Alleen wie blind was, zag niet dat de hel zou losbarsten.

25 jaar na de dipenda uit de reeks van de auteur Gust Verwerft (De Post).

Moncarey a bunia
Het Donker Hart Van Afrika Ex-kolonialen over Ex-Belgisch Congo 25 jaar na de dipenda
© Getuigenissen verzameld door de auteur Gust Verwerft
Verschenen in het tijdschrift "DE POST" in 1985, ter gelegenheid van 25 jaar onafhankelijkheid. Niets uit deze webpagina mag op enigerlei wijze worden gekopieerd of vermenigvuldigd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de webcreator of de auteur. Ik dank Dhr Verwerft voor zijn toelating om te publiceren op de site. Indien uzelf een verhaal heeft geschreven over 1960 als reporter of journalist aarzel niet deze te laten publiceren op de website congo-1960.be Terug naar 25 jaar na de dipenda : Getuigenissen van : Jean, Ann, Madeleine, Ernest, Jos, Jack, Gusta, Piet, Gil en Bernard, Theo, Frans, Albert, Louis, André , René, Jan

Getuigenis Madeleine Moncarey

Voor het begin van de serie ging De Post verhaal halen bij Madeleine Moncarey uit Antwerpen, de weduwe van dokter Michel Moncarey, een erg geziene figuur in de nationale goudmijnen van Kilo-Moto, en zelfstandig geneesheer in Bunia, in de Oostprovincie.

In naam van wie of van wat zijn we daar gaan “BESCHAVEN”?

  • Alleen wie blind was, zag niet dat de hel zou losbarsten
  • Zwarten reden tot aan onze voordeur en scholden mijn man voor moordenaar, menseneter, folteraar.
  • Om bestwil hebben we tegen mekaar gelogen. Ik hoor nog steeds de luidsprekers boven op de auto's.
    Fotograaf P. Cox van Bunia, zorgde voor de meest verspreide foto in de streek: het bezoek van Koningin Elisabeth aan Bunia, waar blanke kolonialen (met uiterst rechts het echtpaar Moncarey) op de eretribune naast de zwarte évolués.

    Viering eindigt met doodsbedreiging

    Dokter Michel Moncarey, afkomstig uit de streek van Ieper, overleefde de “Dipendance” maar drie jaar. Hij stierf in 1963 in Antwerpen, ziek van ontgoocheling. Veertig jaar lang verbleef hij, als geneesheer, in Belgisch Kongo. Hij had daar altijd geleefd en hij kon het zich niet anders voorstellen als zou hij ooit worden begraven op één van de kleine blanke kerkhoven, waarvan het aantal witte kruisjes onmiskenbare tekens waren van een kolonisatie die al decennia duurde. Die begraafplaats rond de blanke nederzettingen vertelden, zonder woorden, hun geschiedenis.De dodenakkers waren meestal verwaarloosd en werden nauwelijks gezocht

    De plantengroei was zo fel dat de mens dit gevecht tegen de natuur steevast verloor. Michel Moncarey werkte sedert 1920 in Kongo. Ze waren toen met nauwelijks tienduizend Belgen in een stuk Afrika dat, klimatologisch, de blanke vijandig was. De natuur was nog niet bedwongen. Allerhande vreemde ziekten woekerden. Alleen de sterkste overleefden. Hij was achtentwintig jaar toen hij in Kongo neerstreek, als bedrijfsdokter van de nationale goudmijnen van Kilo-Moto in de streek van Bambu. Veertig jaar later, op zaterdag 12 maart 1960, werd hij door de Vlaamse Vriendenkring van Bunia gevierd. Hij was ondertussen achtenzestig jaar geworden, maar zijn levenslust en werkkracht vertoonden nauwelijks slijtage. “Nooit hoorde ik hem klagen over vermoeidheid. Bij een noodoproep wipte hij nog altijd even kranig als vroeger uit bed”, memoreert weduwe Madeleine Moncarey-Soubry, met wie hij na de Tweede Wereldoorlog in Kongo een nieuw leven begon.

    “België was voor ons een vaag geworden begrip. Terugkeren?

    Misschien, wanneer we oud zouden zijn geworden. Maar we voelden ons niet oud. In Kongo kan niemand zich oud voelen. De zon, de natuur, de vrijheid, het ontbreken van stress: dat zijn daar levensbronnen om een eeuw lang te leven. Sedert 1947 waren we verhuisd. We verlieten het grondgebied van Kilo-Moto, zo groot als België, en Michel vestigde zich als zelfstandige dokter in de missiepost van Bunia, zo'n negentig km verderop. Een aardsparadijs, met heuvels en bergen. In de maand mei kon ik, vanuit mijn slaapkamer, het Albertmeer zien, en de rivier Ruwenzori aan de grens met Oeganda.

    Die viering bij de Vlaamse Vriendenkring omwille van zijn veertigjarig verblijf, verliep in een sfeer van geforceerde hartelijkheid. Je voelde dat onrust en angst begonnen te knagen. Iedereen poogde stoer te do en, maar in de voorbije weken en maanden waren er te vaak voortekens geweest van allerhande onheilspellende dingen. Geen der aanwezigen sprak over de briefjes met bedreigingen die ze geregeld in de brievenbus, of op hun schrijftafel vonden. Het waren telkens getypte stukjes pelurepapier, met slogans tegen de blanken, ondertekend met "Le Peuple."

    Zeven dagen na de onafhankelijkheid is de chaos in Kongo totaal. Het Nationale Leger handhaaft min of meer de orde in "Leopoldstad.In de wagen van een Belgisch koloniaal wordt naar wapens gezocht.

    Alleen de blinden zagen het niet...

    Mevrouw Madeleine Moncarey is thans achtenzestig, en bewoont een smaakvol ingericht appartement in een van de betere wijken van de Antwerpse binnenstad. Sedert de dag dat ze wist dat een ziekte haar lot veelvuldig thuisblijven zou verplichten, borrelen de herinneringen aan Kongo weer in haar op. Ze legt uit: “Nochtans wil je je daartegen verzetten, omdat je weet dat zoiets weer veel pijn veroorzaakt. Maar het is sterker dan jezelf. De souvenirs zijn zo sterk, alsof het allemaal vorig jaar gebeurde. Het sterkst staat mij die dramatische dag van de viering in het geheugen gegrift. Bij de terugkeer thuis, vond ik weer zo'n briefje, ditmaal onder de deur geduwd. Ik las 'Monsieur, vous savez quelle a été votre conduite dans cette région. Votre consience vous le dit bien où trouverez-vous la détente morale?', getekend 'Le Peuple, Bunia'. Mijn man moest toegeven dat het hier de eerste maal was dat hij, of iemand van zijn patiënten, dergelijke waarschuwingen had gekregen.

    Hij beweerde dat zoiets niet ernstig moest worden genomen, en dat niet eens moeite werd gedaan om de maker van dergelijke briefjes op te sporen. Ja toch, ooit had een specialist schrijfmachines de toestellen in de administratie van Kilo-Moto onderzocht, en precies aangewezen op welk klavier de briefjes werden getipt. Het zou één van de “évolués” zijn geweest, maar verder beweerde iedereen hierdoor niet verontrust te zijn. De werkelijkheid was anders. De oudste kolonialen geloofden niet in een of andere zwarte revolte. Zij konden zich nier inbeelden dat iets of iemand hun levenswerk zou kunnen vernielen. Jongere kolonialen, die in Europa van nabij de politieke stromingen hadden doorgrond, zagen het anders. Deze briefjes, en geschilderde slogans op de muren, waren de eerste druppels van een orkaan die alles zou wegsleuren. Alleen de blinden zagen niet wat te gebeuren stond. Ik had de voorbije zes maanden sporadisch onwilligheid vastgesteld bij de zwarten. Hen werd ingefluisterd ongehoorzaam en ondankbaar tegenover ons te zijn. De meeste deden het onhandig, en zelfs met tegenzin. Maar de sfeer geraakte verpest. Mijn man was één van die idealisten die een blind vertrouwen had in de mens. Hij voelde zich aan niets of niemand schuldig en had als dokter talloze blanke en zwarte levens gered. Meer dan eens, kon hij het begin van een ziektehaard vinden, en aan massale preventie doen. Hij was een gerespecteerd man in de ogen van de bevolking. Ook de zwarten zagen het verschil tussen de om winst werkende koloniaal en de bekommerde dokter die mijn man was. Rijk hebben we ons nooit gevoeld, we zijn het ook nooit geweest Wij hadden kinderen noch erfgenamen. Hoe sterk mijn man ook geloofde in een immer voortdurende rust in Kongo, ik stak vanaf die dag vol bange voorgevoelens. Ik was bereid alles achter te laten en liever vandaag dan morgen naar België terug te keren.”

    Madeleine en Michel Moncarey waren niet de enigen bij wie de onrust begon te knagen. Hoewel de meeste kolonialen de beklemming in hun werk poogden te vergeten, en de nieuwsgaring veeleer traag verliep, wist toch langzamerhand eenieder dat op Kerstdag van 1959, dus geen drie maanden vroeger, de vijf belangrijkste nationalistische partijen van Kongo in Kisantu waren bijeen gekomen, en ongenuanceerd de volledige, onmiddellijke en onvoorwaardelijke onafhankelijkheid hadden geëist. Dit gebeurde, nota bene, op een tijdstip dat Koning Boudewijn een onverwacht bezoek aan Kongo bracht, wellicht met de bedoeling de felste branden te blussen of met zijn charisma de zwarte leiders lot gematigdheid te inspireren.

    In Bunia leek het vaderland ver weg, maar toch werden hier geregeld de oud-strijders.Van zowel 1914-18 als 1940-45 met aangepast ceremonieel herdacht

  • De ronde tafel was niet rond genoeg

    Madeleine en Michel Moncarey wisten niet dat, uitgerekend op de dag van de vieringen in Bunia, vijftienhonderd kilometer meer zuidwaarts, in Elisabethstad, in het bolwerk van de koperprovincie Katanga, hevige rellen waren ontstaan, na een ophitsende toespraak van Patrice Lumumba. Lumumba was 35 jaar en meldde zich aan als de leider van de M.N.C. (Mouvement National Congolais). Zijn heerschappij werd betwist door de ABACO (Association du Bas-Congo) van Joseph Kasavubu. Na zijn opruiende rede in Elisabethstad, beukten voor- en tegenstanders op mekaar in. Resultaat: dertien doden en honderden gewonden. Toch reageerden sommigen niet op deze alarmbel.

    Ze verkeerden in de waan dat enkel zwart bloed had gevloeid, en dat de Dipendance-hysterie zich niet tegen de blanke 'weldoener' zou keren. Het overgrote gedeelte van de honderdduizenden Belgen in Kongo, meenden dat het Gouvernement Général de toestand voldoende onder controle hield. Men herinnerde zich de ingehouden triomfkreet van 21 januari 1960, toen bekend werd dat oproerkraaier Patrice Lumumba in Stanleystad tot zes maanden gevangenis was veroordeeld wegens ophitsende activiteiten. Vier dagen later werd hij evenwel uit de gevangenis gehaald om te Brussel triomfantelijk te kunnen deelnemen aan de berucht geworden Ronde Tafelconferentie, alwaar in ijltempo de modaliteiten van de Onafhankelijkheid werden geregeld. Ja, er was ook het veelbesproken artikel geweest in de New York Times waarin, zonder omwegen, België erop werd gewezen dat de overgang naar de onafhankelijkheid veel te haastig gebeurde, en dat drama's onvermijdelijk zouden zijn.

    Madeleine Moncarey: “Terug naar België. Mijn besluit stond vast. Het kwam erop aan ook mijn man daarvan te overtuigen. Bij ons, in Bunia, leek het och zo rustig. Wij woonden met een duizendtal blanken in een villawijk. De zwarten om ons heen waren meestal évolués, dat wil zeggen: iemand die ietwat gestudeerd had en daarbij samenwerkte met de blanken, hetzij uit overtuiging, hetzij uit eigenbelang. Van évolués werd sedert jaar en dag verondersteld dat zij instemden met het principe van de kolonisatie, maar toch ijverden voor gelijke rechten.

    Rustig in Bunia, maar onze vroegere vrienden van de Kilo-Moto konden andere verhalen vertellen. Het huispersoneel werd opstandig, de arbeiders weigerden soms te werken. Bedreigingen alom. In Bunia bevond zich een missie van de Witte Paters. De geestelijkheid bespeurde geen onraad. Zij deden hun werk alsof nooit voorheen over onafhankelijkheid was gesproken. Aanvankelijk dacht ik bij mezelf dat ik wellicht overdreef in mijn onrust. Temeer daar in mijn omgeving de andere blanken uiterlijk rustig bleven en hun angsten bewaarden voor het alkoof.»

    Na de volgende gebeurtenis wist Madeleine Moncarey-Soubry dat het dringend geboden was in te pakken en weg te wezen. Als dokter was haar man opgeroepen om, bij verdacht overlijden of bij moord een lijkschouwing te verrichten. zoiets was kortgeleden andermaal gebeurd, nadat een zwarte aan een mysterieuze kwaal was bezweken.

    Bij zulke gelegenheden was de blanke overheid ten zeerste bezorgd om epidemieën te voorkomen. De zwarten zagen het evenwel anders. Zo werd overal uitgebazuind dat de blanke dokter de lijken aan stukken sneed om ze naderhand te kunnen opeten. Wit kanabalisme.

    Madeleine Moncarey: “Zodra zulke verhalen werden uitgebazuind, had ik begrepen dat het feit dat mijn man dokter was, in het geheel niets zou bijdragen Ook hij stond blijkbaar ingedeeld bij de slechten, zoals overigens alle blanken. Ik heb toen een jacht ingezet om een cargo te vinden die ons naar Europa zou willen brengen. Stel je voor dat wij ons duizenden km landinwaarts bevonden en nog eerst over het land moesten zien weg te geraken. Alle cargo's leken volzet, alle vliegreizen besproken. Een overduidelijk bewijs dat de uittocht was begonnen. We geraakten begin juni, één maand voor de Dipendance, uit Kongo weg via een boottocht over de rivier Ruwenzori. Met een minimum van bagage. Huis en inboedel lieten we achter. Vele jaren na de Onafhankelijkheid heb ik ooit eens 30.000 Fr. ontvangen. Een belachelijke som voor datgene wat we moesten opgeven. De terugtocht naar België gebeurde via Zuid-Afrika.

    Een ogenblik hebben we eraan gedacht daar te proberen een nieuw leven te beginnen. Het werd tenslotte België, Antwerpen. Mijn man had niet meer de moed een dokterspraktijk te beginnen. Het verdriet maakte dat hij, drie jaar na de Onafhankelijkheid, stierf. Ik ben nooit meer naar Kongo terug gegaan omdat ik wil blijven leven met mijn souvenirs. Daar zou ik alleen maar puinhopen vinden van wat ooit een stukje beschaving is geweest. In Bunia zijn de zwarten als beesten tekeer gegaan. De missiezusters werden verkracht, tientallen blanken afgeslacht. Sterven is niets vergeleken bij de angst die daaraan vooraf gaat. Ik hoor nog steeds de luidsprekers, boven op de auto 's. Zwarten reden tot aan onze voordeur, en scholden mijn man voor moordenaar, menseneter, folteraar. Om bestwil hebben we tegen mekaar gelogen. Hij hield vol dat er geen reden was lot onrust, en ik gaf dan telkens toe dat ik misschien wat te voorbarig was. Maar ondertussen gingen we beiden voort met het zoeken naar een soort ontsnappingsroute. Want dat de hel zou losbarsten, dat zag iedereen die niet blind was. Kort nadat ik mijn man in Antwerpen had begraven, braakten de kranten berichten uit over de moordpartijen in de mijnen van Kilo-Moto te Watsa. De beschaving was weg, de wet van de jungle heerste opnieuw...

    Priére de L'Indépendance

    De maanden die aan de Indépendance van 30 juni 1960 voorafgingen, werden gekenmerkt door allerhande bewuste en onbewuste, grote of kleine, gevaarlijke of ongevaarlijke intimidatiepogingen tussen de blanke en zwarte gemeenschappen.

    Tot het arsenaal van de zwarte évolués behoorde het veelvuldig handgeschreven kopieën van de "Prière de l'Indépendance". Het gaat hier om een parafrase op het Onze Vader dat de meeste zwarten uit het hoofd kenden nadat ze school hadden gelopen in een missie.

    Notre Père Notre Colonisateur, qui êtes en Belgique, que votre nom soit détesté; que votre règne finisse; que votre volonté soit nulle dans le bas comme dans le haut fleuve; donnez-nous aujourd'hui notre indépendance totale, politique aussi bien qu'économique; pardonnez-nous nos injures, comme nous pardonnons à tous les Belges qui nous ont brimés durant les 80 ans d'affreux colonialisme; et ne nous laissez pas allécher par le capitalisme usurpateur; mais délivrez-nous de la communauté Belgo-Congolaise, et de toute votre présence ici pour les siècles des siècles, Amen.

    © 2002 Gust Verwerft - Congo-1960

    SiteLock
    share this - partager le site - deel dit document

    About Us | Contact | Privacy | Copyright |  
    Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine