de investering in bedrijven steeds minder profijt opleverden dan de oorspronkelijke investering. Om de winst gelijk te houden aan de investering dacht men dat het steeds noodzakelijk was om kapitaal te investeren in nieuwe ondernemingen die in koloniën gesticht werden. Bovendien vond men het noodzakelijk steeds goedkopere grondstoffen te kunnen betrekken uit gebieden buiten Europa. Pas later ging men denken aan het vergroten van de afzetmarkten door het verwerven van koloniën.

De geestelijke stroming: deze stroming ging uit van de superioriteit van de Europese beschaving. Dit hield in dat de Europeanen (de blanken) vonden dat het hun plicht was om de minder ontwikkelde volken (de gekleurde) te domineren en als het zo uitkwam te onderdrukken. Om zo de superioriteit van de Europese beschaving over te brengen.

 

De gevolgen van het imperialisme

 

Een combinatie van ideologische, economisch en politieke factoren brachten een aantal gecompliceerde gevolgen met zich mee.

 

Het eerste gevolg was dat ze soms over slechts een gedeelte van de gekolonialiseerde gebieden macht konden uitoefenen. Daarom breidden de gebieden waarover ze macht hadden uit van de kuststreken naar de binnenlanden. Het gezag dat de inheemse bevolking uit oefende werd soms vervangen door het koloniale gezag. Bij het trekken van de grenzen hielden ze zelden tot geen rekening met het gebied van de oorspronkelijke bevolking en ook niet met etnische verschillen. Waardoor de bevolking over de verschillende gekoloniseerde gebieden werd verdeeld en vijanden bij elkaar in een nieuw gebied kwamen. Soms werd de inheemse bestuursstructuur zoveel mogelijk intact gelaten en werd alleen de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij het koloniale gezag gelegd. Aan de ene kant werd hierdoor de economische ontwikkeling van een gebied bevorderd en was het beter voor de ordelijkheid van het bestuur en de rechtspraak. Maar aan de andere kant werden de etnische verhoudingen en de interne sociale structuur verstoort. Doordat de inheemse bevolking steeds meer met de westerse ideeën te maken kreeg werden ze bewust van hen eigen ondergeschikte positie. Deze bewustwording had twee verschillende kanten: het verdedigen van de eigen identiteit en de imitatie van het westen. Ze namen al snel het Europese begrip nationalisme over. Deze bewustwording was later de voedingsbodem van de onafhankelijkheidsbewegingen die in de 20e eeuw het koloniale stelsel hebben vernietigd.

 

Het tweede gevolg was dat de tegenstellingen tussen de Europese landen steeds sterker verweven raakten met de tegenstellingen tot de koloniën. De strijd om wie de meeste macht had in Europa ging nu over op wie de meeste macht in de wereld had. Het gevolg was dat de landen vijandig tegen over elkaar kwamen te staan en coalities gingen vormen.

 

Het derde gevolg was dat het modern imperialisme de interne sociaaleconomie, de politiek en het culturele leven van de koloniserende landen heeft beïnvloed. Het bood de mogelijkheid om nieuwe groepen in de samenleving te vormen en vergemakkelijkte daarmee de doorbreking van de oude maatschappelijke hiërarchieën. Het in contact komen met andere volken en culturen heeft bevruchtend gewerkt op wetenschappen als etnografie (volkenbeschrijving) en de geografie (aardrijkskunde) en het is ook te zien in de kunstwereld.

 

2.2 Conferentie van Berlijn

 

(klik op de foto om te vergroten : foto : Afrika werd verdeeld tijdens de Conferentie van Berlijn)

 

In het begin van de 19e eeuw waren er weinig koloniën, macht werd uitgevoerd via verdragen.

