Jessy Maesen

Boek zoals de zee een zandkasteel.

Logo Congo-1960

Jessy Maesen : Zoals de zee een zandkasteel

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd en/ofopenbaar gemaakt worden door middel van druk, fotocopie, microfilm, video of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur of de uitgever.
Neem contact met de auteur om eventueel een tekst te mogen gebruiken of het boek te kopen

De vlucht

Het vertrek naar België wordt georganiseerd, Josepha denkt aan Roger.

Haar ouders konden volhouden dat de rivierpont het niet deed die bewuste dag, Josepha geloofde ze niet: Hoe zijn die andere mensen er dan geraakt?

Die zijn waarschijnlijk later op de dag nog eens gaan kijken.

Er was ons gezegd dat de “bak" de hele dag niet zou uitvaren, antwoordde papa zichtbaar geïrriteerd.

Ze zijn het gewoon vergeten, besloot het meisje en haar vertrouwen in papa en mama kreeg een flinke deuk.

Sindsdien zat ze met een heel groot probleem: als ze al vergaten hun dochter te bezoeken, zouden ze zeker hun vrienden niet opzoeken wanneer ze eenmaal terug in België waren.

En wanneer zag ze Robert dan terug?

Want het was nu duidelijk dat hij in 1960 niet naar Congo zou komen.

Op het kaartje dat hij aan zijn mama had meegegeven had hij geschreven: Pampan en ik stellen het goed. Mama zegt dat ze volgend jaar in juni waarschijnlijk voorgoed naar België komen. Jullie ook?

Er waren weer rellen geweest, enkele vrouwen hadden met hun kinderen Matadi verlaten en mama deed het nu ook zonder boy.

Dat was niet prettig, want ze riep nu weer voor het minste en Josepha en Michele moesten helpen afwassen.

Op een dag zei een meisje van het zesde leerjaar: Ik doe in juni nog m'n plechtige communie en onmiddellijk daarna vertrekken wij. Dat bracht Josepha op een idee: als zij nu eens haar communie een jaar vroeger mocht doen, dan kon ze mevrouw Davart als vormselmeter kiezen.

Zo werden de Davarts een beetje familie en was er meer kans dat ze Robert weerzag in België. Papa vond haar voorstel niet eens zo' n gek idee

Hij keek veelbetekenend naar mama en zei: Dat is misschien een oplossing. Een oplossing voor wat? vroeg Josepha. Ik bedoel... dan geven we tegelijk een laatste feest voor alle vrienden!

Meneer pastoor vond Josepha eerst wat jong.

Maar hij was bereid een proefje in catechismus af te nemen.

En vermits het meisje voor dat vak al elk jaar de eerste prijs had behaald, slaagde ze er gemakkelijk in toegelaten te worden tot de reeds begonnen vormingscatechese.

Elke donderdagnamidag nam ze nu de bus naar de middenstad om in de koele kathedraal te gaan luisteren naar meneer pastoor. Al kende ze de verhalen uit de bijbel zo ongeveer van buiten, ze bleven haar boeien.

En ze vond het dan ook ergerlijk wanneer de jongens van het zesde jaar probeerden keet te schoppen, zoals ze met de lieve juffrouw van de vijfde en zesde klas deden.

Gelukkig volstond hier meestal een kordaat “Stilte of je gaat er uit." om ze in te tomen. De pastoor vertelde niet alleen over de bijbelse geschiedenis, hij legde ook uit wat er precies ging gebeuren op 5 juni. En dat vervulde Josepha met een enorm ontzag.

Stel je voor: de Heilige Geest zou in haar komen, en dan werd ze een getuige van Jezus. Maar eerst moest ze zelfstandig beslissen of ze dat wel wou.

Een hele opdracht.

De andere kinderen tilden daar niet aan:

Waar jij aan zit te denken! Het is gewoon een feest. We krijgen cadeautjes!

Maar voor Josepha was het ernst. Hoe kwam het dat Robert daar nooit over gesproken had toen hij gevormd werd?

Had hij wel begrepen waarover het ging? Geloofde hij eigenlijk wel in God? Ze hadden het daar nooit over gehad.

En zijn ouders zag je maar zelden in de kerk ‘s zondags... Josepha begon zich af te vragen of God inderdaad bestond?

Misschien was hij een verzinsel zoals de ouders er zo veel aan de kinderen vertelden? Zou ze het eens aan papa of mama vragen?

Ach, die maakten je immers wijs wat ze wilden. Ze moest er helemaal alleen zien achter te komen... Nu waren er ook soms opstootjes in de middenstad van Matadi. Papa had het een poosje proberen te verbergen, maar Josepha en haar vriendjes voelden wel dat het verkeerd liep. Waarom kochten de papa's anders een pistool of een revolver die ze 's nachts naast hun bed legden, en in de auto tijdens de steeds zeldzamer wordende uitstapjes?

Waarom werd de deur van de barza op slot gedaan voor het slapen gaan?

Op een dag moesten alle vrouwen en kinderen uit de buurt zich verschansen in het gele huis.

Mijnheer Davart en Ernest, allebei gewapend, bleven bij hen terwijl de andere mannen telkens weer naar het centrum reden, beladen met tonnen mineraalwater.

Toen moest mama wel toegeven:

Er wordt zwaar gevochten in Matadi. De jongens vonden dat allemaal heel spannend, maar Josepha dacht: 0 jee, nu is de oorlog al tot hier gekomen! Toch bleef alles rustig in Soyo.

Papa, mama en hun vrienden begonnen zich nu openlijk zorgen te maken om hun toekomst en die van de Congolezen na de onafhankelijkheid. Het zijn net kinderen van 10 jaar, zei papa. Die laat je toch ook niet over hun lot beslissen? O nee? dacht Josepha. Ik word 10 en ik moet helemaal alleen beslissen of ik wel of niet in God geloof.

En 's avonds, voor ze in slaap viel, probeerde ze zich een wereld zonder God of hemel in te beelden.

Ze voelde zich dan ontzettend ongelukkig: dan waren Mika en Erik niets meer...

Maar hoe kwam het dan dat ze in de vliegdromen, die soms nog kwamen, zowel Oma, Isabelle en Robert als Mika ontmoette?

Dromen zijn bedrog, zei mama altijd.

Zou het dan inderdaad zo zijn dat er niets was?

Ik mag m'n plechtige communie niet doen, want ik geloof niet meer in dat alles, besloot Josepha op een avond.

Maar hoe vertelde je dat aan je ouders?

Zullen we de mama van Denise vragen als vormselmeter? stelde papa op een dag voor. Nee, ik wil mevrouw Davart!

Ze zei het zo vastbesloten dat ze er zelf van schrok. Maar papa keek alleen verwonderd. Mama begon een pij te naaien voor Josepha, en voor zichzelf maakte ze een jurk zo oranje als de bloemen van de bomen in de middenstad.

Met de hulp van Innocent die ze even "geleend" had van Ernest maakte ze het huis grondig schoon en met papa stelde ze het menu samen

. En Josepha wist nog steeds niet of ze haar communie wel zou doen.

Het was Innocent die haar hielp een beslissing te nemen. De geesten van doden leven zeker voort, zei hij eens terwijl hij het zilveren bestek poetste. Daar moet je niet aan twijfelen. Josepha geloofde hem en ze voelde zich geweldig opgelucht. Op de grote dag droeg mevrouw Davart weer haar vaal groene mantelpak.

Ze zat ernstig naast Josepha die straks in zekere zin haar petekind werd. Er kon niets meer stuk! Innocent was komen koken en na de mis volgden de fijnste gerechten elkaar op: cosa cosa, dat was een soort kreeft, gebraad van wild varken, sla en tomaten, fruit, soesjes en ander gebak. En 's avonds, heel laat, terwijl de grote mensen nog dronken en lachten aan tafel, zaten Marijke en Josepha onder de papaja.

Ze aten een stukje taart, dronken muntsiroop. Ik ben blij dat ik binnenkort naar België ga, zei Marijke. Josepha voelde zich heel verdrietig worden.

Ze wist dat zij ook over twaalf dagen zou vertrekken en natuurlijk was zij ook blij dat ze Oma zou weerzien, en misschien heel binnenkort Robert. Maar ze voelde dat ze nooit meer zou terugkeren naar het gele huis, dat ze het getsjirp van de krekels in de tuin nooit meer zou horen, dat ze voor altijd vaarwel moest zeggen aan Innocent

De Davarts vertrokken drie dagen na het feest.

Mama begon nu ook de koffers te pakken. Ze zouden de meeste boeken, Fotos. platen en het speelgoed van de kinderen meenemen. De rest zou papa later meebrengen.

Vergeet het trouwboekje niet, zei papa de avond voor het vertrek. Mama haalde een dun, rood boekje uit een lade, legde het op de kast: Dat stop ik morgen in m'n handtas.

Het was een eigenaardig boekje, merkte Josepha op toen ze even later alleen in het salon was. Er stond 'Leuven" op, en binnenin stond wanneer papa en mama getrouwd waren.

Maar... Er klopte iets niet.

Dat was een maand voor zij geboren werd.

Had mama niet gezegd dat een kindje negen maanden in de buik van de mama moest groeien?

Was zij dan een uitzondering?

Of hadden papa en mama die grote zonde begaan?

Dat kon toch niet?

Op 17 juni zat ze met haar zusje en mama, Denise, Marijke en hun moeders op de witte trein naar Leopoldstad. Ze zouden daar overnachten in een hotel en de volgende avond het vliegtuig nemen. Terwijl de trein langs steile bergen en over ijzeren bruggen ratelde dacht ze aan Innocent en aan papa.

Mama had een beetje gehuild bij het afscheid en papa had gesust: - Het zal wel niet lang duren voor ik ook kom... De reis zou elf uur duren, en de kinderen hadden spelletjes meegebracht. Maar Josepha wou niet meedoen. Ze zat in een hoekje te tobben over dat trouwboekje.

Ze kon niet geloven dat mama dat gedaan had.

Er moest een andere uitleg zijn... Maar dat durfde ze niet aan mama vragen.

De trein reed langs gapende afgronden, dan weer door onmetelijke dorre vlakten. Josepha plakte haar neus tegen de ruit, ze dacht: ik vraag me af of Innocent vlug zal schrijven.

En dan: overmorgen vraag ik aan Oma hoe dat zit met die datum...

Nog enkele meelezertjes

De afwezigen | Jeugdbeweging | Vlucht | Het boek en de aap | De geboorte van Michele


 

Mijn geprefereerde boeken van de auteur :

1 - Zoals De Zee Een Zandkasteel
2 - Een boom voel ik mij
3 - De ivoren Toren

Ik werd geboren op 22 november 1949, studeerde Romaanse filologie aan de KUL, ben getrouwd met Roger Knaepen met wie ik drie kinderen heb en woon sinds 1999 in Heers.

Toen ik vier jaar was, vertrok ik met mijn ouders naar Congo. Daar leerde ik schrijven en lezen… in het Frans. Er ging een wereld voor mij open: lezen en schrijven werden een dagelijkse bezigheid. Ik had er echt nood aan om mijn eigen wereld te 'herscheppen'. Maar al die schrijfsels van me belandden steevast in een la. Tot mijn echtgenoot en kinderen mij vroegen waarom ik in het Frans bleef schrijven. Daar was ik nog nooit blijven bij stilstaan. En toen ben ik beginnen vertalen wat ik had geschreven kort nadat we in 1960 uit Congo terugkwamen: mijn herinneringen aan mijn kinderjaren (dus geen fictie).

Het resultaat vonden de kinderen zo interessant dat ik daar een roman (wel fictie dus) van heb gemaakt en op hun aandringen heb ik die tekst naar de uitgeverij Zuid & Noord gestuurd. Zo werd in 1994 mijn eerste boek geboren: 'Zoals de zee een zandkasteel'.
In 1996 volgde, bij dezelfde uitgeverij, 'Incubi', een wat mysterieus verhaal over mensen die energie aftappen bij hun medemensen.
In 1999 gaf Zuid & Noord mijn 'Een boom voel ik mij' uit, een incestverhaal geïnspireerd door het dagboek van een van mijn leerlingen. In Antwerpen, waar we destijds woonden, staat een huis dat me toen fel intrigeerde.
In 1997 'infarcteerde' (zo zeggen dokters dat!) Roger. Dat accident en dat huis zijn het vertrekpunt geweest voor de roman 'De ivoren toren' die in 2001 verscheen.
In 2004 verscheen 'Marraine', mijn herinneringen aan mijn grootmoeder, een bewerking van een tekst die ik 1983 in het Frans schreef vlak na haar overlijden.
Tussendoor, in 2000, heb ik samen met anderen (waaronder onze zoon Hendrik) een bundel korte verhalen en gedichten uitgegeven: 'Tropengeur en regenbogen'.
In 2007 verscheen bij Free Musketeers 'In de schaduw van de moerbeiboom' een verhaal geïnspireerd door het prachtige Haspengouw, de streek waar ik woon sinds 1999.
En in 2009 kwam bij dezelfde uitgever 'Bruce, 17 maanden uit mijn leven' uit, geschreven in samenwerking met mijn zus Bie: het dagboek van haar kater.

SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright | Agenda  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine