Meelezen in het boek van Zoals de zee een zandkasteel

De afwezigen door Jessy Maesen

Auteur Jessy Maesen

Biographie Jessy Maesen:

Voor de website congo-1960 heeft Jessy Maesen mij de toelating gegeven om haar boek "Zoals de zee een zandkasteel" te delen met jullie. Het verhaal speelt zich af in Congo vanaf hoofdstuk V met het vertrek naar Congo. De vorige hoofdstukken ga ik hier niet plaatsen: zij behandelen het leven in België maar hier kan je wel kennis maken met de hoofdfiguur Josepha waar vele kinderen zich in zullen herkennen, zowel die van België als zij die leefden in Belgisch Congo. Het hele boek is beschikbaar via knaepen-moens(at)telenet.be in pdf formaat. . Gelieve te mailen naar bovenstaand adres indien u het boek wenst te ontvangen in pdf formaat.

Hieronder uittreksels van het boek : Zoals de Zee een Zandkasteel

De afwezigen

Nog drie jaar voor ik ze allemaal weerzie,

dacht Josepha terwijl ze zichzelf wiegde op de enige schommel van de pouponnière.

Guy en Jeanne waren ook op de boot, en verveelden zich al even erg als de andere kinderen. Ik heb geen zin om te spelen, zei Josepha als Guyhaar voorstelde hun toneelspelletjes van voor zes maanden verder te zetten... Het interesseerde haar niet, ze had het veel te druk met het ontwarren van de tegenstrijdige gevoelens die in haar woelden: verdriet om al wie ze achtergelaten had, en blijdschap omdat ze haar vriendjes ging weerzien. Bij het afscheid, enige dagen geleden, had ze zich flink proberen te houden. Het was haar gelukt tot Oma haar als laatste een kus gaf. Toen hadden de tranen de overhand gekregen. Het was haar opgevallen hoe het gezelschap uit Leuven zich op een aanzienlijke afstand van dat uit Brussel had opgesteld. Ze hadden elkaar zelfs niet begroet. Alleen tante Mich was even de hand van Oma en Oompje komen drukken. Oma had toen haar lippen op een eigenaardige manier op elkaar geperst... De dagen op de “ville-boat" verliepen eentonig. Dat vond Josepha deze keer niet erg: als ze maar zorgde dat ze elke morgen en middag als eerste de schommel inpalmde, was ze tevreden. Het kon haar niet schelen dat sommige kindjes kwaad waren, omdat ze er ook op wilden. Ze beschouwde dat schommelen als een recht. Het regelmatige ritme van het speeltuig hielp immers om haar herinneringen te ordenen. En ze voelde goed dat zo lang ze aan hen dacht, de afwezigen uit België nog bij haar waren. Net zoals ze al een beetje bij Robert en Innocent was als ze in zichzelf herhaalde: "Ik kom eraan, Robert! Ik kom eraan, Innocent." Jij bent een saaie geworden, zei Guy meer dan eens. Ik denk dat ik Jeanne als verloofde neem. Doe dat dan maar, antwoordde Josepha Je komt morgen toch naar de doop kijken? probeerde hij nog. Ja, ja, zei Josepha en ze vroeg zich af wie er wel gedoopt zou worden Ze bedoelen niet een gewoon doopsel, legde papa de volgende morgen bij het ontbijt uit. De mensen die voor het eerst de evenaar passeren moeten proeven ondergaan. Dat noemt men ook een doop. Josepha had al over de evenaar geleerd: een lijn die door het midden van het aardoppervlak was getrokken. Maar hier, midden in de zee zag je die toch niet? Hoe wist je dan dat je ze overschreed? Mag ik ook gaan kijken? Guy en Jeanne gaan ook.

Goed dan, besloot papa Het werd een heel eigenaardig schouwspel. De passagiers zaten op het dek te kijken naar mannen en vrouwen in badpak die een voor een werden besmeurd met verf, nat gespoten, geblinddoekt, of die zich moesten voortbewegen op handen en knieën. Bijna allemaal werden ze aan een stoel vastgebonden en kregen ze zaken - die er uitzagen als drollen en pipi - te eten en te drinken.

