share this

SiteLock
L'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van Bost
Les chemins du congo
congo 1957-1966 Témoignage
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historique
Kasaï , rencontre avec le roi
Tussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en Congo
Leodine of the belgian Congo
Les éxilés d'Isangi
Guide Congo (Le petit futé)
Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul Daelman

auteur: Anna Coudenys Titel :Yaka Mama Drukkerij:Davidsfonds ISBN: 90 5908 043 2 Prijs: € 14,95 (223 blz.)

Met dank aan Jacques Thys voor de tip

Een vlot geschreven boek dat twee onderwerpen door elkaar verweeft. Het verhaal van de ontluikende volwassenheid van een meisje van 14. In die zin kan men het als een (uitstekend) jeugdboek aanzien. Maar het is meer dan dat want het verhaal speelt zich af in 1959 in Leopoldstad (Kinshasa) en geeft een zeer waarheidsgetrouw beeld van de menselijke reacties van de daar wonende Belgen op de nakende onafhankelijkkheid: racisten, idealisten, realisten, onverschilligen.... Allemaal wonderlijk scherp getekend door een schrijfster, die - alhoewel ze nooit in Congo geweest is- zich wonderwel heeft ingeleefd in de heel speciale wereld van de kolonisten van toen. 1959. Christine, veertien, is een kind uit de tropen. Congo is haar wereld. Een veilige wereld, ondanks de slangen, het voortdurend verhuizen en de knetterende ruzies van haar ouders. Maar er broeit iets in Belgisch Congo. Indépendance cha cha: de zwarten zingen en roepen om onafhankelijkheid in de straten van Leopoldstad. Veel blanke kolonisten keren terug naar huis. Christine wil liever blijven, zeker als ze Adam leert kennen. Stiekem ontmoeten ze elkaar aan het standbeeld van Stanley. Plots is er de onafhankelijkheid, chaotisch en onvoorbereid. Met de opstand van de zwarte soldaten breekt de hel los. Terwijl Congo wankelt, beleeft Christine haar eigen “indépendance” met Adam. Maar dan wordt ze de gevangene van een vijandige stad… Anna Coudenys schreef in dezelfde reeks de toekomstroman Goudmens. In Yaka mama geeft ze een knap sfeerbeeld van het laatste jaar van Congo als kolonie. Vol kleurrijke karakters en anekdotes. Over groeien naar volwassenheid, ontluikende verliefdheid en gruwelijke realiteit.Vanaf 15 jaar

Even meelezen :

Vlak voor de lessen van de namiddag begonnen, om half drie, blies Révérende Mère verzamelen voor alle externe leerlingen op de grote speelplaats. In de loden middaghitte leek haar witgekapte hoofd buitenaards te stralen toen ze zich boven aan de trappen posteerde. Een plotse windstoot deed de zijvleugels van haar kap wapperen. "Straks stijgt ze op," fluisterde Lieve. Maar niemand waagde het om zelfs maar de mondhoeken te vertrekken. "Aangezien zuster Laetitia en zuster Maria Josepha naar het moederhuis in België worden teruggeroepen, eindigen de lessen toekomende maandag om 15uur30. U krijgt allen een brief mee, te ondertekenen ter kennisname door uw vader en moeder." Ze sprak elke lettergreep nadrukkelijk uit; alsof ze bang was dat er ook maar één klinker zou verloren gaan. Pas toen de poort achter Révérende Mère was dichtgevallen, barstte het geroezemoes los. "De andere zusters gaan die twee uitzwaaien op het vliegveld, daarom stoppen ze vroeger!" "Het moederhuis, is dat niet waar je gaat om kindjes te kopen?" "Konden ze ons dan niet meteen de hele namiddag vrij geven?" Het was Lieve die haar op het idee bracht. "Ik onderteken de brief zelf," beweerde ze met veel bravoure. "Dan heb ik één uur waarop ik kan doen wat ik wil." De andere meisjes giechelden met rode hoofden. "Ik durf wel hoor!" Magda zou het ook gedurfd hebben. Christine liet de brief in haar tas zitten maar sprak er met niemand over, ook niet met Lieve. "Vergeten, ma soeur, excuseert u mij," zou ze maandag onderdanig mompelen en een uitbrander krijgen. En de brief toch laten ondertekenen. Want zelf handtekeningen zetten, dat durfde ze niet. Maar de zuster van dienst kwam op maandag de brieven niet ophalen. Een uur vrijheid! Ze zou eindelijk het graf van Magda kunnen gaan opzoeken. Moeke wilde er nooit naartoe gaan. "Ik kan er niet tegen," beweerde ze. Christine keek uit naar Lieve. Zou het bij haar gelukt zijn? De moeder van Lieve stond aan de schoolpoort te wachten. Dan was er toch iets misgelopen met de vervalste handtekeningen. De schoolbus stond ook klaar. Ze deed teken naar de begeleidster: "Mijn moeder komt me afhalen!". Snel de hoek om. Vanachter de muren van het jongenscollege schreeuwden stemmen, knalden ballen. De pater die het hekken bewaakte, staarde haar aan. Ze liep snel door, zwaaiend met haar schooltas. Eenmaal aan het kruispunt rukte ze het schoolhoedje van haar hoofd en propte het in haar tas. Victoire stond weer aan de overkant van de boulevard - alléén deze keer. Ze had haar kousen en schoenen al afgedaan en haar bloesje uit haar rok gehaald en vastgeknoopt juist boven haar navel. Ze knikte Christine welwillend toe, alsof ze het niet meer dan normaal vond dat die haar opzocht. "Kabasele en African Jazz trekken vannamiddag door de straten van de cité," ratelde ze enthousiast in het Frans. "Ga je mee kijken?" "Die "je" was er te veel aan. Wat dacht dat zwarte kind wel? "Ik ga naar het graf van Magda," zei Christine in het koele Nederlands. "Laat me met rust!" "Oh." Victoire sloeg haar ogen neer, zoals Christine haar al zo vaak had zien doen op school als ze op haar donder kreeg. Dat maakte de zusters razend. "Kijk naar me als ik tegen je spreek! Heb je me verstaan! Antwoord dan!" Hoe harder ze schreeuwden, hoe dieper Victoires hoofd zonk. Nu niet meer. Sinds vorige week keek ze terug. Ze had weer dat kleurige enkelbandje aan. Christine had graag willen weten tegen welke ziekte het Victoire dan wel beschermde. Magda zou het haar zonder nadenken gevraagd hebben. Magda zou het niet erg gevonden hebben dat Victoire "jij" zei in plaats van "u". "Ik ga naar het graf van Magda," herhaalde ze in het Frans. Victoire keek op met een zwak glimlachje. "Ik moet dezelfde kant uit." Christine liep enkele passen achter Victoire aan, zodat niemand zou denken dat ze bij elkaar hoorden. Victoire danste op haar blote voeten over de hete betonplaten. Pas in het mulle zand van het kerkhof ging ze langzamer lopen. Ze ging Christine voor naar Magda's grafje alsof ze haar persoonlijke gids was. Toen Christine haar handen vouwde, wipte Victoire als een sprinkhaan op en neer. "Je mag niet stilstaan, want anders komt Magda's geest… Je moet bewegen bij een graf …" Ze keek smekend, wachtend op een verlossend gebaar van Christine. Op het witte kruisje hing een klein ovalen fotootje van Magda. Ze staarde langs Christine heen in Victoires ogen. Victoire was belangrijk geweest voor haar. Ze had haar mee naar huis genomen, ze had haar een jurk gegeven. Kijk ook naar mij, Magda! "Ik moet gaan, ik moet gaan, ik moet gaan." Er klonk paniek in Victoires stem. "Ik ga mee," hoorde Christine zichzelf zeggen. Victoire giechelde van opluchting. "Mee?" "Ja, je ging toch iets speciaals doen?" "Naar Kabasele kijken, ken je Kabasele? Hij is een zanger. Ze noemen hem ook Kale. Hij heeft de Indépendance Chacha gecomponeerd. Ken je de Indépendance Chacha?" Victoire ratelde onophoudelijk. Ze liet haar schooltas bij Magda's graf achter. Magda zou erover waken. Over de kapotte prikkeldraad naar de rivier. Er was een brugje van wankele houten planken waarover Victoire zich moeiteloos voortbewoog. Voorbij een breed stuk braakland, waar viezigheid rondgestrooid lag tussen autowrakken en resten van vuurtjes, begon de zwarte stad. Onmiddellijk was ze omsingeld door zwarte haveloze jongetjes die opdringerig rond haar drumden, joelden en schreeuwden. De brutaalsten raakten haar rok aan, haar bloes, trokken aan haar haar. Ze rukte zich los en zocht bescherming bij Victoire die de kinderen met scherpe kreten wegjoeg. Hier was zij de baas. "Ze hebben nog nooit een blanke van zo dichtbij gezien!" Ze lachte om Christines paniek. "Ze willen alleen maar voelen of je wel echt bent!" De kinderen bleven hen achtervolgen als wilde hondjes. "Mam'zelle! Mam'zelle! Cadeau! Cadeau!" Op de brede, geasfalteerde hoofdstraat had zich al een erehaag gevormd. Victoire nam Christine bij de hand en ze drongen naar voren tussen de wachtenden tot ze geperst zaten in de massa en niet meer voor- of achteruit konden. Hier was er niemand die op haar lette. Zo weinig blank in een zee van zwart. Een knagende zeurderige pijn in haar onderbuik. Een jakkerende jachtige pijn die ervoor zorgde dat ze niet kon blijven stilstaan. Ze wipte van haar ene been op het andere, drukte haar handen tegen haar buik. De pijn spreidde zich open in een knellende band om haar rug. De rekker van haar rok sneed in haar vel. Opeens werd ze vooruitgestuwd door de drummende massa rondom haar. Victoire wees. "Daar zijn ze, daar zijn ze!" Ze ging op haar tenen staan maar zag niets dan bezwete witte hemden, kroezige zwarte hoofden. "Zie je ze? Daar is Kale!" Vanuit de verte naderde het koperen geblekker van een trompet. Tararatietarara…Ze herkende het melodietje van op de radio. Als in gang gezet door een onzichtbare dirigent, klonk het uit duizend monden tegelijk: Indépendance Chacha… Christine hoorde zichzelf meezingen. Ze kende de woorden nauwelijks, maar dat deerde niet… "On a gagné…Table ronde…Lumumba…… Kasa Vubu…." Ze ving een glimp op van wuivende zwarte mannen met kleurige kostuums in een Amerikaanse slee met open dak. Op de motorkap zat de trompettist die zijn wangen bol blies. Toen de auto voorbij was, rende de massa er achteraan. Victoire en Christine bleven achter. Victoire staarde haar aan, alsof ze haar nu pas goed zag. Zag wie ze was: een blank kind dat niet in haar stad thuishoorde. "Nog vier maanden," zei ze opeens. "Nog vier maanden en Congo is van ons alleen. Nog vier maanden en we kunnen in de supermarkt van Nogueira rondwandelen met een karretje zoals de blanken, in plaats van aan te schuiven aan een vuil loket achter in de winkel en te moeten aanwijzen wat we willen. Nog vier maand en we mogen zwemmen in jullie zwembaden en een koffie drinken in hotel Regina en bediend worden door de blanken…nog vier maanden…" "Moet ik dan weg?" Het klonk zielig, verontschuldigend. "Jij niet. Die andere blanken, de slechte blanken moeten weg. De blanken die onze vrienden zijn, mogen blijven." Waren papa en moeke goede blanken? Moeke misschien wel omwille van Benoît en haar zwarte ziel, maar papa? "Kom mee naar de Noir-Blanc, Kale treedt er straks op. Als we nu al gaan, raken we zeker nog binnen." "Ik moet naar huis." Victoire keek haar niet-begrijpend aan. "Mijn ouders weten niet dat ik hier ben. Ze denken dat ik nog op school zit." Victoire haalde haar schouders op. Voor haar was dat alledaagse kost. "Wat doet het er toe? Kom nu mee!" "Ik kan niet, ik mag niet." "Blanke meisjes mogen niets." Victoire wuifde haar weg, keek al om zich heen naar andere bekende gezichten. "Tot morgen?" "Ja, ja, tot morgen." Het klonk niet overtuigd. Victoire had belangrijkere dingen te doen. De stoffige straatjes waarlangs Christine zich aarzelend een weg zocht, lagen er verlaten bij. Geen straten om als blank meisje door te lopen. Maar er was niemand om haar aan te staren of na te roepen. Ze was opgelucht toen ze eindelijk de rivier terugvond. België begon met de lange rijen deftige doden onder de dansende palmen. Waar waren de zwarte doden begraven? Ze had er geen benul van. Toen ze haar tas vanachter Magda's graf vandaan haalde, kwam de pijn in haar onderbuik in alle hevigheid terug. Voor de ingang naar het kerkhof stond een bankje. Ze zette zich neer, snakkend naar adem. Een wagen toeterde en stopte. Ze keek op. Een politiewagen. Een arm wenkte ongeduldig. Ze herkende Magda's vader, Tala te Jef. Zou ze hem zeggen: Ik ben ook een Tala te, zie je dat niet? "Stap in, ik breng je naar huis.". "Niets zeggen tegen papa en moeke alstublieft, nonkel Jef!" Ze had de woorden nog maar uitgesproken of ze besefte hoe stom dat was. Nu had ze pas echt de aandacht op zichzelf getrokken. "Is er iets gebeurd?" Ze schudde het hoofd. Maar het wantrouwen van de politieman had de bovenhand gekregen. Hij snoof nadrukkelijk. Herkende hij de geur van de zwarte stad? "Waar kom je vandaan? Toch niet uit de zwarte wijken? Ik reed er net naartoe. Ze zeggen dat er weer een massa volk op straat is gekomen…" Ze schudde nog eens van nee. Hij fronste de wenkbrauwen maar vroeg niets meer. Pas toen ze halt hielden voor haar huis, sprak hij opnieuw. "Als je mijn dochter was…." En heftiger: "Als Magda nog leefde… ik stuurde haar meteen terug naar België. Voorgoed!" "Magda zou niet gewild hebben," hoorde ze zichzelf met grote stelligheid zeggen. Hij klemde zijn handen om het stuur en keek niet meer opzij tot ze uitgestapt was. Voor het donker thuis, dat was het sleutelwoord van haar vrijheid. Toen ze om halfzes de barza opsloop om onopvallend in de woonkamer te gaan zitten, stelden moeke en papa geen vervelende vragen. Als nonkel Jef nu maar zweeg. Als moeke maar niemand van de school tegenkwam. Als. Als. Als. Papa keek even op van zijn krant. "Wat is er, je ziet zo wittekes?" Moeke snoof. "Je stinkt. Ga je wassen." "Te veel zwartekes op de bus," becommentarieerde papa. "Dat komt ervan, van die gemengde scholen." "Ik ben met nonkel Jef meegekomen," zei ze waarheidsgetrouw. Moeke zuchtte en legde haar naaiwerk neer. Ze fronste naar de treuzelende Christine. "Wat is er met je aan de hand?" "Ik heb heel erge buikpijn," fluisterde Christine. "Ik denk dat ik eh…" Moeke sprong op. "Wat zegt ze?" Papa keek wantrouwig bij die plotse commotie. "Iets tussen vrouwen! Lees jij maar je gazet!"