Toen de Europese landen en Verenigde staten naar Afrika gingen om gebieden te veroveren ontstonden er probleem doordat landen met elkaar in botsing kwamen. Om hier een eind aan te maken organiseerde Otto von Bismarck van 15 november 1884 tot 26 februari 1885 een conferentie die gehouden werd in Berlijn. Tijdens deze conferentie, ook wel de Conferentie van Berlijn genoemd, werd afgesproken dat er geen nieuwe annexaties, het veroveren van gebieden, mochten plaatsvinden, tenzij het ging om effectieve bezetting. Dit gold eerst alleen voor de kustgebieden, maar in 1890 gold het ook voor heel Afrika. In een mum van tijd was heel Afrika gekolonialiseerd, de verdeling van Afrika, behalve Ethiopië en Liberia.

Doordat ze de koloniën gewoon op de tekentafel werden getekend werden stammen uit elkaar getrokken doordat ze over meerdere koloniën werden verdeeld. Ook kwamen vijanden bij elkaar in een kolonie te leven.

Tijdens de Conferentie van Berlijn werd onder andere over Congo besloten dat het een onafhankelijke staat zou zijn en het bestuur zou worden opgedragen aan Leopold II.

 

2.3 Leopold II maakt Belgische vrijstaat

 

Foto : 'In the rubber coils.' Leopold de rubberkoning van Congo Vrijstaat. Propaganda tegen Leopolds kolonialisme in Punch, 28-11-1906. Collectienr. 2199

 

Foto : ‘In the rubber coils.’ Leopold de rubberkoning van Congo Vrijstaat. Propaganda tegen Leopolds kolonialisme in Punch, 28-11-1906. Collectienr. 2199

 

Geschiedenis over de onafhankelijkheid van België

 

Tijdens het congres van Wenen in 1815 werden de Belgische en de Nederlandse provincies in één staat verenigd. België kwam nu onder de leiding van de Nederlandse koning Willem I te staan. Hoewel zijn economisch beleid voordelig was voor de Belgische burgers, ontstond er toch protest. Op 23 september 1830 brak de revolutie uit in Brussel. De Brusselse opstandelingen kregen steun van vrijwilligers van buiten de stad. Door deze opstand werd België een eigen land. De voorlopige regering riep de onafhankelijkheid uit op 4 oktober 1830. Op 4 november 1830 begon in Londen een diplomatieke conferentie die over de toekomst van België zou beslissen. De Europese landen erkenden de scheiding van België en Nederland. Leopold van Saksen-Coburg, Leopold I, werd in 1831 de eerste koning van België.

 

In november 1831 was pas het huidige België gevormd. Al snel vonden sommige politici waaronder koning Leopold I zelf dat ze een kolonie nodig hadden. Leopold I ging zonder steun van de Belgische regering op zoek om een kolonie te verkrijgen. Hij heeft vijftig pogingen gedaan om een kolonie te krijgen in Guinea en de Filippijnen, maar alle pogingen waren tevergeefs. Toen zijn zoon, Leopold II, op 17 december 1865 zijn kroon overnam wist de ontdekkingsreiziger Henrey Morton Stanley de koning over te halen om zich in Congo, dat tachtig keer groter was dan België, te interesseren. Na deze ontdekking van Henrey Morton Stanley stuurde de Belgische koning een expeditie naar Congo om het gebied in te nemen.

 

H. M. Stanley liet zo’n 450 stamhoofden “contracten” ondertekenen waarin de grenzen van het gebied werden vastgelegd. Leopold II financierde zelf het vervolg van de expeditie en hoopte dat hij later het geld zou terugverdienen met de Congo Vrijstaat. De belangrijkste opbrengsten zouden moeten zijn onder andere de winning van palmolie, ivoor, koper en rubber.

