SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

 

Ik ben hier nog geweest Gerard Walschap

Bulletin De L'otraco Nr 29 - 25-09-1986

 

congo 1960 image foto sans titreTe Coquilhatstad stonden twee confraters van mijn overleden broer, twee missionarissen van het Heilig Hart, mij op te wachten op de oever van de stroom, waar de « Generaal Olsen » meerde. Zij zegden mij dat de jeep gereed stond die mij naar de eerste missiepost van mijn broer zou brengen en dat ik voordien wel zijn bisschop zou willen groeten, Monseigneur Vermeiren, die tweehonderd meter verder woonde en zelf de wens had uitgedrukt mij eens te zien. We hadden voor dat alles slechts twee uren, maar als de jeep onderweg zijn wielen niet verloor was dat genoeg.

 

Mijn broer was in 1938 naar huis komen sterven na zeven jaar Congo. Hij zal in 1931 wel niet in een jeep naar zijn eerste missiepost gevoerd zijn door een confrater die reed gelijk een Amerikaanse zwarte oldaat uit de tweede wereldoorlog, zo wild bedoel ik en zo goed.

 

Wij stoven het missieplein op, ik sprong uit de wagen, keek rond en stamelde dat ik daar reeds geweest was. Mijn bloed trok weg. Ik kan niet voor andere romanciers spreken, maar in mij heeft zich mettertijd een soort vierde dimensie gevormd. Ik ontmoet niet alleen mensen die ik gekend, maar ook mensen die ik mij verbeeld heb. Die tweede ontmoeting, mijn verbeelding werkelijkheid zien worden, grijpt mij altijd dieper aan dan een gewoon terugzien. Het verwart mij ook. want mijn fictieve personages zijn met een deel werkelijkheid gemaakt gelijk Eva uit een rib van Adam en ik kan dat ene deel niet altijd uit het andere houden. Het was de bekende Congo kenner, Pater Boelaert, zelf voortreffelijk schrijver, die mij vergezelde. Hij kan getuigen dat ik met de Ogen toe de plaats van de gebouwen rond het missieplein aanwees en details gaf die ik onmogelijk kon gezien hebben bij het binnenrijden en uitstappen. Hij vond daar blijkbaar niet veel verwonderlijks aan. Hij dacht waarschijnlijk dat mijn broer in zeven jaar tijds heel wat brieven had kunnen schrijven en fotos zenden. Ik was er van mijn kant niet op uit hem te overtuigen dat ik volstrekt zeker was reeds vroeger geweest te zijn waar ik zo absoluut zeker was als hij nooit te zijn geweest. De twee uren tussen het meren en afvaren van de « Generaal Olsen » gaven ons ook niet de gelegenheid ons te verdiepen in een psychologische eigenaardigheid. Zo zag ik maar half wat ik kwam zien. Slechts de kamer van Fons, bijna helemaal zoals hij ze bewoond had, het schielijk gevoel zo dicht bij de beste vriend te zijn die ik heb gehad, dat ik hem aanspreken kon, aanraken, haalde mij uit mijn stille ontsteltenis. Ik zie mij nog op het smalle voetpad lopen met de neus naar de grond. Ik herkende dat pad, de grashalmen, langer en harder dan bij ons en, nog vreemder, de kleur van de grond.

 

Dat was het keerpunt van mijn Congo reis. De dagen die volgden bracht ik door in een diep binnenin vervelende opwinding. Ik had het aanbod van een studiereis slechts aanvaard op voorwaarde dat ik er geen letter moest over schrijven. Ik had mij vast voorgenomen mij te beperken tot de rol van omstreden auteur, zoals ik hem tot dan toe vervuld had en mij in het openbaar in te laten noch met de rassenkwestie, noch met het kolonisatieprobleem. « Le retour du Tchad » van Gide en het verhaal van zijn reis door Rusland hadden mij gewaarschuwd voor oordeelvellingen na snelle doordocht.

 

Daar in Banania was ik mij opeens bewust geworden in welke mate mijn broer blijkens zijn Congolese mis en de eerste hoofdstukken van « De ring sluit toe », het blanke losgelaten had en het zwarte bemind. Ik volgde hem posthuum op het spoor van die liefde. De verontrustende vertrouwdheid alsof ik met hem op die missiepost had geleefd, gaf mij zekerheid dat ik schrijven kon wat ik daarover te zeggen had. De argwaan tegenover voorbarig oordelen vervluchtigde. Ik had immers geen enkele allerindividueelste gedachte of emotie vooruit te zetten, slechts het algemeen aanvaard humanistisch standpunt in een brandend wereldprobleem.

 

Dat alles zou zachter zijn verlopen, misschien niet tot het schrijven Hebben geleid indien het niet in het vuur had gelegen van de ongerustheid hoe ik vroeger toch in Banania was geraakt. Ik vroeg natuurlijk niet beter een fameus Psychologisch verschijnsel te hebben beleefd. De zogezegde inspiratie, die werkelijk bestaat, overtuigt de meest positieve schrijver dat de geest over middelen beschikt die nog niet gemeten zijn.

