SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

 

Er brak paniek uit en de blanken wilden weg

Het terrein van het Labo TP in Kisangani. Het is het test tuig voor grote beton pijpen dat we op het Lab zelf bouwden'. Als opzichter Openbare Werken woonde ik toen met mijn vrouwtje en onze twee in "de Congo" geboren kindjes in Kisangani (Stanleyville). Ons zoontje was toen 3 1/2 ons dochtertje amper een half jaar oud. Na de eerste onlusten in Kinshasa onmiddellijk na de onafhankelijkheid bleef alles tamelijk kalm in Kisangani maar niet voor lang en de uittocht van de blanke bevolking over de luchthaven begon. Ondertussen was er een flink Ethiopisch Verenigde Naties contingent aangekomen in Kisangani onder de leiding van Ierse officieren. In jeeps met het logo ONU werd de stad gepatrouilleerd en de luchthaven bewaakt. Het is dan ook rond die periode dat ik mijn gezin naar de luchthaven bracht voor repatriatie naar België via Usumbura in het toenmalige nog onder Belgisch controol Ruanda en Urundi. Persoonlijk had ik beslist de kat uit de boom te kijken en te trachten mijn normale werkzaamheden als technicus op het lab voor "grond mechanica-Openbare werken te hervatten". Dit werd later onmogelijk vermits de uittocht van de blanken bleef duren en de meeste industries langzaam tot stilstand kwamen.

Stanleyville

Sommige dagen was de paniek onder de blanke "vluchtelingen" die uit het binnenland der provincie kwamen, zo groot dat bijna splinter nieuwe wagens te koop werden aangeboden voor spotgoedkope prijzen, net voor hun eigenaars op het vliegtuig stapten. De situatie was gek rond die tijd, de banken waren nog open, het post bureel werkte nog, de zwarte politie handhaafde nog orde. Ik had b.v. een niet meer werkende radio aan een zwarte werker van het lab gegeven, die wou het hebben als meubelstuk. Dezelfde avond kwam de zwarte politie met hem aan de deur en vroeg me of ik die radio werkelijk aan hem gegeven had ! U had hem een bewijs moeten meegeven was de commentaar der politie, dan hadden we hem niet gearresteerd ! Een Waalse vriend die al vertrokken was had me zijn Duitse scheper in bewaring gegeven, die verzond ik later per vliegtuig na, voor een sanitaire behandeling van het dier in het toen nog werkende dieren hospitaal van de stad ! Op die dag ontmoette ik een Amerikaans vrouwtje, de echtgenote van een Amerikaanse dokter-missionaris. Ze stond te wenen toen ze me in 't engels vertelde dat haar man zopas gestorven was van een normale blinde darm ontsteking omdat er geen enkele dokter in het hospitaal was die het had kunnen behandelen. Ze kreeg toen plots een histerische woede aanval, "I hate all those blacks she cried, after all we did for them this is my award, a dead husband". Natuurlijk was dat niet "those blacks" fout, maar ik wist helemaal niet wat te zeggen. Zulks en meer tragedies gebeurden toen en gelukkig tevens ook aangename anecdote's. Maar om de fout van dit alles op de kortzichtigheid der Belgische politici te sturen is ook onzin. Frankrijk en Engeland hadden reeds hun kolonies toen onhafhankelijkheid gegeven. Portugal en België waren nog de enige restanten (en misschien ook de Spaanse Sahara). Met de USSR nog communistisch en anti koloniaal was de USA niet bepaald in een stemming van sympatie voor Belgie en Portugal, dus uiteindelijk waren het de grootmachten die "Uhuru" (Swahili voor vrijheid) teweegbrachten in Congo, Mozambique en Angola. Op vakantie in Belgie in 1959 na onze eerste driejaar term als koloniaal, herrinner ik me op 1 mei de parade op tv met pamfletten "VRIJHEID VOOR DE KONGOLEZEN" !!!! Persoonlijk ben ik zeer dankbaar dat België ons de gelegenheid gaf tot die onvergetelijke episode in ons leven, en voor het kleine België was het helemaal onmogelijk om een koloniale macht te blijven. Spijtig genoeg waren de werkelijke slachtoffers de Europese Kolonisten met hun koffie plantages, tropisch hout ontginners en andere kleine industrieën. Maar nog voornamer, de Congolese bevolking zelf. Gelukkig nochtans weet de huidige Congolese generatie niet hoe goed het was voor hen onder de "Belgische onderdrukking" Wat de kongolezen toen hadden en wat ze nu hebben daar wil ik graag op terugkomen in een volgende E-mail, maar een mooi prentje is het niet.

De straat van de luchthaven was vol met blanken en geinterresseerde Congolezen, maar tevens waren er ettelijke kongolese soldaten van de “Force public” die ietwat verbijsterd waren wegens de flinke aanwezigheid van de Verenigde Natie militairen, Ethiopiers met Ierse officieren. Iedere keer een groep vluchtelingen (meestal vrouwen en kinderen) het hoofdgebouw verliet op weg naar het vliegtuig begeleid door enkele VN soldaten begon de “mob” te schreeuwen : “Partez,ne retournez pas”. Als juist aangekomenen stonden we nog buiten het gebouw toen het tumult maar steeds de hoogte inging. Plots kwam het onverwachte en werd er in het frans afgekondigd dat de Force Public bevel gaf dat alle blanke mannen die geen reizigers waren het vliegveld complex moesten verlaten!

Ik ging natuurlijk niet mijn gezin aan hun lot overlaten en nam hen naar de overkant van de straat in een openstaande maar ledige motel kamer. Verwachtend dat de VN ook een woordje te zeggen hadden hoorden we even later dat enkel de echtgenoten bij hun familie blijven konden tot het opstijgen. Dus de Force Public had zijn woordje gehad. (hahaha)

Wat voor de Force frusterend was is het feit dat de voertaal der VN soldaten Engels was, ik had voordien al met de Ierse officieren en de Ethiopiers gesproken in het Engels en de "Force Publiekers" hadden dat al wel opgemerkt dus de Vlamingen die meestal toch een mondje Engels spreken, hadden al een voetje in de deur. (Geen minachtende gevoelens voor mijn Franstalige landgenoten gemeend, een van de weinige gebeurtenissen waarbij het een voordeel was Vlaming te zijn in Congo) Alles verliep normaal en toen mijn kroost veilig opweg was naar Usumbura bleef ik nog een poosje praten met een gewapende Ethiopier. Enkele meters van ons stond er een enorme grote Congolees van de FP die plots een koloniaaltje met EEN hand bij de keel greep en hoog in de lucht hield. De rede daarvoor weet ik niet maar als mijn Ethiopise soldaat niet onmiddelijk had ingegrepen en tevens zijn VN genoten niet had gewenkt.... dan was dat blank mannetje in zijn hand gelyncht geweest ! Mijn Ethiopische contact had me gevraagd of ik blanken kenden die hun wapens wilden verkopen, ik had toen twee geweren met ammunitie in huis. Dus ik nodigde mijn VN genoot uit voor een bezoekje aan mijn woning zo kon hij de wapens bekijken. Hij kwam dus met zijn VN wagen naar de “quartier des musiciens” en met die wagen geparkeerd bij mijn huis was het mijn hoop dat patrouilleerende FP’s dit zouden bemerken. Enkele biertjes en wat chit chat en mijn VN relatie was gemaakt. Enkele weken later verkocht ik hem een “rifle” met amunitie voor British pounds de andere behield ik als self defense. Een voordien vertrokken werkgenoot liet me een prachtige Duitse scheper achter (later opgestuurd per vliegtuig) die als bescherming naast mijn bed sliep. Mijn 9mm FN pistool onder mijn kopkussen en een geladen geweer in de kamer mijn filosofie was toen “als ze mij kapot schieten neem ik er enkele mee !” Misschien was ik toen wel een klein beetje gek wie weet.(lach) Maar eigenlijk echte schrik had ik niet. Nu kan ik me dat niet meer indenken ! Want de korte golf radio bleef er niet bemoedigend op.

Ik reed nochtans iedere morgen nog naar het “labo TP”(travaux public) dat was mijn job. Ik was er de enige overgebleven Europeaan en was er baas over een 6 tal zwartjes en een halfbloed. De verstandhouding onder elkander was perfect, maar er was geen werk meer, geen betonblokken en beton pijpen van fabricanten te testen, geen wegen compactie vooraleer asphalting te meten en geen grondmechanica projecten meer. Als ik er nu over nadenk heb ik echt medelijden met de kleine Congolese crew die met me op het “Laboratoire TP werkte” het waren eigenlijk specialisten opgeleid in het uitoefenen van verschillende Grondmechanica testen, een spiksplinter nieuwe wetenschap die zijn begin kende toen de VS in 1941-42 een baan maakte door Canada naar Alaska. Dit door totale wildernis en enkel gebaseerd op grond compactie zonder verharding. Niet zoals mezelf indien ik de anarchie kon overleven, waren die medewerkers totaal zonder toekomst. Mijn kongolese kok en huishouder kwam nog iedere dag alhoewel mijn gezin gelukkig reeds was vertrokken. Mijn was werd gedaan en hij bleef de uitstekende kok die hij was.

Op een morgen op weg naar het labo werdt mijn wagen gestopt door twee Force Publiekers (kongolese soldaten) die naar mijn identiteits papieren vroegen. Ik toonde hen dan mij kongolese “pas”en mijn Belgische en ze waren voldaan. Billi (twee) passeporti, musuri kabissa (zeer goed) was hun reactie in Swahili en ik mocht verder. Enkele dagen later werdt het duidelijk dat de soldaten op jacht waren naar ingebeelde spionnen en besloot ik zoveel mogelijk uit hun weg te blijven. Eenmaal opgepikt en spion verklaard weet men niet wat er kon gebeuren vooral als niemand meer van je wist. Ik ging niet zo dikwijls meer naar mijn “werk” en beeindigde het inpakken van koffers. Ik had geen zin om inboedel achter te laten en wat ik onbelangrijk vond gaf ik aan onze boy (huis houder) Rond die tijd kon men voor een prikje in Europese of USA valuta bijna splintenieuwe wagens kopen in de omgeving van de luchthaven. Ik had zelf al een auto van een vriend die met zijn gezin juist op verlof was in Belgie in mijn bezit. Die plande ik “begelijd” mee te nemen op de duwvaart boot naar Kinshasa en over Matadi naar Belgie. s’Avonds kwam ik vaak samen met twee van mijn geburen die tevens reeds hun kroost naar Europa hadden gestuurd, een was een dieren-arts uit Knokke de andere electro-technicus uit Geneve die op de Hydro electrische centrale van Kisangani werkte. Met veel biertjes (de locale brouwerij werkte nog op volle toeren) bespraken we dan het meestal onheilspellend nieuws over korte golf uit Kinshasa en de Bas Congo. In die verhouding voelden we ons eigenlijk veilig meestal dankzij de onbegrijpelijke goede verstandhouding tussen de Force Public (zonder Belgise officieren) en de VN. Langzaam maar zeker werden de korte golf rapporten over Kinshasa positief en voorspelde men een herstel van de Otraco life line over de “mighty Congo river” Tot mijn verbazing vond ik uit dat de spoorweg Kisangani-Ponthierville terug was opgestart terwijl de Congo rivier verscheping dat nog niet was en dus zende ik de meeste koffers over Ponthierville naar Lobito (Angola). Vier of meer koffers met persoonlijke inhoud; die arriveerden allen heel gewoon enkele maanden later in Antwerpen. De voordien verzonden koffers over Ponthierville kwamen dus de boot op in Lobito (Angola). Normaal vaarden de Congoboten op de terugweg eerst Zuid naar Lobito waar massas koper erts uit Katanga voor bestemming Antwerpen het ruim inging. Dat liep toen allemaal als een fluitje van een cent. Maar ja ik ben al te ver vooruit met mijn verhaal, met de koffers opweg naar Ponthierville die ik dacht nooit meer terug te zien ha ha, was ik nog steeds in Kisangani wachtend op de eerste rivierboot opkomst vanuit Kinshasa zoals me werdt verzekerd door Otraco en hun Congolese bedienden. Er was nog een skeleton crew Belgen op het hoofdbureel “Travaux Public” van Kisangani en vermits het nieuws in Congo vlug zijn weg vind langs de inheemse bevolking, had men op het bureel vernomen dat ik aanstalten maakte om te vertrekken. Op het labo had men dus een telefoontje gekregen van het Hoofdbureel TP om me zo vlug mogelijk aan te melden. Toen ik dat deed had ik een onderhoud met een Antwerpenaar die ik nooit voordien had ontmoet, hij was vermoedelijk wel een hoog geplaatste ambtenaar in de provinciale regering. Maar voor al die details was er geen tijd. Hij vroeg me om niet te vertrekken maar als technicus de skeleton blanke opzichters te vervoegen op de hydro-electrise centrale aan de locale Tshopo watervallen. Ik legde hem toen uit dat mijn technise A2 opleiding niet bepaald Electriciteit was maar meer Bouwkundig en mijn kennis van electriciteit te elementair was. Toch kon ik die sympathieke man niet overtuigen en scheen hij teleurgesteld over mijn weigering. Toen ik hem dan vertelde dat mijn vrouw en kinderen reeds in Belgie waren en mij eerste verantwoordelijkheid met hen lag, scheen hij het wel te begrijpen. Gezien de feiten die vier jaar later, 1964 in Kisangani plaats vonden moet ik toen wel de juiste beslissing genomen hebben. Maar dit toont wel aan dat er steeds mensen zijn die voet bij stek houden. In de USA zegt men : “When the going gets though, the though keep going”. Ik hoop dat die man geen slachtoffer werd tijdens de gebeurtenissen van 1964 in Kisangani, zo goed beschreven in het boek “111 days in Stanleyville” van de Amerikaanse schrijver David Reed. Rey De Neve