De toeschouwers lachten, riepen... Josepha vond het walgelijk. Maar toch voelde ze tegelijk soms kriebels in haar buik. Toen een jonge man - ze schatte hem even oud als Oompje - aan de beurt was, werd ze even bang dat het slecht zou aflopen. Hij moest door een nogal nauwe buis kruipen, tegen een waterstraal die er aan het andere uiteinde werd ingespoten. Josepha zat op het puntje van haar stoel. Hij gaat dood, fluisterde ze tegen mama Het lukt hem wel. De andere passagiers moedigden hem luidruchtig aan. En ja, eindelijk kwam hij uit de buis gesukkeld, druipend, hijgend maar lachend.

Josepha kon maar niet begrijpen wat de mensen aan dat gedoe vonden, zelfs als ze er ook dat aangenaam gevoel in de buik van kregen. Moeten jullie ook gedoopt worden? vroeg ze aan papa Goddank, nee! De eerste keer dat wij de evenaar passeerden was met het vliegtuig. En was er dan niet zo'n doop op het vliegtuig? Nee hoor. Josepha voelde zich opgelucht. Ze kon de idee dat haar ouders zo voor iedereen vernederd werden - want dat was het toch - niet verdragen. En tegelijk besefte ze dat ze zich niets meer herinnerde van die eerste reis. In de speelzaal hadden de kinderen het al enkele dagen over het kinderbal, maar Josepha mengde zich niet in de gesprekken. Deze keer won Guy, als zeerover. En hij danste de hele tijd met Jeanne, die nu z'n verloofde was. Zes maanden geleden had Josepha werkelijk gedacht dat Guy haar het leukste meisje op de boot vond. En, al wist ze nu wel dat wat de kinderen "verloofde" noemden niet hetzelfde was als wat mama en Oma ermee bedoelden, ze voelde zich een beetje gekrenkt Als Robert ooit mijn verloofde wordt, dan zal het wel voor goed zijn, nam ze zich voor. En ze begon opnieuw in zichzelf te herhalen: "Ik kom eraan, Robert. Ik kom eraan, Innocent." Ze werd voor het eerst misselijk toen het zo hevig ging stormen dat de tafels en de stoelen in het restaurant aan de vloer werden vastgeklonken en de golven langs alle kanten over de reling sloegen. Mama kon niet verbergen dat ze een beetje bang was. maar Josepha voelde geen angst. Ze wist dat de boot niet zou vergaan. Ze moest immers haar vrienden weerzien! En toen de boot eindelijk Matadi binnenliep, maakte een warm gevoel zich van baar meester. Ze herkende de loodsen, de hijskranen, de roestige vrachtwagens afgeladen met Congolezen, en daarboven de ronde, rotsige heuvels, de huizen her en der verspreid, de witte wolken in de helblauwe lucht. Ik ben thuis! dacht ze. Maar zo snel ging dat niet. De vrienden die hen waren komen verwelkomen drongen er op aan eerst iets te gaan drinken in de “Guesthouse". Al was ze blij de koopmannen met hun witte kleren en de palmbomen op de binnenplaats weer te zien, toch verlangde Josepha maar een ding: zo snel mogelijk naar Soyo gaan. Waarschijnlijk zat Innocent al op hen te wachten. 0, wat zou ze hem stevig knuffelen! Ernest hief het glas: Op jullie terugkomst! En dan, tegen mama: En op je kookkunst. Je hebt die Innocent goed opgeleid, zeg. Het is heel eenvoudig: ik hou hem! Maar..., begon mama. Niets te maren... Een vrijgezel heeft nou net zo'n boy nodig. Het is al afgesproken. Ik wist wel dat je zou akkoord gaan. Hij zorgt dat z'n broer bij jullie komt, dan kan je die even goed leren koken en strijken. Josepha voelde zich plots duizelig worden, en dat kwam niet door de hitte! Dat kon toch zo maar niet, wat Ernest deed? En waarom had Innocent niet geweigerd? Hij wist toch dat ze zouden terugkomen? Papa zei: Dat is niet mooi, Ernest, zo gebruik maken van het opvoedkundig talent van m’n vrouw! Zo lang hij maar niet van een ander talent gebruik maakt, zei de papa van Denise. Haar mama keek sip, maar alle anderen begonnen te lachen. Josepha begreep de grap niet. Hou toch op met jullie gezwam, wou ze roepen. Maar ze hield zich in. Je mocht de grote mensen niet onderbreken als ze in gesprek waren... Ach, zei Ernest, en legde zijn arm rond mama's schouder, dat zou ik niet durven. Maar Innocent hou ik, neem het mij niet kwalijk. Je moest maar niet zo' n parel van hem gemaakt hebben. Papa stak langzaam een sigaar op. Je zal Innocents broer ook wel alles in een mum van tijd leren, zei hij tegen mama. En lachend: Misschien kan je een opleidingsschool voor boy's oprichten! Josepha kookte van binnen. Ze wou Innocent, niet zijn broer. Hoezeer ze ook haar lippen op elkaar perste, baar vuisten balde, ze kon niet verhinderen dat de tranen over baar wangen rolden. Wat is er? vroeg mama die het zag. Ik wil Innocent. Maar je zal hem nog zien, Josepha. Ik woon nu in een dag-en-nacht buis, dat is niet zo ver! suste Ernest. Hij is toch maar een boy! merkte de mama van Denise op. En Ernest zei al lachend tegen papa: Jouw dochter valt voor de charmes van de inlanders, me dunkt! Grote mensen kunnen wel veel wartaal verkopen, dacht Josepha. Maar begrijpen doen ze niets!

Goed dan, besloot papa Het werd een heel eigenaardig schouwspel. De passagiers zaten op het dek te kijken naar mannen en vrouwen in badpak die een voor een werden besmeurd met verf, nat gespoten, geblinddoekt, of die zich moesten voortbewegen op handen en knieën. Bijna allemaal werden ze aan een stoel vastgebonden en kregen ze zaken - die er uitzagen als drollen en pipi - te eten en te drinken. De toeschouwers lachten, riepen... Josepha vond het walgelijk. Maar toch voelde ze tegelijk soms kriebels in haar buik. Toen een jonge man - ze schatte hem even oud als Oompje - aan de beurt was, werd ze even bang dat het slecht zou aflopen. Hij moest door een nogal nauwe buis kruipen, tegen een waterstraal die er aan het andere uiteinde werd ingespoten. Josepha zat op het puntje van haar stoel. Hij gaat dood, fluisterde ze tegen mama Het lukt hem wel. De andere passagiers moedigden hem luidruchtig aan. En ja, eindelijk kwam hij uit de buis gesukkeld, druipend, hijgend maar lachend. Josepha kon maar niet begrijpen wat de mensen aan dat gedoe vonden, zelfs als ze er ook dat aangenaam gevoel in de buik van kregen. Moeten jullie ook gedoopt worden? vroeg ze aan papa Goddank, nee! De eerste keer dat wij de evenaar passeerden was met het vliegtuig. En was er dan niet zo'n doop op het vliegtuig? Nee hoor. Josepha voelde zich opgelucht. Ze kon de idee dat haar ouders zo voor iedereen vernederd werden - want dat was het toch - niet verdragen. En tegelijk besefte ze dat ze zich niets meer herinnerde van die eerste reis. In de speelzaal hadden de kinderen het al enkele dagen over het kinderbal, maar Josepha mengde zich niet in de gesprekken. Deze keer won Guy, als zeerover. En hij danste de hele tijd met Jeanne, die nu z'n verloofde was. Zes maanden geleden had Josepha werkelijk gedacht dat Guy haar het leukste meisje op de boot vond. En, al wist ze nu wel dat wat de kinderen "verloofde" noemden niet hetzelfde was als wat mama en Oma ermee bedoelden, ze voelde zich een beetje gekrenkt Als Robert ooit mijn verloofde wordt, dan zal het wel voor goed zijn, nam ze zich voor. En ze begon opnieuw in zichzelf te herhalen: "Ik kom eraan, Robert. Ik kom eraan, Innocent." Ze werd voor het eerst misselijk toen het zo hevig ging stormen dat de tafels en de stoelen in het restaurant aan de vloer werden vastgeklonken en de golven langs alle kanten over de reling sloegen. Mama kon niet verbergen dat ze een beetje bang was. maar Josepha voelde geen angst. Ze wist dat de boot niet zou vergaan. Ze moest immers haar vrienden weerzien! En toen de boot eindelijk Matadi binnenliep, maakte een warm gevoel zich van baar meester. Ze herkende de loodsen, de hijskranen, de roestige vrachtwagens afgeladen met Congolezen, en daarboven de ronde, rotsige heuvels, de huizen her en der verspreid, de witte wolken in de helblauwe lucht. Ik ben thuis! dacht ze. Maar zo snel ging dat niet. De vrienden die hen waren komen verwelkomen drongen er op aan eerst iets te gaan drinken in de “Guesthouse". Al was ze blij de koopmannen met hun witte kleren en de palmbomen op de binnenplaats weer te zien, toch verlangde Josepha maar een ding: zo snel mogelijk naar Soyo gaan. Waarschijnlijk zat Innocent al op hen te wachten. 0, wat zou ze hem stevig knuffelen! Ernest hief het glas: Op jullie terugkomst! En dan, tegen mama: En op je kookkunst. Je hebt die Innocent goed opgeleid, zeg. Het is heel eenvoudig: ik hou hem! Maar..., begon mama. Niets te maren... Een vrijgezel heeft nou net zo'n boy nodig. Het is al afgesproken. Ik wist wel dat je zou akkoord gaan. Hij zorgt dat z'n broer bij jullie komt, dan kan je die even goed leren koken en strijken. Josepha voelde zich plots duizelig worden, en dat kwam niet door de hitte! Dat kon toch zo maar niet, wat Ernest deed? En waarom had Innocent niet geweigerd? Hij wist toch dat ze zouden terugkomen? Papa zei: Dat is niet mooi, Ernest, zo gebruik maken van het opvoedkundig talent van m’n vrouw! Zo lang hij maar niet van een ander talent gebruik maakt, zei de papa van Denise. Haar mama keek sip, maar alle anderen begonnen te lachen. Josepha begreep de grap niet. Hou toch op met jullie gezwam, wou ze roepen. Maar ze hield zich in. Je mocht de grote mensen niet onderbreken als ze in gesprek waren... Ach, zei Ernest, en legde zijn arm rond mama's schouder, dat zou ik niet durven. Maar Innocent hou ik, neem het mij niet kwalijk. Je moest maar niet zo' n parel van hem gemaakt hebben. Papa stak langzaam een sigaar op. Je zal Innocents broer ook wel alles in een mum van tijd leren, zei hij tegen mama. En lachend: Misschien kan je een opleidingsschool voor boy's oprichten! Josepha kookte van binnen. Ze wou Innocent, niet zijn broer. Hoezeer ze ook haar lippen op elkaar perste, baar vuisten balde, ze kon niet verhinderen dat de tranen over baar wangen rolden. Wat is er? vroeg mama die het zag. Ik wil Innocent. Maar je zal hem nog zien, Josepha. Ik woon nu in een dag-en-nacht buis, dat is niet zo ver! suste Ernest. Hij is toch maar een boy! merkte de mama van Denise op. En Ernest zei al lachend tegen papa: Jouw dochter valt voor de charmes van de inlanders, me dunkt! Grote mensen kunnen wel veel wartaal verkopen, dacht Josepha. Maar begrijpen doen ze niets!

 

Nog enkele meelezertjes

De afwezigen | Jeugdbeweging | Vlucht | Het boek en de aap | De geboorte van Michele


Mijn geprefereerde boeken van de auteur :

1 - Zoals De Zee Een Zandkasteel
2 - Een boom voel ik mij
3 - De ivoren Toren

Ik werd geboren op 22 november 1949, studeerde Romaanse filologie aan de KUL, ben getrouwd met Roger Knaepen met wie ik drie kinderen heb en woon sinds 1999 in Heers.

Toen ik vier jaar was, vertrok ik met mijn ouders naar Congo. Daar leerde ik schrijven en lezen… in het Frans. Er ging een wereld voor mij open: lezen en schrijven werden een dagelijkse bezigheid. Ik had er echt nood aan om mijn eigen wereld te 'herscheppen'. Maar al die schrijfsels van me belandden steevast in een la. Tot mijn echtgenoot en kinderen mij vroegen waarom ik in het Frans bleef schrijven. Daar was ik nog nooit blijven bij stilstaan. En toen ben ik beginnen vertalen wat ik had geschreven kort nadat we in 1960 uit Congo terugkwamen: mijn herinneringen aan mijn kinderjaren (dus geen fictie).

Het resultaat vonden de kinderen zo interessant dat ik daar een roman (wel fictie dus) van heb gemaakt en op hun aandringen heb ik die tekst naar de uitgeverij Zuid & Noord gestuurd. Zo werd in 1994 mijn eerste boek geboren: 'Zoals de zee een zandkasteel'.
In 1996 volgde, bij dezelfde uitgeverij, 'Incubi', een wat mysterieus verhaal over mensen die energie aftappen bij hun medemensen.
In 1999 gaf Zuid & Noord mijn 'Een boom voel ik mij' uit, een incestverhaal geïnspireerd door het dagboek van een van mijn leerlingen. In Antwerpen, waar we destijds woonden, staat een huis dat me toen fel intrigeerde.
In 1997 'infarcteerde' (zo zeggen dokters dat!) Roger. Dat accident en dat huis zijn het vertrekpunt geweest voor de roman 'De ivoren toren' die in 2001 verscheen.
In 2004 verscheen 'Marraine', mijn herinneringen aan mijn grootmoeder, een bewerking van een tekst die ik 1983 in het Frans schreef vlak na haar overlijden.
Tussendoor, in 2000, heb ik samen met anderen (waaronder onze zoon Hendrik) een bundel korte verhalen en gedichten uitgegeven: 'Tropengeur en regenbogen'.
In 2007 verscheen bij Free Musketeers 'In de schaduw van de moerbeiboom' een verhaal geïnspireerd door het prachtige Haspengouw, de streek waar ik woon sinds 1999.
En in 2009 kwam bij dezelfde uitgever 'Bruce, 17 maanden uit mijn leven' uit, geschreven in samenwerking met mijn zus Bie: het dagboek van haar kater.


Zoals de zee een zandkasteel

[link]

Lees even mee ............... dit boek is uitverkocht wenst U een exemplaar?
dan kan U best contact nemen met de auteur via mail

Nog drie jaar voor ik ze allemaal weerzie, dacht Josepha terwijl ze zichzelf wiegde op de enige schommel van de pouponnière. Guy en Jeanne waren ook op de boot, en verveelden zich al even erg als de andere kinderen. Ik heb geen zin om te spelen, zei Josepha als Guy baar voorstelde hun toneelspelletjes van voor zes maanden verder te zetten...

Prachtig geschreven het boek is dus geschreven naar aanleiding van haar dagboek die ze schreef als kind in de belgische kolonie - fictie en non fictie verweven in één boek.

Boeken melden voor de lezers van congo 1960Uw boek melden in de rubriek boeken ?

Stuur een tekst van minium 2 pagina's A4 bij voorkeur in een word document.

Stuur ook een afbeelding van je cover en achterflap van je boek via mail naar : congo-1960.

Bericht voor de uitgevers en of auteurs.

 

Boeken congo 1960Heeft U een interessant boek gelezen ?

Stuur ons uw info en of link door via mail of sociale media.

Of stuur ons uw opinie over het boek en beveel deze aan onze lezer van de website.

mail : congo-1960

Dat is alles ..

 

SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright | Agenda  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine