Gusta Van Der Pol:

De stockcar race van Leopoldstad.

Congo Reis Mar Del Plata
Het Donker Hart Van Afrika Ex-kolonialen over Ex-Belgisch Congo 25 jaar na de dipenda
© Getuigenissen verzameld door de auteur Gust Verwerft
Verschenen in het tijdschrift "DE POST" in 1985, ter gelegenheid van 25 jaar onafhankelijkheid. Niets uit deze webpagina mag op enigerlei wijze worden gekopieerd of vermenigvuldigd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de webcreator of de auteur. Ik dank Dhr Verwerft voor zijn toelating om te publiceren op de site. Indien uzelf een verhaal heeft geschreven over 1960 als reporter of journalist aarzel niet deze te laten publiceren op de website congo-1960.be Terug naar 25 jaar na de dipenda : Getuigenissen van : Jean, Ann, Madeleine, Ernest, Jos, Jack, Gusta, Piet, Gil en Bernard, Theo, Frans, Albert, Louis, André , René, Jan

Gusta Van Der Pol: De stockcar race van Leopoldstad.

De zwarten zagen verbaasd hoe de blanken vrijwillig hun auto’s in de vernieling reden.

Congo Reis Mar Del Plata

  • Die zwarte moedwilligheid begon hinderlijk te worden.
  • In onze exclusieve blanke wereld was voor de inboorlingen alleen plaats als huispersoneel.
  • Toch merkwaardig dat Jef Geeraerts in Congo de seksuele paradijzen heeft gevonden, waarnaar vele generaties kolonialen vruchteloos hebben gezocht”

Wij waanden ons in Antwerpen aan de Evenaar

De blanke kon in Congo, desgewenst een leven leiden met opvallend weinig contact met de zwarten. In de grote steden bijvoorbeeld. De koloniaal hield hier de hele tijd de illusie op dat hij, ondanks de verschroeiende evenaarszon, in een blanke stad van een blank land woonde.

Voor de kaders van Leopoldstad was hun woon- en werkgebied voldoende ruim om zo weinig mogelijk met de inboorlingen in aanraking te komen. Ze konden dagelijks hun kranten uit België lezen, met nieuws vanonder de kerktoren, en via de radio brachten de Werelduitzendingen het bewijs dat in België alles reilde en zeilde zoals voorheen. Op zondagmiddag was het voor de blanken in de Congolese hoofdstad een vast ritueel om naar de sportuitzendingen van de Belgische radio te luisteren. De goals van Rik Coppens en Jef Mermans werden 'live' opgediend, bij een koel glas Primusbier. Een sfeertekening die we onthouden uit het verhaal van Gusta Van der Pol, uit de middenstad van Antwerpen. Zij is de weduwe van de notoire Belgische snelheidsduivel Jean Van der Pol die zich in mei 1959 te pletter reed na een course de côte , een klim koers in Leopoldstad. De Stockcar Race van Leopoldstad 1957 was een zoveelste primeur onder de evenaar. De zwarten zagen verbaasd hoe de blanken vrijwillig hun auto's in de vernieling reden. terwijl de inlander nog lang niet toe was aan het kopen van een auto. In deze races was Jean Van der Pol een grootmeester

De familie Van der Pol bewoog zich in een Congolese wereld die exclusief voor blanken was voorbehouden. Tienduizenden andere kolonialen hielden er eenzelfde gedachtegang op na, Zij creëerden een gesofistikeerde samenleving die ook de Britse upper-class in haar wingewesten tot het bittere einde in stand hield.

Jean Van der Pol was een erg geziene figuur in het Leopoldstad van de jaren vijftig. Geboren in Antwerpen had hij in Parijs zijn legerdienst gedaan en veel voordeel gehaald uit zijn ietwat onduidelijke mélange van nationaliteiten. Met vrouw en twee dochters woonde hij in de blanke villawijk Djello-Binzo, zo'n zestien km buiten de stad. Wie enige naam en faam had, had hier zijn woning. Ware het niet dat het huispersoneel zwart was, men zou zich in Brasschaat, Sint-Genesius Rode of Knokke-Het Zoute hebben gewaand. Jean Van der Pol genoot in België de reputatie een soort Juan Manuel Fangio te zijn. Dit imago van durf-al had hij te danken aan zijn veelbesproken overwinning in de autorace van Francorchamps 1951, en ook aan zijn oorlogsdaden als verzetsstrijder waardoor hij in Breendonk was terecht gekomen. In Leopoldstad verscheen hij in januari 1952 als autodealer van Dodge. Peugeot. Volkswagen. noem maar op. Wie in het Leopoldstad van toen een auto wilde kopen, kwam vrijwel altijd bij Jean Van der Pol terecht. Hij was 43 jaar toen hij in Congo zijn loopbaan begon. en naar schatting zouden twee 'termen' van drie jaar, hebben moeten volstaan om als een gefortuneerd man weer naar Antwerpen te trekken. De jaren vijftig waren immers gouden jaren ,in Congo, terwijl merkwaardig genoeg, de gouden jaren in België pas na 1960 worden gesitueerd. precies na de onafhankelijkheid... Helaas. Jean Van der Pol kon de drang naar de snelheid. en de sensatie van de acrobatie op de weg niet onderdrukken. Hoewel in de huiskring zijn stuurmanskunst niet werd aangemoedigd. was bij hem de gedachte gerijpt om in Leopoldstad uit te pakken met allerhande snelheidskoersen en verbluffende rally's. De Paris-Dakar avant la lettre.

congo 1960

Voor de kaders van Leopoldstad was hun woon- en werkgebied voldoende ruim om zo weinig mogelijk met de inboorlingen in aanraking te komen. Ze konden dagelijks hun kranten uit België lezen, met nieuws vanonder de kerktoren, en via de radio brachten de Werelduitzendingen het bewijs dat in België alles reilde en zeilde zoals voorheen. Op zondagmiddag was het voor de blanken in de Congolese hoofdstad een vast ritueel om naar de sportuitzendingen van de Belgische radio te luisteren. De goals van Rik Coppens en Jef Mermans werden 'live' opgediend, bij een koel glas Primusbier. Een sfeertekening die we onthouden uit het verhaal van Gusta Van der Pol, uit de middenstad van Antwerpen. Zij is de weduwe van de notoire Belgische snelheidsduivel Jean Van der Pol die zich in mei 1959 te pletter reed na een course de côte , een klim koers in Leopoldstad. De Stockcar Race van Leopoldstad 1957 was een zoveelste primeur onder de evenaar. De zwarten zagen verbaasd hoe de blanken vrijwillig hun auto's in de vernieling reden. terwijl de inlander nog lang niet toe was aan het kopen van een auto. In deze races was Jean Van der Pol een grootmeester

De familie Van der Pol bewoog zich in een Congolese wereld die exclusief voor blanken was voorbehouden. Tienduizenden andere kolonialen hielden er eenzelfde gedachtegang op na, Zij creëerden een gesofistikeerde samenleving die ook de Britse upper-class in haar wingewesten tot het bittere einde in stand hield.

Jean Van der Pol was een erg geziene figuur in het Leopoldstad van de jaren vijftig. Geboren in Antwerpen had hij in Parijs zijn legerdienst gedaan en veel voordeel gehaald uit zijn ietwat onduidelijke mélange van nationaliteiten. Met vrouwen twee dochters woonde hij in de blanke villawijk Djello-Binzo, zo'n zestien km buiten de stad. Wie enige naam en faam had, had hier zijn woning. Ware het niet dat het huispersoneel zwart was, men zou zich in Brasschaat, Sint-Genesius Rode of Knokke-Het Zoute hebben gewaand. Jean Van der Pol genoot in België de reputatie een soort Juan Manuel Fangio te zijn. Dit imago van durf-al had hij te danken aan zijn veelbesproken overwinning in de autorace van Francorchamps 1951, en ook aan zijn oorlogsdaden als verzetsstrijder waardoor hij in Breendonk was terecht gekomen. In Leopoldstad verscheen hij in januari 1952 als autodealer van Dodge. Peugeot. Volkswagen. noem maar op. Wie in het Leopoldstad van toen een auto wilde kopen, kwam vrijwel altijd bij Jean Van der Pol terecht. Hij was 43 jaar toen hij in Congo zijn loopbaan begon. en naar schatting zouden twee 'termen' van drie jaar, hebben moeten volstaan om als een gefortuneerd man weer naar Antwerpen te trekken. De jaren vijftig waren immers gouden jaren ,in Congo, terwijl merkwaardig genoeg, de gouden jaren in België pas na 1960 worden gesitueerd. precies na de onafhankelijkheid... Helaas. Jean Van der Pol kon de drang naar de snelheid. en de sensatie van de acrobatie op de weg niet onderdrukken. Hoewel in de huiskring zijn stuurmanskunst niet werd aangemoedigd. was bij hem de gedachte gerijpt om in Leopoldstad uit te pakken met allerhande snelheidskoersen en verbluffende rally's. De Paris-Dakar avant la lettre.

congo 1960Photo : Jean Van der Pol. overwinnaar van de 24 uren van Leopoldstad. Een koers gegoten naar het model van Francorchamps en Le Mans. Op de foto samen met zijn co-piloot Robert Darville.

Die zwarte moedwilligheid begon hinderlijk te worden

Zoals gezegd, het gezin Van der Pol leefde, met vele andere Belgen, in een wereld die kost wat kost alles hagelblank wilde houden. Vanzelfsprekend was die illusie niet vol te houden. Voor het huispersoneel bijvoorbeeld was men op zwarten aangewezen. Dat moest zich fataal wreken.

«Het begon storend te worden», vertelt weduwe Van der Pol, «zeker met de boys. Opstandigheid alom, en tegenspreken. Niets meer uitvoeren, saboteren, tegenwerken. Voortdurend andere slogans schreeuwen. Dat was geen leven meer. In Leopoldstad werd de haat tegen de blanke gepredikt op iedere hoek van de (zwarte) straten. «Uw plaats is niet hier, ga weg”, was één van de uitroepen die ik bijna dagelijks hoorde. Och, ik stoorde mij daaraan niet veel, want ik had geen omgang met de zwarten. Bovendien, ze spraken in Leopoldstad het Lingala, een taal die ik nauwelijks begreep. Als ze traag praatten, pikte ik hier en daar wel een woord mee. Congo, was voor ons, stadsmensen, één grote vakantie. Alle dagen was het feest, altijd was er wel ergens bij vrienden een party of zo. Familie hadden we hier niet, dus we zochten mekaar op. Ik herhaal, ik heb de indruk dat er werkelijk alle dagen een feest was. Na het werk, omstreeks vijf uur ‘s avonds, trokken de blanken naar de cafés, waar ze mekaar ontmoetten. Dat eindigde steevast met een etentje hier of daar of een bezoek aan de vele bioscopen in open lucht. In de ‘Albert’, een bioskoop voorbehouden aan de blanken, werden vrij recente films geprojecteerd. Ik weet wel, in Leopoldstad leefden niet alleen blanken. Er waren ook de driehonderdduizend zwarten in de wijk ‘Den Belge’. Na negen uur ‘s avonds was het ons verboden in deze wijk te komen, maar ik kan me niet voorstellen dat iemand daartoe de aandrang zou hebben gevoeld.

gustavanderpol1.jpgHet was in die wijken rumoerig, en vijandelijk. ‘s Zondags, ben ik wel eens in ‘Den Belge’ geweest. Naast mijn man, in de auto, reden we door hun fameuze avenue Charles de Gaulle om de Congolezen bezig te zien. Het leek wel of ieder van die driehonderdduizend zwarten lawaai maakte; hetzij met muziek, hetzij met geroep. Een pandemonium. Dat maakte mij wat bang, maar ik heb nooit begrepen wat ze zongen of wat ze stonden te roepen. Naderhand is mij veel duidelijk geworden uit de brieven van mijn man. Men was in ‘Den Belge’ de ,hele tijd bezig de revolutie te prediken, maar wij deden gewoon alsof we het niet zagen of hoorden. Je kon je immers altijd voorstellen dat je in een Europese stad woonde. Het voedsel dat wij aten, verschilde niet met wat in Antwerpen of Brussel op het menu stond en het klimaat deed denken aan een allerbeste Belgische zomer. Wij, Antwerpenaars, hadden een traditie van de zomerse picknick op het strand van Sint Anneke, langs de Antwerpse Linkeroever. Dat konden we hier verder zetten, met openluchtetentjes langs de oevers van de ‘fleuve’. We konden, net als in Antwerpen naar het Noordkasteel. in Leopoldstad ook naar de overzijde varen met een boot die ons in Brazzaville bracht. Aan onze kant lag het ‘Le Mimosa’, bereikbaar met een ponton waarnaast de krokodillen lagen te slapen. De Schelde kenden we als een stroom met groen water, de ‘neuve’ was bruin gekleurd. Zomin als wij in Antwerpen gretig waren om in het vuile Scheldewater te zwemmen, zouden wij in Leopoldstad ook niet in het water hebben geduikeld omwille van de krokodillen die alom aanwezig waren. De grootste griezels waren de slangen. Ik heb nooit kunnen wennen aan de gedachte dat de serpenten overal konden opduiken. Kakkerlakken en hagedissen schrikten minder af, dan kruipdieren. Tweemaal heb ik ermee te maken gehad. De eerste keer was zo’n kleine adder tot op het terras gekropen, en zonder het geblaf van de hond, zou dat dier in de living zijn geraakt. Een andere maal stapte ik naar de villa van een vriendin, toen plots een kanjer van vele meters lengte voor mij opdook. Ik wachtte, doodsbang, maar de slang bewoog niet. Ik begreep dat het een uitputtingsslag zou worden. In mijn verbeelding krioelde het er van de slangen. Ik wilde het serpent stilletjes, op een meter of twee afstand, passeren, maar het richtte zich ruim anderhalve meter op, en wou aanvallen, maar ik kon wegge raken. Dood van schrik. Het was de eerste keer dat ik zag dat een slang zich oprichtte. Ik durfde niet meer terugkeren. Een boy moest me vergezellen. Inderdaad, op dezelfde plaats kwam het monster er opnieuw aan. De boy poogde het dier met een stok de kop in te slagen, maar het gleed weg. Ik heb het niet meer teruggezien, maar ik had me wel voorgenomen voortaan geen voet meer tussen het groen te zetten...»

foto boven : Het maakte deel uit van het ritueel der blanke stedelingen, om zich vroeg of laat te laten fotograferen met pygmeeën. De grote blanke en de kleine zwarte.

© 2002 Gust Verwerft - Congo-1960

SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright | Agenda  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine