share this

SiteLock
L'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van Bost
Les chemins du congo
congo 1957-1966 Témoignage
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historique
Kasaï , rencontre avec le roi
Tussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en Congo
Leodine of the belgian Congo
Les éxilés d'Isangi
Guide Congo (Le petit futé)
Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul Daelman

Pemarco : Pioniers naar tropische waters ©

PemarcoAuteur:Roland Duyck

Eigen beheer

 

241 bladzijden, Prijs 15 € - Info: tel.-fax 056 757894

Te bestellen via mail bij de auteur

 

Vader Raymond, was zes maanden vroeger afgevaren uit Oostende haven naar Matadi met de treiler O.320 Noordende III. Hij was de eerste zeekapitein ter visserij van de rederij Pemarco ( Pêche Maritime du Congo). Dhr Raymond Duyck verbleef in Congo tot 1965 alwaar hij te Matadi overleed. Onder eigen beheer heeft Roland een recent naslagwerk gemaakt over de evolutie van de maatschappij. Het is het authentieke verhaal van onze West-Vlaamse vissers. Alles begon in 1948-1949 met de expeditie M’Bizi die de visgronden in kaart bracht. Daarna hebben we de stichting van de Permarco en de gestadige vooruitgang geboekt door de wilskracht en doorzettingsvermogen van enkele Vlamingen die in de vroege jaren zestig Leopoldstad en Beneden-Congo van de hongersnood gered hebben. Bij de stichters vinden we bekende namen zoals de Otraco, Profrigo en vele anderen. Gans het naslagwerk is gebaseerd op feiten en geschreven in de politieke context van toen. Het is een stukje ongekende geschiedenis verweven met de dag dagelijkse inspanningen van de vissers, om na de nationalisatie van Mobutu, hun werk in harde omstandigheden verder te zetten. Het werk geeft de mentaliteit terug van het gros van de kolonialen en brengt op deze manier de hulde die hen toekomt. De moeite waard om te lezen, ik ben er dan ook van overtuigd dat dit boek niet mag ontbreken op je boekenplank. Het werk bevat ook vele exclusieve foto’s. Talrijke exemplaren zijn al van de hand; wetenschappelijke en universitaire instellingen, verschillende bibliotheken en oud kolonialen die ervan gehoord hebben. Het werk is uitgegeven in eigen beheer en momenteel is hij bezig met een beperkte herdruk

Roland Duyck schreef niet alleen een boek over visserijpioniers in Congo maar realiseerde ook een andere droom. Hij maakte een schaalmoedel van de O.328 ‘Pierre Staner’, waarop zijn vader destijds kapitein was: “En hij kan ook varen. Het was een emotioneel moment toen ik hem op het kanaal Bossuit-Kortrijk te water liet

Wie van Afrika geproefd heeft is er een beetje door betoverd.

Als jonge knaap(12 jaar) vertrok Roland met zijn ouders en twee broers in 1951 met de S.S. Armand Grisar naar het verre Matadi. Het was de 43ste reis van dit cargo-passagiersschip. Vader was kapitein ter zeevisserij. Na Ijsland verdiende hij zijn dagelijkse kost op de Noordzee. Hij zag voor zijn gezin een betere toekomst in het verre Congo. Toen de gelegenheid zich aanbod en men ervaren vissers vroeg om een rederij te starten in Congo nam hij de gelegenheid te baat. Zijn voornaamste reden: zijn kinderen zouden daar verder kunnen studeren. Wat ook gebeurde. Te Leo, op 400 km volgde ik college bij de jezuïeten als intern. Om de 3 maanden op vakantie..Geen wonder dat wij opgroeiden tot zelfstandige jonge kerels. Terwijl ik met de neus in de boeken zat startte vader met twee collega’s en een 14 tal zwarten de zeevisserij. Het was vallen en opstaan, men werkte dag en nacht om van de nieuwe rederij “Pemarco” een succes te maken. De maatschappij kende een langzame maar zekere groei, naarmate de de vraag naar verse zeevis vermeerderde vervoegde een nieuwe treiler Matadi. Op het hoogtepunt van de maatschappij kende de vloot 14 eenheden. Begin 1960 redde de Pemarco gans Beneden-Congo en Leo van de hongersnood. Ook ik heb de gruwelijke feiten beleefd van de onlusten bij de overdracht van de onafhankelijkheid. Te Matadi is het volle geweld los gebarsten op 7.7.1960. Als student volgde ik de evolutie van de rederij en ook de politieke context. Het dossier Congo blijft mij nog altijd achtervolgen, de leugens over de kolonialen, het gedane onrecht, het gezegde dat we naar ginder gegaan zijn om rijkelijk te verdienen op de rug van de arme zwarte… Pioniers in tropische waters is een ongekend stukje koloniale geschiedenis. Enkele West-Vlaamse vissers hebben hun stempel gedrukt op de kaart van Congo! De evolutie van de Pemarco is onafscheidelijk van de politieke evolutie. In het werk zijn beide elementen dan ook verweven. Het heeft de oorzaken terug van bloei en verval,de nationalisering van Mobutu in 1974, de daarna alom heersende corruptie, de toenmalige sfeer die er heerste te Matadi, ook de gevechten tussen Uno troepen en het Nationaal Congolees leger. Alles steunt op authentieke feiten en getuigenissen van mensen die ter plaatse alles mee gemaakt hebben. Ik heb het voorrecht gehad van diverse familie archieven te kunnen doornemen. Toe gegeven ikzelf heb geen koloniale carriere gemaakt, de omstandigheden hebben het anders gewild. In augustus 1960 ben ik met broers en zuster en moeder terug gekeerd naar België. Vader is steeds op post gebleven en is daar overleden. Mijn werk heeft een zeker succes al zeg ik het zelf. Mijn bedoeling is iets achterlaten en hulde te brengen via het werk van de vissers aan alle kolonialen die hun taak dikwijls in uiterste moeilijke omstandigheden tot goed einde gebracht hebben. Jammer dat al dit werk verloren gegaan is.

Is het werk alleen bedoeld voor ingewijden in de visserij.?

Neen, iedere koloniaal zal er iets in terug vinden. Lees het dus zelf!

Artikel verschenen in de krant van West Vlaanderen.

Auteur, Noël Maes. (2006)

Het boek is een ongekend stukje koloniale geschiedenis. Enkele West-Vlaamse vissers hebben hun stempel gedrukt op de kaart van Congo! De evolutie van de Pemarco is onafscheidelijk van de politieke evolutie. In het werk zijn beide elementen dan ook verweven. Het geeft de oorzaken terug van bloei en verval, de nationalisering van Mobutu in 1974, de daarna alom heersende corruptie, de toenmalige sfeer die er heerste te Matadi, ook de gevechten tussen Uno troepen en het Nationaal Congolees leger.

Alles steunt op authentieke feiten en getuigenissen van mensen die ter plaatse alles mee gemaakt hebben. Ik heb het voorrecht gehad van diverse familie archieven te kunnen doornemen. Toe gegeven ikzelf heb geen koloniale carriere gemaakt, de omstandigheden hebben het anders gewild. In augustus 1960 ben ik met broers en zuster en moeder terug gekeerd naar België. Vader is steeds op post gebleven en is daar overleden. Mijn werk heeft een zeker succes al zeg ik het zelf. Mijn bedoeling is iets achterlaten en hulde te brengen via het werk van de vissers aan alle kolonialen die hun taak dikwijls in uiterste moeilijke omstandigheden tot goed einde gebracht hebben. Jammer dat al dit werk verloren gegaan is. Is het werk alleen bedoeld voor ingewijden in de visserij ? Neen, iedere koloniaal zal er iets in terug vinden. Lees het dus zelf!

Zoon Roland Duyck heeft het in zijn jeugdjaren voor een groot deel zelf meegemaakt. Hij was 12 jaar, toen hij met zijn ouders naar Congo trok. Hij was 20 toen hij bij de onafhankelijkheid van de kolonie noodgewongen moest terugkeren.

Na een loopbaan als internationaal sales manager bij staaldraadproducent Bekaert is hij sinds 2000 met pensioen. Toen vond hij eindelijk de tijd om het verhaal te schrijven dat hij móést schrijven.

Vlees van het water

In die tijd kampte het toenmalige Belgisch Congo, en vooral Leopoldstad, met een voedselprobleem.

Het basisvoedsel – maniok – bevatte veel koolhydraten maar was arm aan eiwitten. Veeteelt ontwikkelen bleek om allerlei redenen onbegonnen werk te zijn. Uiteindelijk werd gedacht aan visvangst. Toen besloot België om een jaar lang een boot naar Congo te sturen om de visgronden in de Atlantische Oceaan in kaart te brengen. De Noordende III vertrok in juli 1948 vanuit Oostende.

Naast de bemanning aan boord wetenschappers (o.a. de jonge scheikundig ingenieur Charles Van Goethem, die zopas zijn doctorstitel behaald had) - en vissers. De expeditie droeg de naam ‘M’Bizi’, wat ‘vlees’ betekent. Vis noemde men “vlees van het water” Roland Duyck: “De experimenten waren succesrijk, zodat het ministerie Van Koloniën samen met privé-investeerders besloten om een rederij op te richten om ginds de visvangst uit te bouwen. In december 1950 werd aldus Pemarco opgericht (Pêches Maritimes du Congo). Hier komt mijn vader in het verhaal. Hij was kapitiein ter visserij met heel wat ervaring, zat vanaf zijn 14 jaar op zee, had IJsland ‘gedaan’. Hem werd gevraagd of hij in het avontuur wilde stappen. Er zouden om te beginnen drie schepen ingezet worden. Wij woonden in de Zwaluwstraat in Oostende. Ik ving gesprekken op over dat verre, mysterieuze land. Mijn vader zei dat dat we daar zouden kunnen studeren. Als we hier bleven, zouden we snel zeeman geworden zijn. Zo werd mijn vader kapitein van het eerste schip, de O.320 Noordende III, die van de expeditie. Over het vertrek in 1951 bracht De Zeewacht een relaas. Vanaf nul alles opbouwen De eerste zes maanden vertrok Raymond Duyck alleen, zonder zijn familie. De bemanning bestond uit motorist Herman Asmus, stuurman Victor Janssens, mecanicien Omer Degrijse en enkele matrozen. Zij zijn de echte pioniers geweest, zegt Roland Duyck. In de havenstad Matadi moesten ze vanaf nul alles opbouwen. Er was geen ponton, geen fabriek, geen ijs... het was het wilde westen. Dr. Van Goethem – vorig jaar overleden – leidde de uitbouw van Pemarco aan wal. Het werd een succes. Er kwamen nieuwgebouwde treilers - visserijboten – bij. In de topjaren had Pemarco 14 trailers en werkten er tot 500 man, zwart en blank samen. Alles ging goed, tot 1960 naderde, het jaar dat Belgisch Congo onafhankelijk werd.Wij hebben alles van nabij meegemaakt... Plunderingen en verkrachtingen gezien... Mijn vader was op zee toen de rellen uitbraken. Samen met Georges Asmus, zoon van Herman, probeerde ik met de wagen de fabriek van Pemarco, niet zo ver af bij de Angolese grens, te bereiken maar we werden tegengehouden door muiters. De wagen werd in beslag genomen en we mochten te voet terug... Na nog problemen konden wij ten slotte met een Deense cargo Pointe Noire in Frans Equatoriaal Afrika (nu Congo-Brazzaville) bereiken en van daaruit konden we – na een verblijf van twee weken in een kamp – via Marseille Brussel bereiken, waar we door het Rode Kruis werden opgevangen. Ten slotte bereikte ik met mijn moeder, broers en zus Torhout, dat intussen onze thuishaven was Roland was toen al verloofd met Josiane Leplae, wier vader van Aalbeke afkomstig was en in Congo bij de Spoorwegen werkte. Zij was langs een andere weg in België geraakt.

Vader niet meer teruggezien...

Vader Raymond Duyck is nadien ook naar België teruggekeerd, maar is nadien opnieuw vertrokken.

Vader wilde er nog drie jaar werken, omdat hij toen recht had op een pensioen. Hij wilde niet dat we hem naar de luchthaven brachten, maar nam de trein vanuit Brugge. Hij gaf ons een kruisje en zei dat we hem misschien nooit meer zouden

Korte tijd later overleed hij. Mijn vader was nog jong, sterk en gezond en toch gebeurde het. In december 1964 was hij op zee, toen hij een ontstoken appendicitis opliep. Met veel moeite kon hij nog aan land naar een ziekenhuis gebracht worden, maar hij overleed twee dagen later. Hij was maar 51 jaar oud.. Hij werd ter plaatse begraven, maar een jaar later, in december 1965, hebben we zijn lichaam kunnen repatriëren en nu ligt hij begraven op het kerkhof van Torhout. Moeder is later hertrouwd met een weduwnaar maar beiden zijn intussen ook overleden.

Onverwerkte trauma’s verwerken

Ik ben blij dat ik het hele verhaal heb kunnen reconstrueren. Over de eerste periode had ik veel informatie. Voor de tweede periode kon ik gelukkig terecht bij ene oud-directeur, Gérard Martin, die nu in de Landes woont. Ik kon ook een beroep op het archief van de bovengenoemde dr. ir. Van Goethem die vorig jaar overleed. Ik mag zeggen dat het verhaal compleet is.” “Ik heb het boek willen schrijven als hulde aan deze mensen. Velen van hen hebben in 1960 have en goed verloren. Toch werden ze door de Belgische Staat in de steek gelaten. Voor hun kinderen kan het boek helpen om hun onverwerkte trauma’s te verwerken. Met het boek wil ik ook een aantal vooroordelen tegenover zogenaamde kolonialen uit de wereld helpen. Ik zeg niet dat er geen profiteurs bij waren, maar de meesten hebben hard gewerkt en hun plicht gedaan. Met mijn boek draag ik ook bij tot het project rond Afrikaanse getuigenissen van het Afrikamuseum in Tervuren. Ik denk er ook aan om lezingen te geven. Het is een stukje geschiedenis dat niet verloren mag gaan.

De firma Pemarco is nog blijven bestaan tot 1974, toen Congo Zaïre werd.

Roland Duyck schreef niet alleen een boek over visserijpioniers in Congo maar realiseerde ook een andere droom. Hij maakte een schaalmoedel van de O.328 ‘Pierre Staner, waarop zijn vader destijds kapitein was: En hij kan ook varen. Het was een emotioneel moment toen ik hem op het kanaal Bossuit-Kortrijk te water liet...

Maar dit is nog niet alles!......

Roland is ook bereid voor een groep, voordrachten te geven ivm de PEMARCO.

Meer info via mail of telefonisch via mail bij de auteur (roland.duyck(at)telenet.be

 

Er is ook een DVD verkrijgbaar te koop via mémoire du Congo of via de auteur