 

Het was minder vreemd dan ik had verwacht. Ik herinnerde mij alles nauwkeurig de tweede dag Ik had mijn broer in 1938 aan de haven afgehaald, we hadden gegeten, de kinderen waren naar school, ik vroeg hem zo maar wat te vertellen over Congo

 

Ik zal beginnen, zei Fons, met te vertellen hoe ik de eerste veertien dagen een groot man in Congo ben geworden en tot nu toe gebleven. Want van Einstein, Shakespeare en de wereldkampioen gewichtheffer is de laatste ginder ver de grootste. Nu weet ge dat ik sterk ben en het altijd graag heb laten zien. Mijn tweede of derde zondag op de missiepost moest ik het wel laten zien. Amok maken komt ook in Congo voor. Er kwam een grote struise Congolese met een broussemes in de hand achter een hoop huilende vrouwen en kinderen het missieplein op gestormd. Hij had er al drie omver gestoken. Ik ben naar hem toegeslopen, met juist evenveel schrik als dapperheid en ik heb hem de pols omgewrongen tot hij het mes moest laten vallen Mijn reputatie was voorgoed gemaakt. '

 

Prachtig, zei ik, maar ik ben romanschrijver, ik wil dat kunnen zien met getal en omstandigheden. Waar gebeurt dat, wat is een missieplein

 

Met drie photos die hij toevallig op zak had lichtte hij zijn beschrijving toe. Over het huis van de broeders o.a. dat hij zelf had doen bouwen, gaf hij allerlei technische bijzonderheden. Al wat hij me nadien had verteld had ik me nauwkeurig kunnen voorstellen. Beroepsmisvorming. Hij was er nog geen maand toen hij reeds moest preken in de taal van de Congolezen. Ge zijt dan fier al zoveel te kunnen, de Congolezen hangen aan uw lippen, ge denkt ze verstaan me. Het is maar twee. drie jaar later, wanneer ge de taal werkelijk spreekt dat ge u zorgelijk gaat herinneren hoe ze u nu eens hevig verschrikt aankeken, dan weer guitig glimlachten.

 

En nu nog, wetend wat ik weet, als ge mij op de man af vraagt of ik ja dan neen in de kerk van Banania was toen onze Fons daar voor de eerste keer preekte of ik ja dan neen die verschrikte ogen heb gezien en die glimlach, en of ik die zwarten nu nog zou herkennen, ik geef wel toe dat ik twee keren mijn tong zal ronddraaien, maar op de duur zal ik met convictie zeggen : hewel ja.

Gerard Walschap

 

Biografische gegevens

Alfons Walschap Vlaams schrijver (Londerzeel, 2 april 1903 – Antwerpen, 5 november 1938)

Alfons Walschaps is bekender als de jongere broer van de Vlaamse schrijver Gerard Walschap dan om zijn eigen literaire werk. Als missionaris van het Heilig Hart gestationeerd in Congo leverde hij een beperkte, maar belangrijke bijdrage tot de Vlaamse koloniale literatuur. Toen Alfons ook begon te schrijven verdacht Gerard hem er naar eigen zeggen van dit alleen maar te doen uit imitatiedrift. Later veranderde deze indruk en zag Gerard zelfs bepaalde verwantschappen tussen hun werk.

In het levensbericht over zijn broer schrijft Gerard Walschap dat hij vaak het gevoel had dat zijn jongere broer geliefder was dan hij. Een gevoel dat hij al op negenjarige leeftijd probeerde over te brengen in een roman over een jongetje dat in tegenstelling tot zijn jongere broer niet graag gezien werd door zijn ouders. Alfons Walschap studeerde filosofie en theologie bij de missionarissen van het Heilg Hart in Heverlee bij Leuven. In augustus 1930 werd hij tot priester gewijd en in augustus 1932 werd hij tegen de verwachtingen in naar de missiepost Coquilhatstad in Congo gestuurd, een taak die hem zwaar viel. Toch werd hij door de Mongo, de zwarte gemeenschap in zijn missie, gerespecteerd en kreeg hij al snel de bijnaam Fafa Alefoso, ‘de goede pater’. Zijn contact met de zwarte bevolking inspireerde hem niet alleen tot het schrijven van verhalen, maar ook tot het maken van ‘kerkelijke Congolese muziek’ die authentiek klonk. Alfons Walschap zag zijn taak als missionaris geïnspireerd vanuit de zwarte zelf en niet vanuit een Europees perspectief. In 1938 moest hij naar België terugkeren, omdat hij aan een ongeneeslijke, tropische ziekte leed waaraan hij in november 1938 stierf.

Bronnen Celen, Vital. 1952. Het letterkundig werk van Alfons Walschap M.S.C. Ingeleid en uitgegeven door Vital Celen met een levensbericht door Gerard Walschap. Antwerpen: De Sikkel.

Verthé, Arthur en Bernard Henry. 1961. Geschiedenis van de Vlaams-Afrikaanse letterkunde. Leuven: Davidsfonds.