 

In 1885 tijdens de Conferentie van Berlijn werd Congo toegewezen als onafhankelijke staat, maar onder Belgische bestuur. De Congo Vrijstaat werd een privé bezit van Leopold II. Het was zijn bedoeling de beschaving te brengen in het gebied en de slavenhandel uit te roeien. In 1890 vroeg Leopold II een lening aan de Belgische staat, omdat al zijn vermogen bijna op was, hij kreeg die lening. De Belgische staat wilde zich verder niet met de Congo Vrijstaat bemoeien. Na de lening ging het goed met Leopold II de export van rubber maakte hem schatrijk. Leopold II gebruikte het geld o.a. voor de verfraaiing van zijn paleizen, Brussel en de creatie van de badplaats Oostende.

 

Met de Congolezen zelf ging het minder goed. Al snel werd er over de hele wereld bekend dat er in Congo veel dwangarbeid en zware mishandeling op de rubberplantages voorkwamen. Onder dwang moesten de Congolezen hard werken voor de blanken en kregen in ruil daarvoor eten en wat zakgeld. Langzamerhand kwamen deze mishandelingen aan het licht: verbrande dorpen, dat gebeurde er als men de vereiste hoeveelheden rubber niet had geleverd, weggehaalde vrouwen, die in de factorijen werden opgesloten en tot de dood toe werden mishandeld om hun echtgenoten te straffen. Strafexpedities, gewapende zwarte schilwachten werden in de verdachte dorpen achtergelaten, die ongestraft de ergste dingen konden doen.

Nadat dit bekend werd kwam de Belgische regering onder zware druk te staan en moest wel de Congo Vrijstaat overnemen. In 1908 werd Congo Vrijstaat, Belgische Congo.

 

De Congo Vrijstaat heeft het leven gekost aanmeer dan tien miljoen Congolezen die zijn vermoord of gestorven door honger, ontbering, het missen van het allernoodzakelijkste, uitputting of ziektes waaraan ze werden bloot gesteld.

Voor Leopold betekende de Congo Vrijstraat drieëntwintig jaar lang een bron van inkomsten, een rijkdom dat hij besteedde aan monumenten en luxegewaden voor zijn minnaressen. In de Congo Vrijstaat zelf zou hij nooit een voet zetten.

 

2.4 Belgische Congo

 

Op 19 oktober 1908 nam de Belgische regering Congo Vrijstaat over. Zij legde wegen en spoorwegen aan en stimuleerde de landbouw en de mijnbouw. Alle investeringen, (spoor)wegen- en haveninfrastructuur hadden te maken met export van ertsen en plantagegewassen. De economische groei was eenzijdig en vervormd. Ze keken niet naar de lokale behoeftes van Belgisch Congo, maar die van de buitenlandse. Het leger moest de opstanden onderdrukken die ontstonden door de dwangarbeid en de invoering van moderne belastingen (in geld in plaats van natura). Bepaalde taken liet het Belgische bestuur over aan de dorpshoofden zoals het innen van belasting en het onderhouden van de wegen. De dorpshoofden kregen er geld voor om dit te doen.

 

Onderwijsvoorzieningen en medische verzorging werden overgelaten aan de Belgische kolonialisten. Het lager onderwijs werd vooral geleerd hoe ze moesten gehoorzamen, de uitvoering van simpele taken en onderwerping aan het blanke gezag. In 1940 waren er slechts 15 Congolese die hadden gestudeerd op een universiteit. Er was geen enkele zwarte geneesheer, veearts of ingenieur, maar wel 500 Congolese priesters. Apartheid heerste door de "colour bar" in wijken, vervoer en openbaar leven. Wettelijk hadden de Congolezen geen politieke en democratisch rechten.

 

Na WO II ging het iets beter met Congo, maar eind jaren 1950 vormden nog steeds zo'n 115.000 Europeanen de sociale toplaag van een Belgisch Congo met ongeveer 13 miljoen Afrikanen. Meer dan 10.000 blanke ambtenaren en 6.000 missionarissen, een geestelijke die werkzaam is in het missiegebied, waren verspreid over heel Belgisch Congo. De 9.300 blanke kolonisten (met hun familie erbij 30.000 mensen) speelden een ondergeschikte rol.

 

Driekwart van de Afrikanen leefde in 1960 nog altijd van een primitieve dorpslandbouw, maar het privé-bezit van grond was wettelijke verboden voor hen. In 1956 ging 22 % van het nationaal inkomen naar 25.000 blanken, tegen 24 % voor de 1,2 miljoen Congolese loonarbeiders en 28 % voor de 10 miljoen plattelandsbewoners.

 

Door de onderdrukkingen en de zware mishandelingen van Leopold II en daarna van Belgie heeft de Congolezen bevolking een diepgeworteld anti-westerse opstelling. Het Belgische koloniale stelsel was net als het dat van Leopold II gebaseerd op politieke controle en onderdrukking.

 

 

III Dekolonisatie

 

 

Congo bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog steun bieden aan de geallieerden die tegen de Duitsers, Japanners en Italianen vochten. Congo leverde de geallieerden kostbare grondstoffen. Terwijl het Belgische leger zich al vrij snel in de oorlog had moeten overgeven, werd het Congolese leger ingezet bij aanvallen tegen de Italianen in Ethiopië in de lente van 1941. De oorlog had de welvaart in Congo aanzienlijk verhoogd. Niet alleen de blanken waren er beter op geworden, maar ook de inheemse bevolking. Men kon nu bijvoorbeeld ook naar school. Doordat dit mogelijk was geworden ontstond er een kleine intellectuele en maatschappelijke bovenlaag van hoogopgeleide Congolezen. Deze groep was zich goed bewust in wat voor situatie ze leefde. Ze zagen dat ze onderdrukt werden en dat het zo niet langer kon. Deze groep wilde zeggenschap in de Congolese politiek.

 

In 1957 kregen de Congolezen een beetje hun zin. Congo was nog onder Belgisch bewind, maar er kwam een bestuurshervorming die het vanaf toen de benoeming van inlanders in adviesraden mogelijk maakte. Ook was het in grote steden nu mogelijk om te kiezen of zich verkiesbaar te stellen voor gemeenteraden. Naar aanleid hiervan kwamen er politieke partijen, zoals de Abako, onder leiding van Joseph Kasavubu en de MNC: Mouvement National Congolais (frans voor: Nationaal Congolese Beweging) onder leiding van Patrice Lumumba. Spoedig eisten deze partijen onafhankelijkheid voor heel Congo. Toen België dit niet gaf braken er op 4 januari 1959 in Leopoldstad (hoofdstad van Congo in die tijd) hevige rellen uit. Onder druk van rellen, stammenconflicten, opstootjes en toenemende anti-blanke gevoelens, stemde België gehaast toe met bijna alle eisen van de Congolezen waaronder die van onafhankelijkheid. België had vanaf 30 juni 1960 niks meer te maken met de Congolezen en hun politiek.

Patrice Lumumba (MNC) werd na verkiezingen de nieuwe minister-president van Congo. “Vanaf heden zijn wij niet langer uw apen,” zei hij in zijn onafhankelijkheidstoespraak over de blanken. Deze uitspraak was voor veel Congolezen de aanleiding om op 4 juli van hetzelfde jaar te gaan muiten tegen de blanke legerofficieren. Dit was het begin van een vlucht van de Europeanen uit Congo.

 

Maar dit was nog lang niet het ergste van de chaos. Op 11 juli riep Moise Tsjombe (leider van de provincie Katanga) Katanga uit tot onafhankelijke staat. Bovendien kreeg deze nieuwe staat steun van België in de vorm van geld, wapens en mensen. Voor België was dit de laatste poging om bezit te blijven houden in de rijke mineralen van het land. Met het geld wat Tsjombe van Belgie ontvangt betaald hij huurlingen uit naburige landen die hij ook gebruikt voor zijn strijd.

 

Op 13 juli deed de Congolese regering (o.l.v. Lumumba en Kasavubu)een oproep op de Verenigde Naties om militaire hulp tegen de Belgische agressie. Congo kreeg deze steun. Een V.N.-vredeskorps arriveert enkele dagen later en verzoekt België zich terug te trekken uit het gebied van de Republiek Congo. Lumumba hoopte er op dat de V.N. de ook zou helpen om Katanga weer bij Congo te krijgen, maar dat gebeurde, voor hem helaas, niet. De V.N. bemoeid zich namelijk nooit met binnen conflicten en is er alleen om de mensen te beschermen tegen vijandige aanvallen. Overigens trokken de Belgen zich niet volledig terug: ze bleven in Katanga. De V.N. troepen trokken daarom Katanga binnen om de Belgische soldaten te verwijderen.

 

Lumumba werkte echter niet erg mee aan de onderhandelingen. Hij wilde dat Tsjombe zich overgaf en dat Katanga weer Congolees werd, maar zelf wilde hij geen enkele concessies doen voor vrede. De banden met de V.N. verslechteren en zonder dat president Kasavubu en de regering het wisten vroeg Lumumba steun aan de Sovjetunie. De Sovjetunie veroordeelde de manier van politiek van de V.N., maar bood geen steun. Het had het al druk genoeg met de koude oorlog en had geen zin in conflicten in Congo.

 

Op 5 september 1960 ontsloeg Kasavubu Lumumba. Negen dagen later, op 14 september pleegde Mobutu een staatsgreep. Samen met Kasavubu en tegen Lumumba ging het verder. Het liep inmiddels erg uit de hand in Katanga dankzij Lumumba en zijn aanhang. Daarom besloten tegenstander van Lumumba hem uit de weg te ruimen. In januari 1961 wordt hij vermoord in Katanga.

 

Om te zorgen dat er geen grote ramp ontstaat zond de veiligheidsraad van de V.N nieuwe troepen naar Congo. Er moet gezorgd worden dat Katanga zonder geweld terug gebracht wordt in de Republiek de Congo. Op 28 Augustus 1961 wordt operatie ‘Rumpunch’ gehouden om de huurlingen uit Katanga te krijgen. De Belgen keuren dit echter niet goed en vechten met man en macht om hun enige kolonie te behouden. De V.N en de Katangers zijn in een openlijke strijd met elkaar, wat streng wordt afgekeurd door landen als Frankrijk en Engeland. Volgens hen hoort de V.N. te onderhandelen en geen geweld te gebruiken.

 

In 1962 maken de V.N. troepen toch een eind aan de afscheiding van Katanga. Niet geweld, maar langdurige onderhandelingen hebben uiteindelijk voor deze afspraak gezorgd. Moise Tsjombe werd in 1963 gevangen gezet. De V.N. troepen verlaten in 1964 Congo. In 1965 wordt Mobutu de nieuwe president.

 

Conclusie

 

Kolonialisme bestaat al sinds het ontstaan van de eerste grote rijken. De Feneciers waren de eersten die een gebied buiten hun grondgebied in bezit namen. Dit koloniseren ging door tot de ongeveer de 5de begon pas weer na de middeleeuwen. Toen pas begonnen de Europese landen weer hun gebieden uit te breiden. Het kolonialisme van na de middeleeuwen wordt imperialisme genoemd. Het klassiek imperialisme, dat duurde van begin 15de eeuw tot aan de 17de eeuw, ging voornamelijk om materieel gewin en het overbrengen van het christendom. De tweede periode van het imperialisme, dat in 1870 begon, wordt ook wel het modern imperialisme genoemd. Hierbij ging het om macht, pure rijkdom en het superieur voelen aan de rest van de wereld.

 

Met deze informatie hebben we gekeken wat de invloed was van het kolonialisme op Congo. We kwamen zo op de vraag: Wat voor invloed had kolonialisme op Congo?

 

Congo is een land in het zuid/westen van Afrika dat eeuwenlang werd bewoond door allerlei Afrikaanse stammen. In 1483 kwam hier echter een verandering in. De eerste Portugezen zetten voet op Congolese grond. Er ontstond een samenwerking die in het begin voor erg veel ontwikkeling in Congo zorgde. Mani Nzinga kreeg steun van Portugal om kerken en scholen te bouwen en mensen om het land te besturen.

 

Maar aan deze mooie samenwerking kwam al snel een einde. Portugal was niet langer meer tevreden en wilde het geld dat het geïnvesteerd had in Congo terug verdienen. Ze eisten in het begin een handelsmonopolie op de Congolese handel, maar later kwam slavenhandel daarbij. Op grote schaal werden Congolezen uitgebuit en tot slaaf gemaakt door Portugese handelaren. Nzinga wist het bestaan van Congo te behouden, maar na zijn dood was de eenheid van het land verdwenen en viel het land ten prooi aan invallen van andere stammen en uiteindelijk, in 1665, aan de Portugezen.

 

Hierna gebeurde er een tijd niks met Congo. Het land sukkelde een tijdje door zonder enige organisatie, totdat er in de Conferentie van Berlijn besloten werd Leopold II de eigenaar te maken van de Congo vrijstaat. Leopold II was er, in tegenstelling tot de Portugezen, nooit op uitgeweest om de Congolese bevolking ook maar enigszins te steunen. Zijn rubberplantages maakten hem schathemeltje rijk, terwijl het volk uitgebuit werd uitgebuit. Dit liep echter uit op een schandaal waardoor de Belgische regering moest inspringen. Leopold II was nu niet langer meer de eigenaar van het gebied, maar onder Belgisch bewind had de bevolking het er niet beter op.

 

Na een lange onafhankelijkheidsstrijd was het land in 1960 toch eindelijk vrij. Dit ging niet zeker zonder slag of stoot en ook nu nog heeft het land te kampen met de uitwerking van het kolonialisme.

 

Alle koloniale invloeden die er in Congo zijn geweest hebben ervoor gezorgd dat het land aan de westerse beschaving heeft mogen proeven, maar dat het land het nooit helemaal heeft gekregen. Zorg, onderwijs en welvaart zijn in mondjesmaat in het land te vinden geweest, maar werd altijd overheerst door onderdrukking en slavernij. Het enige wat het Congo na al die jaren heeft opgeleverd is armoede en ellende. Want eeuwenlange slavernij en onderdrukking is nooit goed geweest, voor welk land dan ook.

 

 

'Comme un succube, l'Afrique pèse sur le repos de l'Europe.' Pastiche van het schilderij Le Cauchemar door J.H. Füssli. Op de achtergrond Europa's 'wespennesten' in Afrika. Overgenomen uit Lustige Blätter in Le Rire, 18-4-1896 Collectienr. 0049 ‘Comme un succube, l'Afrique pèse sur le repos de l'Europe.’ Pastiche van het schilderij Le Cauchemar door J.H. Füssli. Op de achtergrond Europa's ‘wespennesten’ in Afrika. Overgenomen uit Lustige Blätter in Le Rire, 18-4-1896 Collectienr. 0049 Britse oorlogspropaganda, 'Het offeren van een Juju meisje'. Insinuerende illustratie bij een artikel over de Ashanti's in de Illustrated Londen News, 29-11-1873. Collectienr. 2404
Britse oorlogspropaganda, ‘Het offeren van een Juju meisje’. Insinuerende illustratie bij een artikel over de Ashanti's in de Illustrated Londen News, 29-11-1873. Collectienr. 2404

 

Bronnenboek

 

Boeken: De Europeanenplaag, David Killingray; uitgeverij A.W.Sijthoff - Leiden

De kroniek van onze eeuw 1900 – 1909; uitgeverij Areopagus

Europa in de wereld, Een geschiedenis vanaf 1815; uitgever: Nijgh & Ditmar Universitair

Bron : http://www.scholieren.com/werkstukken/9511

Belangrijk!

De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk.

Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in.

Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat.

Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen Laat het ons